Waarop baseert de RVA zich om werklozen te schorsen?

Waarop baseert de RVA zich om mensen tijdelijk of definitief van hun uitkering te beroven? Raf Devos, adviseur bij de directie Werkloosheidsreglementering van de RVA en Wouter Langeraert, adviseur bij de directie Geschillen van de RVA, geven tekst en uitleg.

Na 15 of 21 maanden werkloosheid moet je langsgaan bij de RVA voor een eerste gesprek. Wat moeten we daar ons bij voorstellen?

“In eerste instantie peilen we bij de kandidaat naar zijn profiel en sociale achtergrond. In sommige gevallen kan de sociale context immers een belemmering vormen in de zoektocht naar werk. Daarnaast maken we uiteraard een grondige evaluatie van de inspanningen om werk te vinden. Daarbij kan werkelijk alles aan bod komen, van de klassieke sollicitatiebrief tot het inschakelen van vrienden of sociale netwerken. Op basis van het beeld dat we zo krijgen, proberen we een genuanceerd en correct oordeel te vellen. In sommige gevallen is dat heel eenvoudig, af en toe is dat ronduit moeilijk. Meest problematisch zijn doorgaans die werkzoekenden die de maanden voordien nooit of amper met de VDAB in contact kwamen.”

Wie na het eerste gesprek positief geëvalueerd wordt, moet pas na 16 maanden terugkomen. Is dat niet veel te laat?

“Misschien wel, maar dat is nu eenmaal een politieke beslissing. Zelfs wij horen soms van de werkzoekenden dat het eerste evaluatiegesprek hen echt deugd heeft gedaan, en dat het jammer is dat ze zo lang moeten wachten op een tweede ontmoeting. Maar goed, in dat geval rekenen we dan op de VDAB. En vergeet niet dat een aantal van de werklozen die in hun eerste gesprek een goed rapport kregen achteraf ook relatief vlug een baan vinden.”

Op basis waarvan beoordelen jullie of de werkloze voldoende inspanningen heeft geleverd?

"Het is zo goed als onmogelijk om hierop een algemeen geldend antwoord te verzinnen, maar we hanteren wel één gouden regel: wanneer we finaal de knoop moeten doorhakken, speelt altijd het totale plaatje. Zowel de heel formeel meetbare inspanningen – van sollicitatiebrieven tot attesten die bewijzen dat een werkzoekende zich bij een werkgever heeft aangeboden – als de minder meetbare stappen. Het informele circuit wordt almaar belangrijker bij de zoektocht naar werk, maar onze facilitatoren kennen natuurlijk ook het klappen van de zweep. Blijven we echt twijfelen, dan krijgt de werkzoekende haast altijd het voordeel van de twijfel.”

Is het voor een handige jongen niet te eenvoudig om de gedane ‘inspanningen’ te bewijzen op basis van een handvol sollicitatiebrieven?

“Ook daar gaan we niet over één nacht ijs. Iemand die komt aandraven met vijftig sollicitatiebrieven die toevallig net de laatste twee weken werden verstuurd, valt door de mand. En ik geef het je op een briefje: zo iemand krijgt prompt het etiket ‘niet goed bezig’ opgekleefd.”

Volstaat het volgen van één of meerdere opleidingen als bewijs van goede wil?

“Dat is volledig gereglementeerd. Bepaalde opleidingen stellen een werkzoekende effectief volledig vrij van de verplichting om nog actief naar werk te zoeken. Die werklozen zullen wij dus ook niet oproepen, terwijl de duur van een opleiding ook nooit meetelt in onze beoordeling. Met andere woorden: iemand die zes maanden lang een opleiding volgt, krijgt ook zes maanden langer respijt om door de RVA te worden opgeroepen.”

Kan de RVA, met de huidige middelen, instaan voor een snellere opvolging en evaluatie van de werkzoekenden?

“Vermoedelijk wel, maar het kalf ligt vooral gebonden bij de gewestelijke diensten voor arbeidsbemiddeling. Ik weet niet of VDAB, Actiris en Forem alle werkzoekenden dan nog eerst zouden kunnen ontmoeten.”

Tekst: Filip Michiels

Lees ook:
- Hoe Armand zijn werkloosheidsuitkering definitief verloor
- Na welke termijn verliezen werklozen hun uitkering?
- Hoeveel betaalt de overheid voor al die uitkeringen?