Werk en Wereld: "Ik heb goeie kansen gemist"

Als een koning stottert, levert dat een bejubelde film op over vriendschap, wilskracht en de strijd tegen vooroordelen, getuige The King’s Speech met zijn twaalf oscarnominaties.  Gewone stervelingen die stotteren, moeten solliciteren en gaan werken. De inspanning die ze daarvoor moeten leveren, is vaak niet minder heroïsch.


Een op honderd mensen stottert. Niet noodzakelijk door eindeloos te blijven haken bij de beginletter van elk woord, zoals stotteraars karikaturaal worden voorgesteld. Want ook mensen die veel synoniemen gebruiken, moeilijke woorden vermijden en hun discours steevast aanzetten met hetzelfde vertrouwde woord, kampen met een vorm van stotteren. “Ze proberen hun spraak te controleren”, verklaart Caroline Moerenhout, logopediste en bij de vzw BeSt (Belangengroep Stotterende Mensen) onder meer verantwoordelijk voor sollicitatietraining. “Onder hoge druk durft die controle al eens weg te vallen, zodat ze effectief gaan stotteren. Vandaar het hardnekkige vooroordeel dat stotteren veroorzaakt wordt door stress of trauma’s.”

Stotteren is het gevolg van een neurologische timingstoornis in de aansturing van de spraakspieren. Die spieren geven te vaak dezelfde foutmelding, waardoor ze een ingezette beweging telkens opnieuw willen corrigeren. “Mensen die stotteren ervaren dat als een hapering die ze niet kunnen controleren. Als ze zich te zeer bewust zijn van dat controleverlies zal die hapering zich nog nadrukkelijker manifesteren.”


Mensen die het stotteren willen camoufleren, maken zelden een zelfzekere indruk. “In de feedback na een sollicitatiegesprek motiveren werkgevers de afwijzing steevast door te zeggen dat ‘de persoon zenuwachtig overkwam’ en ‘wellicht niet stressbestendig’ is. Terwijl stress niet de oorzaak is. Iemand die stottert kan perfect stresssituaties aan . Via stottertherapie kan hij zijn spreken beter sturen, dus ook onder hoge druk. Stotteren hoeft ook geen belemmering te zijn voor een goede communicatie, benadrukt Moerenhout. “Vloeiend spreken en goed communiceren betekent niet hetzelfde. Mensen die stotteren gaan net meer aandacht besteden aan een goede luisterhouding en doen extra moeite om de communicatie goed te laten verlopen.”


Moerenhout raadt de sollicitanten aan om open te zijn over hun probleem en uit te leggen wat stotteren precies betekent. “Er in de sollicitatiebrief gewag van maken, heeft weinig zin, maar bij het begin van het gesprek vermeld je het best, zodat meteen alle ruimte voor misverstanden of vooroordelen weggenomen is.”


Faalangst


Een stuk vooringenomenheid van de werkgever mag dan meespelen, ook faalangst van de stotterende kandidaat kan een obstakel vormen op weg naar een job. Robert (26), in 2007 afgestudeerd als burgerlijk ingenieur, stottert bij momenten zwaar, al is daar tijdens het interview weinig van te merken, behalve dat hij sommige klanken meer rekt dan andere en hier en daar pauzes inlast. Pas naar het einde van zijn opleiding verergerde zijn spraakprobleem. “Hoe dichter ik bij mijn eindexamens kwam, hoe moeilijker ik sprak. Ik vond van mezelf dat ik onmogelijk meteen werk kon gaan zoeken, daarom heb ik nog een jaar bijgestudeerd. Mijn idee was dat het probleem zich vanzelf zou oplossen. Niet dus.”


Het jaar ging voorbij en daarmee ook het excuus om sollicitaties nog langer voor zich uit te schuiven. “Ik heb bijzonder veel tijd besteed aan mijn cv. Het was echt een juweeltje. Uiteindelijk heb ik de brieven verstuurd. En het duurde niet lang of ik kreeg telefoontjes van bedrijven die me voor een gesprek wilden uitnodigen.”
Makkelijk heeft hij het zichzelf niet gemaakt, geeft Robert toe. “De helft van de telefoontjes durfde ik niet op te nemen. Ik liet een boodschap inspreken. Wat betekende dat ik zou moeten terugbellen, om dan via omwegen tot bij de persoon te geraken die ik nodig had. Veel van die uitnodigingen heb ik gewoon laten schieten, wat doodzonde was, besef ik nu. Ik heb goeie kansen gemist.”


