Werk & Wereld - Halal-business: booming, maar niet zo koosjer

Halal-producten, van kipfilets tot zure beertjes, zijn wereldwijd aan een grote opmars bezig. Dat is ook de Belgische supermarktketens, voedingsbedrijven en cateringdiensten niet ontgaan. Maar hoe waterdicht zijn al die zogenaamde halal-labels, en in welke mate spelen onze bedrijven open kaart over hun aanpak?

Het kan nauwelijks onopvallender: een bescheiden A4-tje, verscholen in een hoekje van de toonbank van de ‘Subway’ aan de Brusselse Anspachlaan: hier serveert men halal-producten. Varkensvlees of –gelatines zijn dus uit den boze, alcohol al evenzeer, en alle overige etenswaren moeten volgens min of meer strikte procedures geproduceerd en verwerkt zijn. De toezichthouder van dienst is de ‘Islamic Foundation of Ireland’, een wat schimmig organisme waarvan je op de website geen contactgegevens terugvindt maar waarvan de roots enigszins verrassend in Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten blijken te liggen. “Kijk, we willen liever niet te veel ruchtbaarheid geven aan het feit dat we hier enkel halal-producten serveren”, legt de vriendelijke shopmanager uit. “We zijn tenslotte onderdeel van een bedrijf dat wereldwijd actief is. Anderzijds zijn 15 tot 20 procent van onze klanten hier wel moslim, en zij hechten daar wel  degelijk veel belang aan.”

Dan winden ze er bij de Carrefour-vestiging iets verderop, op een boogscheut van de hippe Dansaertstraat, iets minder doekjes om: een forse koeltoog vol halal-producten, met daarboven een niet mis te verstaan opschrift. Kip, charcuterie, worsten, schapevlees, zuivelproducten, alles even halal. “Controlled by Halal Control and Certification Belgium”, als we het opvallende etiket op de verpakking mogen geloven. Wie of wat zij vertegenwoordigen, of welke criteria ze toepassen bij hun controle blijft een open vraag, want dit zogenaamde controle-organisme heeft zelfs geen eigen website. Navraag bij Carrefour leert ons dat al zowat honderd supermarkten halal-producten aanbieden, en dat de vraag almaar toeneemt. De certifiëring lijkt een ander paar mouwen. “We gaan daarvoor in zee met een bedrijf dat ons de nodige garanties kan voorleggen”, klinkt het wat vaag, “maar hoe sneller de mist daarrond opklaart, hoe beter voor ons.”
Gecertifieerd of niet, halal-producten hebben dus wel degelijk de wind in de zeilen. In de haven van Marseille bijvoorbeeld deelt voedingsgigant Nestlé nu al bijna een maand lang staaltjes uit van Maggi-soepjes. Halal-soep, of wat dacht u. Casino, een grote Franse supermarktketen, lanceerde vorig jaar zelfs een eigen lijn van halal-producten, Wassila. En nog bij onze zuiderburen opende hamburgerreus Quick vorig jaar al enkele hamburgertenten die volledig halal zijn. Dat uitgerekend Frankrijk het eerste echte slagveld vormt voor de slag om de moslimmaag mag niet verbazen. Het land telt zowat 5 miljoen moslims, en de verkoop van halal-producten neemt er jaarlijks met 10 procent toe. De totale halal-markt zou er vandaag al goed zijn voor 5,5 miljard euro. Wereldwijd zou alleen al de halal-voedingsmarkt vandaag goed zijn voor een omzet van 600 miljard dollar, zo becijferde The Economist.

Haaien

Als het regent in Parijs, dan druppelt het in Brussel, en dus trachten ook almaar meer Belgische bedrijven een graantje mee te pikken van deze lucratieve én snel groeiende markt. Dat bracht Beci, de Brusselse Kamer van Koophandel, op het idee om een soort draaiboek voor halal-certifiëringen uit te werken. Booming businesses lokken immers niet alleen goedmenende investeerders en producenten, maar ook flink wat haaien. En laat nu net die certifiëring – meer bepaald het totale gebrek aan Belgische wetgeving of standaarden daarvoor – vandaag één van de grootste pijnpunten zijn. Wie op Google de zoekterm ‘halal certification Belgium’ intikt, is er meteen aan voor de moeite: 17.300 resultaten. Allemaal even officieel en betrouwbaar, althans op het eerste gezicht, maar het staat u geheel vrij om morgen zelf een zogenaamd certifiëringsagentschap op te richten en daarmee de kluit te belazeren. Een stempel van een of andere imam kan helpen, maar is strikt genomen niet eens noodzakelijk. En dus loopt de prijs voor een halal-certifiëring in ons land op van minstens 1.000 tot zelfs 20.000 euro. Enkele bronnen bevestigden ons dat dit soort nevenactiviteiten voor sommige imams tot een aardige bijverdienste zouden zijn uitgegroeid. Om het helemaal ondoorzichtig te maken, verschilt de interpretatie van het begrip ‘halal’ ook nog eens van land tot land, van moskee tot moskee en van stroming tot stroming binnen de Islam. Gaande van zeer rekbaar tot ronduit fundamentalistisch. Gezien het stevige marktpotentieel zien sommige bedrijven of zakenlui er evenwel geen graten in om stevig te dokken voor de noodzakelijke certifiëring.

