Succestapes: De man die klassieke muziek hip maakte

Op de allereerste editie van het Festival van Vlaanderen in 1958 overhandigde peuter Jan Briers een ruiker bloemen aan koningin Elizabeth. Vandaag staat hij aan de leiding van datzelfde muziekfestival en liet hij het uitgroeien tot een van de meest succesvolle ter wereld.

Jan Briers houdt kantoor op het eerste verdiep van het pittoreske kasteel Borluut in de groene rand rond Gent. “In de jaren tachtig huisde de afdeling Culturele Animatie van de stad Gent hier”, zegt de gedelegeerd bestuurder van het Festival van Vlaanderen. “De directeur van die dienst zat hier met zes vrouwen, totaal geïsoleerd van de rest van de stadsambtenarij. Hij had dit kasteeltje omgetoverd tot een echt lusthof. Tot een schepen vond dat het welletjes was. Hij eiste dat de directeur met zijn hele hofhouding naar het centrum van Gent verhuisde. Die man vond dat niet leuk, liet alles achter en boekte een enkeltje Zuid-Amerika. Ze hebben hem nooit meer teruggezien.”

Sinds 1985 staat Jan Briers aan het hoofd van het Festival van Vlaanderen. Hij volgde zijn vader op, Jan Briers sr. (1919-2007). “Vader ging toen op zijn 65ste met pensioen. Op dat moment werkte ik al geruime tijd voor het Festival. Na mijn studies Pers en Communicatie ging ik aan de slag bij de Nationale Loterij. Toen ik daar een jaar werkte, zei mijn pa: ‘Ik stop met het Festival. Mijn hobby is me boven het hoofd gegroeid. Tenzij jij erin stapt, dan hou ik het nog een tijd vol.’ Zo’n verzoek kon ik niet weigeren.”

Jan Briers sr. stichtte het Festival van Vlaanderen in 1958. “Hij startte het op met een deel van de opbrengst van de Wereldtentoonstelling van ‘58. Die winst werd verdeeld over de provincies: zij moesten het geld aan cultuur besteden. De provincie Oost-Vlaanderen gaf de opdracht door aan mijn vader die toen directeur van Radio 2 was. Het eerste jaar organiseerde hij een reeks klassieke concerten in de troonzaal van het Gentse stadhuis. Dat was meteen een succes. Ik mocht als peuter een ruiker bloemen aan koningin Elizabeth geven toen ze naar het openingsconcert kwam. Ik heb daar nog een klein fotootje van. Ik droeg een kort pofbroekje en een truitje met pofmouwtjes. Op haar hoofd stond een immense hoed vol bloemen. (lacht)”

Mee met vader naar de radiostudio

Vader Briers was een veelzijdig man. Hij was niet alleen bezieler van het Festival van Vlaanderen en directeur van Radio 2, maar doceerde ook pers- en communicatiewetenschappen aan de universiteiten van Gent en Brussel. “Vader heeft indertijd het regionaal nieuws op de radio geïntroduceerd. Ik vind dat één van zijn belangrijkste verwezenlijkingen. De leden van de raad van bestuur van de toenmalige BRT vonden zijn idee maar niks. Dat onbegrip maakte hem razend. Hij is toen met slaande deuren vertrokken en ging voltijds les geven.” Jan Briers sr. was geen gemakkelijk man. “Hij was ‘van de oude stempel’. Hij realiseerde honderd en een zaken, maar allemaal buitenshuis. Thuis vond hij cultuur totaal onbelangrijk: dat was de plek waar de familie samen hoorde te zijn. Dat samenzijn wou zeggen: samen naar zee, samen op vakantie en samen eten op zondag. Allemaal dingen die niets met cultuur te maken hadden. Mijn moeder heeft me de liefde voor klassieke muziek bijgebracht. Zij liet haar drie kinderen van jongs af aan platen horen met selecties van bekende werken. Ze zong veel en ze deed dat ontzettend graag.”

“Toen vader directeur van Radio 2 was, liep ik al als zesjarige om zes uur ’s morgens mee naar de studio in Gent. Ik zat braaf naast wijlen Nand Baert terwijl hij het eerste programma van de dag presenteerde. In die tijd werd na elke plaat door de presentator gezegd hoe laat het was, want veel mensen hadden nog geen horloge. ‘Het is nu tien voor zeven.’ Op een ochtend zei Nand: ‘Jan, ik ga even naar het toilet. Als de plaat afgelopen is en ik ben niet terug, moet jij zeggen hoe laat het is.’ Het angstzweet brak me uit. Ik wist: ‘Hij zal niet op tijd terug zijn.’ En hij was er verdorie ook niet toen de muziek stopte. Dat uurwerk leek opeens iets heel ingewikkeld, maar het is me wel gelukt.”

