Van de regen in de drop:2 geschorste werklozen getuigen

1)Langdurig werkloze Thierry Wlazlak (38): tijdelijk geschorst na twee gesprekken bij de RVA

“Een definitieve schorsing is een doodvonnis”

“De budgetmeter voor gas en elektriciteit in de hal staat er nog maar sinds een paar weken. Het tastbare bewijs dat mijn tijdelijke sanctionering door de RVA zich vandaag nog laat voelen.”  Dik een jaar geleden zakte de uitkering van de alleenstaande Thierry Wlazlak tijdelijk van 900 naar 600 euro. “Ik was mijn actieplan na het eerste gesprek niet nagekomen.” Wlazlak had na die eerste verwittiging een verplicht contract ondertekend waarin hij zich engageerde om meer te solliciteren.  “Tijdens dat tweede gesprek een paar maanden later had ik maar één attest mee als sollicitatiebewijs. Ik geef toe, administratie is niet mijn sterkste punt. Maar ik vraag soms opzettelijk geen attest aan een werkgever, als ik voel dat het de ernst van mijn sollicitatie ondermijnt. Eerst ga je vol overgave voor een job, om dan op het einde met hangende pootjes een papiertje te moeten vragen. Dan kom je uiteindelijk over als een werkonwillige die enkel solliciteert om zijn uitkering te behouden. In wezen is er niets veranderd. Vroeger kreeg je een stempel van de dop, nu van de werkgever. Lang niet alle werkgevers zijn er mee gediend de job van stempellokaal over te nemen.”

Nepvacatures

“Ze zeggen altijd: ‘al die vacatures op de WIS-computer van de VDAB blijven openstaan’. Welnu, meer dan de helft zijn slechtbetaalde deeltijdse banen. Ik ken mensen die met zo’n job amper 40 euro per maand meer verdienen dan met hun uitkering. Trek die lonen op, en die banen zijn meteen ingevuld. Twee deeltijdse banen vinden die perfect op mekaar aansluiten, is quasi onmogelijk. Mensen die dan roepen om de uitkering af te schaffen, vergeten dat je er amper van kan overleven. Bovendien staan er een hoop nepvacatures op die WIS-computer. Neem nu onze vrijwilligersorganisatie, het Vierde Wereld Syndicaat. Wij hebben een login voor die WIS-computer. Onze vacatures staan erop, voor vrijwilligers wel te verstaan. Als ik wil, zet ik er zonder problemen 25 op.”

Thierry Wlazlak betrad twintig jaar geleden als 18-jarige de arbeidsmarkt, met een diploma middelbaar onderwijs in textiel op zak. “Universitaire studies heb ik nooit kunnen afmaken. Toen probeerde ik nog op alles te solliciteren. Interimjobs, of als magazijnier. Maar na een tiental afwijzingen raak je serieus gedemotiveerd.” Uiteindelijk versierde Wlazlak tien jaar geleden via een vriend een baan bij De Post. “Ik heb drie jaar als postbode gewerkt. Maar omdat ik uit mijn kraakpand in Kapellen werd gezet, ben ik die job kwijtgeraakt. Een overplaatsing naar De Post hier in Moerzeke (Hamme) is niet gelukt. Ik heb dan nog even op het ministerie van Sociale Zaken gewerkt, als administratief medewerker. Na drie weken vloog ik er buiten, volgens mij omwille van politieke redenen, omdat ik actief was in het krakersmilieu. Dat is intussen zeven jaar geleden. Dan zijn we rond met m’n carrière op de arbeidsmarkt, buiten eens een dag interim hier en daar.”

Wlazlak toefde lange tijd in het Antwerpse krakersmilieu. Gekoppeld aan zijn alternatieve uiterlijk schat hij zichzelf in als een oninteressant profiel voor de doorsnee werkgever. “Ik val er altijd tussenuit.” Veel solliciteren heeft geen zin, aldus Wlazlak. “Het heeft geen zin te solliciteren voor banen waar ik toch geen kans maak, ik heb dat geleerd uit het verleden.” De RVA evalueert de inspanningen van het zoekgedrag vooral op basis van administratieve gegevens, zoals sollicitatiebewijzen. Een tekortkoming, aldus Wlazlak. “In het verleden heb ik mijn jobs altijd op informele wijze gevonden. Ik ken bijvoorbeeld nogal wat van biovoeding. Op de markt heb ik al eens een chefkok aangesproken of hij geen job had voor me. Die gaat me geen attest geven.”

