Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

Waarom uw financiële afdeling op eieren loopt

Turbulente tijden op de aandelenmarkten, en dus dreigen kredieten schaars te worden. Financiële managers van bedrijven moeten op andere manieren vers kapitaal verzilveren. Lijdt de financiële afdeling van bedrijven onder de druk nu het woelig blijft op de beurs? We vroegen het de ‘chief financial officers’ van Telenet en Reynaers Aluminium.

Aandelenkoersen schieten als jojo’s op en neer ; banken veranderen van de ene dag op de andere van eigenaar ; het draagvlak voor de euro brokkelt af en de politieke twijfel binnen de EU versterkt de onzekerheid. Hoe schippert een financieel departement van een bedrijf door deze ruwe zee?

Beursgenoteerde ondernemingen als Bekaert en Umicore haakten af toen we hen deze vraag voorlegden. Dat verrast Rudy Aernoudt niet. Hij doceert ‘corporate finance’ aan de Hogeschool Gent en publiceerde zopas het handboek ‘Financieel management toegepast’ (Intersentia, 400 blz., 59 euro). “Vandaag ligt financiële informatie heel gevoelig. Als informatie niet in de lijn van de verwachtingen ligt, kunnen de markten heel extreem reageren. Eén zin uit een artikel kan uitvergroot worden. Uit angst voor repercussies communiceren vele ‘chief financial officers’ (CFO’s) nog alleen via persberichten.”

Bijzonder strategisch

Na de financiële crisis van 2008-2009 bekijken bedrijven hun financieel beheer door een andere bril. Rudy Aernoudt: “Vroeger zat de cfo in een hokje en was hij of zij de uitvoerende specialist die wist hoe goedkopere kredieten te vinden. Vandaag bepaalt het directiecomité hoe het bedrijf zich financiert. De financiën vormen een deel van de strategie. Voor de cfo is dat een tweesnijdend zwaard. Enerzijds werd hij belangrijker, anderzijds beschikt hij over minder beslissingsruimte. Terwijl hij vroeger zelf kon beslissen, moet hij nu vaak te rade gaan bij de top.”

“Er wordt inderdaad veel meer van ons verwacht”, bevestigt Tim Schelfhout. De cfo van Reynaers Aluminium leidt een dozijn financiële medewerkers rechtstreeks. Daarnaast heeft hij medewerkers in de 37 landen waar Reynaers filialen heeft. “De financiële afdeling is veel minder een eiland en wordt meer betrokken bij de strategische besluitvorming. Belangrijk daarbij is dat we alle mogelijke scenario’s in kaart brengen zodat we snel en gepast kunnen bijsturen waar nodig. Zo zien we sinds eind 2011 dat kredietverzekeraars de kredietlimieten verlagen, zodat wij een hoger eigen risico lopen. In 2008 gebeurde dat zeer radicaal: toen werden sommige sectoren in het geheel niet meer verzekerd. Zo erg is het nog niet.”

“Vroeger lag de nadruk op het rapporteren van cijfers. Vandaag moeten we verder kijken: meer controle op de uitgaven en de cashflow en het indekken van de risico’s. Nu de euro verzwakt en onstabiel is, moeten we onze wisselkoersrisico’s meer dan ooit opvolgen en indekken. Vroeger speelde dat minder.”
Tim Schelfhout waarschuwt tegen vakidiotie: “Omdat wij financieel geschoold zijn, hebben we de neiging om te voorzichtig te reageren in tijden van crisis. Financiële specialisten zullen eerder op kostenbesparingen mikken, zodat ze het groeipotentieel soms uit het oog verliezen en ten onrechte saneren in de onderzoeksinspanningen.”

Technologie van de toekomst

Renaat Berckmoes vertelt een heel ander verhaal. Hij is financieel directeur van Telenet. “Voor ons is er de voorbije jaren weinig of niets veranderd, want Telenet is een wat aparte onderneming, die maandelijks voor 85 procent van zijn omzet bij honderdduizenden klanten abonnementsgelden int. Daarom is onze cashflow zeer stabiel.”

