Vliegende verzorgers verlichten werkdruk in rusthuizen

Gewagen van personeelstekort in de rusthuizen, is een open deur intrappen. Een proefproject met ‘vliegende verplegers’ moet de hoogste nood helpen lenigen. Door het opvangen van afwezigheden halen die mobiele krachten of ‘vlinders’ heel wat druk van de ketel.

Op zich zijn ze niet nieuw, die ‘vliegende verpleegkundigen’. “Het systeem bestaat al sinds 2000 in de ziekenhuizen”, vertelt Debbie Verschueren van koepelorganisatie Zorgnet Vlaanderen. “Sinds november vorig jaar loopt een twee jaar durend pilootproject  in 55 woonzorgcentra.” De term ‘vliegende verpleegkundige” dient in de ouderenzorg wel genuanceerd: in meer dan 90 procent van de gevallen gaat het over zorgkundigen  –  die kunnen, onder toezicht van een verpleegkundige, een aantal verzorgingstaken uitvoeren. “Maar dat is ook niet verwonderlijk.  Er werken nu eenmaal  meer zorg- dan verpleegkundigen in de rusthuizen.” En ook het ‘vliegen’ blijkt  relatief, want de mobiele medewerkers zijn aan één welbepaalde instelling verbonden, waarbinnen ze op verschillende afdelingen kunnen worden ingezet. De verloning van de mobiele medewerkers gebeurt volgens de gebruikelijke barema’s - ze doen tenslotte hetzelfde werk als de vaste medewerkers - maar het staat de instellingen vrij om de job op een of andere manier aantrekkelijk te maken, door een gunstig uurrooster bijvoorbeeld.  

Een van de deelnemers aan het proefproject is Woonzorgcentrum (WZC) Leiehome in Drongen, een instelling van Zorgnet Vlaanderen met 166 bedden en 140 medewerkers.  “Gebaseerd op de grootte van onze instelling, kregen wij twee voltijds equivalenten toegekend”, vertelt Dirk De Meester, hoofd zorgverlening. “Die hebben we verkaveld in vier halftijdse zorgkundigen, evenveel als we afdelingen hebben. Elk van die mobiele zorgkundigen is verbonden aan een ‘moederafdeling’, waar hij of zij ook terechtkan voor administratieve zaken, maar kan in iedere afdeling worden ingezet als vervanger bij onverwachte afwezigheden, bijvoorbeeld door ziekte. Dat betekent dat we geen vaste mensen moeten oproepen die op dat moment vrij hebben, of dat ons regulier personeel niet ongepland een langere shift moet draaien." 

"Een groot voordeel want het zijn vaak die extra inspanningen die de werklast opdrijven en de combinatie met het privéleven bemoeilijken. Bovendien zijn die mobiele medewerkers voldoende vertrouwd met de bewoners en de organisatie van iedere afdeling, waardoor ze snel inzetbaar zijn en niet eerst een briefing van twee uur nodig hebben, zoals je bij externe vervangers moet doen. Zijn er geen afwezigheden, dan komt de mobiele persoon bovenop de basisbezetting, wat de werkdruk gevoelig vermindert voor het hele team.”

Efficiënt verzorgen

Voor Dirk De Meester vangt de mobiele equipe dus heel wat problemen op, al geeft hij toe dat dit ene pilootproject geen antwoord kan bieden op alle personeelstekorten in de sector. Of hij zich kan vinden in de steeds vaker gehoorde stelling dat rusthuizen misschien beter hun werking updaten in plaats van hun personeelsbestand verder uit te breiden? “Efficiëntieverhoging is geen vies woord in de zorgsector.  Net als alle andere arbeidsorganisaties moeten zorginstellingen hun processen zo efficiënt mogelijk organiseren. Je lost ook niet alles op met meer personeel. Het is niet betaalbaar en bovendien zal het steeds moelijker worder om de mensen te vinden."

"In ons geval betekent dat: de zorg zo organiseren dat je maximale tijd kan besteden aan de bewoners. Dat impliceert dat onze mensen over het juiste materiaal beschikken en dat onze afdelingen architectonisch goed in elkaar zitten. Bij de verbouwing van onze nieuwe vleugel hebben wij erop toegezien dat mensen zo weinig mogelijk verloren stappen moeten zetten. En verder is het een kwestie van bewust stil te staan zijn bij de kwaliteit van je werk: als je maar een kwartier hebt voor je bewoner, besteed dat kwartier dan integraal aan die persoon, en verlies geen 5 minuten door te praten met een collega.”

Zowel Verschueren als De Meester hopen dat de vliegende medewerkers in de ouderenzorg een blijver zullen zijn. “In het sociaal akkoord 2011 is een eerste stap gezet in de richting van een veralgemeende toepassing”, zegt Verschueren. “Maar met slechts 105 voltijds equivalenten gaat het nog maar om een druppel op een hete plaat.”

Lees ook de getuigenis van Sylvie Pillet, vliegende verzorgster.

Tekst: Karin Eeckhout