Welke lessen leerde Eva Brems van haar geschiedenisleraar?

Juriste en mensenrechtenactiviste: Eva Brems is van heel wat markten thuis, maar het maatschappelijke engagement loopt als een rode draad doorheen haar carrière. Met bijzondere dank aan geschiedenisleraar Jan Ulens.

Fel gewaardeerde klastitularis

Een klassiek, wat streng ogend hoofdgebouw, omgeven door een uitgestrekt en weelderig park. Zelfs in de zinderende hitte heeft het Heilig Hartinstituut in Heverlee wel iets van een Engelse kostschool uit het midden van vorige eeuw. Al heeft die uitgestrekte tuin ook zijn voordelen, zo blijkt. “Ik heb hier vijftien jaar van mijn jeugd gesleten, maar al bij al was dat een heel fijne periode,” klinkt het bij Eva Brems. “Dit was en is nog altijd een bijzonder grote school – ooit verbleven hier tot duizend internen – maar al die ruimte hier bood ontsnappingsmogelijkheden zat (lacht). Ook voor leerlingen die er tijdens de middagpauze graag even vanonder muisden. Ik heb hier ook enkele vriendinnen voor het leven gemaakt. Vijftien jaar samen, en in die tijd zelfs nog zonder jongens, dat wis je niet zomaar uit.”

Jan Ulens, licentiaat geschiedenis en sinds enkele jaren met pensioen, zong het in Heverlee nog net iets langer uit: 39 jaar om precies te zijn. “Ik heb hier alle leeftijden de revue zien passeren, van 12 tot 18 jaar. Zuster-directrice wilde dat ook zo: zelfs als licentiaat moest je toen ook enkele jaren in het eerste middelbaar voor de klas hebben gestaan. Dat was niet echt mijn ding, maar goed.”

Medio jaren tachtig kruiste het pad van Jan Ulens drie jaar lang dat van Eva Brems, toen wel al in het hoger secundair. Meer nog, in de vijfde Latijn-Griekse ontpopte Ulens zich ook tot een fel gewaardeerde klastitularis. “Ik had jaarlijks minstens honderd nieuwe leerlingen – dat is nu eenmaal het lot van een leraar geschiedenis – maar toch herken ik ze vandaag nog haast allemaal wanneer ik ze toevallig tegen het lijf loop. En ja, dat geldt ook voor Eva, zelfs al in de jaren alvorens ze her en der in de media begon op te duiken. Niet dat ik haar toen al een bepaalde carrière kon voorspellen,  maar het wel was duidelijk dat Eva tot die groep intellectueel sterke leerlingen behoorde voor wie veel mogelijkheden zijn weggelegd. Ook in een grote school als het Heilig Hartinstituut – vandaag goed voor 2.600 leerlingen in het secundair onderwijs – blijft dat toch altijd een eerder beperkte groep. Al heb ik intussen geleerd dat je met dat soort vooroordelen ook moet opletten: als leerkracht moet je achteraf soms erkennen dat ook leerlingen die ogenschijnlijk iets minder potentieel hadden soms heel verrassende uitwegen vinden en het dan toch ver schoppen.”

Puist op de kin

Er zijn wellicht weinig vakken te bedenken waarover de meningen zo sterk uiteen lopen als geschiedenis: sommige leerlingen vinden het doodsaai, anderen kijken er elke week opnieuw weer naar uit. “Ik zat in beide categorieën”, geeft Eva toe. “Pas de laatste twee jaar van het middelbaar  had ik zoiets van “ah, nu vertellen ze me hier eindelijk eens iets interessants. We waren toen stilaan in de moderne tijd aanbeland en plots kwamen daar zaken zoals internationale politiek of de opkomst van het communisme op tafel en dat kon me boeien.  De link tussen het ogenschijnlijk wat abstracte vak geschiedenis en heel wat actuele wereldproblemen werd me plots heel duidelijk, en dat is een pluim die Jan op zijn hoed mag steken. Let op, geen verwijt naar mijn vroegere leraars geschiedenis want zij waren even passioneel met hun vak begaan, maar pas die laatste twee jaar van het middelbaar is er bij mij echt een deur opengegaan die achteraf ook nooit meer gesloten is. Plots kreeg ik het gevoel dat ik op school iets leerde dat me ook in het dagdagelijkse leven van pas kwam om bepaalde gebeurtenissen te plaatsen en te begrijpen. En om heel eerlijk te zijn: met de meeste andere vakken heb ik dat gevoel nooit echt gehad. Latijn of Grieks staan sowieso al iets verder af van de werkelijkheid, en zelfs met vakken als Engels of Frans heeft het lang geduurd alvorens ik het gevoel kreeg dat ik er echt iets mee aan kon.”

