Succestape: De spelletjesmaker van 400 miljoen

In eigen land mag hij dan geen huishoudnaam zijn, in Silicon Valley is Sébastien de Halleux allerminst een onbekende. De 32-jarige Belg richtte met drie vrienden de online spelletjesmaker Playfish op en verkocht de start-up na twee jaar voor een ronkende 400 miljoen dollar. “De acquisitie heeft vooral nieuwe uitdagingen gecreëerd.”

Sébastien de Halleux noemt zichzelf een echte Belg. Deels klopt dat: hij heeft een Vlaamse moeder, een Waalse vader en woonde tot zijn zestiende in Brussel. Maar het vervolg van zijn levensverhaal kun je niet bepaald typisch Belgisch noemen. Om maar iets te zeggen: voor de gemiddelde Belg is een ingenieursdiploma een toegangsticket tot een stabiele loopbaan met een royaal loon en een aantrekkelijk pak extralegale voordelen. Maar niet voor de Halleux. Samen met drie vrienden lanceerde hij in 2003 Macrospace, een bedrijf dat spelletjes ontwikkelt voor gsm’s. Het smolt samen met het Amerikaanse Sorrent Inc. tot Glu Mobile en maakte in maart 2007 een succesvolle beursgang (op de Nasdaq: GLUU). Minder dan een jaar later investeerden de vrienden 3 miljoen dollar van de winst uit de beursgang in hun nieuwe start-up Playfish, een ontwikkelaar van social games die de spelletjesindustrie – een markt van 50 miljard dollar – moet transformeren. De start-up telt intussen 200 werknemers, negen spelletjes, zoals Pet Society en Restaurant City op onder andere Facebook, Myspace, Google, iPhone en Android en maar liefst 60 miljoen actieve gebruikers per maand. Het meest indrukwekkende cijfer tot nog toe dateert van november 2009, toen de Californische gamesgigant Electronic Arts Playfish overnam via een deal ter waarde van 400 miljoen dollar.

Je noemt jezelf een echte Belg, maar je woont al sinds je zestiende in het buitenland. Waarom ben je weggegaan?

Sébastien de Halleux: “Ik heb al mijn hele leven een internationale kijk op de wereld gehad. Ik groeide op in België, maar ben geboren in Swaziland. Toen ik zestien was, wou ik een compleet nieuwe ervaring opdoen. Ik diende een aanvraag in bij het United World College, een internationale school met locaties over de hele wereld en ik werd toegelaten tot de school in New Mexico. We waren met 200, uit honderd verschillende landen. Het is daar dat ik medeoprichter Kristian uit Finland heb leren kennen. Na twee jaar keerde ik terug naar België om aan mijn studies burgerlijk ingenieur te beginnen, maar ik had al snel door dat ik mij niet meer kon vinden in onze continentale manier van lesgeven, waarbij er een enorme kloof bestaat tussen de lesgevers en de studenten. Ik versaste naar Londen en zette mijn studies verder aan het Imperial College.”

Wist je altijd al dat je ondernemer zou worden?

Sébastien de Halleux: “Het heeft me altijd aangetrokken om mijn eigen zaak op te richten, omdat het creativiteit vereist. Al spelend met mijn broer en zus richtte ik ook al bedrijfjes op. We woonden niet ver van Waterloo en verkochten op warme dagen koele limonade aan de hordes toeristen daar. We waren de enigen die in die uithoek drank verkochten en dus konden we onze prijzen zelf bepalen. Als kind bouwde ik altijd van alles. Dat knutselen en dingen uitproberen was ook kenmerkend voor mijn Angelsaksische opleiding, in tegenstelling tot het Belgische ex-cathedra-onderwijs. De ondernemer in mij werd daardoor nog meer wakker geschud. Wat ook zeker een rol heeft gespeeld, is dat ik afstudeerde in Londen tijdens de recessie van 2001. Overal werden mensen ontslagen. Mijn generatie ziet het einde van de loopbaan waar je je hele leven hetzelfde kunt blijven doen, en veelal bij dezelfde werkgever. Vroeger moest je één keer een keuze maken over je carrière, terwijl wij volgens mij eerder moeten denken in projecten van twee tot vijf jaar.”

Hoe ben je in de gamingsector terecht gekomen?

