In zee met een beroepsduiker: "Wie aan gevaar denkt, wil niet meer duiken"

U hebt ze allicht al eens gezien bij het opdiepen van autowrakken uit het water, of bij de berging van scheepswrakken. Maar beroepsduikers worden op nog veel meer terreinen ingezet. Beroepsduiker Fre Vermeersch: “We werken met onze handen. Met hogedrukreinigers en slijpschijven.”

“Het duiken zelf stelt weinig voor. Het is maar een transportmiddel om onze werkplek te bereiken. Beroepsduikers zijn regelrechte onderwaterarbeiders. We werken met onze handen, met hogedrukreinigers of slijpschijven.” In anderhalve ademstoot ontdoet de Belg Fre Vermeersch (38) zijn metier van de belegen romantiek die Jan Modaal eraan vastkleeft. Met lauwe, azuurblauwe wateren en fabelachtige onderwaterexcursies heeft het hoegenaamd niets te maken. “En, neen, we ademen geen zuurstof. Dat is het grootste misverstand. We ademen perslucht via een kabel die aan onze duikhelm is bevestigd. Onze mond is vrij, alle communicatie verloopt via die kabel. Geen duiker die nog zonder videocamera in het water gaat.”

Het beeld dat u en ik van beroepsduikers hebben, is dikwijls niet scherper dan kikvorsmannen die autowrakken of – in het ergste geval - lijken opdiepen. Terwijl het palet aan specialismen achter het containerbegrip ‘beroepsduiken’ veel breder uitwaaiert. Je hebt bijvoorbeeld civiele onderwaterbouw, zeg maar grootscheepse infrastructuurwerken onder water. Zoals daar zijn: bouw en inspectie van bruggen of sluizen. Daarnaast heb je de berging van scheepswrakken, doorgaans wel in het lang en het breed uitgesmeerd in de media. Een andere belangrijke branche blijkt het onderhoud en de inspectie van koopvaardijschepen. Fre Vermeersch: “Bij civiele onderwaterbouw hebben we het echt over bouwputten. Denk aan de aanleg van ondergrondse parkings, of tunnel- en metrobouw, waar collega-duikers een belangrijke rol spelen. Dan heb je nog de politie- en brandweerduikers, meestal vrijwilligers binnen de korpsen die een extra opleiding hebben gevolgd.”

Duikopleiding: 10.000 euro

En zeggen dat Vermeersch ooit nog droomde van een carrière als … oceanograaf .
“Ik heb twee jaar geprobeerd, aan de universiteit. Omdat ik in Knokke opgroeide, heb ik altijd een speciale band met de zee onderhouden. Vakantiejobs speelden zich steevast op het strand af. En ik doe al aan sportduiken sinds mijn zeventiende. Toen stonden er bij wijze van spreken nog maar drie hotels in het Egyptische Hurghada. Vandaag staat de kustlijn er helemaal dicht gebouwd.” De universiteit bleek te theoretisch naar Vermeersch goesting. “Ik ben graag met mijn handen bezig.” In België kan je een opleiding tot beroepsduiker volgen, bij opleidingaanbieder Syntra (officiële benaming: operator onderwaterwerken). Vermeersch: “Daarmee kan je enkel in onze en Franse wateren aan de slag. Wie een internationaal erkend duikdiploma wil, kan naar Nederland, Frankrijk of Engeland. Ikzelf heb elf jaar geleden een opleiding van drie maanden gevolgd in het Engelse Plymouth. Een toelatingsproef is er niet, de opleiding kostte me toen wel al 10.000 euro. Je leert er onder meer omgaan met duikmateriaal. Men reikt je een basiskennis duikfysica en duikerziekten aan.” Omdat België niet zo gek veel duikbedrijven huisvest (niemand kent een exact cijfer, een beroepsfederatie is er in tegenstelling tot in Nederland niet), komt een beetje beroepsduiker al meteen in internationale wateren terecht. Vermeersch: “Ik schat dat er zo’n 300-tal beroepsduikers zijn in ons land. Nederland volgt dat veel beter op, heeft een eigen brancheorganisatie (die gewag maakt van 2.300 werknemers ‘in duikarbeid’, nvdr).” Geen wonder dat Fre Vermeersch dik tien jaar geleden vrij snel aan de slag kon bij een Nederlands duikbedrijf in Terneuzen.

