Tussen zwoele beats en harde business

Het zijn drukke tijden voor top-dj’s Sven Van Hees, Buscemi, Merdan Taplak en Tsiganisation Project. Vandaag spelen ze in Gent, morgen in een club in Barcelona, volgende week in Ljubljana, volgende maand in Ibiza en de maanden daarna in Acapulco of Sydney. Ze hoppen van festival naar festival, en ook daarna stopt het niet. “Met onze muziek kunnen we altijd ergens terecht: het hele jaar door is het wel ergens zomer op deze planeet.”



Zaterdagavond, 16 juli. De regen valt in bakken neer. Op deze eerste dag van de Gentse Feesten zou de binnenstad zwart moeten zien van het volk, maar de overvloedige neerslag en de gure wind schrikken veel potentiële feestvierders af. Vanavond verkiezen de meesten de warme gezelligheid van hun huiskamers boven de kletsnatte straten van Gent. Behalve in de grote tent van het festival Gent Jazz in de tuin van De Bijloke aan de rand van het centrum: daar staan duizenden mensen warm ingeduffeld te luisteren naar de zoetgevooisde stem van Raphael Saadiq. Terwijl de regen ongenadig hard blijft roffelen op het tentzeil, sluit hij zijn set af met de vrolijke smeekbede ‘Let the sunshine in’. Aan de andere kant van de tuin warmt dj Dirk Swartenbroekx alias Buscemi zich onder een luifel op. Binnen een paar minuten zal hij voor de tweede keer vanavond zijn latin grooves en funky beats door de luidsprekers laten knallen, tot het grote podium klaar is voor de volgende grote act.

“Ik sta voor de tiende keer op Gent Jazz”, zegt Swartenbroekx. “Dit is een van mijn lievelingsfestivals, want hier kan ik als dj helemaal mijn zin doen. Ik draai zowat overal en soms doe ik commerciële toegevingen, al zal ik nooit muziek spelen waar ik zelf een hekel aan heb. Maar op Gent Jazz draai ik alleen maar mijn favoriete platen: bossa, jazz, en Afrikaanse ritmes. Wie de echte dj Buscemi wil leren kennen, moet op Gent Jazz zijn.” Dirk Swartenbroekx startte zijn muzikale carrière als artiest en producer. In 1996 bracht hij zijn eerste plaat uit onder de naam Buscemi, naar Steve Buscemi, een van zijn favoriete acteurs. “Ik ben pas later dj geworden”, vertelt hij. “Lang geleden draaide ik wel eens plaatjes in een café, ik heb dat altijd graag gedaan, maar in het begin was het niet de bedoeling om er mijn beroep van te maken. Mijn eerste Buscemi-cd werd vooral in het buitenland opgemerkt. Het gevolg was dat ik ook eerst in het buitenland als dj gevraagd werd. België kwam pas later.”

Het internationale succes zorgde ervoor dat Swartenbroekx snel van zijn hobby zijn beroep kon maken. “Ik leef nu al meer dan tien jaar van mijn werk als dj en producer. Een van de redenen waarom het zo goed gaat, is dat ik al die jaren platen ben blijven maken. Ik vind dat heel leuk en die cd’s houden mijn winkel draaiende. Mijn naam duikt vaak op in de media, waardoor de boekingen blijven binnenkomen. Mijn nummers onder de naam Buscemi staan wereldwijd op alle mogelijke compilaties en ik krijg voortdurend aanvragen voor nieuwe verzamel-cd’s. Dat is uitstekende reclame.”
Van overal ter wereld krijgt dj Buscemi verzoeken om te komen draaien. “Ondertussen heb ik praktisch heel de wereld gezien. Ik heb in Rusland, de VS, Oost-Europa en Latijns-Amerika gespeeld en stond in Japan vier keer achter de draaitafels. Twee weken geleden draaide ik nog een paar dagen in Nabilah, een van de grootste beachclubs in Napels.”

De beste herinneringen bewaart Buscemi aan het Burning Man Festival in de woestijn van Nevada in 2006. “We zaten ver weg van de beschaafde wereld, op 400 kilometer van de stad Reno. Er was zelfs geen gsm-ontvangst, maar het was super. Ik draaide voor 70.000 mensen middenin een lege woestijn. Heel de nacht door, tot de zon opkwam. Er was geen comfort, we sliepen in legertenten en ik leerde er veel gekke mensen kennen. Dat was een heel bijzondere ervaring.”

