Waarom een vacature beter het salaris bevat

Belgische bedrijven publiceren vacatures met weinig of geen informatie over salaris of extralegale voordelen. Maar sollicitanten verwachten meer, aldus een nieuwe studie onder leiding van professor Xavier Baeten van de Vlerick Managementschool.

‘We bieden een aantrekkelijk salaris in overeenstemming met uw ervaring’. Met deze verhullende zin maken vele bedrijven er zich van af in de personeelsadvertentie waarmee ze u of andere kandidaten willen aantrekken. Alleen de openbare besturen zoals ministeries en universiteiten en het uitzendbureau Randstad lichten in ons land meer dan een tip van de sluier. Randstad schrijft dat een startende consulent 2.050 euro bruto zal verdienen, aangevuld met extralegale voordelen.

“Je gebruikt beter geen vage zinnen in een advertentie. Zo’n vage boodschap is de prijs van de drukinkt niet waard”, glimlacht Brecht Decroos, associate director bij Hudson, het hr-adviesbureau dat samen met de ploeg van Xavier Baeten van het Centre for Excellence in Strategic Rewards (Vlerick School)  een onderzoek verrichtte naar het vermelden van het salaris in personeelsadvertenties. “Volgens ons dubbelonderzoek bereikt een organisatie met zo’n nietszeggende boodschap de sollicitant niet.”

Salarishuishouden in orde brengen

In Groot-Brittannië vermelden de bedrijven het bruto jaarsalaris heel expliciet in advertenties. Sommige bedrijven wijden zelfs uit over de voordelen. “Ik vond zelfs een organisatie die pocht dat de gezochte kandidaat naar exotische oorden op vakantie mag en dat hij driesterrenrestaurants mag bezoeken. Op die manier onderscheiden ze zich wel van de concurrentie”, weet onderzoeker Bart Verwaeren. “De Britten zijn cultureel meer open over hun loon. Dat is bij ons juist omgekeerd.”

In het eerste deel van het dubbelonderzoek kregen 285 hooggeschoolde en veelal ervaren jobzoekers uit de gegevensbank van Hudson fictieve advertenties voorgeschoteld met salarisinformatie die varieerde van geen tot heel gedetailleerde cijfers. De deelnemers verkiezen veruit de heel gedetailleerde informatie. “Ook heel opmerkelijk: de deelnemers voelen weinig verschil tussen een advertentie met een beetje vage informatie en een advertentie zonder informatie. Een werkgever kan dus even goed niets zeggen dan zo’n vage omschrijving te presenteren”, aldus onderzoeker Bart Verwaeren.

Professor Baeten: “Sollicitanten reageren vlotter op advertenties met meer specifieke informatie, onder meer over het salaris. Want door die informatie kan de sollicitant zich een beter beeld vormen van wat soort kandidaat het bedrijf juist zoekt. Het is één factor waarmee de kandidaat rekening houdt om in te schatten of hij wel past in de organisatie. Daarom wordt openheid gewaardeerd. Ook kunnen de bedrijven met een duidelijkere communicatie over hun salarissen en andere voordelen gemakkelijker een doelgroep aanspreken die relevant is voor hen als sollicitant. Het salaris is een sterk signaal. De kandidaat creëert zich op basis van dit cijfer een beeld van de organisatie. Daarom moet er degelijk over nagedacht worden.”

Lang niet alle organisaties kunnen die openheid aan. Brecht Decroos waarschuwt: “Cijfers geven is niet zonder risico’s. Enerzijds schrikt een bedrijf de kandidaten af die meer verwachten dan wat het publiceert. Anderzijds moet het gepubliceerde cijfer ‘herkend’ worden binnen de organisatie. Het cijfer moet overeenkomen met de salarissen en de vergoedingen die de huidige medewerkers ontvangen. Of er zit meteen een haar in de boter. Daarom moet een organisatie die met cijfers uitpakt, eerst haar interne salarishuishouden in orde hebben, en daarover gecommuniceerd hebben met haar werknemers.”

Mobiliteitsbudget van 600 euro

In de tweede enquête vroegen de onderzoekers welk deel van het hele vergoedingspakket 340 sollicitanten verkozen die bij zeven ondernemingen een procedure doorliepen. “We hebben die sollicitanten telkens een mengeling van voordelen voorgeschoteld. We wilden uitzoeken aan welke soort informatie de kandidaten het meeste belang hechten”, legt Bart Verwaeren uit.

Blijkt dat de werkzoekers vooral specifieke informatie wensen over de extralegale voordelen en over het directe salaris. Heel gedetailleerde informatie over de niet-financiële voordelen, zoals een flexibel werk-rooster of opleidingen, is veel minder gevraagd. Waarom maken de kandidaten dit onderscheid? Bart
Verwaeren: “Waarschijnlijk heeft het met geloofwaardigheid te maken. Een bedrijf dat zegt een mobiliteitsbudget van 600 euro per maand ter beschikking te stellen, is veel duidelijker dan een bedrijf dat in een advertentie uitpakt met zijn ‘prettige werksfeer’. Nochtans pakken de Belgische bedrijven juist meer uit met begrippen als ‘dynamische werkomgeving’. Kandidaten vinden dat mooie beloftes waar ze doorheen kijken.”

In dit onderzoek hechten vrouwen iets minder belang aan het vaste salaris en meer aan de andere financiële en niet-financiële voordelen. “In al onze onderzoeken blijkt die voorkeur van de dames voor een evenwicht tussen privé en werk en hun tijdsbesteding. Mannen gaan voor de auto’s en het financiële plaatje. Logisch dat ze dus ook meer specifieke informatie willen daarover”, vult professor Baeten aan.

Wachten op de krapte

Hij verwacht niet dat de Belgische ondernemingen onmiddellijk meer harde informatie zullen vrijgeven in hun advertenties: “Deze studies geven aan dat er een enorme kloof gaapt tussen wat de bedrijven doen en wat ze zouden kunnen doen. De voorbije tien jaar kregen werkzoekenden een veel beter inzicht in de salarisniveaus en de verschillende voordelen. Maar ik vrees dat de krapte op de markt nog veel dramatischer moet worden, voor de bedrijven meer informatie verstrekken om vlotter kandidaten aan te trekken.”

Ook Brecht Decroos rekent niet direct op een revolutie: “Wij stellen de voorbije jaren bijzonder weinig verandering vast bij onze klanten. Buiten enkele uitzonderingen vragen de klanten om vaag te blijven over het salaris in een advertentie. Wel pakken kandidaten tijdens de sollicitatiegesprekken veel sneller uit met hun salarisverwachtingen. Ik hoop dat dit onderzoek het nut van meer informatie aantoont.”