“Werkloosheid natuurlijk gegeven voor sommigen”

2611_SVHLaurenceValenson04.jpg © Sofie Van Hoof

Is de kloof tussen werkend Vlaanderen en Wallonië even diep als het politieke ravijn? Die vraag inspireerde de redacties van Références en Vacature magazine om de krachten te bundelen en de taalgrens over te trekken. Laurence Valenson, werkneemster bij ING, doet haar verhaal.

Laurence Valenson (36)
commercieel verantwoordelijke in ING-kantoor in Verviers:

Twee kinderen, voltijdse baan, de persoonlijke professionele ambities even opgeborgen om manlief vrije baan te geven: het carrièreverhaal van Laurence Valenson (36) verschilt ogenschijnlijk in niets van dat van talloze tweeverdieners in Vlaanderen.

Twee kinderen, voltijdse baan, de persoonlijke professionele ambities even opgeborgen om manlief vrije baan te geven: het carrièreverhaal van Laurence Valenson (36) verschilt ogenschijnlijk in niets van dat van talloze tweeverdieners in Vlaanderen. Goed dertien jaar is ze intussen aan de slag in de financiële sector, en anno 2011 is Laurence commercieel verantwoordelijke in een goed draaiend ING-kantoor in een buitenwijk van Verviers. “We mogen niet klagen”, klinkt het. “Een mooie klantenportefeuille en goede marges, dat is hier in de regio zeker niet zo evident.”

Verviers, een dertigtal kilometer onder Luik, is een wat ingedommelde, grauw ogende stad in ‘la Wallonie profonde’. Niet te vergelijken met de uitzichtloze tristesse in Charleroi of sommige gemeenten van de Borinage, maar in economisch opzicht niet bepaald een topper. “Ik was amper 23 toen ik bij de toenmalige BBL al tot kantoordirecteur gebombardeerd werd, in Libramont was dat. Intussen zijn al enkele andere agentschappen de revue gepasseerd en sinds drie jaar ben ik hier aan de slag, op enkele kilometers van mijn woonplaats. Ik heb een financieel-economische opleiding achter de kiezen, werken in de banksector was altijd mijn ambitie. Daar komt bovenop dat we hier absoluut niet te klagen hebben over het aantal verlofdagen of over de werkuren, zodat deze voltijdse baan ook best te combineren valt met de zorg voor twee ukjes."

"Carrière is geen vies woord voor mij. Ik heb niet gestudeerd om me exclusief met de was en de plas bezig te houden, en daarnaast vind ik het ook belangrijk financieel onafhankelijk te zijn. Toegegeven, momenteel doe ik het professioneel iets rustiger aan omdat ook mijn echtgenoot heel lange dagen klopt, maar op termijn wil ik zeker nog verder doorgroeien. Dat is een keuze die we samen hebben gemaakt, en waarin ik me ook wel kan vinden. Ouderschapsverlof of loopbaanonderbreking heb ik nooit genomen, maar in mijn omgeving zie ik de laatste jaren almaar meer vrouwen die daar wél gebruik van maken of die deeltijds aan de slag gaan.”

Hét Wallonië bestaat niet

“Meer vakantie en vrije tijd, aandacht voor de kinderen, het zijn thema’s die ook in Wallonië almaar hoger op de agenda komen te staan. Wat niet automatisch impliceert dat goed opgeleide mensen er hier nu minder van zouden dromen om carrière te maken. Ik besef dat in Vlaanderen ergens wel het idee leeft dat Walen op dat vlak minder ambitieus zouden zijn, iets meer van het leven genieten ook, maar je moet dat toch wat relativeren. Hét Wallonië bestaat bovendien niet: net zoals in de oude industriebekkens vind je ook hier gezinnen waar de werkloosheid van vader op zoon wordt doorgegeven, en waar meer dynamiek hoegenaamd geen kwaad zou doen. In andere delen van Wallonië is er de voorbije jaren dan weer een echte economische dynamiek op gang gekomen en zijn die clichés intussen al lang achterhaald. Wat me persoonlijk wel opvalt, is dat het stressgehalte de voorbije jaren stevig de hoogte is ingegaan. Niet dat de commerciële druk nu zoveel zwaarder geworden is, maar het moet allemaal wat sneller, gestructureerder.”

