Twee managers in het zweet

John Geernaert (41), projectontwikkelaaren voormalig triatleet:

 

asset/49128

 

Beroepshalve is Jon Geernaert geboren en getogen in de bouwsector. Met een masterdiploma Toegepaste Economische Wetenschappen op zak, ging hij meteen aan de slag in het bouwbedrijf van zijn vader, Belim Bouwteam. Na de overname van het bedrijf door een concurrent, legde hij zich toe op de pure projectontwikkeling.

“Sportief ben ik eigenlijk altijd al geweest: van roeien over waterski tot squash, ik heb het allemaal gedaan, maar nooit op competitieniveau. Alvorens ik bij de Iron Managers belandde, was een kwarttriatlon mijn meest memorabele sportieve wapenfeit, maar ik had bijvoorbeeld ook al de Mont Blanc beklommen of de Mont Ventoux opgefietst. Een volledige triatlon, dat leek me pas echt een uitdaging waar ik wel eens de schouders onder wilde zetten.” En zie, in 2008 liep hij zijn eerste en tot nog toe ook enige Iron Man.

“Ik trouw binnen enkele weken en heb ook nog geen kinderen, op dat vlak heb ik dus weinig concessies moeten doen. Maar ik kan niet ontkennen dat ik in de laatste maanden voor die triatlon niet veel verder kwam dan werken, eten, trainen en slapen. Waarbij het aandeel van die training toch al vlug opliep tot vijftien uren per week. Dat is dus best zwaar, en ik heb me meermaals afgevraagd hoe sommige clubleden met drie kleine kinderen thuis dat in hemelsnaam konden bolwerken. Nu, zoiets doe je met de glimlach, anders moet je er zelfs niet aan beginnen, maar het legt hoe dan ook een stevige druk op je sociale leven. Als ik uitgenodigd werd op een etentje bij vrienden kwam ik meestal net op tijd voor het dessert, waarna ik dan al snel alleen maar naar mijn bed verlangde. Voorlopig ambieer ik ook niet echt een tweede Iron Man, omdat ik het qua trainingen toch net iets te eenzijdig vond en omdat ik echt wel schrik heb voor kwetsuren. Heel blij dat ik het meegemaakt heb, maar inzake aanpassingen aan mijn levensstijl vond ik het er toch net iets over. Vandaag loop en fiets ik enkele uurtjes per week en dat volstaat ruimschoots, maar ik ben wel op zoek gegaan naar een nieuwe uitdaging. Ik golf nu, en ook al is dat fysiek veel minder zwaar, ik vind mijn uitdaging nu in het behalen van een bepaalde handicap.”

Koen De Clercq (44), ondernemer en al 5 jaar gepassioneerd fietser:

 

asset/49129

 

“Een vijftal jaar geleden ben ik beginnen fietsen. Vroeger was ik een gedreven alpinist op hoog niveau, maar rond mijn dertigste heb ik De Clercq Solutions opgericht. Dat zorgde ervoor dat ik dag en nacht moest werken. Ik had nauwelijks nog tijd voor iets, laat staan voor sport. Tot ik merkte dat ik 86 kilo woog en mijn conditie nog een schim was van wat ze tien jaar eerder was. Alpinisme vond ik te risicovol om opnieuw mee te beginnen – ik had intussen een gezin en een bloeiende zaak. Dus koos ik ervoor om te gaan fietsen.”

“Fietsen is een toegankelijke sport en je kunt het veel langzamer opbouwen dan bijvoorbeeld bergbeklimmen. Dat sprak me er erg in aan. Ik deed een investering van 4.000 euro voor een nieuwe fiets en sloot me aan bij een club. Nu train ik zo’n tien uur per week. Dat houdt in dat ik zeker één keer per week en één keer in het weekend ga rijden. Ik leg dan in totaal zo’n 150 à 200 km af.”

“In mijn omgeving zie ik het fenomeen steeds vaker opduiken: veel van mijn klanten zijn nog veel ambitieuzer dan ik. Die trainen verschillende keren per week en zowel op zaterdag en zondag. Ik denk dat zo intensief sporten voor ons een manier is om het werk even achter ons te laten. Om afgeleid te zijn en even niet te denken aan die stresserende vergaderingen, lange werkdagen of moeilijke gesprekken. Het is pure ontlading: je zit op je fiets, overgeleverd aan de wind en bergen. Voor  mij is het dé manier om mijn hoofd leeg te maken. Alleen wanneer ik tot aan mijn fysieke grens ga, kan ik mij mentaal bevrijden van het werk.

Mijn doel is altijd de grens verleggen. Dat zit in me. Ik doe het op zakelijk vlak, en dat zet zich door op sportief vlak. Ik wil alsmaar beter worden. Dat ik ouder word, zorgt dan ook voor een zekere frustratie: ik voel dat ik niet meer dezelfde conditie als twintig jaar geleden heb. Maar ik zet wel door. Zo fiets ik nog steeds elk jaar de Ronde van Vlaanderen mee. Ik rijd regelmatig ook zware tochten in de Ardennen. Die confrontatie met een col, dat zwoegen en afzien: er bestaat nauwelijks iets mooiers. Deze winter begin ik te trainen voor de rit van mijn leven: de Tour de Mont Blanc. Een tocht door drie landen, 330 km per dag tot op een hoogte van 8.000 meter. Dat is wat anders dan die heuvels in de Ardennen (lacht). Het wordt een helse tocht. Maar ik doe het voor de ervaring, de herinnering en het avontuur. Zoiets verwezenlijken, daar geniet je toch de rest van je leven van?”

Tekst: Marjorie Blomme - Foto's: Isabel Pousset