Wim Coekaerts, van nerd tot big shot in Silicon Valley

Wim Coekaerts kwam net van school toen hij in 1995 bij de helpdesk van Oracle in Diegem begon. Vandaag houdt hij als senior vice president Linux kantoor in het hoofdkwartier van Oracle in Californië, geeft hij leiding aan 380 mensen en zegt hij elke morgen ‘Hi Larry’ tegen de legendarische flamboyante Oraclebaas en –stichter Larry Ellison.

Toen Wim Coekaerts eind jaren tachtig op de middelbare schoolbanken zat, was hij de enige in zijn klas die geïnteresseerd was in computers. “Ik had een primitieve homecomputer en was verslingerd aan software en programmeren. Al mijn spreekbeurten gingen over computers.” Zijn klasgenoten vonden Coekaerts een nerd. “Het grappige is dat ze nu allemaal op Facebook zitten en dat computers ook hun levens totaal veranderd hebben. Ze begrijpen er nog steeds geen jota van, maar zijn wel constant online. Net als toen draait mijn leven volledig rond informatica. Ik sta ermee op en ga ermee slapen.” Wim Coekaerts heeft in zijn hele actieve leven maar voor één onderneming gewerkt: computer- en softwaregigant Oracle. “En dat zal vermoedelijk ook zo de rest van mijn carrière blijven.”

In 1995 startte hij als support analyst in de Belgische afdeling in Diegem, vandaag is hij als senior vice president Linux and Virtualization één van de big shots in het hoofdkwartier van Oracle in Redwood Shores, Silicon Valley, Californië. “Een kotgenoot uit Leuven had bij Oracle gesolliciteerd”, vertelt hij. “Hij kwam terug van zijn gesprek en zei: ‘Bij Oracle zoeken ze mensen die iets van Unix kennen. Als je geïnteresseerd bent, stuur je maar een mail.’ Informatici met kennis van het besturingssysteem Unix waren in die tijd dun gezaaid. Ik had daar van in mijn studententijd wel al ervaring mee. Ik was net van school af en had niet direct plannen, dus dacht ik: ‘Die mail naar Oracle kan geen kwaad.’ Ik werd uitgenodigd voor een gesprek, dat eigenlijk uitsluitend over software ging. Het klikte en ik werd meteen aangenomen.”

‘Come work here’

Wim Coekaerts begon te werken bij een bedrijf waar hij zo goed als niets van afwist. “Vlak voor mijn sollicitatie had ik even naar hun website gesurft. Ze hadden niet de gewoonte om mensen aan te nemen die het bedrijf niet kenden, of die pas van school kwamen. Voor mij maakten ze een uitzondering. In ‘95 was ik hun allerjongste aanwinst ooit. Ik ben er op mijn verjaardag beginnen werken als support analyst bij het team Unix Support: wij vormden een helpdesk voor klanten met Oracle producten die op Unix draaiden.” In juni 1996 moest Coekaerts een week naar Londen. “Ik werd er ingewijd in alle geheimen van Oracle Database, het vlaggenschip van Oracle. De les werd gegeven door een manager van het Amerikaanse hoofdkwartier. Blijkbaar maakte ik een goeie indruk, want toen we op de laatste dag van die cursusweek naar het hotel wandelden, zei hij: ‘Als je ooit in de Verenigde Staten bent, kom je maar eens langs.’ Toevallig had ik net die zomer samen met mijn ouders een reis naar Amerika gepland.”

