Sultan Balli: “De crisis treft vooral allochtone jongens”

Allochtone, werkzoekende vrouwen raken de laatste tijd iets makkelijker aan de bak in Vlaanderen dan allochtone mannen. Wijst die evolutie op de emancipatie van allochtone vrouwen op de arbeidsmarkt? Of maakt één zwaluw de Arabische lente niet?

Volgens de Vlaamse psychologe van Turkse origine Sultan Balli zijn mannelijke allochtone schoolverlaters de grootste slachtoffers van de huidige economische malaise. “De werkloosheid onder allochtone meisjes lag lang hoger, maar de crisis heeft de verhoudingen doen kantelen. Bovendien zijn allochtone vrouwen op de arbeidsmarkt niet langer alleen de dochters en kleindochters van de Turkse en Marokkaanse gastarbeiders van zestig jaar geleden. Het gaat even goed om nieuwkomers, zoals Tsjetsjenen. Die zijn vaak hoger geschoold, maar ondervinden serieuze problemen met de gelijkschakeling van hun diploma’s. Immigranten die dertig jaar arts geweest zijn in een ver buitenland, moeten bewijzen wat voor vakken ze tijdens hun opleiding gehad hebben om hier aan de slag te kunnen. Dat is toch bizar?”

U bent geboren in 1964 en ging na uw humaniora naar de universiteit. Hoe uitzonderlijk was dat, begin jaren 80, voor een meisje met Turkse roots?

Sultan Balli: “Zeer uitzonderlijk. Negentig procent van mijn leeftijdsgenoten volgde beroepsonderwijs. Mijn vader had vrij snel de beslissing genomen om te blijven en niet naar Turkije terug te keren. Hij vond studeren vooral voor de jongens belangrijk. Mijn broer studeerde af als de allereerste huisarts van Turkse origine in Vlaanderen. Als andere jongens van mijn generatie dezelfde studiekansen gekregen hadden van hun ouders, zaten we nu in een andere situatie. De meeste immigranten gingen er toen echter van uit dat ze ooit zouden terugkeren naar hun land van herkomst. Ze voelden zich hier echt ‘gast’-arbeider en investeerden te weinig in het land waar ze woonden en werkten. ‘De vakschool’ gold als ideale basis om in Turkije of Marokko een echt ambacht uit te oefenen.”

Intussen doen allochtone meisjes het beter op school dan de jongens.

Sultan Balli: “Álle meisjes, ook autochtone, studeren sowieso beter dan jongens. Maar allochtone meisjes hebben nog een extra motivatie: studeren is voor hen een vorm van emancipatie. In de meer traditionele gezinnen vertoeven jongens vooral op straat en verblijven meisjes vooral binnenshuis, waardoor ze extra tijd hebben om te studeren. Allochtone meisjes zijn ook hoopvoller over de toekomst dan de jongens. De jongens voelen zich sneller gediscrimineerd en komen ook daadwerkelijk met meer vormen van discriminatie in aanraking. De werkloosheid bij jonge allochtone mannen ligt onheilspellend hoog: 18,5 procent is jonger dan 25. Bij de 55-plussers is het dan weer extreem moeilijk om mensen die hun werk verloren hebben, opnieuw aan de slag te krijgen. Ze zijn op jonge leeftijd beginnen te werken, waren laaggeschoold en kwamen in zware jobs terecht. Nu zo veel grote fabrieken hun deuren sluiten, belanden ze op straat. Het is quasi onmogelijk om hen nog te heroriënteren. De veertigers maken zich dan weer zorgen over hun kinderen en zijn bang dat die het slechter zullen hebben dan zijzelf. Ik ben er vrij zeker van dat dat op dit moment ook geldt voor veel ouders uit autochtone middenklassegezinnen. Alleen zien allochtone ouders ook hoe hun kinderen op de arbeidsmarkt gediscrimineerd worden. Vooral de jongens zijn de grootste slachtoffers, want er wordt van hen verwacht dat ze een inkomen verwerven in een omgeving die hen bijzonder weinig kansen geeft. Ze worden gezien als ‘probleemjongeren’, terwijl ze beter gedefinieerd zouden worden als ‘jongeren met problemen’. Om die discriminatie te doorbreken, is anoniem solliciteren een goed idee. Er is heel wat onderzoek voorhanden waaruit blijkt dat werkgevers, louter op basis van de naam van een sollicitant, zijn of haar brief gewoon opzij leggen.”

