Zomerreeks: de favoriete leraar van Stijn Meuris

Iedere week gaat Vacature Magazine op zoek naar een bekend talent en zijn of haar favoriete leraar. Deze week is muzikant Stijn Meuris aan de beurt. Wie was zijn favoriete leraar en waarom?

Punk in Noord-Limburg

Een mens moet al vervaarlijk diep in de spelonken van zijn verbeelding afdalen om er zich iets van voor te kunnen stellen, maar het Noord-Limburgse Hamont, op een zucht van de Nederlandse grens, ontpopte zich begin jaren tachtig tot het West-Europese epicentrum voor de ‘cold wave’. Om u een Google-excursie te besparen: denk aan Joy Division, aan punk, maar dan trager en donkerder. Begin jaren tachtig zakten alternatieve onverlaten op zondagochtend naar hier af vanuit het Antwerpse nachtleven om verder te feesten in het legendarische Café De Kwiet, terwijl aan de overkant van de straat misgangers verbouwereerd de kerk betraden. Lange tijd pronkte zelfs een anarchistische ‘A’ op de kerk van Hamont. Van de band ‘De Brassers’. Met Marc Haesendonckx (51) op de bas.

Met Marc Haesendonckx op terras, in de schaduw van die Hamontse kerk, steekt Stijn Meuris van wal. “Er is altijd – om het voorzichtig uit te drukken – een spanningsveld geweest tussen de gemeente Hamont en die lokale punkscène. Waar ik voor alle duidelijkheid geen deel van uitmaakte. Marc is van oorsprong uit Overpelt afkomstig, 100 meter van mijn ouderlijk huis.” Stijn Meuris liep school aan het atheneum van Overpelt, dat nog een campus had in Neerpelt. “In twee etappes, helaas. Ik volgde Latijn-moderne talen. En ging volledig onderuit in het vijfde middelbaar op het vak wiskunde. Ik had de leerkracht gezegd: ‘Ik begrijp dat niet, vergelijkingen met twee onbekenden. Kun je dat eens uitleggen?’ Hij dacht dat ik hem belachelijk maakte.” Resultaat: nul op tien. “Ik hield het been stijf, voor mij was het een princiepkwestie.” Meuris had het vijfde middelbaar een tweede keer aan zijn rekker. “Een soort schoolmoeheid maakte zich van me meester. Maar plots stond daar op een maandagochtend een 21-jarige interimaris voor het vak geschiedenis en sociale vorming.”

Ruzie met de directeur

Marc: “Mentaal stond ik veel dichter bij de leerlingen. Ik kwam helemaal niet graag in de leraarskamer, dat was voor mij een andere wereld.” Stijn: “Dat herinner ik me nog goed, jij zat op de speelplaats tijdens de middag.”  Marc: “In Maaseik, het daaropvolgende schooljaar, wou de directeur de school terug meer standing geven.  Hij ging serieus tegen mij in. Met ruzies, jazeker. Op een gegeven moment had ik les gegeven over misbruiken van de rijkswacht, over het politie-apparaat en de staat binnen de staat. Daarvoor bracht ik reportages uit Humo in de klas.” Stijn: “Voor het eerst zagen wij Humo. Plots konden we maatschappijkritische reportages lezen. En zagen we dat er andere muziek bestond.” Marc: “Twee weken na die lessen over de rijkswacht stond de directeur met een rijkswachter aan mijn klasdeur. Hij zei: ‘In het kader van de objectiviteit heb ik een rijkswachter uitgenodigd. Die zal nu een uur lang in uw klas zijn verhaal doen.’ Ik heb die man rustig zijn zeg laten doen. (Droog) En achteraf met de leerlingen opnieuw over die rijkswachter gesproken (hilariteit).

Muzikale leraar

Marc Haesendonckx herinnert zich Stijn Meuris als iemand die heel open stond voor de dingen. “Hij keek met grote verwondering naar de wereld.” Stijn: “Je moet alles in zijn context zien. We waren lang afgesloten geweest van een aantal dingen. Ik had bijvoorbeeld Brussel nog nooit gezien. Plots was daar een uur anarchie. Als thema, wel te verstaan. Nog nooit van gehoord. Wat mij uiteraard geweldig fascineerde, was dat een leerkracht muziek maakte. Ik was er tot dan van overtuigd dat je zeven jaar Lemmensinstituut moest volgen om in een band te kunnen spelen. De enige voorbeelden in eigen land, was de vorige generatie. De Kris Debruynes, de Raymonds van het Groenewoud.

Een belangrijke stap in het leven van een tiener die er op dat moment naar eigen zeggen uitzag als een kruising tussen de jonge Bill Gates en een volbloed ‘nerd’. Stijn: “Ik was redelijk mager en droeg een grote bril. Telkens wanneer ik vanuit de klas mensen op straat zag rondlopen, kon ik me absoluut niet inbeelden binnen X aantal jaren een beroep uit te oefenen. Ik vond dat beklemmend, dat beperkte spectrum van beroepen. Na de komst van Marc voelde ik een bepaald soort vrijheid in mijn hoofd. Het besef dat je je ding kan doen, ongeacht of je er nu geld mee zou verdienen. Zolang ik maar niet ergens van negen tot vijf ergens in een kot zou moeten gaan zitten.”

“We trokken dan met de klas naar de Rock Rally-finale, om De Brassers aan het werk te zien in de Brusselse Ancienne Belgique. De maandag nadien op school - zo stoer waren we wel -  zeiden we met die typisch Noord-Limburgse tongval: ‘Och Hoas, da kunnen wij ook, jong.’ Met een paar klasgenoten zijn we dan Gruppenbild gestart. Het gekke is dat Marc het volgende schooljaar in Maaseik net hetzelfde heeft veroorzaakt. Een paar van zijn leerlingen hebben daar The Romans gestart, die nadien ook hoog gescoord hebben in de Rock Rally.”

Beklemmende leraarskamer

Marc Haesendonckx laat het zich welgevallen. Hij ziet nu soms nog leerlingen van destijds terug die met veel plezier aan hem terugdenken. Toch heeft hij na die eerste twee schooljaren nooit meer in het onderwijs gestaan. Na een episode als parlementair medewerker van de sp.a in het federale parlement werkt hij vandaag op de beleidsafdeling Werk en Sociale Economie van de Vlaamse overheid. “Ik ben afgeknapt op het systeem. En de gesprekken in de leraarskamer, dat was niet mijn wereld als 21-jarige. Bouwen, scheiden, wat moet ik doen om vastbenoemd te raken etc.: ik vond dat erg beklemmend. Als ik hier nog een paar jaar blijf, praat ik ook zo, dacht ik.”

De paden van Marc Haesendonckx en Stijn Meuris kruisen mekaar nog geregeld in het veld van de muziek. Marc zag Stijn recent nog in de AB, Stijn heeft De Brassers al ettelijke keren aan het werk gezien. “Ik begrijp die muziek. Het is niet schoon, verre van zelfs. Maar die energie… Precies in dat rafelige schuilt hun kracht. Je krijgt telkens weer een slag in je gezicht.”

Het hele artikel kan je je lezen in Vacature Magazine.

Tekst: Nico Schoofs - Foto: Isabel Pousset