Robert spreekt ‘gecontroleerd’ zoals hij het noemt, een techniek die hij in de praktijk van logopedist Gert Reunes (oprichter van vzw Best en ex-stotteraar) heeft geleerd. Bij die techniek concentreert de spreker zich op de klanken die hij produceert. “Je overdrijft eerst, zodat je weer de controle voelt over je spraakspieren. Het resultaat klinkt onnatuurlijk, maar dat kun je wegwerken door te oefenen. Als je blijft oefenen, merk je dat het spreken ook in moeilijke situaties vlotter gaat.”


Op het moment dat Robert naar zijn eerste sollicitatiegesprek trok, was hij nog niet met stottertherapie begonnen. “Op de website van Vacature had ik sollicitatietips gevonden. Op basis daarvan had ik een lijstje gemaakt met mogelijke vragen. De antwoorden had ik uitgetikt en van buiten geleerd. Ik was waarschijnlijk een van de best voorbereide kandidaten ooit (lacht). Natuurlijk ging het niet over wat ik had voorbereid. Ik begon zwaar te stotteren en klapte dicht.” Na het eerste volgde nog andere gesprekken. “Ik had op internet gelezen dat je best vooraf vertelt dat je stottert. En dat bleek te kloppen, want het werd als iets positiefs ervaren. Een aantal keer heb ik de tweede ronde gehaald, maar uiteindelijk ben ik nergens aangenomen. De motivering was vaag, iets in de zin van ‘we denken niet dat je in ons profiel past’. Stotteren werd nooit als reden opgegeven. Uiteraard niet. Bedrijven zijn als de dood voor een discriminatieklacht. Maar ik ben zeker dat het er voor iets tussen zat.”


Een bedrijf was wel geïnteresseerd. “Ik had gezegd dat ik zou beginnen met stottertherapie en vroeg om me een kans te geven. Zij stelden voor om na 5 maanden therapie de situatie opnieuw te bekijken. Het voelde echt betuttelend aan. Ik had de indruk dat ze me een ‘plezier’ wilden doen. En dat wilde ik niet. Als ze me niet meteen konden aanwerven op basis van mijn kwaliteiten en de motivatie die ik aan de dag legde, dan had wachten ook geen zin. Ik heb geweigerd.”


Vier maanden later is Robert aan de slag gegaan bij een klein consultancybedrijf. “Het eerste jaar deed ik vooral computerwerk. De presentatie van de studies die ik maakte, nam mijn baas voor zijn rekening. Omdat ik ondertussen flink vooruitgang had gemaakt in de therapie, was ik op zoek naar spreekuitdagingen. Ik had de indruk dat hij me wilde beschermen en daarom ben ik met hem gaan praten. We zijn overeengekomen dat ik de presentaties stap voor stap zou overnemen; eerst een kwartier, dan twintig minuten. Een half uur is voorlopig het maximum. Het is een vermoeiende techniek, omdat je volledig focust op hoe je iets zegt en daardoor de minder aandacht kunt hebben voor de inhoud.” De reacties van klanten en collega’s zijn positief. “Zoals altijd vermeld ik bij het begin kort dat ik stotter. Ik zeg hen dat ik iets trager zal praten. Maar er is niemand die daar een probleem mee heeft. Ze laten mij doen. En het gaat goed.”


Stotteraar kiest voor praatberoep


Hanne Van Steen (24) stottert al zo lang als ze zich kan herinneren. Als ze het al als een beperking heeft ondervonden, dan toch een die haar aanporde om nog harder haar best te doen. “In het middelbaar wilde ik menswetenschappen kiezen, maar volgens de school was dat niet haalbaar vanwege de talen. Daarna had ik mijn zinnen gezet op psychologie, stel je voor, een echt praatberoep. Ik wist dat het niet evident zou zijn, maar ik dacht, ik ga dat gewoon doen.”
Twee jaar geleden is Hanne afgestudeerd als psychologe. Tijdens de opleiding was stotteren nooit een probleem. “Meestal zit je heel anoniem in een auditorium en kom je nauwelijks aan spreken toe. Dat verandert in het laatste jaar, wanneer je op stage moet.” Hanne stond zes maanden op de afdeling gerontopsychiatrie van het AZ Groeninge in Kortrijk. “Het was best griezelig. Van anonieme studente verander je opeens in de psycholoog van dienst. Een moment denk je, dit red ik niet. Maar na een paar dagen wist ik dat het zou lukken. Ik was ook extra gemotiveerd. Ik wilde laten zien dat ik minstens even goed was als de rest. En dat het niet gaat over hoe je praat, maar hoe je met mensen omgaat.”