King of Lounge

Ook dj Sven Van Hees reist met zijn draaitafels, laptop en kisten vol platen en cd’s de wereld rond. “Die internationale optredens zijn een economische noodzaak”, zegt hij. “België stikt van de groepjes en de dj’s, terwijl er maar gedurende een paar maanden festivals georganiseerd kunnen worden. Elk jaar wordt het bloedbad groter: op die 50 festivals per zomer moeten al die bands en dj’s hun geld verdienen. De festivalgangers hebben een totaal vertekend beeld: zij leven in de overtuiging dat bands en dj’s flink veel geld aan hun optredens overhouden. Maar zelfs op grote festivals krijgen de minder bekende artiesten een vergoeding die niet veel meer is dan die voor een optreden in een jeugdhuis. Niemand wil in nieuwe talenten investeren, tenzij de voortekenen voor succes zeer gunstig zijn. Gelukkig kan ik met mijn muziek overal terecht. Het is altijd wel ergens zomer op onze planeet. In de Dominicaanse Republiek begint ze pas in oktober.”
Net als Buscemi maakt Van Hees zelf platen. “Ik heb het geluk gehad dat mijn cd Gemini in 1999 wereldwijd een succes geworden is. 85% van mijn inkomsten haal ik uit het buitenland. Ik draai al sinds 1990 als Sven Van Hees, gedurende al die jaren heb ik een immens netwerk opgebouwd. Ik heb altijd veel spaargeld in reizen geïnvesteerd. In mijn beginperiode trok ik vaak naar Amerika en ontmoette ik veel mensen. Via het internet kun je ook contacten leggen, maar als het op het nemen van beslissingen aankomt, is het belangrijk dat je je gesprekspartners persoonlijk kent.”

Voor het grote publiek staat Sven Van Hees geboekstaafd als de ‘King of Lounge’, als de meester van de kabbelende ‘chillout’. “Het grote voordeel van de muziek die ik maak, is dat je ze op twee niveaus kan beluisteren: ze stoort niet als ze zacht staat en je kan er op dansen als je de volumeknop open draait. Als dj draai ik feestmuziek, tenzij me uitdrukkelijk gevraagd wordt om het publiek onder te dompelen in lounge.”

Sinds jaar en dag is Sven Van Hees een eenmansbedrijfje. “Dat is een heel bewuste keuze. Als jongen van twaalf jaar droomde ik er al van om van de muziek te kunnen leven. Die droom is werkelijkheid geworden en ik wil dat zo voor de rest van mijn bestaan houden. Het loopt alleen maar fout als anderen mijn kop zot beginnen maken. Twee keer heb ik zo naar iemand geluisterd die zei: ‘Sven, er zit veel meer potentieel in jou’, en twee keer is het ook misgelopen.”
“De verkoop van mijn cd’s zorgt voor een stabiele ondergrond. De meeste succesvolle dj’s zijn tezelfdertijd ook producer. Ik heb mijn eigen label en ben eigenaar van mijn muziekcatalogus. Ik werk nauw samen met een paar platenfirma’s in Duitsland. In opdracht van bedrijven maken zij verzamel-cd’s. Zo hebben ze een limited edition-cd samengesteld voor de lancering van een nieuwe BMW. Af en toe vragen ze me of ze daarvoor een nummer mogen gebruiken. Daar krijg ik dan eenmalig een bescheiden bedrag voor. Hoe meer nummers er van mij gerecycleerd worden, hoe hoger mijn inkomsten worden. Wereldwijd zit ik ook op iTunes: ik verkoop in Europa, Azië, Amerika, Australië… met mijn dj-optredens erbij kan ik al mijn rekeningen betalen en een keer per jaar op vakantie gaan. Ik maak me wel zorgen over het illegaal downloaden. Het lijkt alsof alle Belgen zich daarin specialiseren. Mijn afrekening van Sabam van vorig jaar voor België bedroeg welgeteld 85 euro; voor de verkoop van mijn cd’s in Amerika ontving ik 4800 euro. Ik leg de schuld niet bij de mensen die downloaden. Ik vind het alleen onbegrijpelijk dat onze overheden dat toelaten. Door niets tegen het downloaden te ondernemen, missen ze zelf miljoenen aan belastinggelden.”

‘Dans!’

De Antwerpse dj met Turkse roots Merdan Taplak zit net als Van Hees vaak op luchthavens en in vliegtuigen om ergens in een ver buitenland zijn kunsten te tonen. Maar dat is eerder een schaduwkant van zijn professionele leven, vindt hij. “Het vele reizen vind ik eerlijk gezegd het meest vervelende aan het leven van een professionele dj. Met de auto gaat het nog, maar wachten in luchthavens is verschrikkelijk. Gelukkig maakt het optreden alles goed. Want dan krijg ik zoveel energie waardoor ik de ongemakken van een lastige lange reis snel vergeet.”

