Waarom de powernap in opmars is

We slapen almaar minder, en dat heeft verregaande consequenties, niet het minst op de werkvloer. Bedrijven zouden er goed aan doen slaapstoornissen bij hun medewerkers ernstig te nemen: wie slecht slaapt, is minder productief, is vaker afwezig en loopt een groter risico op een burn-out.

“Honderd jaar geleden sliepen we, ruw geschat, gemiddeld een uur meer per nacht dan vandaag. Wetenschappelijk gezien gaan we ervan uit dat we gemiddeld minstens 7,5 uur slaap nodig hebben, maar heel wat mensen komen zelfs niet meer in de buurt.” Raymond Cluydts weet waarover hij praat. Hij is een van de medeoprichters van het Slaapcentrum in het Antwerpse universitair ziekenhuis, en is tegenwoordig vooral actief als slaapconsultant voor bedrijven, die almaar vaker een beroep doen op dit soort specialisten. Wat hem nog het meest zorgen baart, is dat de meeste mensen er bewust voor kiezen om minder te slapen, waarbij ze er min of meer van uit lijken te gaan dat slapen tijdverlies is. “’s Avonds willen ze meer tijd voor sport of voor hun sociaal leven, ’s morgens komen ze vroeger uit de veren om de files voor te zijn. In het weekend proberen ze dan wat slaap in te halen, maar zo eenvoudig is het niet: het slaaptekort dat je accumuleert in de loop van de week kan je nooit volledig inhalen.” Naast het puur kwantitatieve gegeven speelt er ook een kwalitatief aspect: wie niet goed slaapt, of tijdens de ‘verkeerde’ uren slaap inhaalt, voelt zich niet uitgerust. “Een goede nachtrust zorgt ervoor dat je de volgende ochtend cognitief en emotioneel met een propere lei start.”

Sleeponomics

Mocht je aan tien willekeurige Vlamingen vragen wat hen nu precies een slechte nachtrust bezorgt, dan kan je er gif op innemen dat ‘stress’ bijzonder hoog scoort. “Stress vertaalt zich heel snel in een slechte slaapkwaliteit. Mensen die goed met stress kunnen omgaan, slapen dus beter. Meer nog: topmanagers zijn doorgaans mensen die over een bepaald neurobiologisch substraat beschikken dat hen toelaat heel goed te functioneren met bijzonder weinig slaap. Hoe de vork in de steel zit, is nog niet helemaal duidelijk. Het grote gevaar is evenwel dat die mensen ook van hun medewerkers verwachten dat ze lange dagen kunnen kloppen. Het gevolg? Meer stress, slaapproblemen en op langere termijn ook burn-out. Haast iedereen die geveld wordt door een burn-out, kampt al maandenlang met slaapproblemen. De link tussen werk en slaapstoornissen is dus evident, en ook artsen gaan daar vaak veel te licht over.”

Aan de overkant van de grote plas lijkt het tij nu stilaan te keren. Een begrip als ‘sleeponomics’ is daar al stevig ingeburgerd. Meer nog: die markt is intussen tientallen miljarden dollars waard, wat zich vertaalt in aromatische hoofdkussens, speciale slaapcabines voor een powernap,of ‘hoofdzakken’ voor een korte siësta op kantoor. Bedrijven huren er specialisten in voor slaapadvies op maat, en zeker in productieomgevingen worden de werk- en rusttijden van werknemers aangepast in functie van het ideale slaapritme.

“Dit klinkt misschien overdreven” stelt Raymond Cluydts. “Maar vergis je niet. In zowat alle grote rampen van de voorbije jaren – van Bhopal tot de ‘Herald of Free Enterprise’ – speelde slaaptekort een kapitale rol. Anderhalf uur minder slapen dan wat je nodig hebt, vermindert meteen je alertheid met 32 procent. Nefast voor wie een job uitoefent waarbij continue aandacht een basisvereiste is. Ook je tolerantiegrens zakt, en je wordt humeurig. Bij kantoorwerkers verandert daardoor de groepsdynamica en gaat het beslissingsvermogen achteruit. Die symptomen zouden voor managers dus een teken aan de wand moeten zijn. Daarnaast gaan de geheugenfuncties achteruit: heb ik dat nu al gedaan, of niet? Het wordt bovendien lastiger om nieuwe kennis te verwerven. Een goede nachtrust consolideert immers wat je de voorbije dag hebt aangeleerd, en de ballast wordt overboord gegooid. Bij een volgehouden slaaptekort gaat ook je immuunsysteem eronder lijden en neemt het risico op een depressie of een burn-out toe.”

Machomodel

Er is ook goed nieuws: bedrijven kunnen zelf inspelen op het almaar aanzwellende slaaptekort, al zullen we daarvoor met ons allen moeten afstappen van wat Cluydts omschrijft als het machomodel: ik kan best nog enkele uurtjes doorwerken zonder te slapen. “De druk wordt almaar hoger, en net daarom moeten we anders gaan werken. Dat geldt in eerste instantie voor piloten, artsen, chauffeurs, of andere beroepen waar de kleinste fout tot ware catastrofes kan leiden, maar net zo goed voor kantoorwerkers. Een hazenslaapje kan wonderen doen en het rendement en prestatieniveau van iemand plots een stuk optrekken. Zeker in Azië is dat besef al volledig doorgedrongen. En in Amerikaanse steden heb je al centra waar werknemers zich tussen de middag twintig minuutjes kunnen terugtrekken om even bij te slapen. Enkele recente studies rond slaapgewoonten, gezondheidsklachten en werktevredenheid in verschillende bedrijven daar spreken boekdelen: terwijl arbeiders eigenlijk 7,6 uur slaap wensten, kwamen ze hooguit aan 6,4 uur. In de groepen met een duidelijk slaaptekort lag de productiviteit duidelijk lager en liep het absenteïsme op met vijf tot negen dagen extra per jaar. Ook in eigen land merk ik stilaan een kentering, waarbij het vaak de CEO’s zijn die eerst aan de alarmbel trekken, omdat zij ook eerst ervaren hoe verregaand de gevolgen van slaaptekort kunnen zijn.”

Tekst Filip Michiels
Fotografie Annelie Vandendael