Aan het begin van haar stage vertelde ze haar collega’s dat ze stotterde. “Het team reageerde heel positief. Ze zeiden dat ik me geen zorgen hoefde te maken, dat ik gewoon op mijn manier moest spreken.” En ook de patiënten namen het goed op. “Er was meteen een soort vertrouwen, omdat ze zagen dat de therapeut ook maar een mens is en dat ik, net als zij, ergens aan moest werken.”
Die openheid bepaalt voor een groot stuk de werkrelatie, zegt Hanne. “Zodra je verteld hebt dat je stottert, maak je duidelijk dat het geen hindernis hoeft te zijn. Je schuift het aan de kant. Dat soort openheid, kun je echter alleen aan de dag leggen, als je zelf vrede hebt genomen met het stotteren.”


Vorig jaar heeft Hanne een specialisatie dans- en bewegingstherapie gevolgd, alleen de eindverhandeling moet nog af. Tussen het schrijven door was ze begonnen met solliciteren. “Twee weken geleden had ik mijn eerste gesprek. Tot voor een paar maanden was dat mijn grootste angst. Als ze konden kiezen tussen mij en vijf anderen, kon ik het wel schudden, dacht ik.” Hanne nam haar therapie weer op bij Caroline Moerenhout en Gert Reunes. “We hebben echt alle mogelijke vragen beantwoord en de situatie ontelbare keren nagespeeld. Toch was ik de dag van het interview doodnerveus.”
Voor ze de eerste vraag beantwoordde, vertelde Hanne dat ze stotterde en via therapie opnieuw controle heeft gekregen over haar spraak. “Tijdens het gesprek hebben we het verder niet een keer over stotteren gehad. Behalve dan dat ik het in mijn voordeel heb gebruikt. Ik wees op mijn voorbeeldfunctie. Patiënten zouden zich voor een stuk in mijn situatie kunnen herkennen. Stotteren heeft mij altijd gemotiveerd om datgene te bereiken wat ik me heb voorgenomen. Ik wilde nooit dat het mijn leven zou bepalen.”
De volgende dag kreeg Hanne het bericht dat ze mocht beginnen. Op 17 februari gaat ze aan de slag als bewegingstherapeute in de psychiatrische dagkliniek voor volwassenen van het Sint-Maarten-ziekenhuis in Mechelen. “Het gaf een geweldige ego-boost. Ik kijk met spanning uit naar die eerste dag, maar ik ga niet met knikkende knieën. Net zoals altijd zal ik me eerst voorstellen en gewoon zeggen dat ik stotter. Ja, ik heb er echt zin in.”


Wat werkgevers zeker moeten weten over stotteren:


1. Stotteren wordt niet veroorzaakt door onvoldoende stressbestendigheid, trauma of onzekere persoonlijkheid, maar is een neurologisch timingsprobleem
2. Een sollicitant zal vermoedelijk meer stotteren tijdens het sollicitatiegesprek dan hij / zij gewoonlijk doet. Stotteren kent echter veel individuele gradaties en variaties. Er zijn ook spreeksituaties waarin mensen die stotteren nauwelijks of minder gaan stotteren.
3. Mensen die stotteren gaan niet altijd spreeksituaties uit de weg. Integendeel, stotteraars doen vaak extra moeite om de communicatie goed te laten verlopen.
4. Stottertherapie kan helpen om het stotteren te leren controleren.
5. Wees bereid om het stotteren bespreekbaar te maken op de werkvloer. Stel gerust vragen over hoe het stotteren zich uit en hoe de persoon ermee omgaat.


Meer info? site van vzw Best: www.stotteren.be


Tekst: Wouter De Broeck - Foto Isabel Pousset