Van in zijn studententijd was Jan Briers niet alleen in de ban van klassieke muziek, maar ook van rock en pop. “Moderne mensen gaan vandaag een toneelstuk bekijken, morgen een opera, overmorgen een rockfestival. Eind jaren zeventig was ik ook al zo en creëerde ik als student de Happening in de Sint-Pietersabdij. Mijn vader had net een comité van leerkrachten opgericht. Hij zei: ‘Misschien moet je samen met hen op zoek gaan naar wat de behoeften zijn van jongeren.’ Zo kwamen we op het idee om onder de vleugels van het Festival van Vlaanderen een confrontatie tussen klassiek en pop in de abdij te organiseren. Terwijl T.C. Matic en Mink Deville op het plein rockten, speelde in de kerk La Petite Bande. Dat was een gigantisch succes, maar de klassieke puristen waren er niet over te spreken. De studenten zaten op de binnenkoer van de Sint-Pietersabdij met een fles wijn binnen handbereik. Heel wat veertigers denken met heimwee terug aan die tijd. We organiseerden toen ook de ‘Woensdagmiddagconcerten’ op de Gentse Korenmarkt. Wij brachten als eersten Jo Lemaire en The Scabs. Al die middelbare schoolmeisjes – de ‘groentjes’ van Sint Bavo en de ‘blauwtjes’ van Sint Pieters – zeiden tegen hun ouders: ‘Het Festival van Vlaanderen organiseert die concerten.’ Natuurlijk mochten ze dan ’s woensdags na school op de Korenmarkt blijven rondhangen.”

Procter & Gamble als rolmodel

Als kersvers directeur van het Festival van Vlaanderen erfde Jan Briers in ’85 een logge, dure organisatie. “Het Festival is ontstaan uit de openbare omroep, waardoor de medewerkers van een statuut genoten dat gelinkt was aan de omroep. Ze hadden alle ambtenarenvoordelen, zoals lunch- en kledijvergoedingen. Elk extra gepresteerd uur moest gecompenseerd worden. Ik ben die voordelen voorzichtig beginnen afbouwen. Dat was de enige manier om het Festival financieel leefbaar te houden. Het Festival van Vlaanderen heeft altijd een haat-liefderelatie met de openbare omroep gehad. Toen mijn vader op rust ging, kreeg ik van het management te horen: ‘Met jullie hebben we liefst niets meer te maken.’ Klassieke muziek interesseerde hen zogezegd niet meer. Eerlijk gezegd denk ik dat hun houding toen meer met de figuur van mijn pa te maken had. Hij was heel dominant. Ik moest dus helemaal van nul opnieuw beginnen onderhandelen.”

“Acht jaar geleden heb ik dan de belangrijkste verandering doorgevoerd. Veel mensen zagen ons als een organisatie die muffe, klassieke concerten organiseerde. Ik wou af van dat oubollige imago en inspireerde me daarvoor op het bedrijfsmodel van Procter & Gamble (P&G). P&G heeft als onderneming een uitstekende reputatie. Maar slechts weinig mensen weten dat P&G het moederhuis is van sterke merken als Duracell of Oil of Olaz. Ik heb het Festival van Vlaanderen geënt op het ‘P&G-model’. Ons Festival bestaat nu uit verschillende artistieke juweeltjes die we allemaal apart naar het publiek brengen. Het Brusselse Klarafestival was onze testcase. Eind 2002 stond in de krant De Morgen een groot artikel waarin de bestaansreden van het ‘Festival van Vlaanderen Brussel’ in vraag werd gesteld. Jarenlang brachten wij in september een maand lang de wereldtop van de klassieke muziek naar Brussel; de rest van het jaar viel er in die stad niets te beleven. Maar het zijn onze eigen ‘kinderen’ – mensen die bij het Festival gewerkt hebben – die het internationale muziekleven in Brussel naar een hoger niveau getild hebben. De eerste was Gerard Mortier met de Munt. Daarna volgden Frie Leysen met het KunstenFESTIVALDESARTS en Paul Dujardin met Bozar. Op een bepaald moment stak het ‘Festival van Vlaanderen Brussel’ er niet langer bovenuit en werd terecht de vraag gesteld: heeft dit nog zin? Dus moesten we op zoek naar een nieuwe formule. Ik ben naar de VRT gestapt, naar ceo Tony Mary en Klarabaas Walter Couvreur. Ik stelde hen voor om van het ‘Festival van Vlaanderen Brussel’ een volbloed omroepfestival te maken: het Klarafestival, dat twaalf uur per dag op de radio te volgen zou zijn. Ze gingen akkoord. Nu is het Klarafestival het grootste klassieke muziekfestival van ons land. Ik geloof in de stelling dat je als maker of aanbieder van cultuur een beetje moet lijden om kwaliteit voort te kunnen brengen. Als je te veel middelen hebt, raak je in slaap gewiegd. In moeilijke periodes hebben wij telkens de kansen gegrepen om nieuwe creatieve projecten op te starten. OdeGand is nog zo’n voorbeeld. We organiseerden al jaren succesvolle concerten in Gent. Maar toen we onder impuls van onze Gentse directeur Serge Platel ze zes jaar geleden in een nieuw jasje stopten, begonnen ze pas echt te boomen. We kregen het lumineuze idee om het publiek met de boot van concertzaal naar concertzaal te brengen. Nu zakken jaarlijks tienduizenden mensen naar Gent af. Het Festival van Vlaanderen is in veel zaken pionier geweest. We waren de eersten in de cultuursector om met commerciële sponsors in zee te gaan, we waren het eerste cultuurhuis dat een contract afsloot met een krant. Nu heeft elke culturele instelling zijn krantendeal. Een paar jaar geleden hebben we een Festival Foundation opgericht. Daarmee zetten we ook weer een trend. De stichting wil jonge mensen helpen om via de muziek een plaats te vinden in de maatschappij. Festivals zijn daar een goeie plek voor. De Foundation wordt gefinancierd door schenkingen, legaten en giften, niet door sponsoring. In Vlaanderen is die formule uniek, maar broodnodig. Onze meer begoede burgers moeten gestimuleerd worden om hun eigen cultuur meer te gaan ondersteunen.”