Melaatsen van maatschappij

Wlazlak probeert naar eigen zeggen al geruime tijd als zelfstandige aan het werk te raken. Maar botst steevast op de starre administratie. “Ik probeer al jaren een eigen zaak te starten, met bioproducten. Maar de VDAB bemiddelt vooral rond een job in loonverband, het is allemaal eenheidsworst. Jaren geleden kreeg ik zelfs geen antwoord, nu hebben ze me doorverwezen naar startjezaak.be Daar heb ik een vitale, maar eenvoudige vraag gesteld: als ik de eerste maand maar 200 euro zou verdienen, heb ik dan recht op een bijpassing van het OCMW? Ze kunnen me geen antwoord geven. Welke zaak draait er van het eerste moment? Een inloopperiode zou me helpen. Nu is het zo dat ik meteen mijn uitkering verlies op de eerste dag dat ik als zelfstandige start.”

“Schaf voor mijn part de RVA en VDAB volledig af, het is een verspilling van belastinggeld. Controles op activering kosten veel meer geld dan de werklozen zelf. De VDAB heeft me nog nooit een interessante vacature aangeboden. Ik heb eens een cursus loodgieterij gevolgd. Toen we een oefening klaar hadden, duurde het twee weken vooraleer de instructeur ons werk kwam controleren. Ondertussen zaten we er elke dag met onze vingers te draaien. Je wil vooruit, maar zulke instellingen maken een hangmat van je.

‘Activeren’ is subtiel zeggen dat wij langdurig werklozen allemaal passief en lui zijn. We voelen ons meer en meer als de melaatsen van deze maatschappij.” Wlazlak is een rabbiaat tegenstander van het definitief schrappen van een uitkering. Een lot dat hem binnenkort te wachten staat als hij geen job vindt. “Ik heb uitzicht op een baan, meer wil ik daar niet over kwijt. Een definitieve schorsing is een doodsvonnis. Je kan niet zonder geld. Vergis u niet: niet iedereen krijgt een leefloon van het OCMW na het derde gesprek. Sommige OCMW’s vinden dan dat je schorsing bewijst dat je niet wil werken, wat met andere woorden dus niet strookt met de filosofie van een leefloon.”

 Tekst Nico Schoofs

2) Langdurig werkloze Armand De Coeyer: definitief geschorst na drie gesprekken bij de RVA

“Wat moet ik dan doen, met 2,5 euro op mijn rekening?”

“Goed twintig jaar lang werkte ik in een hele rist Gentse bedrijven”, vertelt Armand, die een A2-diploma mechanica op zak heeft. “Altijd als uitzendkracht, maar ik rolde haast automatisch van de ene opdracht in de andere. In het ene bedrijf werd ik meteen als ploegbaas aangesteld, in het andere kreeg ik ’s nachts de verantwoordelijkheid over een hele fabriek ter waarde van tientallen miljoenen euro’s op de schouders. In 2006 begonnen de opdrachten plots te stokken. Ik was toen 42, en voelde dat mijn leeftijd blijkbaar ook begon mee te spelen. Tegelijk kreeg ik bij enkele bedrijven te horen dat ik een jobhopper was, mijn cv was in hun ogen niet stabiel genoeg. Een absurde redenering natuurlijk als je constant via een uitzendkantoor aan de slag bent: alle bedrijven waar ik de voorbije jaren werd binnengehaald rekruteerden uitsluitend via interimkantoren, een vast contract was daar nooit een optie.”

