"Taal blijft hét instrument voor sociale integratie, op en naast de werkvloer"

Elke week geeft een van onze journalisten zijn mening over een thema uit de economische actualiteit. Filip Michiels klaagt de verengelsing van de werkvloer aan en pleit voor betere kennis van Frans en Nederlands.

In een aantal Antwerpse kleuterscholen ontstond deze week beroering over een taaltoets Nederlands. Kleuters die onvoldoende aanwezig waren op school zullen voor het eerst moeten aantonen dat ze voldoende Nederlands kennen om naar het lager onderwijs te kunnen doorstromen. Vooral in scholen met veel kleuters van allochtone afkomst lijkt die test geen overbodige luxe. Maar zie, zowel de vakbonden als de CLB’s stonden meteen op hun achterste poten. Zij vrezen immers voor overvolle kleuterklassen als te veel kleuters niet zouden slagen.

Bijzonder pijnlijk is dat. Beter dan wie ook zouden CLB’s en vakbonden moeten beseffen dat het veel beter is een kleuter een jaartje te laten overzitten, dan hem met een zware taalachterstand de schoolbanken op te sturen. Met een quasi gegarandeerde leerachterstand, foute studiekeuzes en problemen op de arbeidsmarkt als resultaat. Vorige week nog raakte bekend dat amper 1 op 5 van de Brusselse werkzoekenden, ingeschreven bij Actiris, over een ‘gemiddelde kennis’ van het Nederlands beschikt. Waar dat toe leidt, is intussen genoegzaam bekend.

Een aantal grote bedrijven – die hun hoofdzetel doorgaans niet toevallig in Brussel hebben – meent intussen het licht te hebben gezien. Geen gezwets meer over Nederlands of Frans: het Engels is er de werktaal geworden. Lekker stoer en internationaal toch? In plaats van werknemers uit beide landsdelen te stimuleren en desnoods te verplichten de andere landstaal te leren – waar ze in dit land zowel sociaal als professioneel zeker nog de vruchten van zullen plukken – kiezen ze voor de gemakkelijkste weg. Die van het kromme en doorgaans lachwekkende Engels. Alsof het lastiger zou zijn om behoorlijk Nederlands of Frans te leren.

Valt daar in bedrijven met een sterk internationaal getint werknemersbestand nog iets voor te zeggen, dan is die keuze op lagere echelons of in bedrijven die voornamelijk in België opereren ronduit misplaatst. Ze getuigt ook van bijzonder veel kortzichtigheid. Willen we de arbeidsmobiliteit in en om Brussel aanscherpen en de arbeidskansen van de ‘gekleurde’ bevolking in andere grootsteden gaaf houden, dan is het een bijzonder slecht idee om –gedreven door politieke correctheid of gemakzucht – de taalvereisten af te zwakken. Taal is en blijft het belangrijkste instrument voor sociale integratie. Op en naast de werkvloer.

Reageer

Heeft Filip Michiels gelijk? Wat vind jij?

Lees ook de standpunten van de andere journalisten.