Ik hoorde iemand daarop zeggen: “Als een werkgever mij omwille van mijn naam niet wil aanwerven, wil ik niet voor hem werken.”

Sultan Balli: “Ik begrijp dat, ik denk zelfs dat ik ook zo zou reageren als het mij zou overkomen. Maar dat neemt niet weg dat heel wat werkgevers met vooroordelen kampen, zonder dat ze echt verkeerde bedoelingen hebben of racistisch zijn. Anoniem solliciteren kan werkgevers over die psychologische drempel heen helpen.”

Net als op school doen allochtone meisjes het ook op de arbeidsmarkt beter dan de jongens.

Sultan Balli: “Als we abstractie maken van het hoofddoekendebat wel, want een voorname reden waarom sommige meisjes geen job vinden, is omdat ze hun hoofddoek ook op het werk willen dragen. Misschien denken sommigen dat allochtone meisjes die verder studeren de hoofddoek afzweren, maar dat is een misvatting. Studerende meisjes kiezen er vaak heel bewust voor om hun hoofddoek te dragen.”

Het clichébeeld dat een hoofddoek een teken van onderdrukking is, klopt niet?

Sultan Balli: “Alle clichés hebben een grond van waarheid, maar stellen tezelfdertijd de werkelijkheid vertekend voor. In onze postmoderne samenleving gaan we ervan uit dat mensen die zich ontwikkelen, afstand nemen van religie en de Verlichting omarmen. In werkelijkheid blijkt een groot deel van de migrantenpopulatie zowel voor religie als voor moderniteit te kiezen. Die moderniteit is niet dezelfde als de Westerse Verlichting. Daar hebben wij Westerlingen het moeilijk mee. (lacht) Ik zeg nu ‘wij Westerlingen’, omdat ik mezelf als ‘bicultureel’ beschouw: het ene moment zie ik de werkelijkheid als Vlaming, het andere als Turkse. Onze Vlaamse samenleving is lang passief tolerant geweest, vanuit de verwachting dat migranten hun tradities na verloop van tijd overboord zouden gooien. Vaak heb ik autochtonen horen zeggen: ‘Bij ons was dat vijftig jaar geleden ook zo. Binnen een paar generaties lossen alle problemen zichzelf op.’ Maar dat gebeurde niet, en de Vlamingen raakten teleurgesteld en konden niet begrijpen dat mensen die hier geboren en getogen zijn, op straat komen voor het recht op het dragen van een hoofddoek. Tolerantie is een mooie christelijke deugd, maar is geen goede langetermijnstrategie voor een samenleving. Verdraagzaamheid impliceert namelijk afwijzing: je verdraagt iemand omdat je bepaalde aspecten van die persoon afwijst. Het zou veel beter zijn als we over ‘erkenning’ zouden spreken. We begrijpen niet goed waarom allochtone vrouwen zich niet emanciperen, maar dat gebeurt juist wel. Alleen past het niet in het verwachtingspatroon van de autochtone Vlaming. Ik kan je garanderen dat er ontzettend veel emancipatiebewegingen groeien in de allochtone gemeenschap. Allochtone vrouwen bijvoorbeeld nemen een andere route dan die van het westerse feminisme. Soms kiezen ze voor emancipatie met de koran in de hand.”

 

Werkloze allochtonen in cijfers

 

Vlaamse werklozen, 5 jaar geleden:

 

  • 80% autochtone Vlamingen
  • 20% Vlamingen van vreemde origine

 

Vlaamse werklozen, huidige situatie:

 

  • 74,5% autochtone Vlamingen
  • 25,5% Vlamingen van vreemde origine

 

Het percentage aan allochtone, werkloze vrouwen daalde licht: van 44,5 procent in 2011 naar 43,3 procent in 2012.