De helse job van van strafpleiter Walter Damen
© Griet Dekoninck Strafpleiters zijn zonder twijfel de meest gemediatiseerden aller advocaten.
Denk aan Jef Vermassen, dezer dagen niet uit het nieuws weg te branden. Hoe zwaar is zo’n job? Met die vraag toog Vacature naar het Antwerpse Justitiepaleis, plaats van afspraak met strafpleiter Walter Damen. “Ooit kreeg ik de vraag van een cliënt om hem een gsm te bezorgen in de gevangenis. Ik zou zoiets nooit doen, nog voor geen miljoen euro.”
De naam ‘Walter Damen’ doet ‘de Slimste Mens’ in u allicht een paar belletjes rinkelen. De 38-jarige Antwerpse strafpleiter raakte bekend als advocaat van de toen negentienjarige Redouan S., die in 2007 zes maanden effectieve celstraf kreeg in de zaak van de vermoorde buschauffeur Guido De Moor. Anderen kennen Walter Damen misschien als advocaat van de beschuldigden in de sms-moord in 2006 (Maura Van Lommel en haar zoon werden schuldig bevonden aan de moord op de 18-jarige dochter van Maura’s vriend). De geknipte man om u en ik wegwijs te maken in de wereld van de strafpleiters.
Hoe bent u in het strafrecht gerold?
Walter Damen, strafpleiter: “Eerder toevallig. Toen ik in 1996 aan de balie van Brussel begon, heb ik een jaar niks anders dan verkeersrecht gedaan. Nadien in Antwerpen werkte ik aanvankelijk uitsluitend op echtscheidingen en huurzaken. Tot een collega in verlof me vroeg of ik een strafzaak wou overnemen. Het ging om een drugsverslaafde die een diefstal met geweld had gepleegd. De procureur vroeg na mijn pleidooi een strafvermindering van achtien naar twaalf maanden. Ik vond zo’n onmiddellijk resultaat erg aangenaam, dat heb je in het recht meestal niet. Nadien heb ik via heel wat strafzaken pro deo mijn naam gestaag uitgebouwd.”
U bent getrouwd en hebt twee kinderen van drie en zes jaar oud. Hoe houdt u werk en privé in evenwicht?
Walter Damen: “Via heel duidelijke afspraken. Alle consultaties probeer ik in te plannen op twee weekavonden op kantoor, desnoods ga ik door tot middernacht. De andere avonden behoud ik voor mijn gezin. Al kruip ik regelmatig later op de avond terug achter mijn computer. Mijn vrouw is ook advocate. Het helpt uiteraard dat ze de stress van het vak kent. Voor hobby’s heb ik helaas geen tijd. Cliënten worden steeds veeleisender, hebben altijd het gevoel dat hun advocaat nog meer kan doen. Sinds de intrede van de gsm laten ze je niet met rust. Soms leg ik een hele procedure uit aan twee familieleden. De volgende dag bellen er zes andere, voor dezelfde uitleg. Terwijl ik geen info over een strafdossier mag vrijgeven.”
U bent al een keer met de dood bedreigd, toen u als advocaat van beschuldigde Redouan S. optrad in de zaak-De Moor?
Walter Damen: “Strafzaken weken emoties los. Je houdt er rekening mee dat je bedreigd kan worden. Er zijn een aantal regels waar ik me strikt aan houd. Ik heb thuis geen vast nummer en mijn naam staat niet op de bel. En ik ontvang thuis nooit cliënten in het kader van een strafzaak. Strafrecht is erg delicaat en gevaarlijk. Je moet altijd afstand bewaren. Ik huiver van sollicitanten die erop kicken om ‘s avonds pinten te pakken met vrijgekomen cliënten. Net dan word je vatbaar voor hun verzuchtingen. Ik heb ooit de vraag gekregen van een cliënt om hem een gsm te bezorgen in de gevangenis. Hij wou me er 1.000 euro voor betalen. Ik zou zoiets nooit doen, nog voor geen miljoen euro. Als je je categoriek opstelt zonder de cliënt daarom meteen te laten vallen, dan aanvaardt die je beslissing wel.”
U komt in aanraking met zware jongens. Weigert u zaken uit principiële overwegingen, omdat uw geweten u parten speelt?
