9 pensioenveranderingen uitgelegd

vincent-van-quickenborne.jpg © Didier Lebrun/ /Photo News

Minister Q wil de pensioenen hervormen, liefst zo snel mogelijk, en we zullen het geweten hebben. De vakbonden sloegen al keihard terug met twee algemene stakingen in december en januari. Maar wat gaat er nu eigenlijk veranderen?

De wettekst die nu voorligt, en waarschijnlijk eind deze week zal gestemd worden, is nog maar een ruw kader van de geplande hervormingen. Om de exacte bepalingen in te vullen, moeten koninklijke besluiten uitgevaardigd worden. “Over die teksten wordt echter niet gedebatteerd in de Kamer, ze worden getekend door de bevoegde minister. Onder meer dat schiet in het verkeerde keelgat bij de vakbonden”, vertelt Geert Vermeir, juridisch adviseur van SD Worx.

1. Langer werken

Wat het meest in het oog springt in de geplande hervormingen, is dat we met z’n allen langer zullen moeten werken. Vanaf 2013 wordt elk jaar de leeftijd voor vervroegd wettelijk pensioen met 6 maanden opgetrokken, tot 62 in 2016. De duurtijd van de minimale loopbaan wordt ook opgetrokken, om in 2016 te stabiliseren.  Voor het ‘gewoon’ wettelijk pensioen op 65 jaar blijven de regels ongewijzigd.

Er zijn uitzonderingen voor werknemers voor een ‘lange loopbaan’. Zij kunnen (doorgaans) nog steeds op vervroegd pensioen op hun 60ste.

Jaar

Minimumleeftijd

Minimumloopbaan

Minimumleeftijd (lange loopbaan)

Minimumleeftijd (lange loopbaan)

2012

60 jaar

35,5 jaar

/

/

2013

60,5 jaar

38 jaar

60 jaar

40 jaar

2014

61 jaar

39 jaar

60 jaar

40 jaar

2015

61,5 jaar

40 jaar

60 jaar

41 jaar

2016

62 jaar

40 jaar

61 jaar
60 jaar

41 jaar
42 jaar

Er is ook beslist dat niemand die dicht bij zijn pensioen stond voor de pensioenverandering werd doorgevoerd langer dan twee jaar extra zal moeten werken.

2. Pensioenbonus

Er wordt ruimte voorzien om de pensioenbonus te evalueren en eventueel te versterken. Wie langer dan zijn 62ste werkt (of meer dan 44 kalenderjaren beroepsactief blijft), krijgt een bonus. Op dit moment bedraagt die 2 euro bruto extra per bewezen voltijdse dag van tewerkstelling, die bovenop het maandelijkse pensioen komt. Dit bedrag is onderhevig aan indexaanpassingen.

3. Werken na 65

Vanaf 2013 kunnen sommige 65+’ers onbeperkt bijverdienen. Wie echter al een pensioen krijgt kan niet verder pensioenrechten opbouwen.

4. Pensioenberekening

Al vanaf 2012 zal bij de pensioenberekening ‘werken’ zwaarder doorwegen dan ‘niet werken’. Perioden van werkloosheid zullen dus minder pensioen opleveren dan gewerkte jaren. Zullen ook andere vormen van 'niet werken', zoals tijdskrediet of brugpensioen, minder zwaar in de berekening wegen? “Ja, dat is duidelijk. Maar voor de exacte regels is het wachten op het uitvoerende koninklijk besluit”, laat Vermeir weten.

5. Tweede pijler

De regering vraagt aan de sociale partners een veralgemening van de tweede pensioenpijler, het aanvullend pensioen (groepsverzekering). “Dat wil zeggen dat men nog meer naar sectorale aanvullende pensioenen wil gaan. Het is ondertussen gemeengoed geworden om een groepsverzekering af te sluiten voor bedienden, maar bij arbeiders is dat veel minder het geval. Er kan dan een verplicht sectoraal pensioen komen, zoals vastgelegd in de cao’s. Zo start men in de horecasector vanaf 2013 hiermee.”

6. Derde pijler

Het individuele pensioensparen, de derde pijler, wordt vanaf 2012 voor iedereen voor 30% fiscaal aftrekbaar. Op dit moment ligt dat nog tussen de 30 en 40%, waarbij hogere inkomens meer fiscaal mogen aftrekken.

7. 80%-regel

Er komt een evaluatie van de 80%-regel, die bepaalt dat het uiteindelijke pensioen van een werknemer niet meer mag bedragen dan 80% van het laatste normale brutoloon. “Het kan gebeuren dat de laatste weddes worden opgedreven om een hoger pensioen te genieten”, zegt Vermeir. Om dat perverse effect te vermijden wordt er bekeken wat hieraan gedaan kan worden.

De bijdrage die op hoge bedrijfspensioenen zal geheven worden wordt mogelijk verhoogd.

8. Berekening ambtenarenpensioen

Op dit moment wordt het ambtenarenpensioen berekend op basis van de vijf laatste jaren voor het pensioen. Dat wordt nu opgetrokken naar de tien laatste jaren, behalve voor wie 50-plus is op 1 januari 2012. Bij de NMBS wordt het pensioen zelfs berekend op het laatste jaar, dat wordt nu geleidelijk opgetrokken tot vijf jaar.

9. Werknemers in bijzondere stelsels

Mijnwerkers, zeelui, vliegend personeel en beroepsjournalisten kunnen op dit moment nog van voordeliger pensioenen genieten dan werknemers die niet tot deze beroepsgroepen behoren. Die voordeliger pensioenen worden betaald door de werknemer en werkgever, de staat komt hier niet tussen. “Op termijn wil men deze gunststelsels waarschijnlijk afschaffen, maar hoe snel dat zal gebeuren is niet duidelijk”, aldus Vermeir.

Sinds midden februari is duidelijk geworden dat de systemen voor beroepsjournalisten en vliegend personeel voorlopig behouden blijven. Mijnwerkers zullen op hun 55ste op pensioen kunnen blijven gaan (ondergrond), hetzij op hun 62ste (bovengrond). Voor zeelui worden de bijzondere pensioenrechten stelselmatig afgebouwd.

Lees ook