Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

Werk en Wereld: Overdag Jan op kantoor, 's avonds Sofie op de sofa

Ooit waren ze ‘M met talent’. Vandaag vallen ze onder de ‘V met talent’. Of omgekeerd. De sociale impact van een geslachtsverandering is zonder meer immens, maar toch blijft er vandaag een levensgroot taboe rusten op transgenders en transseksuelen op de werkvloer.

Een anoniem toilet in een zo mogelijk nog anoniemer wegrestaurant. Hier begint en eindigt Sofie’s werkdag al jarenlang. ’s Morgens stapt ze er binnen als vrouw, om even later als man weer naar buiten te komen. ’s Avonds volgt het omgekeerde ritueel, en wordt de mannelijke manager in het kleinste kamertje opnieuw de Sofie die ze overdag doodgraag wil maar nooit kan zijn. Ze is medio 40, groot en frêle, met onmiskenbaar vrouwelijke looks. Laat daar nu net het probleem liggen. Want die vrouwelijkheid, daar heeft haar baas het niet meteen op begrepen.

Sofie: “Ik groeide op in een typisch West-Vlaams gezin, gesloten en tjokvol taboes. Ik voelde me niet goed in mijn vel en worstelde jarenlang met mijn identiteit, maar ach, dat zou wel overwaaien, eens ik trouwde en kinderen kreeg. Althans, dat dacht ik. Van internet was in die periode nog lang geen sprake, maar na die ene uitzending op Terloops - gewijd aan het toen nog bijzonder exotische fenomeen transseksualiteit - vielen alle stukjes van de puzzel plots op hun plaats. Toch heb ik ook nadien mijn vrouw-zijn nog vele jaren lang in het geheim beleefd. Ik trouwde en kreeg kinderen, maar zelfs dan durfde ik niet uit de kast te komen. Ik werkte toen als vertegenwoordiger in bijberoep, en reed rond met een koffer vol vrouwenkleren in de koffer. Na mijn laatste klantenbezoek kleedde ik me om en dirkte me op, zodat ik nog een halfuurtje mezelf kon zijn. Pas toen ik de dertig al ruim gepasseerd was, heb ik de knop eindelijk kunnen omdraaien en ben ik stilaan meer en meer als vrouw gaan leven.

Stap voor stap, al hadden mijn beste vrienden wellicht al behoorlijk snel door hoe de vork in de steel zat. Op het moment dat ik besloot om mijn haar en nagels te laten groeien, kreeg ik voor het eerst ook opmerkingen op het werk. Ik werkte intussen al jarenlang in een behoorlijk groot bedrijf, en was daar doorgegroeid naar een managementfunctie waarin ik ook een twintigtal werknemers onder mij had. Of ik eens naar het kantoor van de directeur wilde komen, voor een gesprek over die vrouwelijkheid van mij? Waarna ik van de toenmalige personeelsverantwoordelijke in niet mis te verstane bewoordingen te horen kreeg dat de ceo niet bepaald gecharmeerd was door mijn vrouwelijke kant.

Ik wist even niet goed waar ik het had, en heb de hele situatie als een grapje uitgelegd, waarna ik thuis prompt mijn haar en nagels geknipt heb. Uit angst mijn baan te verliezen, zonder meer. Nu, op termijn is dat natuurlijk geen oplossing, want uiteindelijk wordt de drang toch te sterk, en amper een jaar later verscheen ik opnieuw met lang haar en dito nagels op het werk. ’s Avonds en in het weekend leefde ik intussen volledig als een vrouw, terwijl ik op kantoor als man verscheen, de haren netjes in een staartje gebonden. Het gebeurde wel eens dat ik in het weekeind collega’s of klanten ontmoette, zodat het niet al te lang duurde alvorens er ook op het werk allerlei verhalen over mij de ronde begonnen te doen.

Op een bepaald ogenblik – ik werkte toen al heel wat jaren in dat bedrijf – besloot ik op het werk open kaart te spelen. Daar is me toen meteen duidelijk gemaakt dat ik in mijn privéleven maar moest doen wat ik niet laten kon, maar dat er geen sprake van kon zijn dat ik ook op het werk als vrouw zou opduiken. Terwijl zowat iedereen daar intussen perfect op de hoogte was van de situatie, en vele collega’s me er zelfs openlijk over aanspraken. ‘Alle begrip voor mensen zoals jij die zich niet goed in hun vel voelen, maar de werkgever vindt dit helemaal niet leuk’, kreeg ik te horen van de personeelsdirecteur. Terwijl uitgerekend dat soort reacties allerlei verhalen en roddels voedt en in stand houdt. Zo ben ik dus in de situatie beland dat ik thuis als Sofie vertrek, me omkleed in een wegrestaurant, en dan acht uur man ga spelen.