Berging van gezonken vrachtschip

Quasi onmiddellijk volgde een waterdoop om u tegen te zeggen: de complexe berging van het gezonken Noorse vrachtschip Tricolore, eind 2002, voor de kust van de Noordzee. “Ik zat meerdere keren vier weken aan een stuk op zee, aansluitend twee weken thuis. Een indrukwekkend gebeuren, net voor mijn deur nota bene. De ploegen losten mekaar af in Oostende en Zeebrugge. We werkten keihard. Zeven dagen op zeven, minimum twaalf uur per dag. De Tricolore werd in negen stukken gezaagd, met de bedoeling die stuk voor stuk uit het water te lichten. We moesten onder andere gaten in de scheepshuid branden, waardoor nadien een verankeringssysteem bevestigd kon worden om de stukken naar boven te trekken. We gebruikten onder andere een hogedruksnijtoestel.” Geen sinecure, en allerminst zonder gevaar omdat water en wind inbeukten op de Tricolore. “Berging is nooit zonder risico, vooral als je in het wrak duikt. Omdat het risico bestaat dat je ‘diver umbilical cable’ vast raakt. Daarom is er altijd een duiker stand-by. Aangekleed in duikpak, duikhelm op de schoot. In geval van nood is die binnen de kortste keren bij je. Ikzelf ben nooit echt in gevaar geweest. Maar ik heb wel weet van dodelijke ongevallen. In de offshoresector is er ooit een duiker in een ‘trench’ vastgeraakt, een gracht die men trekt op de plek waar een pijpleiding moet komen. Terwijl de bewuste duiker die gracht aan het inspecteren was, is die ingestort. Natuurlijk praten we onderling over de gevaren. Maar je mag daar niet aan denken. Anders wil je niet meer duiken.” De duiktijd hangt samen met de diepte. “Gelukkig moeten we die niet uit het hoofd kennen. We gebruiken duiktabellen. In vrije duiktijd kan je niet erg lang duiken. Voor je werkgever en als beroepsduiker is dat niet interessant, omdat je in dat tijdsbestek niet veel kan doen.  Daarom doen wij aan decompressieduiken. We ademen perslucht in, waardoor we afhankelijk van de diepte meerdere uren onder water kunnen blijven. Na lange tijd onder water wordt de hoeveelheid stikstof wel schadelijk, en moet die bij wijze van spreken langzaam uit je lichaam gewassen worden. Daarom moet je in zo’n geval altijd nadien zuurstof bijtanken in een decompressiekamer. Als je uit zo’n decompressiekamer komt, mag je de eerste uren geen zware fysieke arbeid verrichten. Doe je dat wel, dan zou je het effect kunnen vergelijken met een fles bruiswater die je eerst schudt en dan opent.”

Berging van losgeslagen booreilanden

De meest indrukwekkende bergingsoperatie tot dusver beleefde Fre Vermeersch naar eigen zeggen voor de kust van het Amerikaanse New Orleans, na de verwoestende passage van orkaan Katrina in de zomer van 2005. “Wij kwamen er aan een week na de orkaan. De ravage was enorm. Terwijl we naar de haven reden, zagen we auto’s in de bomen hangen.  We moesten er losgeslagen booreilanden helpen bergen.” ‘Jack-up rigs’ in het offshorejargon, driehoekige en soms vierhoekige drijvende platformen met beweegbare stalen poten. Die poten van tal van boorplatformen waren afgebroken onder het geweld van de orkaan. “Een platform was zelfs 224 kilometer afgedreven. Echt absurd. Het zat vast in ondiep water voor de kust van New Orleans. Net als tientallen andere boorplatformen. We hebben geholpen met het herstel en de berging van die platformen.” Andere bergingsopdrachten brachten Fre Vermeersch de voorbije jaren al naar Saoedi-Arabië, Brazilië, Denemarken, Noorwegen, Egypte en Sri Lanka. “Al zie ik nooit veel van het land. We zitten steevast op zee. Afhankelijk van de opdrachtgever varieert de graad van luxe aan boord. Doorgaans staat er wel een televisie in de mess, soms is er al eens een fitnessruimte aan boord. Iedereen heeft tegenwoordig zijn eigen laptop, om films te kijken in zijn eigen hut. Soms logeren we op een klein sleepbootje, een andere keer op luxueuzere schepen als we in de offshoresector actief zijn.”