“Kijk, vroeger was het simpel”, stelt Bruno Bernard. Als voormalige exportmanager is hij gepokt en gemazeld in de Islamitische wereld en dus nam Beci hem onder de arm om een soort draaiboek voor halal-certifiëringen uit te schrijven. Bernard werkt vandaag voornamelijk als consultant, verstaat als geen ander de kunst om zichzelf te verkopen en bracht onlangs ook een boek uit, ‘Comprendre le halal’. “In de jaren 80 zetten moslims amper een stap in de supermarkt, ze kochten hun vlees bij de islamitische slager om de hoek die ze blindelings vertrouwden en daarmee uit. Moslimvrouwen kochten ook lipstick, net zoals vandaag, maar de vraag naar het halal-gehalte daarvan werd simpelweg nooit gesteld. Als halal nu in Europa plots de wind in de zeilen krijgt, dan is dat in de eerste plaats omdat de tweede en derde generatie moslims hier hun koopgedrag hebben aangepast. Ook zij stappen nu het grootwarenhuis binnen. Een aantal producten die ze daar kopen zijn sowieso halal – ook al beseft de westerse consument dat zelf niet en doen de grootwarenhuizen er alles aan om dat vooral niet aan de grote klok te hangen. Het lamsvlees dat je hier in de winkelrekken vindt, is haast exclusief afkomstig uit Nieuw-Zeeland of Australië. De productielijnen daar zijn al jarenlang volledig halal, enkel en alleen omdat een groot gedeelte van het schapenvlees uit Nieuw-Zeeland naar het Midden-Oosten gaat. De Nieuw-Zeelanders hadden dus geen keuze. Toen de marketingjongens het veranderende koopgedrag van de jongere moslims in de smiezen kregen, gingen zij zich met de zaak bemoeien. En plots doken er ook halal-kipfilet, halal-lipstick, halal-schuimwijn, halal-chocolade en zelfs halal zure beertjes in onze rekken op.”

Halal-productie heeft verregaande implicaties, zowel voor de ingrediënten als voor de productielijn of producent. Dat gaat dan van rituele slachtingen in verschillende gradaties over geen alcohol, geen varkensproducten maar bijvoorbeeld ook geen seksspeeltjes op een zelfde lijn of zelfs in een zelfde fabriek. Geen klein bier dus, maar met een potentiële markt van 1,5 miljard moslims zijn heel wat bedrijven maar al te graag bereid die investeringen te doen. In een tweede fase moeten al die producten of productieprocessen dan ook gecertifieerd worden. En rinkelt de kassa een tweede maal voor de certifiëringsorganisaties.
“In zekere zin vertoont het puur commerciële halal-verhaal grote gelijkenissen met de opmars van de bio-producten”, stelt Bernard. “Twintig jaar geleden vond je die haast nergens, vandaag zijn ze in de meest uiteenlopende productsegmenten gemeengoed geworden. Toch loopt het verhaal niet volledig gelijk: zowat alle marktanalisten zijn het er over eens dat het marktpotentieel voor halal-producten zomaar eventjes viermaal groter is dan voor bioproducten.” Veel meer dan een puur religieus verhaal is de halal-business dus ook een fraai staaltje marketing, al loopt dat soms ook fout. “Wanneer Carrefour nu een halal-stand inricht en die decoreert met enkele neppalmbomen, dan shockeert dat heel wat moslims, die vinden dat ze als een stel exotische wilden worden beschouwd. Er is dus nog wel wat werk aan de winkel.”