AA Gent

Toen Brugge in 2002 culturele hoofdstad werd, werd Jan Briers gevraagd om het gloednieuwe Concertgebouw te helpen opstarten. Hij nam een jaar verlof, en begon met veel enthousiasme aan zijn nieuwe baan. “Het Brugse stadsbestuur had me gevraagd omdat ze het Concertgebouw internationaal op de kaart wilde zetten. Dat leek me logisch voor een stad die jaarlijks meer dan drie miljoen buitenlandse toeristen op bezoek krijgt.” Maar Briers zou snel spijt krijgen van zijn overstap. “Ik moest voortdurend in de clinch gaan met burgemeester Patrick Moenaert. Hij had zich sterk geëngageerd in dat project, maar de kosten van de bouw van het Concertgebouw swingden de pan uit. Daardoor zag hij zijn politieke carrière in het gedrang komen. Ik was alleen verantwoordelijk voor het organiseren van de medewerkers, de artistieke programmering en voor het aantrekken van publiek. Voor de essentie dus. Van in het begin kreeg ik niet het geld dat me beloofd was, want alle centen werden geïnvesteerd in de afwerking van het gebouw. De burgemeester zei: ‘Ik moet eerst en vooral aan míjn publiek denken: de Bruggeling.’ Hij wilde van het Concertgebouw een veredelde parochiezaal maken. Elke uitgave, elke onkostennota moest via hem passeren. ‘Ja, je mag overal in Vlaanderen offertes vragen voor je drukwerk. Maar als het erop aankomt, zal je toch met een Brugse drukker in zee moeten gaan.’ We zijn in alle vriendschap uiteen gegaan, maar voor mij was dat hele jaar verloren. Al heeft het me wel sterker gemaakt.”

Hoelang denkt Jan Briers nog door te gaan als baas van het Festival van Vlaanderen? “Ik heb een dochter van tien. Eigenlijk moet ik nog twaalf jaar verder doen om haar te zien afstuderen. Ik ben nu 56. Reken dus maar uit. Je moet voor je kinderen blijven zorgen, vind ik. Ik wil niet dat mijn dochter een gepensioneerde vader thuis vindt. Ik heb uit de ervaring met mijn vader wel geleerd dat ik voldoende tijd in mijn gezin moet investeren. Straks ga ik met mijn dochter naar het voetbal. Naar AA Gent. We zullen er van genieten, zij en ik.”

Naar wie kijkt Jan Briers op?

Paul Dujardin, de directeur van Bozar, en cultuurmanager Hugo De Greef. “Ik heb zowel met Hugo als met Paul veel ruzie gemaakt in het verleden. (lacht) Het zijn allebei egotrippers die alleen denken aan hun eigen project. Maar ik heb bijzonder veel respect voor wat ze zo gerealiseerd hebben. Paul Dujardin heeft met Bozar het meest creatieve cultuurhuis van Europa uit de grond gestampt. En wat Hugo De Greef verwezenlijkt heeft, is fenomenaal: het Kaaitheater, Rosas, Brugge Culturele Hoofdstad.”

Op 21 december organiseert het Festival van Vlaanderen in het Brusselse Bozar het European Gala Concert, met het Moscou Philharmonic Orchestra en de violist Gidon Kremer.

Tekst: Jan Stevens - Foto: Griet Dekonick