In augustus ’96 reed Coekaerts met zijn ouders in een huurauto van Los Angeles naar San Francisco. “Ik popelde van ongeduld om Silicon Valley met mijn eigen ogen te zien. Als kind had ik gelezen over Sunnyvale en Mountain View. Ik stelde me Silicon Valley voor als een gigantisch industriepark. De werkelijkheid was totaal anders: Silicon Valley bestaat vooral uit groene, residentiële wijken. In Redwood Shores ging ik in het prachtige hoofdkwartier van Oracle dag zeggen aan de man die me in Londen had lesgegeven. Hij was aangenaam verrast en zei: ‘I want you to come work here.’ Ik stond even met mijn mond vol tanden, maar de hele werkomgeving daar leek net een sprookje. ‘Okay’, zei ik. Mijn ouders schrokken toen ik hen later die dag vertelde dat ik in Californië zou komen werken. Ze voelden zich eigenlijk wel trots en legden zich er heel snel bij neer: ‘Doe maar.’” Na de vakantie keerde Wim Coekaerts terug naar de Belgische Oracle-vestiging, in mei 1997 maakte hij de echte oversteek.

‘Larry wants to talk to you’

In het najaar van 1998 wou Larry Ellison, stichter, bezieler en grote baas van Oracle, zijn grote concurrent Microsoft een stevige hak zetten. Wim Coekaerts: “Larry ging van start met een project dat hij de codenaam ‘Raw Iron’ gaf. De bedoeling was om een server te ontwikkelen waarop de databaseprogramma’s van Oracle autonoom konden draaien, zonder geheugenverslindende besturingssystemen zoals het toenmalige Windows NT van Microsoft. Dat ingewikkelde besturingssysteem moest vervangen worden door een lichtgewichtversie. Ik was een diehard-Linuxfanaat en raakte vrij snel bij Raw Iron betrokken. Linux was toen nog een obscuur besturingssysteem, ook al werkte het stukken efficiënter en sneller dan Windows. Linuxsoftware bouwt verder op Unix, mijn specialisatie, en de mensen die aan ‘Raw Iron’ werkten, kwamen regelmatig raad vragen. De Linux-community was toen nog vrij klein. Ze leek een beetje op een sekte en ik zat daar middenin. We waren allemaal goede vrienden en kwamen regelmatig samen. Als we op restaurant zaten, praatten we alleen maar over Linux. Vanaf januari ’99 werkte ik voltijds als Linuxspecialist aan ‘Raw Iron’.”

Op een zomerse dag in augustus 1999 rinkelde Wim Coekaerts’ telefoon. “Op het display zag ik het nummer van ceo Larry Ellison verschijnen. Ik dacht: ‘Oei, de grote baas heeft zich van nummer vergist.’ Ik nam op en het was Larry’s assistente. Ze zei: ‘Larry wants to talk to you.’ Ze vertelde dat hij een netwerkcomputer wou ontwerpen zonder Microsoftsoftware. ‘De computer moet integraal op Linux draaien en Larry wil je daar zondag over spreken.’ Ik ben toen thuis in mijn vrije tijd alvast een beetje beginnen ‘spelen’. De volgende zondag legde Larry me zijn plannen uit. Ik pakte mijn laptop, klapte hem open, liet hem mijn probeersels zien en zei: ‘Zoiets?’ Hij reageerde enthousiast: ‘Yes, that’s it!’”

Coekaerts kreeg opdracht om een prototype te bouwen. “Ik ging naar de winkel, kocht goedkope computeronderdelen en stak de nieuwe netwerkcomputer in het weekend ineen. Een paar weken later toonde ik Larry wat ik voor nog geen 200 dollar ineengeknutseld had. ‘Dat ziet er interessant uit’, zei hij, waarna ik een paar maanden niets meer van hem hoorde. In november vond het grote seminarie ‘Oracle World’ in Los Angeles plaats. Een week voor het congres hing Larry terug aan de telefoon. Zijn belangrijkste speech zou gaan over die netwerkcomputer. Hij wou mijn prototype laten zien. Tijdens Ellisons speech stond dat ding op de tafel. Hij zei tegen alle toehoorders: ‘Ik wil een firma oprichten die netwerkcomputers zoals deze zal maken, speciaal voor scholen.’ Ik viel compleet uit de lucht. Maar een paar weken later stelde hij me aan de ceo van die nieuwe firma voor: Gina Smith, die haar sporen verdiend had als technologiejournaliste. Zij kreeg de opdracht om het gloednieuwe New Internet Computer (NIC) uit de grond te stampen en ik mocht programmatuur voor NIC schrijven. Overdag had ik mijn job bij Oracle; in het weekend ontwierp ik software voor NIC.”