Algerijnse imam

Het aantal sites, weblogs en internetfora rond halal groeide de voorbije jaren even exponentieel als de business zelf. Als we sommige fora mogen geloven, zou zomaar eventjes 60 procent van de zogenaamde halal-producten pure oplichterij zijn. Ook met de discussies over wat nu al of niet halal is (genre “mogen dieren verdoofd worden alvorens ze te slachten?”) kan je rustig een handvol Ikea-boekenkasten vullen. “Er zijn heel wat sjoemelaars en zakkenvullers actief in dit wereldje”, bevestigt ook Bernard. “Het probleem situeert zich grotendeels in Europa: in de echte moslimlanden koopt en eet de consument al decennialang halal, zonder enige vorm van certifiëring. Net omdat halal daar een evidentie is. Toen ik de Beci-certifiëringsprocedure net had voorgesteld, in een poging tot een soort Europese standaard te komen, kreeg ik tientallen dreigtelefoons. Gaande van moslims die me verweten dat ik me hier als niet-moslim niet in te mengen had, over mensen die me verweten hun business kapot te maken tot extremisten die me bedreigden en stelden dat zij minstens de helft van het geld dat ze opstreken met hun zogenaamde certifiëringen overmaakten aan moslimstrijders in Afghanistan. Voor de certifiëring die Beci nu aanbiedt, rekenen we een forfait van 1.500 euro aan. Het gaat hier grotendeels om een heel technische, industriële certifiëringsprocedure. Op het einde van de rit  laten we telkens een Algerijnse imam overvliegen om het definitieve groene licht te geven. Ik durf te stellen dat we daar geen euro winst op maken.”
Olivier Willockx, afgevaardigd bestuurder van Beci: “Eigenlijk legaliseren wij vooral een certificaat. Voor ons is dat niet rendabel, het is pure dienstverlening aan onze klanten, maar een standaardprocedure hiervoor is meer dan noodzakelijk. Tal van schimmige vzw’s verdienen hier flink wat geld mee, maar wanneer ik bij de Nationale Bank op zoek ga naar hun jaarrekeningen vind ik daar geen spoor van terug. Waar gaat dat geld dan naartoe, en in welke mate kan je vertrouwen op de controles die zij zogenaamd uitvoeren? Er is gewoonweg nood aan veel meer transparantie in deze business, zowel financieel als op inhoudelijk vlak.”
Ook bij Eurohalal, een ander Belgisch certifiëringsorgaan, wordt niet ontkend dat een aantal tussenpersonen heel wat poen scheppen in deze business. Gevraagd naar het prijskaartje van hun eigen certifiëring houden ze daar liever een slag om de arm. “Dat varieert heel sterk, in functie van de complexiteit van de producten en de procedures. Net daarom lijkt het ons onwaarschijnlijk dat je voor 1.500 euro een soort universele certifiëring zou kunnen afleveren,” klinkt het. “Volgens ons scheuren ze daar absoluut hun broek aan. Los daarvan vinden het we het ook merkwaardig dat de Brusselse Kamer van Koophandel hieraan meewerkt, zeker als ik hoor dat er nu ook plannen bestaan om in Brussel halal-hotels te gaan certifiëren. Hoe ver kunnen en moeten we daarin nog meegaan?”

Halal-kalkoen

Het West-Vlaamse Volys Star groeide de voorbije jaren uit tot een belangrijke speler op de markt van het halal-gevogelte. Hun aanpak blinkt uit in typisch West-Vlaamse nuchterheid. “In onze business bleek de halal-productie relatief eenvoudig te verzoenen met het normale productieproces”, vertelt algemeen directeur Koen De Praetere. “Essentieel hierbij is dat de kippen of kalkoenen sterven door het slachten, en niet door het verdoven. Al onze dieren worden sowieso vooraf wel verdoofd. Ik besef dat dit een nogal controversieel punt is, maar ik daag alle moslims uit om me een vers in de Koran aan te duiden waarin staat dat dieren vooraf niet verdoofd mogen worden. Er heerst duidelijk een grote onwetendheid op dat vlak. Op het moment dat we beslist hebben om ons op die halal-markt te wagen, zijn we eerst volop gaan investeren in de nodige expertise ter zake. Kippen of kalkoenen slachten mét verdoving is overigens niet enkel wenselijk omdat je de dieren zo veel leed bespaart. We hebben intussen genoeg ervaring in deze branche om te weten dat het quasi onmogelijk is een kalkoen te slachten zonder verdoving. Daarnaast wilden we ook loskomen van al die zogenaamde certifiëringsorganismen: er zijn er sommigen die hun hart op de juiste plaats hebben, maar nog veel meer die vooral hun portemonnee goed weten zitten. Wij mikken ook sterk op de internationale markt, en op dat moment moet je echt wel goed weten waar je mee bezig bent. Op basis van onze zelf verworven expertise hebben we een eigen standaardprocedure uitgewerkt, en voor de certifiëring gaan we in zee met een aantal moskeeën en gereputeerde organismen in het buitenland. Het is dan maar aan de klant en aan die certifiëringsorganismen om zich in onze procedure te kunnen vinden. Als dat niet lukt, jammer, dan doen we geen zaken. Ik vind dat het niet aan de certifiëringsorganismen is om ons uit te leggen wat we moeten doen. Halal-gevogelte is vandaag goed voor zowat 10 procent van onze omzet  en die markt groeit nog elk jaar - maar ik heb geen zin om de overige business in gevaar te brengen door bijvoorbeeld dieronvriendelijk te gaan werken.”