Ambitieuze carrièredromen waren in die periode nog niet aan Eva besteed. “Dat is pas later gekomen. Als middelbare scholier lig je nog altijd veel meer wakker van die laatste puist op je kin dan van je toekomstplanning. Toen ik daarna naar de universiteit trok om rechten te studeren, had ik eerder een carrière in de diplomatie voor ogen. In de eerste plaats omwille van het internationale aspect: een jaartje hier, enkele jaartjes daar, dat zei me wel iets. Een andere optie, totaal belachelijk als ik daar nu op terugblik, was economie, geheel in de geest van de jaren tachtig. Gelukkig had ik heel snel door dat dit totaal niet aan mij besteed was. Mijn ouders zijn allebei germanist. Literatuur of politieke wetenschappen boeide me dus ook wel, maar daarin miste ik zowel dat tikkeltje engagement als de carrièremogelijkheden achteraf. Carrière was toen ook geen vies woord meer, maar toegegeven, in de eerste kandidatuur rechten was het snel uit met de pret: massa’s leerstof en vooral blokken en nog eens blokken. Het pure nadenken, het leggen van verbanden, dat was er op dat moment nog amper bij en dat miste ik toen wel.”

Liefde voor Amnesty International

 Jan Ulens: “Daar kan ik me inderdaad iets bij voorstellen. Ik herinner me dat Eva tijdens haar examens geschiedenis ook zelf verbanden ging leggen tussen bepaalde historische gebeurtenissen, en dat ze de leerstof heel gedetailleerd en genuanceerd kon uitleggen. Dat ging een eind verder dan sommige andere goede leerlingen, die de stof wel beheersten, maar daar verder geen bijzondere betrokkenheid bij toonden. Die betrokkenheid snijdt natuurlijk ook langs twee kanten: betrokken leerlingen zijn geëngageerd maar doorgaans ook heel kritisch, en dat gold zeker voor Eva. Sommige initiatieven van de schooldirectie, hoe goed bedoeld ook, werden door haar bepaald kritisch onthaald (glimlacht).”

Nog alvorens ze haar diploma secundair op zak had, toonde Eva zich al bijzonder geïnteresseerd in alles wat met mensenrechten te maken had. Die belangstelling zou ook als een rode draad doorheen haar verdere carrière lopen. Als zestienjarige schreef ze al brieven voor Amnesty International, later werd ze bestuurder van de Liga voor de Mensenrechten en voorzitter van Amnesty International Vlaanderen. Aan de Gentse universiteit doceert ze nu onder meer mensenrechten en verricht ze onderzoek naar vrouwenrechten wereldwijd. “Ik zou niet zo ver durven gaan om te beweren dat mijn carrière er totaal anders zou hebben uitgezien zonder deze lessen geschiedenis, maar ze hebben mijn maatschappelijke betrokkenheid ongetwijfeld verder aangewakkerd. Als ik dat ergens heb opgepikt tijdens mijn middelbare schoolperiode, dan was het ongetwijfeld in die twee uurtjes geschiedenis die Jan ons elke week voorschotelde.

Toegegeven, de school zelf deed ook haar best: het Heilig Hartinstituut werd in Leuven al eens als ’de derdewereldschool’ omschreven, dat zegt genoeg. Hier beneden was er zelfs een winkeltje van ‘de zusters van Kikwit’ (stad in Congo, nvdr). Toen we daarvoor bij een zoveelste Vastenactie nog maar eens geld moesten inzamelen, durfden we wel al eens lacherig te doen over die zusters en hun projecten. Tot ik enkele jaren terug zelf naar Kikwit trok: toen werden al die projecten plots heel concreet en tastbaar en zijn mijn ogen echt wel opengegaan.”

Jongens: een kermisattractie

Jan Ulens begon zijn carrière in Heverlee ergens eind jaren zestig, toen het Heilig Hartinstituut niet enkel als een streng katholieke school oogde maar er ook daadwerkelijk één was. Medio jaren tachtig, toen Eva Brems er haar opwachting maakte, lagen de kaarten al totaal anders. “Op enkele jaren tijd heeft de school een spectaculaire verandering ondergaan. Leerlingen kregen veel meer ruimte, letterlijk en figuurlijk, en persoonlijk vond ik dat een goede zaak.”

Eva: “Je moest niet bepaald hogere wiskunde gestudeerd hebben om hier te ontsnappen, dat klopt. De uitgestrekte tuin bood mogelijkheden zat, en ook het pasjessysteem bij de verschillende uitgangen was verre van waterdicht. In mijn beginjaren zaten er nog geen jongens op school, en dus was de Oude Markt hier in Leuven regelmatig een meer dan aanlokkelijk alternatief. De eerste jongen hier op school – een zekere Werner – dat moment zal ik nooit vergeten. Hij spoelde hier aan samen met een nieuwe richting, Sportwetenschappen of iets dergelijks. Het eerste jaar was hij helemaal alleen, enkele jaren later waren ze al met tien. Toen we gingen turnen, maakten we steevast een ommetje langs de klas met de jongens, waar we dan even traditioneel door de ramen gluurden. Vandaag klinkt dat nogal lachwekkend, maar in die dagen vormden de schaarse jongens echt nog een attractie. Nu, ik houd sowieso heel goede herinneringen over aan al die jaren hier, en ik denk dat dit wel voor heel wat leerlingen het geval was. Met dank aan de geëngageerde leerkrachten die her mijn pad kruisten, ongetwijfeld.”

