Vliegende verpleegkundige Sylvie Pillet fladdert van de ene afdeling naar de andere

Sylvie Pillet (39) werkt als ‘vliegende zorgkundige’ in WZC Leiehome. Wanneer we haar treffen, is ze net bezig een bewoonster gerust te stellen die zich zorgen maakt over een gepland doktersbezoek.

Ze doet het met die typische mix van mildheid en kordaatheid waarop mensen in de zorgsector een patent lijken te hebben. Sylvie studeerde destijds kinderzorg en werkte een tijdlang in een crèche, tot ze thuisbleef om haar vier kinderen op te voeden.

“Precies een jaar geleden kon ik hier beginnen. Van kinderen naar bejaarden, het is een stap die ik wellicht niet zou gezet hebben toen ik jonger was, maar ik heb er nog geen spijt van gehad. Eerlijkheidshalve moet ik erbij vertellen dat ook het interessante uurooster mij over de streep heeft getrokken. De ene week doe ik de ochtendshift, dan heb ik de namiddag en de avond vrij voor mijn huishouden en kinderen. De andere week heb ik de avondshift en kan ik de kinderen nog afhalen en helpen bij hun huiswerk. Ik werk slechts 1 zondag  en feestdag op 4, en nooit op zaterdag, terwijl de vaste medewerkers 1 volledig weekend op 3 dienst hebben.  Nog een voordeel: mijn shifts liggen vast, terwijl die bij anderen al eens kunnen wisselen. Wij mogen als vliegende medewerker zelfs geen overuren doen. Natuurlijk zijn er noodgevallen. Als er iemand sterft, bijvoorbeeld, dan blijf je langer."

"Als er er iemand ziek is op een van de afdelingen, dan vervang ik die. Dat betekent dat de collega’s geen onverwachte overuren moeten kloppen of worden opgeroepen wanneer ze vrij zijn. Je begrijpt dat ze mij altijd graag zien komen (lacht). Is iedereeen op post, dan werk ik op mijn moederafdeling, het gelijkvloers, als extra kracht. In dat geval kunnen we eens een taak opnemen waar we anders niet toe komen, of wat langer babbelen met de bewoners."

"Dat ik op verschillende afdelingen kom, vind ik geen probleem, ik hou van de variatie. Ik kom in contact met méér bewoners en werk met méér collega’s samen, maar in grote lijnen is de manier van werken dezelfde. Op het gelijkvloers ken ik alle bewoners bij naam, in andere afdelingen is dat niet altijd zo. Als het een tijdje geleden is dat ik op een bepaalde afdeling heb gestaan, dan krijg ik de nodige informatie van de collega’s, en ik kan alle gegevens over de bewoners ook terugvinden in de computer. Ik zie ze in ieder geval voldoende om een band met hen op te bouwen. Het helpt dat ik zelf nogal een vlotte babbelaar ben. Ik stel mij ook altijd voor, leg uit dat ik een collega vervang. Weet je trouwens hoe ze mij noemen? De vlinder (lacht). Omdat ik van de ene verdieping naar de andere fladder. ”

Stel dat het pilootproject stopt na 2 jaar, wat dan? (zonder aarzelen): “Dan vraag ik mijn baas direct naar een andere job. Al zal ik dan wellicht wat toegevingen moeten doen wat mijn uurrooster betreft.”

Tekst: Karin Eeckhout