Sébastien de Halleux: “Toen we begin 2003 Macrospace oprichtten, had dat in wezen niets te maken met spelletjes, maar wel met het transformeren van distributie. De toekomst van mobiele telefonie lag in het downloaden van applicaties die je vervolgens op je gsm kon gebruiken. Alleen: er was geen ‘content’ voor die distributie. Dus we vroegen ons af wat het meest universele was dat we op die manier konden verspreiden en we kwamen al gauw uit bij spelletjes. Het platform dat we bouwden was de eerste downloadbare mobiele gameservice in Europa, gelanceerd door Sunrise in Zwitserland, een van onze eerste klanten. Uiteindelijk leverden we onze diensten aan 200 operatoren over de hele wereld. We fuseerden met het Amerikaanse Sorrent en brachten het resulterende bedrijf naar de beurs onder de naam Glu Mobile in maart 2007 waarbij we 19 miljoen dollar ophaalden. De groei van start-up naar beursintroductie was een lastige, maar tegelijk ontzettend leerrijke ervaring. Ik verliet Glu de dag van de beursgang. Voor mij was het dubbel feest, want die dag werd ook mijn zoon geboren.”

Na een tussenstop bij Nokia richtte je vervolgens Playfish op.  Spoel eens terug naar die beginperiode.

Sébastien de Halleux: “Het was oktober 2007 en de oude bende van Macrospace kwam terug samen. We hadden nog altijd zin om de distributie aan te vallen. We zagen nog altijd de enorme waarde van de gamingsector, een industrie van 50 miljard dollar die nog vastzat in retail. De muziekindustrie was aan een nieuw hoofdstuk begonnen met Apple als nieuwe leider en de filmwereld werd aangevallen, maar de spelletjesgiganten deden nog altijd hun eigen ding. Daar wilden wij verandering in brengen.”

En net toen stelde Facebook zijn platform open voor externe ontwikkelaars.

Sébastien de Halleux: “Dat was de trigger die we zochten. Het idee dat Facebook al je vrienden aan elkaar linkt en je via dat netwerk allerlei dingen kunt verspreiden, klonk natuurlijk als muziek in onze oren. Mijn visie is dat pushmarketing kracht aan het verliezen is als methode om goederen of diensten aan te prijzen. Het voortdurend herhalen van dezelfde boodschap is lange tijd effectief geweest om megamerken te bouwen, maar consumenten zijn intussen veel wijzer geworden en sluiten zich af van zulke boodschappen. Het werkt niet langer als ik mijn producten aan jou adverteer, je wil dat je beste vriend je iets aanbeveelt. Op basis van die gedachte besloten we dit bedrijf te starten met drie miljoen dollar van de beursgang. We kozen de naam Playfish omdat het leuk klinkt, vissen universeel zijn en er miljarden van bestaan.”

Vertel eens wat meer over jullie allereerste spelletje.

Sébastien de Halleux: “Dat is Who has the biggest brain, een social game dat uitzoekt hoe slim je bent. We lanceerden het spel op 1 december 2007 door het naar honderd van onze vrienden te sturen. Tegen eind januari had het spel 100.000 spelers. Tegen februari waren het er een miljoen. Wij moesten daar niets extra’s voor doen. Er was geen marketing, geen website, geen lijstje waar het spel vermeld stond. Het volstond om een goed spel te creëren dat alleen maar leuker wordt naarmate je meer vrienden uitnodigt.”

Hoe nauwgezet volgden jullie de groei?

Sébastien de Halleux: “We hadden een digitale gong die we luidden telkens we een nieuwe mijlpaal bereikt hadden. Ons kantoor lag op Oxford Circle in Londen boven H&M. We hadden die stek bewust gekozen. Elk jaar wandelen honderd miljoen mensen door het Oxford metrostation en het was belangrijk voor ons om fysiek de mensen te kunnen zien voor wie we onze spelletjes ontwerpen. Wij maken geen spelen voor gamers, maar voor vrienden die graag dingen samen doen. Dat was ons idee: breng de spelen naar de plaats waar mensen tijd spenderen en ontwerp ze op zo’n manier dat mensen ze willen delen met hun vrienden. Toen we zagen dat het aansloeg, gingen we er volledig voor. We openden een kantoor in San Francisco en een in Peking. Onze visie was dat dit een globaal fenomeen zou worden.
We wilden ons bedrijf niet op de klassieke Silicon Valleymanier uitbouwen: haal een miljoen dollar op, bouw een prototype, haal nog meer geld op en als je goed boert in Californië ga je nationaal en daarna internationaal. Wij wilden dat model op zijn kop zetten: een start-up die van dag één een globale organisatie is. Dankzij alle web 2.0-tools konden we de infrastructuurkosten laag houden. We gebruiken goedkope vliegtuigtickets, google apps, skype en videoconferencing zodat geen enkel kantoor zich een satelliet voelt van een ander.”