In mei 2006 trok Armand noodgedwongen naar de VDAB, waar hij zich inschreef als werkzoekende. “De maanden daarop kreeg ik hier en daar nog wat korte opdrachten, maar daarmee bouw je geen krediet op bij de RVA om na een langdurige periode van werkloosheid opnieuw aanspraak te kunnen maken op een volwaardige uitkering.” En toen, we schreven medio 2008, viel de werkloosheidsuitkering plots volledig weg. “Ik was uitgenodigd voor een eerste evaluatiegesprek bij de RVA. Het probleem was dat ik de bewuste uitnodiging nooit ontvangen heb, omwille van een probleem met de postbedeling in mijn straat. Na een tweede gesprek bleek mijn afwezigheid daar voor één van de twee RVA-facilitatoren voldoende reden om mijn uitkering tijdelijk – voor een periode van vijf maanden - te schorsen. Achteraf heb ik nochtans kunnen aantonen dat ik de bewuste uitnodiging effectief nooit ontvangen had, maar toen was de beslissing al genomen. Jammer voor mij dus, maar ik moest het enkele maanden met mijn spaarcenten zien te rooien.”

Arbeidsrechtbank

Na een jaar van vallen en opstaan, waarbij Armand  korte interimbaantjes in de horeca afwisselde met lange, uitzichtloze periodes zonder werk en met een sterk verminderde werkloosheidsuitkering van zowat 600 euro, volgde eind 2009 een derde gesprek bij de RVA. “Met het oog daarop was ik bij de vakbond gaan aankloppen, en zij hadden me aangeraden om me goed voor te bereiden en zoveel mogelijk bewijsstukken van mijn sollicitaties te verzamelen. Dat heb ik ook gedaan, kijk maar. “ Waarna hij ons een gigantisch groot blad toont, met daarop een indrukwekkende lijst van ruim veertig bedrijven – compleet met contactpersoon, datum en respons – waar hij het voorbije jaar ging aankloppen. “Bij de vakbond waren ze er vooraf rotsvast van overtuigd dat ik over meer dan voldoende elementen beschikte om aan te tonen dat ik echt mijn best had gedaan. Helaas, verloren moeite”, klinkt het wat bitter. “Voor de RVA kwam het er vooral op aan dat ik de juiste – lees hun – formulieren en standaard bewijsstukken kon voorleggen. Mijn lange, zorgvuldig opgemaakte lijst hebben ze amper bekeken, en de formele brieven en antwoorden die ik kon voorleggen, werden door de facilitator één voor één van tafel geveegd.”

De conclusie was even kort als pijnlijk: een definitieve uitsluiting van het recht op werkloosheidsuitkeringen. “In theorie zou ik, als overgangsmaatregel, nog zes maanden lang 27 euro per dag ontvangen. Tot mijn grote verbijstering is ook die uitkering nu al twee maanden weggevallen. Waarom? Joost mag het weten. Samen met de vakbond ben ik intussen ook al tekst en uitleg gaan vragen bij RVA, maar daar krijg ik geen deftig antwoord op mijn vraag. Intussen hebben we de zaak aangekaart bij de arbeidsrechtbank, maar een dergelijke procedure is ook niet in een wip afgehandeld. Gelukkig ben ik sinds kort weer aan de slag, zij het tijdelijk, zodat ik voorlopig tenminste een inkomen heb.”

“Kijk, alle begrip voor het feit dat de RVA er alles aan doet om mogelijke profiteurs uit het systeem te halen. Waar ik niet bij kan, is dat ik hopen bewijzen op tafel leg die aantonen dat ik echt niet heb stilgezeten de voorbije maanden, maar dat mijn facilitator daar amper oog voor heeft. Ik heb echt de indruk dat ik afgerekend word op puur administratieve tekortkomingen, je reinste muggenzifterij zeg maar. Maar wat dan gezegd van de samenwerking tussen RVA en VDAB, die vaak totaal spaak loopt? En waarom kan ik me zelfs niet inschrijven voor een VDAB-opleiding zolang ik op interimbasis aan de slag ben? Veel keuze heb ik nochtans niet, nu ik totaal geen uitkering meer krijg. Die vraag heb ik ook bij de RVA op tafel gegooid: ‘ik heb nog welgeteld 2,5 euro op mijn rekening staan, wat wil je dat ik nu doe?’ ‘Dat is mijn probleem niet’, klonk het laconiek.”

Tekst Filip Michiels

Gepubliceerd in het Vacature Magazine van 6 maart 2010

Lees ook:

Zeker geen heksen jacht op werklozen

Werkloosheid in cijfers

De opvolging en sanctionering van de werklozen