Berging, offshore … : Fre Vermeersch legt zijn eieren bewust niet in één en dezelfde duikmand. Hij heeft bijvoorbeeld ook al menig koopvaardijschip geïnspecteerd. “Wij worden betaald om de scheepseigenaar een globaal zicht te geven op de staat van zijn schip. Roer en propeller zijn de belangrijkste punten. Vaak polijsten we bijvoorbeeld de schroeven. Het weghalen van de begroeiing zorgt voor een efficiënter energieverbruik. Met andere woorden: de scheepseigenaar bespaart zo enorme bedragen. Soms ontdekken we bijvoorbeeld een scheur in de romp. Dan brengen we van binnenuit een nieuwe metalen plaat aan.” Boorplatformen moeten om de vijf jaar een grondige inspectie ondergaan. “Daarvoor moet je een bijkomende opleiding volgen, tot inspectieduiker. Ik heb het eerste deel al achter de rug, in Engeland. We zandstralen eerst stukken van de poten helemaal blank, tot op het blote staal. Om de lasnaad te kunnen inspecteren. Soms staat er een serieuze baard op, van anemonen, mosselen en oesters. We gebruiken foto’s en video-opnamen om een globaal beeld te schetsen, en een ultrasone diktemeter om de staaldikte te meten.”

6 maanden op zee

Heel wat beroepsduikers kiezen vrij snel voor het freelancestatuut. Fre Vermeersch is nog maar vier jaar als zelfstandige aan de slag. “Dat heeft zo zijn voordelen: ik heb voordien heel wat connecties opgebouwd in de shippingbranche. En ik woon aan de zee, niet ver van de havens van Zeebrugge, Antwerpen en Rotterdam. Erg makkelijk om klusjes op dagbasis te aanvaarden. Ik heb geen duikmateriaal in huis, je krijgt dat altijd van de opdrachtgever.” Vermeersch hoedt er zich voor om volledig af te hangen van de offshoresector. Die ligt zo goed als stil tijdens de wintermaanden, als de gure omstandigheden op zee werken bemoeilijken. “Als gevolg van de crisis zitten jongens die uitsluitend in de offshore werken soms vijf maanden thuis. Wanneer de olieprijs zakt, besparen de oliebedrijven. Ze stellen onderhoudswerkzaamheden dan vaak uit.” Over zijn salaris wil Vermeersch geen klaagzang afsteken. “Een netto maandloon tussen 2000 en 3000 euro netto, dat moet je toch kunnen verdienen. Daarvoor moet je wel vele uren draaien. Als je gewoon 40 urenweken klopt, kom je allicht niet eens aan 2000 euro. Maar ben je vast in dienst, en werk je een maand op zee, 12 uren per dag, zeven op zeven, met een 40-uren contract: dan zit je snel aan een pak overuren.”

Door de band genomen zit Fre Vermeersch liefst de helft van het jaar op zee. Hoe weegt zo’n job op zijn familiaal en sociaal leven? “Voor mijn vriendin is dat iets moeilijker dan voor mij (lacht). Ik heb van aan het begin van onze relatie duidelijk gemaakt dat duiken erg belangrijk is voor me. Dat heeft nog nooit voor problemen gezorgd.”

Foto: Fre Vermeersch