Waar sta je dan nog met al je dure hr-theorieën dat iemand die zich goed in zijn vel voelt gewoonweg ook beter presteert? Ook heel wat klanten en leveranciers zijn intussen op de hoogte. Meer nog, ze moedigen me aan om tijdens een voorstelling of evenement gewoon mezelf te zijn en als Sofie op te dagen. Natuurlijk krijg ik af en toe wel eens een negatieve reactie op de werkvloer, doorgaans wanneer ik iemand een uitbrander heb moeten geven. ‘Strandjanet’, klinkt het dan in de gang, maar dat soort reacties uit zwakheid laat me volledig koud. Ik word hier immers verplicht om de strandjanet te spelen.”

Man met B-cup

Naar schatting 1 op 3.000 mannen en 1 op 7.000 vrouwen zitten in hetzelfde schuitje als Sofie. Heel wat onder hen durven of kunnen niet openlijk uitkomen voor het feit dat ze transgender of transseksueel zijn. “Zelfs in deze tijden van internet en massacommunicatie blijft de onwetendheid hier rond het grootste obstakel. Hier en daar worden transgenders en transseksuelen nog altijd gelijkgesteld met travestieten die in minirok en jarretellen ronddartelen. De echte transseksuelen – die de volledige transformatie inclusief geslachtsoperatie ondergaan hebben – zijn een relatief beperkte groep. Transgenders – die niet noodzakelijk de ultieme operatie moeten ondergaan om zich gelukkig te voelen - zul je al wat vaker tegenkomen op de werkvloer, maar ook daar is er maar een relatief beperkte groep die zich op het werk echt durft te outen. De zwijgende meerderheid blijft op het werk dus gewoon in de kast. Buitenstaanders beseffen niet hoe lastig het is als je voortdurend met die twee identiteiten moet worstelen. Zelf overweeg ik voorlopig niet om me ook daadwerkelijk te laten opereren, maar ik zou wel graag met een hormonenkuur starten. Al ben ik er nog niet volledig uit hoe ik dat dan praktisch moet oplossen: die hormonen stimuleren op termijn ook de borstontwikkeling. (grijnst) Dan wordt het dus helemaal mooi, als man met het haar in een staartje en gezegend met een fraaie B-cup.”

“Ik heb binnen de T-werkgroep – die zich in Vlaanderen inzet voor de belangen van transseksuelen en transgenders – zelf wat onderzoek verricht naar de problemen waarmee zij op de werkvloer geconfronteerd worden, en ben zo gaan beseffen tot wat een enorme verspilling van talent dit alles vandaag leidt. Heel wat lotgenoten voelen zich ronduit ongelukkig en slecht in hun vel, en presteren dus navenant, of durven nergens te solliciteren uit schrik afgewezen te worden. Bedrijven mogen in theorie natuurlijk niet discrimineren op basis van genderidentiteit, maar een stok om de hond te slaan is vlug gevonden. Als ik echt mezelf wil zijn, ben ik verplicht ander werk te zoeken, maar waarom zou ik alles opgeven wat ik de voorbije jaren heb opgebouwd? Ik doe mijn job graag en word niet slecht betaald, waarom zou ik het risico lopen dat alles te verliezen? Die angst voor het onbekende mag je niet onderschatten, en speelt bovendien ook in twee richtingen: vandaag geef ik hier leiding aan een twintigtal mensen, maar wie garandeert me dat ik bij een nieuwe werkgever opnieuw aanvaard zou worden, zeker als ik een groep mannen zou moeten aansturen? Omgekeerd blijkt uit onderzoek bij transseksuelen en transgenders hier in België heel duidelijk dat ook de meeste werkgevers er niet zitten op te wachten om zo iemand aan te werven. Want hoe zullen de collega’s reageren, en wat met onze klanten? Dus spelen ze vaak op zekerheid en halen ze iemand anders binnen.”