Walter Damen: “Als er sprake is van schuldinzicht en de betrokkene wil geholpen worden, maak ik geen onderscheid. Eenieder heeft recht op verdediging. Maar ik heb het al eens meegemaakt in een moordzaak dat de beschuldigde eiste dat ik wettelijke zelfverdediging zou pleiten, terwijk ik de kaart van uitlokking wou trekken. Die persoon heeft op dat moment helemaal niets te eisen. Omdat we niet op dezelfde golflengte zaten, ben ik afgehaakt. Als iemand sterallures heeft of zaken ontkent die niet te ontkennen vallen (iets staat bijvoorbeeld op camera), dan bedank ik. Dat komt zelden voor. Professionalisme in dit vak betekent dat je afstand doet van je persoonlijke mening over iemand, net zozeer als dat voor jou als journalist geldt. Vroeger ging dat wel makkelijker moet ik toegeven. Nu ik wat ouder ben, blijft een zaak soms meer kleven. Ik houd me strikt aan mijn beroepsgeheim én ik zal nooit een client voorliegen of valse hoop geven. Je inleven in iemand en tegelijkertijd afstand houden, is zeker niet altijd makkelijk. Maar ons beroep kan soms heel mooi zijn. Strafpleiter zijn, draait niet alleen rond vrijspraak of procedurefouten. Als je iemand na noeste, urenlange gesprekken kan doen inzien wat zijn feiten hebben aangericht, geeft dat genoegdoening. Of als een drugsverslaafde afkickt en zich herpakt na zijn vrijlating. Sommige cliënten die ik na tien jaar tegenkom, doen het heel goed. Plannen maken is evenzeer een onderdeel van strafrecht. Daarom heb ik altijd een hekel gehad aan het strafregister, het bezorgt ex-gedetineerden een blijvende handicap.”
Strafpleiters staan in de volksmond bekend als grootverdieners?
Walter Damen: “Toen ik begon als 24-jarige stagiair kreeg ik 250 euro bruto per maand. Ik ben naar de Brusselse balie gegaan omdat ik daar als stagiair 625 euro bruto per maand kon verdienen. Ik reed in een tweedehandse wagen, ‘s middags at ik boterhammen. Je moet in het begin de tering naar de nering zetten. Nu krijgt een beginnende stagiair-advocaat 1.250 euro bruto per maand het eerste jaar (stage duurt drie jaar, nvdr). Vandaag verdien ik zeker goed mijn boterham. Maar een goeie loodgieter, specialist of aannemer verdient minstens evenveel.”
2 citaten onder de loep van strafpleiter Walter Damen
“Grote processen komen zo uitgebreid in de media dat mensen zelf voor rechter beginnen spelen. (Walter Damen, in een eerder interview)
“De media leggen zaken soms verkeerd uit of nuanceren onvoldoende. Mensen krijgen een vals beeld van een strafzaak, wat ons functioneren als strafpleiter bemoeilijkt. Neem nu de zaak-De Moor (zie boven). Een krantencolumnist vond het niet kunnen dat het vonnis niet sprak over voorbedachte rade. Terwijl zowel de procureur, de burgerlijke partij als ikzelf het erover eens waren dat er van voorbedachtheid hoegenaamd geen sprake was. Wat me vandaag stoort in de zaak-Ronald Janssen, is dat er blijkbaar een rechtstreekse lijn is tussen sommige journalisten en ondervragers. Nog voor dat de onderzoeksrechter op de hoogte was van een bekentenis wisten journalisten dat al. Dat kan niet. Je moet rekening houden met het geheim van het onderzoek. Het schokt me als ik sommigen hoor pleiten om al die strafrechterlijke procedures af te schaffen. Misschien één verdachte op honderdduizend wordt vrijgesproken op basis van een procedurefout. Neem de procedurefout waardoor Roemeense mensenhandelaars in Gent onlangs in eerste instantie werden vrijgelaten. Die beslissing is intussen gewijzigd door het Hof van Cassatie. Hetzelfde voor de hasjboer, die ondertussen wel vervolgd kan worden. Zulke zaken krijgen in verhouding disproportioneel weinig media-aandacht.”
“Ofwel heb je geen werk ofwel heb je te veel werk. Er bestaat geen middenweg.” (Jef Vermassen, in een eerder interview)
“Een klassieke dag bestaat uit hollen, hollen en nog eens hollen. Soms sta je de hele dag te pleiten en kom je pas om 17 uur op kantoor aan. Het kan best zijn dat je voor een nieuwe aanhouding naar Brugge moet, terwijl je net onderweg was naar Brussel. In dit vak moet je erg stressbestendig zijn. Zonder de hulp van mijn drie zelfstandige medewerksters red ik het eenvoudigweg niet. Assisenzaken houden je dag en nacht bezig. De weken nadien slaap ik steevast onrustig. Als je rotsvast gelooft in iemands onschuld, dan ben je met iemands leven bezig en wil je er echt je uiterste best voor doen. Ook voor de slachtoffers. Dat brengt een enorme druk met zich mee, want je tijd is beperkt. Als je voor een volksjury staat, kan je moeilijk zeggen dat je een slechte dag hebt. Bij elk van mijn medewerksters ligt een blocnote op hun nachtkast. Ik stuur soms ‘s nachts een sms naar mezelf, zodat ik ‘s ochtends mijn ingeving nog kan nalezen. Maar wij zijn absoluut niet uniek. Een advocaat die een miljardendeal tussen twee bedrijven begeleidt, werkt ongetwijfeld even hard. Echtscheidingen zijn ook verschrikkelijk stresserend, op dat vlak is strafrecht overroepen.”
Tekst Nico Schoofs – foto Griet Dekoninck
Dit artikel is verschenen in Vacature van 16 januari 2010