“Op mijn vijftiende was ik in de ban van elektronische muziek en ging ik naar evenementen zoals ‘I love techno’. Ik reisde er met de trein naartoe en kwam de volgende morgen met de eerste trein terug naar huis. Ik vond het fantastisch om de dj’s op het podium te zien. Het fascineerde me hoe één man een hele zaal kon begeesteren. Geleidelijk aan begon ik zelf op fuiven en in jeugdhuizen te draaien. Als twintiger keerde ik terug naar mijn roots, naar Turkse muziek en oosterse klanken. Als kleine jongen had ik thuis altijd dat soort van muziek gehoord, pas veel later besefte ik dat ik die rijke muzikale erfenis bezat. Nu ben ik druk bezig met het dichten van de kloof, meng ik elektronische muziek met wereldmuziek en omring ik me soms met live muzikanten. Het is niet mijn bedoeling om daarmee een politiek statement te maken. Mijn boodschap is heel simpel: ‘Dans!’ En dans ook op muziek die je nog niet kent.”

Jarenlang combineerde Taplak het deejayen met een job als leerkracht geschiedenis en Nederlands. “In april liep mijn interim af. Ik heb toen besloten om voortaan voltijds als professionele dj door het leven te gaan.”

De zomer van Merdan Taplak zit vol gepleisterd met optredens in binnen- en buitenland. “Ik ben redelijk ambitieus en het internationale is heel belangrijk. Ik ben begonnen in jeugdhuizen en op kleinere fuiven; nu is het tijd voor andere dingen. Vrijdag stond ik in het Republic Café in Salzburg. Een heel leuke zaal, maar in het begin bleven de mensen op hun stoel zitten kletsen. Voor een dj is het dan een echte uitdaging om de juiste sfeer te creëren die hen in de mood brengt. Salzburg is geëindigd als een groot feest.” Het werk als dj is soms flink vermoeiend, maar daar zal tijdens het optreden van Taplak niemand iets van merken. Integendeel. “Als je maar een paar uur per nacht slaapt, wreekt zich dat na een tijdje. Het leven van een dj heeft een flink rock ’n roll-gehalte. In juni vorig jaar besefte ik plots: ‘Tegen dit tempo haal ik het najaar niet.’ Ik sliep te weinig, dronk teveel en leefde op junkfood. Ik wil deze job voor de rest van mijn leven blijven doen, dus is het belangrijk dat ik gezond leef. Ik ben naar een diëtiste gestapt om mijn voedingspatroon aan te passen. Ik heb ook een personal trainer met wie ik drie keer per week oefeningen doe, zodat ik me beter in mijn vel voel. Sommige mensen lachen daarmee, maar voor mij is dat een vorm van professionalisme.”

Balkan Beats

Net als Merdan Taplak, is het Antwerpse dj-duo Kobe Leestmans (21) en Sander Steel (22) bezeten door Balkanmuziek. Als de Tsiganisation Project reizen ze de halve wereld rond. Kobe heeft net zijn diploma kunst- en cultuurbemiddeling op zak; Sander studeert nog aan de Hogere Zeevaartschool. sKobe: “Vier jaar geleden vroeg een vriend ons of we dj wilden spelen op zijn verjaardagsfeestje. Ons eerste optreden leek nergens naar, maar de mensen vonden het leuk. Iemand vroeg of we nog een ander feestje wilden opvrolijken, en zo is de bal aan het rollen gegaan.”

Vandaag is Tsiganisation Project een begrip bij liefhebbers van Balkanmuziek in binnen- en buitenland. “Onze internationale ‘doorbraak’ hebben we te danken aan het feit dat we in een genre zitten waarvan het aanbod niet zo groot is”, relativeert Kobe. “Wij proberen heel hard aanwezig te zijn op het internet: op Facebook en MySpace. Die media zorgen voor onze internationale bekendheid. Wij organiseren zelf in Antwerpen het festival Balkan Beats, een internationaal feestje dat ook in Berlijn, Parijs en Londen plaatsvindt. De ‘kenners’ weten wat we waard zijn. We spelen allebei accordeon en hebben tien jaar op de muziekschool gezeten. Dat is een groot voordeel. We luisteren op een andere manier naar muziek dan de doorsnee luisteraar: wij herkennen de ‘energiewaarde’ van een nummer.”
Vandaag vrolijken Kobe en Sander een feestje op in de Spiegeltent in Borgerhout, een paar dagen eerder draaiden ze nog op een festival in Dublin. Kobe: “Ik vroeg aan de organisatrice: ‘Hoe komt het dat jullie ons geboekt hebben?’ Zij had een tijdje in Kroatië gewoond. Ze zei: ‘Mijn vriend Matko had jullie in een club in Zagreb zien draaien en hij was heel enthousiast.’ En het gaat maar door. Binnenkort reizen we naar Berlijn, Italië en Barcelona. Ik had nooit gedacht dat het echt zou kunnen.”

Tekst: Jan Stevens