“Kijk, het grote probleem, zeker voor westerse bedrijven, is dat er totaal geen uniformiteit in regels bestaat. Dat gaat bijvoorbeeld ook op voor de wijze waarop de dieren uiteindelijk aan hun eind komen: moet het handmatig, of mogen we ook mechanisch slachten? Bij ons gebeurt dat voorlopig handmatig, door een moslim. Vooral omdat we hier nogal gemakkelijk moslim-werknemers op de kop konden tikken. Handmatig slachten is een stukje duurder, dat klopt, maar onze corebusiness is vooral de productie van gegaarde producten. Het slachten is niet meer dan een nevenactiviteit, en dat maakt het financieel ook nog haalbaar.”

Hoewel halal dus ook in ons land booming business is, lijkt het in bedrijfsmiddens ook een behoorlijk gevoelig onderwerp te zijn. De meeste bedrijven die we aan de lijn kregen, toonden zich opvallend terughoudend. “We lopen daar liever niet mee te koop,” klonk het bij een belangrijke speler uit de vleessector. “Het merendeel van onze klanten zijn nog altijd niet-moslims en we hebben geen zin in een polemiek hierover.” Hier en daar werd ons, even uitdrukkelijk als anoniem, bevestigd dat een gedeelte van de halal-productie ook gewoon op de Belgische niet-halal markt belandt. “Er is met dat vlees niets mis, maar we begrijpen wel dat sommige mensen het hier moeilijk hebben met het feit dat we onze hele productieketen omgooien om tegemoet te komen aan de wensen van 10 of 20 procent van de klanten”, klinkt het.
Bij Compass, de nummer twee in ons land op vlak van bedrijfs- en schoolmaaltijden, verloopt de communicatie een stuk opener. “Op het platteland blijft de vraag naar halal-maaltijden eerder marginaal, maar in de grote steden is er effectief sprake van een opvallende stijging,” vertelt Dirk Van Den Driessche. “In pakweg Luik, Antwerpen of Brussel loopt het aandeel van de halal-maaltijden in scholen of bedrijfsrestaurants - vooral bij productiebedrijven - soms al op tot 15 procent van de totale vraag. Dat soort maaltijden is effectief ook duurder, maar voor zover ik weet is het niet de eindgebruiker maar het bedrijf of de school die het verschil dan bijpast. Voorlopig krijgen de werknemers of leerlingen overal nog de keuze, maar op termijn lijkt me dat niet houdbaar. Ik verwacht dat sommige bedrijven en scholen voor een volledig halal-aanbod zullen opteren. Praktischer en goedkoper, weet je wel.”

30 miljard dollar

Voor de 5 grootste supermarktketens en de 10 grootste voedingsproducenten ter wereld levert de halal-business vandaag al een jaaromzet op van respectievelijk 30 miljard dollar en 15 miljard dollar.

14%

Europa tekent voor 14 % van de wereldwijde halal-markt. Azië is goed voor 67%, Afrika 17%

1,8 miljard

Het aantal potentiële halal-consumenten loopt wereldwijd al op tot 1,8 miljard mensen.

Wat betekent halal-productie?

-Geen gebruik van ingrediënten van verboden dieren zoals varkens of reptielen (vlees, gelatine,…)
-Geen alcohol
-Manuele slachting
-Geen vermenging van halal en niet-halal producten of productieketens
-Slachting door moslims
-Slachtvloer in de richting van Mekka

Tekst Filip Michiels - Foto Sofie Van Hoof