Sven Pichal blogt vanuit Bangladesh

Het contrast kon niet groter zijn

Net op het tijdstip dat ik hoopte ruim op tijd in Bangladesh te zijn, zit ik vast op mijn tussenbestemming. In Abu Dhabi in de Verenigde Arabische Emiraten krijg ik te horen dat mijn aansluiting 10 uur vertraging heeft door dichte mist boven de Bengalese hoofdstad Dhaka. ‘But no worries sir, you get a room for a few hours.’

Niet veel later zit ik in de nieuwste pendelbus, rijd ik over de nieuwste autosnelwegen, langs de nieuwste architecturale hoogstandjes, door de nieuwste tunnels naar één van de nieuwste hotels. Met in de lobby drie overdadige kerstbomen, aan het terras een meterslang zwembad met palmbomen en in het restaurant blijft het buffet tot laat in de avond open. (Alleen mijn glas wijn mag ik zelf betalen. Alcohol trakteren willen ze in de Verenigde Arabische Emiraten liever niet op hun geweten.).

Als ik dan een halve dag later, net na 9 uur Belgische tijd mijn vliegtuig toch steeds dichter zie zakken richting Bengalese grond, bedenk ik me twee dingen. Eén. Dat ik net op tijd ben om live bij Annemie op de radio te geraken. Twee. De titel van dit stukje.

De orde in Abu Dhabi, de chaos in Dhaka. Alles nieuw daar, oud en zelfs versleten hier. Een wat gemaakte wereld vijf uur eerder, een echte nu. En ik die daar direct over moet communiceren. Excuseer, mag. En met graagte! Nog maar net door de douanebeamte gefotgrafeerd en gecontroleerd, Annemie aan de lijn. Waarom ik voor Bangladesh koos (‘steeds meer kledingproductie voor de Westerse markt wordt hier gemaakt omdat het nergens goedkoper kan’) en of ik al weet hoe ik het ga aanpakken hier (‘dat ik al wat contacten heb, maar nog geen vaste afspraken.) Enfin, het gesprekje herbeluisteren kan altijd via radio1.be/peetersenpichal.

Voor ik het helemaal besef, zit ik in een versleten busje, rijd ik over versleten straten, langs versleten gebouwen en hutjes op weg naar meteen één kledingfabriek. Dat had Sohrab voor me geregeld, één van de contacten die ik hier heb dankzij de Belgische NGO Wereldsolidariteit. Zou ik na nog geen uur in Dhaka al meteen een kledingfabriek binnenmogen.

Nee, zo blijkt. Ik mag niet verder dan de ingang. Maar Sohrab gebruikt me als een laatste argument om de nieuwe baas van de fabriek te overtuigen met later deze week toe te laten. Sohrab had me op voorhand gevraagd een visitekaartje mee te brengen. Waar die bij ons enkel op netwerkavonden bovenkomen, zijn die hier een hebbeding, meer nog; een statussymbool. Sohrabs strategie werkt. Mijn knullige kaartje brengt bij de baas een eerste glimlach op het gezicht. Hij belooft me na te denken over mijn vraag.

Intussen krioelen mensen voorbij ons met goederen op hun hoofd. Zij die  naar buiten lopen, dragen cleane volle dozen met (neem ik aan) afgewerkte kledij. Diegene die naar binnen lopen met dikke pakken onafgewerkte stoffen. De baas roept me nog fier na dat dit zo 24 op 24 doorgaat, 7 op 7. Terwijl hij dat zegt, hoop ik nog meer dat ik later deze week terug mag komen. Om te kijken of die fierheid op zijn plaats is, of ook beter op een hoofd naar buiten wordt gedragen.

Sven Pichal blogt dagelijks exclusief voor Vacature vanuit Bangladesh.