“Moeten we onze kinderen in een richting duwen of drijft hun talent vanzelf boven?”

Elke week geeft een van onze journalisten zijn mening over een thema uit de economische actualiteit. Filip Michiels heeft het over de torenhoge jongerenwerkloosheid en de vraag of we onze jongeren meer moeten sturen naar 'relevante' opleidingen.

Zal het Latijn worden, of laten we Vergilius en co links liggen en opteren we voor een richting die – afgaande op de actuele arbeidsmarkttrends – heel concrete perspectieven biedt? En gaat ze naar haar favoriete school- waarbij vooral de aanwezigheid van een tros oude vriendinnen doorslaggevend lijkt – of kiezen we zelf toch maar voor een ‘goede’ nieuwe school?

Nu dochterlief de lagere school vaarwel zwaait en een nieuwe hoofdstuk in haar nog jonge leven aansnijdt, lijkt ook voor ons ouders de speeltijd voorbij. En komen we, veel sneller dan ons lief is, tot de vaststelling dat we in deze een gigantische verantwoordelijkheid torsen. Een gevoel dat tienduizenden ouders zeker niet vreemd is: ook al is je uk pas twaalf, sommige keuzes krijgen nu al iets akeligs definitief. En gaan we daarbij dan af op ons buikgevoel, in de hoop dat het allemaal wel goed komt of laten we ons leiden door een aantal min of meer rationele argumenten?

Laat dit nu ook één van de hamvragen zijn in de vierdelige reeks die we vandaag op gang schieten: moeten we het talent van onze kroost stimuleren en in een bepaalde richting duwen of drijft het finaal toch vanzelf boven? En als je dat talent dan wel degelijk moet sturen, hoe en wanneer doe je dat dan? Toegegeven, het lijkt een debat dat zich vooralsnog ver boven het hoofd van een twaalfjarige meid afspeelt, maar de weinig florissante jeugdwerkloosheidscijfers in ons land zouden iedere ouder minstens aan het denken moeten zetten.

Een op vier Belgische jongeren beneden de 25 verkommert vandaag in de werkloosheid. Dat is ronduit hallucinant: al je goede zorgen ten spijt loopt ook je zoon of dochter, die vandaag nog zo onbekommerd door het leven fladdert, een stevig risico om later die statistieken te voeden. Wat gebeurde er dan met hun talent? Waar liep het fout, kon het anders lopen en welke verantwoordelijkheid dragen de ouders dan hierin? Het laatste wat ik mezelf en mijn kinderen toewens, is een strakke, haast mathematisch georganiseerde maatschappij, waarin de keuzes die we voor onze kinderen maken gedetermineerd worden door carrièreplannen en economische toekomstmodellen. Maar dat ontslaat elke ouder en al wie zich beleidsmatig met onderwijs bezighoudt niet van de verdomde plicht om 25 procent werkloze jongeren niet als een tijdelijk fait divers af te doen.

sluiten valentijn