Naast de klassieke financiële functies zoals de boekhouding, de controlling en de belastingsafdeling, volgt hij ook de aankoop en logistiek op. Hij heeft een zeventigtal medewerkers voor de financiële taken, van wie de helft boekhouders. “Onze grootste uitdaging is de keuze voor de juiste technologie voor de toekomst. Indien we ons vergissen in onze kostenberekeningen en de verkeerde technologie kiezen, kan dat Telenet een serieuze kater bezorgen. Want zo’n investering gaat twintig, dertig jaar mee. Het is extra moeilijk omdat België (samen met Zuid-Korea, Singapore en Nederland) technologisch een pioniersrol speelt op vlak van internet en iDTV; we moeten dus sneller zijn dan onze concurrenten.”

Renaat Berckmoes beheert ook de grote schuldenlast – van 3,5 miljard euro – van Telenet: “De impact van de crisis op onze schuldenlast is heel beperkt. Het beheren van die schuld is echte financiële spitstechnologie. We zorgen voor een voldoende grote buffer, zodat we onafhankelijk zijn van de evoluties op de markten. We trachten de schuld te financieren zodat ze voor vijf jaar veilig is. Onze eerste serieuze vervaldag ligt in 2017. Zodra we een aantrekkelijke opportuniteit zien in een bepaalde deelmarkt, stappen we in. Zo is momenteel een uitgifte in de dollarmarkt 1,5 procentpunt goedkoper dan een obligatie in euro. Dat is tijdelijk, omdat de Amerikanen momenteel graag aan Europese bedrijven lenen, maar niet in euro, omdat ze vrezen dat die zou kunnen verdwijnen. Telenet heeft een sterke naam omdat we onze schulden in het verleden altijd netjes afgelost hebben.”

Iedereen een rating

Tot voor kort klopten de Belgische bedrijven voor hun kredieten bijna altijd aan bij de bank. Maar momenteel bouwen de banken hun kredietportefeuille af en dreigt een kredietschaarste. Een financieel rapport door een kredietbeoordelaar, ‘een rating’, is een toegangskaartje voor de kapitaalmarkt waarop almaar meer bedrijven beroep doen. Daarom zullen meer en meer bedrijven een rating nodig hebben.

“Onze bedrijven zullen moeten leren leven met een quotering van hun financiële sterkte door een ratingbureau”, zegt professor Rudy Aernoudt. “Die taxatie bepaalt mee hoeveel het gaat kosten om vers geld aan te trekken. De zwakke financiële situatie van een bedrijf wordt morgen ook een nadeel in de concurrentiestrijd. Toch kennen de meeste bedrijven vandaag hun eigen rating niet. Met die nieuwe filosofie zullen ze moeten leren leven.”
“Bij Reynaers telt dat veel minder omdat wij financieel zeer gezond zijn. Maar bij sommige klanten en leveranciers kan die evaluatie wel een rol spelen, als ze minder gezond worden ingeschat”, bevestigt Tim Schelfhout.

“Een rating is niets nieuws voor ons”, zegt Renaat Berckmoes. “Telenet heeft al van 2003 een beoordeling: een ‘BB’ bij Standard & Poor’s. In mijn ogen moet elke onderneming uitzoeken welke beoordeling het beste bij haar past. Dat is niet altijd de hoogste AAA-rating.”

Aantrekkelijk werk

De onzekerheid op de markten jaagt de sollicitanten niet weg. “Juist omgekeerd, door de crisis werd ons werk aantrekkelijker”, gelooft Tim Schelfhout. “Vroeger had de boekhouder een grijs imago. Vandaag verlangen we onder meer ook analytisch vermogen. De jobs werden boeiender.”

Ook Renaat Berckmoes ondervindt geen noemenswaardige problemen om mensen aan te trekken: “Met 2 procent heeft de financiële afdeling het laagste vrijwillige verloop binnen heel Telenet. Alleen het rekruteren van boekhouders is moeilijk. Maar via de stagiairs uit de omliggende scholen genieten we van een natuurlijke toestroom. En de mooie prestatie van ons aandeel in de Bel20 levert een grotere zichtbaarheid op, wat het aantrekken van medewerkers nog vergemakkelijkt. Het vertrouwen in ons bedrijf is nu groter.”