Wie van Verviers naar Brussel bolt, doet daar zowat 75 minuten over. Voor een afstand van 125 kilometer. Wie van Aalst naar Brussel pendelt, ruwweg 20 kilometer, mag van geluk spreken als hij er niet langer over doet. Om maar te zeggen: het begrip mobiliteit wordt aan de andere kant van de taalgrens ietwat anders ingevuld dan hier. “Op termijn, als de kinderen wat groter zijn, wil ik opnieuw voluit voor mijn carrière gaan,” stelt Laurence. “Een baan in Brussel sluit ik daarbij zeker niet uit. Flink wat hoogopgeleiden hier zien er geen graten in dagelijks richting Brussel of Luxemburg te pendelen, ondanks de afstand.”

De fileproblematiek – of net het gebrek daaraan – zal er wellicht voor iets tussen zitten, maar Walen blijken effectief een stuk mobieler te zijn dan Vlamingen.

Maatschappij met twee snelheden

Wallonië mag het economisch dan al iets beter doen, de naakte cijfers geven toch aan dat de hoerastemming van de voorbije jaren vaak voor intern politiek gebruik bedoeld is. Zo blijkt uit een studie van de CESRW (Conseil Economique et Social de la Région Wallonne) dat Wallonië nog altijd veel te weinig hoogopgeleiden telt. In vergelijking met vijftien andere Europese regio’s scoort Wallonië zelfs het slechtst op dat vlak. Ook de werkloosheid ligt nog altijd stukken hoger dan in Vlaanderen. “Persoonlijk merk ik hier nog niet al te veel van een nieuwe crisis, maar ergens zitten we als tweeverdieners natuurlijk in een bevoordeelde positie op dat vlak. Ook businessmatig blijft de impact voorlopig beperkt, maar uit ervaring weet ik dat de weerslag vaak wat later komt. Bij de crisis van 2008 voelden we pas in 2009 dat het aantal kredietaanvragen stevig terugliep. Toch loopt het hier economisch niet bepaald goed: de armoede neemt toe en heel wat mensen zijn te laaggeschoold om aanspraak te kunnen maken op een goede baan. Daarnaast zie ik vooral een mentaliteitsprobleem bij sommige streekgenoten: werkloosheid is voor sommigen haast een natuurlijk gegeven geworden, waarbij er zelfs nog amper naar werk wordt gezocht."

"Deels, zoals eerder aangehaald, omdat heel wat mensen gewoonweg te laaggeschoold zijn om op de arbeidsmarkt hier een kans te maken, deels omdat men vanuit politieke hoek te veel laat betijen. Het risico is niet denkbeeldig dat we naar een maatschappij met twee snelheden evolueren. Enerzijds mensen die het goed doen, carrière maken en vooruit willen, anderzijds een bevolkingslaag voor wie werken nog amper op de radar komt. Het cliché alsof alle Walen bij de pakken blijven zitten, slaat nergens op, maar hoe motiveer je kinderen van families die al twee generaties lang in de werkloosheid kamperen om naar school te blijven gaan en het over een andere boeg te gooien? Dit is zowel een structureel probleem, waar een belangrijke taak weggelegd is voor de overheid, als een mentaliteitsprobleem. In bepaalde regio’s of milieus moeten we mensen opnieuw zin geven om te werken, als werknemer of als zelfstandige. Al besef ik ook dat daar geen mirakeloplossing voor bestaat.”

Verschenen in Vacature Magazine 26-11-2011

Terug naar het hoofdverhaal "Op zoek naar de ziel van de Waalse arbeidsmarkt".

Lees ook