“Geschiedenis is een vak dat je als leerkracht echt moet waarmaken”, vindt Jan Ulens. “Veel meer dan bij de meeste andere vakken, anders wordt het al snel als overbodig bevonden. De vonk moet dus snel overslaan, je moet als leraar aan je leerlingen duidelijk maken waarom geschiedenis wel degelijk een zekere maatschappelijke relevantie heeft. (Droog) Niet enkel aan je leerlingen overigens: een aantal jaren geleden moesten we zelfs nog op de barricades klimmen om te vermijden dat het vak geschiedenis gewoonweg uit het leerplan geschrapt werd.”

Politieke ego’s

Na een jarenlange carrière aan de Gentse universiteit maakte Eva Brems onlangs een verrassende carrièresprong door in de politiek te stappen. Een stap die ook Jan Ulens wel enigszins verbaasde. “Eerlijk, ik had in haar nooit een politica gezien. Toen ik het nieuws vernam, heb ik wel even gedacht ‘oei, waar begint ze nu aan?’ (lacht). Politiek dat is toch een wereld van vaak heel kleine, alledaagse beslommeringen en conflicten, een wereld van ego’s ook. Wat niet betekent dat ik er van uitga dat ze zal mislukken in de politiek, daar durf ik niet echt een oordeel over vellen. Ze heeft zeker de nodige bagage, het zal er nu op aankomen die ook in de praktijk te kunnen omzetten.”

“Ach, ik besef dat dit iets heel anders wordt, maar het is best complementair met mijn academische carrière. Ook in de politiek zullen mensenrechten mijn corebusiness blijven, maar ik ben bij deze keuze vooral bewust uitgegaan van mijn eigen talenten en vaardigheden: wat heb ik nog in mij dat ik in mijn academische carrière nog niet ten volle heb kunnen ontplooien? En dan beland ik automatisch bij concrete projecten, de aanpak op het terrein, iets waar ik na al die jaren van academisch werk toch wel nood aan had. Ik besef dat dit niet risicoloos is, maar gun mezelf ook de tijd en de kans om desnoods te mislukken."

"En dat van die ego’s, die eigen agenda’s, tja, dat klopt natuurlijk wel. Ik heb toch al wat ervaring in het sociale middenveld, en daar is het relatief eenvoudig: iedereen trekt er solidair aan hetzelfde zeel. Na enkele weken in de politiek heb ik al door dat het spel daar net iets anders wordt gespeeld: binnen een partij trekt iedereen ook aan hetzelfde zeel, maar daarnaast speelt ook die eigen agenda. Ik heb daar geen principiële bezwaren tegen, maar zal er wel naar streven om de persoonlijke én maatschappelijke belangen zoveel mogelijk te laten samenvallen. Ik ben een heel ambitieus iemand, maar die ambitie situeert zich op heel wat terreinen samen en dus kan ik niet anders dan op zoek gaan naar het ideale evenwicht. Ik wil graag resultaten boeken in de politiek, maar tegelijk mag mijn gezin daar hoegenaamd niet onder lijden en wil ik ook op academisch vlak nieuwe uitdagingen opzoeken. Mocht ik in de politiek echt niet kunnen wegen, dan zal ik wellicht vrij snel mijn conclusies trekken. Dat zit nu eenmaal in mij: ik wil me heel graag engageren, maar enkel als ik daarbij ook daadwerkelijk een verschil kan maken. Anders hoeft het voor mij niet.”

Ex-leerling Eva Brems

-Volgde Latijn-Griekse humaniora aan het Heilig Hartinstituut in Heverlee, studeerde daarna rechten.
-Was tot voor kort voorzitter van Amnesty International Vlaanderen en onder meer ook bestuurder van de Liga voor Mensenrechten en van Advocaten Zonder Grenzen.
-Werkt als hoofddocent aan de rechtsfaculteit van de UG
-Werd onlangs ook verkozen als Kamerlid voor Groen.

Leraar Jan Ulens

- Licentiaat Geschiedenis
- Gaf 39 jaar geschiedenis aan het het Heilig Hartinstituut in Heverlee.
- Medio jaren tachtig kruiste het pad van Jan Ulens drie jaar lang dat van Eva Brems, in het hoger secundair.

Tekst: Filip Michiels - Foto: Michel Wiegandt

Verschenen in Vacature Magazine van 17 juli 2010.