Zorgt religie in de zorg voor troubles op intensive care?

Volgens de Vacature-enquête leeft religie op het werk meer in de zorgsector dan in de meeste andere sectoren en is ze daar het vaakst bron van conflicten. Op het kabinet van de Vlaamse minster van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen (CD&V) vallen ze uit de lucht. “Wij hebben daar nog nooit vragen, klachten of meldingen over binnengekregen”, zegt woordvoerster Ellen Coopman. “Wij ervaren het niet als een probleem en hebben er dan ook geen specifieke regelgeving voor.” Ook stafmedewerker Lieve Dhaene van Zorgnet Vlaanderen, de koepelorganisatie van werkgevers in de zorgsector, heeft niet de indruk dat religie voor grote moeilijkheden zorgt. “Religie komt eigenlijk alleen aan bod bij discussies met werknemers die tijdens de werkuren een hoofddoek willen dragen”, zegt ze. “Wij leggen daarvoor geen regels op. Alle zorginstellingen bepalen vrij en autonoom hoe ze met religie op hun werkvloer omgaan. Er is trouwens geen algemene richtlijn die voorschrijft dat dokters of verpleegkundigen ‘neutraliteit’ moeten uitstralen.”

Voeren verzorgingsinstellingen met een katholieke origine een ander beleid dan overheidsinstellingen? “Die verschillen zijn totaal verdwenen. Neem de discussie over de hoofddoek: in de zorg gaat het er alleen over in hoeverre het dragen ervan hygiënisch is of niet. Sommige instellingen hebben een speciaal ontworpen hoofddoek voor moslima’s die bij het uniform past. De vraag naar het dragen van de hoofddoek stijgt en dat is niet verwonderlijk, want er werken steeds meer moslima’s in ziekenhuizen en rust- en verzorgingstehuizen, zeker in grote steden, net als er ook steeds meer moslims patiënt worden. Katholieke verpleegkundigen mogen trouwens ook geen kruisje dragen en dat verbod heeft ook niets te maken met een eis tot neutraliteit. Alle juwelen zijn voor verpleegsters en verplegers taboe omdat ringen, oorbellen, hangers of kruisjes hinderen bij het werk. Als het op een hygiënische manier kan, wordt een hoofddoek in verzorgingsinstellingen zelfs minder als een probleem ervaren dan in winkels of ondernemingen. In de zorgsector wordt er veel pragmatischer met religie omgegaan dan in andere bedrijven. Natuurlijk kan een moslimverpleegkundige niet wegvluchten van een dringende interventie omdat het voor hem of haar tijd is om te gaan bidden. Ik kan me echt niet voorstellen dat dat ooit zou gebeuren.”

Vraag is of er op die manier niet een iets té rooskleurig beeld opgehangen wordt van hoe het er in de praktijk aan toe gaat. Uit de enquête van Vacature blijkt dat 33% van de werkgevers in de zorgsector aanpassingen aan het werkschema voorziet in functie van de religieuze kalender – vooral voor christenen en moslims – en dat 9% van de werknemers in de zorg vrijgesteld is van bepaalde taken op basis van hun religieuze overtuiging. Dat is meer dan dubbel zoveel dan het gemiddelde in de andere sectoren (4%). Ook opmerkelijk: slechts 11% van de respondenten vindt zo’n vrijstelling aanvaardbaar. Over welke taken het dan concreet gaat? Allochtone vrouwen hebben het omwille van religieuze en culturele redenen vooral moeilijk met lichamelijke intimiteit in hun werk, en dan vooral het wassen van mannen, zo blijkt uit Nederlands onderzoek in de zorgsector. Een onderzoek dat ongetwijfeld ook van toepassing is op ons land. Etienne Vermeersch reageert even duidelijk als onverbiddelijk: “Wie taken weigert uit te voeren die essentieel zijn voor een bepaald beroep, moet op zoek gaan naar een andere job. Zeker in de zorgsector, waar het om mensenlevens gaat.”

<< Terug naar het coververhaal over religie op de werkvloer