Twitter, de Ryanair voor internetmarketing?

Kinderlijk getetter volgens ongelovigen, een makkelijk en goedkoop marketingplatform voor believers. Amerikaanse en Britse kmo’s ontdekken al volop de economische geneugten van Twitter. Maar hoe tettergek zijn onze bedrijven?

Een paar cijfers

17

procent van Britse kmo’s gebruikt Twitter als marketingtool. Sommige besparen zo reeds 5.500 euro per jaar.

30.000

Zoveel Twitteraars telt België, een peulschil vergeleken met de 3 miljoen Facebook-volgelingen. Maar op Twitter zitten wel de ‘early adopters’, die de grote massa inspireren.

Lowcostmarketing 2.0: Twitter maakt uw bedrijf fitter…

Tetteren. Nooit gedacht met zo’n aanvang weg te komen, maar het werkwoord staat desalniettemin helemaal op zijn plaats als de letterlijke Nederlandse vertaling van het Engelse ‘Twitter’. Sinds Vincent Van Quickenborne via de gelijknamige Amerikaanse microblogsite zijn diepste politieke zieleroerselen deelde met de buitenwereld, zijn er wat meer geesten in ons land vertrouwd geraakt met de netwerksite. Vraag is: kunnen onze bedrijven en hun werknemers er iets mee aan? Dit intrigerende Amerikaanse bedrijfsverhaal in het Britse weekblad The Economist zet de toon. Nadat ze lekker wat tijd hadden weggetetterd op Twitter merkten enkele werknemers van Cordarounds.com, een klein Amerikaanse kledingmerk, dat vele concullega-twitteraars uit de regio met de fiets naar het werk pendelden.

Cordarounds.com rook kansen, en besloot met een nieuwe broek uit te pakken: de ‘bike-to-work pants’, met ingebouwde reflectoren om veilig in het donker te fietsen. Dit voorbeeld geeft aan hoe sociale media à la Twitter (of Facebook) slimme kmo’s zonder gigantische marketingbudgetten toch de kans bieden om aan lowcostmarktonderzoek te doen. Onderzoek van de Britse mobiele telefonie-operator 02 becijferde dat 17 procent van de Britse kmo’s Twitter al gebruikt. Sommige van die kmo’s beweren op die manier tot 5.500 euro per jaar te besparen op marketingkosten. Genoeg gekwetterd over de Amerikanen, of andere Britten: hoe tettergek zijn onze bedrijven al? Wie zit ‘r op Twitter?

Mond-op-mond reclame in nieuw jasje

‘Follow me on Twitter’-banners sieren nu en dan de deuren of voorruiten van lunchplekken in ons land. Onder hen het vegetarische Gentse restaurant Greenway. Paul Florizoone is er de zaakvoerder, hij  heeft tien werknemers in dienst. “Vorige zomer heb ik Twitter ontdekt. Intussen hebben we zo’n 370 ‘followers’. We gebruiken het onder andere voor marketingacties. Iedereen die ons bericht over onze nieuwe huiswijn ‘retweet’, mag die dag gratis komen proeven (een ‘tweet’ is een bericht van maximaal 140 karakters, een ‘retweet’ houdt in dat iemand anders letterlijk jouw bericht herhaalt).”

De oeroude mond-op-mond reclame in een nieuw kleedje, anders gezegd. “Daarnaast heb ik al geregeld goed geschoold personeel gevonden voor catering. We monitoren evenzeer alle commentaar, zowel de goeie als de negatieve. En ik volg ook andere restaurants of nog een Amerikaans marketingbedrijf dat tips geeft voor slimme internetmarketing. Onze digitale marketing maakt deel uit van ons algemeen marketingbeleid. Exacte cijfers kan ik je niet geven, maar we hebben er zeker al geld door bespaard.” Greenway huisvest ook geregeld ‘twunches’ (een samentrekking tussen ‘twitter’ en ‘lunch’). “Twitteraars spreken dan onderling snel af om hier te komen lunchen. Greenway vind je nu ook via locatie-gebaseerde Twitter, zoals Gowalla.com. Op die manier kan een twitteraar via zijn Blackberry of iPhone zoeken waar collega-Twitteraars op dat moment in zijn buurt aan het lunchen zijn.”

Early adopters op Twitter

Toch kan je nauwelijks van een Twittermania spreken in onze contreien. Twitter zelf geeft nooit cijfers vrij, maar volgens Sysomos, een onderzoeksbureau dat zich onder andere toelegt op sociale media, telt ons land 30.000 twitteraars. Klein grut als je weet dat Facebook met 3 miljoen een veel grotere achterban heeft. Joke De Nul en Sofie Verhalle van Talking Heads begeleiden bedrijven en hun werknemers bij het omgaan met sociale media als Twitter en Facebook. “België en de VS kan je niet vergelijken. In België is mobiel internet nog een pak duurder dan in de VS.

Net als mobiele apparaten zoals een Blackberry of iPod. In Amerika krijg je die vaak voor een appel en een ei bij je abonnement. Vele bedrijven kennen Twitter niet of vinden de doelgroep te mager. De vraag is of die gebruikersgroep wel groter moet worden. Facebook is de massa, op Twitter zitten de mensen die de massa aanspreken. De ‘early adoptors’, die als eerste trends en nieuwe producten spotten. Ze zien iets leuks op Twitter, en zetten dat dan op Facebook. Als klein, onbekend merk loop je het risico te verdrinken op Facebook met je nieuw product. Je moet ook goed nadenken of je die selecte Twitter-doelgroep van vernieuwers wil bereiken. Vooral 18- tot 40-jarigen twitteren. Wil je dus jongeren en senioren aanspreken, dan is Twitter niet het juiste medium. Verkoop je bakstenen en zit er geen enkele bouwpromotor op Twitter, dan blijf je er best weg.”

De belangstelling groeit wel vanuit het bedrijfsleven, aldus Verhalle en De Nul. “Veertien maanden geleden hadden we een handvol klanten, nu al tientallen. Het gaat dan vooral om de reissector, om bijvoorbeeld last minutes in de kijker te zetten, en de public relations/marketing- en technologiesector, om info te vergaren, kennis te delen (zelfs tussen concurrenten) en te communiceren met gebruikers. Kinepolis, bijvoorbeeld, ziet het als een verlengstuk van zijn klantendienst. Als er bijvoorbeeld iemand klaagt over de airco in een tweet, vragen ze die klant meteen over welke zaal het gaat. Bedrijven gebruiken Twitter best wel niet louter en alleen als promokanaal, want dat werkt niet. Je kan er veel meer uithalen als je luistert, en snel reageert. Aveve, bijvoorbeeld, verspreidt er bakrecepten of geeft twitteraars die bakken en tuinieren advies.”

Beleid rond sociale media cruciaal: zie het als crisiscommunicatie

Sofie Verhalle en Joke De Nul, van Talking Heads: “Het gebruik van sociale media moet kaderen in je algemene langetermijnmarketing. Stel zeker als bedrijf een beleid op rond sociale media. In wezen heeft het te maken met crisiscommunicatie: als er iets fout loopt, is het cruciaal dat iemand gemandateerd is om de communicatie te verzorgen. Investeer in mensen die zullen twitteren, coach hen. Laat enkel die personen reageren op tweets, en leg duidelijke richtlijnen vast waarover ze wel en niet mogen praten. Vergeet niet: als je ermee begint, heb je nul volgers. De uitbouw van een netwerk vergt wat moeite. Ga op zoek naar relevante mensen. Je kan zelfs perfect concurrenten volgen.”


Tekst Nico Schoofs

Gepubliceerd in het Vacature Magazine van 6 maart 2010