Vaker werkloos

“Zowat 16 procent van de transgenders en transseksuelen in ons land zit zonder baan, een cijfer dat dus bijna dubbel zo hoog ligt als het algemene werkloosheidspercentage”, weet Joz Motmans, socioloog en onderzoeker bij het Steunpunt voor Gelijke Kansenbeleid (UA). Hij leidde in 2009 het eerste grootschalig onderzoek naar transgenders en transseksuelen in België. “Er is dus wel degelijk een probleem. Uit mijn onderzoek blijkt ook dat heel wat van die mensen na hun geslachtverandering een heel andere kant van zichzelf ontdekken, en onder invloed daarvan voor een heel andere sector kiezen of zelfs op zoek gaan naar een nieuw diploma. Vaak vanuit het verlangen om in een baan terecht te komen die beter aansluit bij hun nieuwe persoonlijkheid.” Een en ander lijkt ook bevestigd te worden door getuigenissen in de VS, waar bedrijven op dat vlak een veel opener beleid voeren dan in Europa. Niet in het minst omdat daar ook een goed geoliede lobbymachine actief is die de problemen waarmee transgenders op de werkvloer geconfronteerd worden heel actief op de agenda tracht te zetten. Zo publiceerde Harvard Business Review vorig jaar nog een getuigenis  van een mannelijke manager die zich, na zijn transformatie tot vrouw, plots ook heel anders ging gedragen en op vele vlakken een veel ‘vrouwelijker’ managementstijl ging hanteren. “Ik kan me daar iets bij voorstellen, maar voor zover ik weet is er daarnaar in ons land nooit onderzoek uitgevoerd,” reageert Motmans. “Wel blijkt ruim een kwart van de transseksuelen in ons land na hun outing van job veranderd te zijn. Dat geeft toch aan dat de impact daarvan op de werkvloer niet gering is. Uit mijn onderzoek blijkt overigens ook dat de meeste negatieve reacties van rechtstreekse collega’s komen, en niet zozeer van leidinggevenden of klanten.” Ongepaste nieuwsgierigheid van de collega’s – zeg maar vragen die de privacy stevig aantasten – is daarbij de vaakst voorkomende klacht. Wellicht daarom ook dat heel wat transseksuelen langdurig ziekteverlof opnemen tijdens hun transformatie, een proces dat toch al snel drie jaar aansleept. Joz Motmans: “Onderschat ook de psychische impact van dat transformatieproces niet. Meer dan de helft van de echte transseksuelen gaat achteraf op zoek naar een nieuwe baan. Ook dan is het doodzwijgen van je verleden meestal geen optie: de combinatie van een nieuw geslacht en naam en een oud diploma levert meestal ook wel de nodige vragen op.”
Uit het onderzoek van Motmans kwam ook naar voor dat het werk en de werkomgeving ook de belangrijkste remmende factoren zijn voor transgenders die zich willen outen of voor de volledige transformatie kiezen. Goed 50 procent van hen beslist finaal om zich niet te outen of te laten operen omwille van het werk. Uit schrik om uit de boot te vallen bij nieuwe sollicitaties of om zijn werk te verliezen eens men uit de kast gekomen is. Joz Motmans: “Op korte termijn zal je carrière hier bijna zeker onder te lijden hebben, al hangt een en ander natuurlijk ook sterk af van de persoonlijkheid van de man of vrouw in kwestie én van de werkomgeving zelf. Zelf zou ik de impact op langere termijn nochtans eerder positief inschatten. Het is een cliché als een huis, maar wie zich goed voelt in zijn vel zal op termijn gewoon ook beter presteren. We weten overigens ook dat 1 op vijf van de mensen die uiteindelijk niet uit de kast durven te komen later ook een zelfmoordpoging ondernemen. Overheid en bedrijven zouden er dus goed aan doen om komaf te maken met de taboes op de werkvloer rond dit onderwerp.”

Marleen, maakte eind 2006 komaf met haar verleden als man:

“Ik vermeld nu zelfs in mijn cv dat ik transgender ben”

“Je bent niet wie je wil zijn, je stopt jezelf constant weg en je mist heel wat kansen zo. De dag dat ik eind 2006, in onderling overleg, vertrokken ben bij een van mijn vorige werkgevers, heb ik min of meer komaf gemaakt met mijn verleden als man. De aanleiding voor het conflict met mijn toenmalige baas was nochtans vrij banaal: ik had plots besloten om oorbellen te gaan dragen, en blijkbaar was dat de druppel die de emmer deed overlopen. Diezelfde avond nog heb ik al mijn mannenkleren bij het oud vuil gezet en ben ik me voluit als transgender gaan gedragen. Het voelde aan als een bevrijding, en bij mijn eerste echte sollicitatie als transgender kon ik meteen al aan de slag bij een studiebureau.” Marleen windt er geen doekjes om: ze is transgender, kleedt zich zo en vermeldt het sinds kort zelfs voluit in haar cv. “Vorig jaar ben ik op zoek gegaan naar een nieuwe baan, omdat ik graag dichter bij huis aan de slag wilde. Ik ben tijdens mijn sollicitaties heel open geweest over wie ik ben en hoe ik me voel, en kijk, vandaag ben ik aan de slag als onthaalmedewerker in een openbare bibliotheek. Een redelijk zichtbare baan als je het mij vraagt, maar niemand heeft daar ooit een punt van gemaakt. In mijn geval hebben de openheid en eerlijkheid dus zeker geloond, maar ik vrees dat dit voor een groot deel ook karaktergebonden is. Ik was altijd al heel open en sociaal, maar ik kan me perfect voorstellen dat andere transgenders het op de werkvloer heel lastig hebben om open kaart te spelen. Omdat ze zelf minder sociaal zijn, maar net zo goed omdat de collega’s of het management daar totaal niet open voor staan.”

 

Voor meer info over dit thema: www.t-werkgroep.be