Jullie plannen gingen meteen met een rotvaart de goede richting uit. Waren er desondanks ooit twijfels of dit wel zou lukken?

Sébastien de Halleux: “Absoluut. Je hebt dan wel een businessplan en een visie op de wereld, maar aanvankelijk deelt niemand die. Je familie zegt: ben je gek? Wat ga je nu doen? Gratis spelletjes aanbieden? Hoe ga je daarmee geld verdienen? Dus je moet voortdurend mensen overtuigen van je visie en dat vreet energie. Als ondernemer moet je accepteren dat je een tijdlang alleen zult staan met je overtuiging tot je bewijzen kunt leveren.”

Playfish heeft 18 miljoen dollar durfkapitaal opgehaald. Hoe moeilijk was het om investeerders te overtuigen van jullie visie?

Sébastien de Halleux: “’Pitchen’ (je bedrijfsidee voorstellen aan investeerders, nvdr) komt neer op verhalen vertellen. Kristian en ik gingen samen de baan op om al die durfkapitalisten te ontmoeten. De eerste keer (voor Macrospace, nvdr) gingen we letterlijk deur aan deur. Dit keer hadden we al contacten. Bijna de dag nadat we het bedrijf oprichtten, gingen we met hen praten. We vroegen aanvankelijk geen geld. We lieten eerst onze resultaten ons verhaal aandikken tot op het punt dat de cijfers het hele verhaal vertelden. Op dat moment zeiden we: en nu zullen we geld aanvaarden. En tegen dan vochten mensen voor de kans om te investeren in plaats van dat wij erom moesten smeken. We haalden negen miljoen op van Accel, de investeerders in Facebook en negen miljoen van Index, de investeerders in Skype. We kozen de beste van de beste. Het ging erom ons netwerk uit te bouwen en de steun te krijgen van de investeerdersgemeenschap zodat we een eindeloze toevoer van geld hadden. We wisten dat die kerels een langetermijnvisie hadden om te blijven investeren zolang we succesvol waren.

Jullie investeerdersronde klinkt pijnloos, terwijl het de meeste oprichters bloed, zweet en tranen kost.

Sébastien de Halleux: “Het hielp natuurlijk wel dat dit onze tweede start-up is. Toen we in 2001-2002 geld ophaalden, hadden we het veel lastiger omdat we pas afgestudeerd en compleet onbekend waren, geen geld hadden en geen product, en bovendien in Europa zaten waar geen toegang is tot kapitaal. Toch is het een mythe dat het moeilijk is om geld te vinden. Geld ligt voor het rapen als je een groep mensen kunt overtuigen dat jouw idee de steun waard is. Dus wat moeilijk is, is het uitwerken van een goed idee.”

In november 2009 werd Playfish gekocht door gaminggigant Electronic Arts (EA). Welke impact heeft het geld van deze aankoop op jou persoonlijk?

Sébastien de Halleux: “Het neemt zeker bepaalde zorgen weg. Zorgen over welk pensioenplan je moet kiezen. Hoe je de studies van je kinderen gaat bekostigen. Hoe vaak je terug kan om je familie en vrienden te zien. Maar over het algemeen heeft deze acquisitie vooral een stel nieuwe uitdagingen gecreëerd. Plots zijn er geen excuses meer. Je kunt niet zeggen dat je niet genoeg mensen hebt, want je hebt er 8.000. Je kunt niet zeggen dat je niet genoeg cash hebt, als er twee miljard is. Dus plots ligt er veel meer verantwoordelijkheid bij jezelf, waardoor je nog harder gaat werken dan voordien.”

Waar ben je het meeste trots op in je loopbaan tot nog toe?

Sébastien de Halleux: “Dankzij de ondernemersgeest van mij en mijn medeoprichters hadden 250 mensen een baan bij Macrospace en nu 200 bij Playfish. In staat zijn om jobs te creëren en een toekomst te bieden tijdens een van de ergste recessies ooit, daar ben ik erg trots op.”
--

Het volledige interview met Sebastien de Halleux leest u in Start-up Ville, een collectie interviews van Vacature-medewerkster Evy Ballegeer met de oprichters van beloftevolle start-ups in Silicon Valley. Wie zijn al die jonge entrepreneurs die de volgende Apple, Google of Facebook willen oprichten? Waar vinden ze geld? Welke successen boekten ze en wat leerden ze uit hun mislukkingen? Met een voorwoord van Bart Becks.

Tekst Evy Ballegeer

Verschenen in Vacature Magazine op 23 oktober 2010