Vincent Gerkens (28), industrieel ontwerper met groene roeping

Een farmaceutisch bedrijf in het Luikse: het is wel de laatste plaats waar je een beloftevol ontwerper verwacht. Maar Vincent Gerkens (28) is wellicht even realistisch als creatief, en dus mag het geen verbazing wekken dat hij – met een diploma industrieel design op zak – al ruim anderhalf jaar meedraait tussen anticonceptiva en producten die de vrouwelijke intieme zones moeten aanspreken.

“Ach, als ik echt hopen geld wilde verdienen, of puur in termen van carrière maken droomde, dan heb ik wellicht niet de beste keuze gemaakt. Maar het tekenen en ontwerpen zat er al van kindsbeen af in. En dus was het niet zo onlogisch dat ik me na de middelbare school heb ingeschreven op de afdeling industrieel design van La Cambre.”

“Bij design denken de meeste mensen spontaan aan auto’s of meubelen, maar je zou er van versteld staan hoe belangrijk industrieel design is bij het ontwerpen van de banaalste gebruiksvoorwerpen. Mijn huidige werkgever was eigenlijk op zoek naar een graficus. Omdat interessante banen als industrieel designer nu eenmaal niet zo dik gezaaid liggen, heb ik mijn kans gewaagd. Samen met mensen uit productontwikkeling kwam ik al vlug tot de vaststelling dat hier wel mogelijkheden lagen op vlak van ontwerp en design. En dus buig ik me nu vier dagen op vijf over zowat alles wat hier de deur uitgaat, van marketingcampagnes over heel gespecialiseerde bijsluiters tot verpakkingen van anticonceptiemiddelen. Omdat mijn ambities op termijn verder reiken, reserveer ik wekelijks een dag voor mezelf. Om mijn eigen ding te doen, nieuwe ontwerpen te tekenen, op zoek te gaan naar innovatieve concepten.”

Amper afgestudeerd kreeg Vincent al meteen een aanbod om voor Brico een nieuwe lijn van tuinmeubelen te tekenen. “Daarna kon ik drie maanden stage volgen bij een groot industrieel designbureau in Rotterdam en heb ik acht maanden stage gedaan bij Tupperware. Veel geld heb ik daar allemaal niet aan overhouden, maar het staat wel mooi op je visitekaartje.”

Enkele jaren geleden ontwierp hij samen met enkele oud-studiegenoten een lamellensysteem dat niet enkel de zon buiten houdt maar tegelijk ook zonne-energie kan opslaan. Die energie kan dan later aangewend worden voor andere toepassingen, bijvoorbeeld om de kamer te verlichten. “Ik heb daar veel enthousiaste reacties op gekregen, ook van een aantal bedrijven. Omwille van de technische complexiteit zijn we er voorlopig echter nog niet in geslaagd om het te commercialiseren.”

In 2008 won Gerkens de publieksprijs bij de Belgian Young Design Award. Vorig jaar was het opnieuw raak en kroonde hij zich tot winnaar van Design 11, een ontwerpwedstrijd opgezet door de Europese Unie. Ditmaal met een soort terracotta pot waarin voedingswaren een tijdlang koel kunnen worden bewaard zonder dat er stroom aan te pas komt. Niet toevallig is het een vondst waarbij het ecologische aspect opnieuw een sleutelrol speelt. “Dat soort ecodesign biedt voor mij een toegevoegde waarde, omdat ons huidige consumptiepatroon op heel wat vlakken niet langer houdbaar is. Als industrieel ontwerper moet je op zoek naar innovatieve oplossingen die tegelijk mooi en  technisch vernieuwend zijn én commercieel potentieel hebben. Dat is een lastige evenwichtsoefening. Vooral het commerciële aspect is niet bepaald mijn sterkste kant, maar ik ben nog jong en tracht me voorlopig dus vooral te focussen op het pure ontwerpen.”

Pedaalemmer

Dat Geerkens talent heeft, daar bestaat weinig twijfel over. Of België niet te klein is om dat talent ook echt commercieel te verzilveren, dat is een ander paar mouwen. “Voor een jonge ontwerper is het haast onmogelijk om als zelfstandige te overleven. Ik heb er dan ook geen probleem mee om in eerste instantie voor een bedrijf te blijven werken. Je zou ervan versteld staan in welke bedrijven ze vandaag al een beroep doen op industriële ontwerpers. Vooral in de Scandinavische landen is het besef van het nut van industrieel design al heel sterk doorgedrongen. Ik zie op dat vlak nog veel potentieel in ons land. Als ontwerper moet je in eerste instantie een uitstekende observator zijn, oog hebben voor potentiële noden. Aan mij dus om bedrijven ervan te overtuigen dat ik hun op dat vlak echt wel een meerwaarde kan bieden. Industriële ontwerpers zijn natuurlijk geen ingenieurs: wij gaan niet enkel op zoek naar technische innovaties, maar proberen in eerste instantie het ruimere kader in vraag te stellen. In onze opleiding krijgen we wel wat technische bagage mee – vooral materiaalkennis –, maar natuurlijk veel minder dan een ingenieur.”

Vandaag werkt Vincent aan een soort pedaalemmer op een draaivoet waarin verschillende afvalcompartimenten voorzien zijn. Hij borduurt daarbij voort op de trend om afval in verschillende fracties te scheiden. “Terwijl de doorsnee consument vandaag één echte vuilnisbak heeft voor zijn dagelijkse restafval en pakweg glas en papier apart bewaart, wil ik nu proberen dat alles in één systeem te integreren. Waarbij ik gebruik maak van het op zich geniale systeem van de pedaalemmer, maar dat tegelijk verder ontwikkel in functie van nieuwe maatschappelijke noden.” Gerkens klopte aan bij de Franstalige gemeenschap voor subsidies om een eerste prototype te ontwikkelen, zonder dat er uiteraard een garantie is dat hij ooit een bedrijf vindt dat er brood in ziet. De eeuwige uitdaging voor de grafische ontwerper: “We zwoegen vaak maandenlang aan een ontwerp, maar finaal zijn het de marketing- en verkoopsafdelingen die het licht op groen moeten zetten. Nu, ik klaag niet hoor: mijn potlood en notaboekje zijn mijn lange leven.”

Tekst: Filip Michiels