‘He now reports to me’

Larry Ellison is een man met een reputatie. Jarenlang werkte hij bij Ampex aan een database voor de CIA. Met die vergaarde kennis richtte hij in 1977 zijn eigen bedrijf Oracle op, met als specialisatie databases. Ruim dertig jaar later schat het Amerikaanse zakentijdschrift Forbes Ellisons vermogen op 14 miljard dollar, waardoor hij de op negen na rijkste man ter wereld is. Eind 2003 trouwde hij met de jonge Melanie Craft, schrijfster van mierzoete liefdesromans. Zij is zijn vierde vrouw. Intieme vriend Steve Jobs – grote baas van Apple - was de fotograaf op het huwelijksfeest. “De meeste mensen kennen Ellison alleen maar uit ‘de boekjes’”, reageert Wim Coekaerts. “Het is een fantastische kerel. Ik heb grenzeloos respect voor hem. Toen ik in februari 2000 bij hem thuis uitgenodigd werd voor een lunch, hebben we uren zitten kletsen over koetjes en kalfjes. Ik had even ervoor geweigerd om voltijds bij NIC te werken en op een bepaald moment vroeg hij: ‘Is er een speciale reden waarom je niet naar NIC wil overstappen?’ Ik zei: ‘Ik vind de technologie van Oracle interessanter. Ik werk graag voor dit bedrijf en ik zou hier liever niet weggaan.’ Larry begreep me en alles bleef bij het oude.”

“Een maand later, in maart 2000, was er een meeting gepland met Larry en mijn bazen. Mijn kantoor lag halverwege de lift en de vergaderzaal. Die ochtend stapte Larry uit de lift en klopte bij me aan. ‘Wim, ik heb een voorstel’, zei hij. ‘Je blijft bij Oracle in dienst, maar ik detacheer je naar NIC. Jij krijgt de leiding over de software-afdeling. Neem gerust een paar van je vrienden van hier met je mee.’ Daar kon ik moeilijk nee op zeggen. Larry stapte een paar bureaus verder, tot bij mijn baas. Hij wees naar mij en zei: ‘He now reports to me.’ En hij wandelde verder, de vergaderzaal binnen.”

“Ik heb toen zeven vrienden aangenomen; ik ben zelfs een paar mensen in België komen halen. Niet veel mensen geloofden in die tijd in netwerkcomputers met Linux als besturingssysteem. Uiteindelijk heeft NIC toch een paar 100.000 units kunnen verkopen, maar dat was te weinig. Bij NIC werkte een man of tien. Ze zaten in een fantastisch kantoor op Fisherman’s Wharf in San Francisco, met zicht op de baai. Ze dachten: ‘Larry heeft genoeg geld, hij zal ons wel laten aanmodderen.’ Maar dat was natuurlijk niet zo. In 2002 werd Linux steeds belangrijker voor het databaseprogramma van Oracle. Mijn team is toen uitsluitend voor Oracle beginnen werken. Stilaan begon onze afdeling te groeien. In 2006 ging mijn groep in één jaar tijd van 17 mensen naar 110. Alles wat met Oracle en Linux te maken had, kwam onder mijn hoede. Ik geef nu leiding over 380 mensen.”

De laatste jaren is Wim Coekaerts in sneltreinvaart geëvolueerd van software-ontwikkelaar tot manager. “Negentig procent van mijn tijd zit ik nu in vergaderruimtes, maar van het echte programmeerwerk zal ik nooit afscheid nemen. De mensen van mijn team respecteren me omwille van mijn technische kennis. In de week geef ik leiding over een groot team, spreek ik met klanten en geef ik presentaties. Dat vind ik heel fijn. Maar in het weekend speel ik nog steeds als vanouds met Linuxsofware en ‘fix’ en ‘hack’ ik er duchtig op los.”