Succestape - De hoeder van de verse friet

Omzet: 20 miljoen euro. “Tussen 2008 en 2009 zijn we met 20% gegroeid, het jaar nadien met 30%.”

Aantal werknemers: 90 in totaal: 30 in Verrebroek, de anderen in distributiezetels in Nederland, Wallonië en Frankrijk

 

Wanneer u een pak friet van ‘t frietkot naar binnen speelt of een patat op uw bord krijgt in het bedrijfsrestaurant, is de kans groot dat ze door een schil- en snijmachine van het Belgische Remo-Frit onder handen zijn genomen.“De friet van nu is in niets te vergelijken met die van twintig jaar geleden.”

“België moet haar friet laten patenteren. En Unesco ertoe bewegen haar frietkoten tot werelderfgoed te benoemen.” Het hart van Jozef Van Remoortel klopt voor de Belgische friet. Vandaag zetten miljoenen Belgische, Nederlandse en Franse werknemers in duizenden bedrijfsrestaurants zonder het te weten hun tanden in friet- en kookaardappelen van zijn Remo-Frit. Jozef Van Remoortels naam en faam bereikte zelfs het koninklijk paleis.  Sinds kort mag ‘Verrebroeks finest’ het ereteken van Officier in de Orde van Leopold 2 op zijn hemd spelden. Al is niet geweten of zijn frieten daadwerkelijk in Alberts friteuse sudderen.

De drie vorige generaties Van Remoortel zetten de eerste spadesteken van dit succesverhaal in de vruchtbare poldergrond van Verrebroek (Beveren). “Ik ben letterlijk onder de kerktoren opgegroeid. Als boerenzoon was het de evidentie zelve om naar de landbouwschool te gaan. Op mijn vijftiende ben ik gestopt met school. Het interesseerde me totaal niet. Wanneer ik thuis kwam, zwierde ik mijn boekentas meteen de hoek in. Direct zat ik op de tractor. Die liefde voor de boerenstiel zit er nu nog in. Tot vorig jaar oogstte ik zelf mijn graan met de pikdorser. Dat was mijn vakantie. Nu doe ik het wat rustiger aan.” Na zijn vijftiende stopt Van Remoortel geenszins met zich bij te scholen. “In de winter, de rustige periodes, volgde ik lessen bedrijfskunde. En eloquentia, welsprekendheid. Op mijn achttiende was ik al gewestelijk voorzitter van de KLJ voor de hele Polder. Dan moet je mensen correct kunnen aanspreken, een vergadering deftig kunnen voorzitten.” Engagement doorspekt de carrière van Jozef Van Remoortel. “Ik heb er een 24-jarige loopbaan in de gemeentepolitiek opzitten. Eind jaren zeventig en begin jaren tachtig was ik jarenlang raadslid van het OCMW van Groot-Beveren. Ik heb in tal van raden van bestuur gezeten, gaande van gas- tot huisvestingsmaatschappijen. Vandaag zit ik enkel nog in het bestuur van de lokale voetbalclub en dat van tweedeklassevoetbalclub Waasland-Beveren.” Anno 2010 leiden twee van zijn drie dochters en hun echtgenoten het bedrijf Remo-Frit. “Ik ben nog afgevaardigd bestuurder omdat zij dat wilden. Als je kinderen in het familiebedrijf stappen, moet je onmiddellijk afspraken maken. Niet pas wanneer je eruit stapt.”

Vechten tegen windmolens

Achttien is Jozef Van Remoortel als hij de touwtjes van het familiebedrijf in handen krijgt. “Onder de kerktoren waren de uitbreidingsmogelijkheden beperkt. Met de koeien en varkens op de ouderlijke boerderij had ik totaal geen affiniteit.” De Van Remoortels teelden ook aardappelen, zoals zovele anderen in de Scheldepolders. Niet de biet of het graan of de koe of het varken, maar de patat zou hem zijn fortuin moeten schenken, zoveel was duidelijk. Eind jaren zeventig, tien jaar nadat hij het roer had overgenomen, volgden de massale onteigeningen van landbouwgronden voor de uitbreiding van de Antwerpse haven  op Linkeroever. Op zijn veertigste verliest Jozef Van Remoortel de helft van het familiebedrijf. “Op een bepaald moment besef je dat je tegen windmolens vecht.” Van Remoortel kiest de vlucht vooruit. “Op dat moment verkochten we onze aardappelen vooral aan de grootindustrie, frietfabrieken in Nederland. We voelden ons een speelbal van hen. Zij beslisten of onze patatten goed of slecht waren. Best frustrerend.”
Van Remoortel liet niet met zich sollen en begon zelf ongeschilde patatten te vermarkten in de regio Antwerpen. Met succes. De vele bezoeken aan de Antwerpse frietkoten brachten Jozef Van Remoortel op een lumineus idee. “’Waarom schillen jullie alle patatten nog zelf?’, vroeg ik hen steevast. Bleek dat er best een boel kleine schilbedrijven bestonden, maar dat die allemaal bewaarmiddelen gebruikten. Die breken het vet af, wat de meeste frietkoten niet willen.” Van Remoortel was vastberaden. “We moesten en zouden geschilde frietaardappelen zonder bewaarmiddelen aan de man brengen.”

De Ronde van de Frietkoten

Met een bevriende bio-ingenieur stapte Van Remoortel naar gasbedrijf Air Liquide. “Ze ontwikkelden al gassen voor de vleesindustrie. We wilden onze aardappelen onder een anti-oxiderend gas verpakken. Want zuurstof doet een aardappel zwart uitslaan. Als eersten zijn we erin geslaagd verse voorgesneden frieten op gas verpakt op de markt te brengen.” Op het ouderlijke erf onder de kerktoren van Verrebroek gingen Van Remoortel en zijn vrouw aan de slag. Met een hele kleine, maar voor die tijd erg moderne schil- en snijmachine. We schrijven intussen 3 november 1989.

Acht jaar lang reed Jozef Van Remoortel alle frietkoten te lande af. Tussen vijf uur ‘s avonds, wanneer ze openden, tot één uur ‘s nachts. Uitgezonderd die avonden dat de politiek of het verenigingsleven hem claimde. “De eerste frituren, die in het Antwerpse, waren meteen verkocht. We hebben altijd geleidelijk aan gewerkt, regio na regio. Gent na Antwerpen, enzovoort. Nooit via de media. ‘Mensen, probeer ons product’, was ons devies. We waren iets duurder dan de frieten in bewaarmiddelen, maar dat was voor de helft van de frituren geen punt. Die willen kwaliteit. De andere helft gaat voor prijs. Dat zal altijd zo blijven.”

Kwaliteit boven alles, stap voor stap de markt bestrijken: twee elementen uit Van Remoortels succesformule hebben we al prijsgegeven. Innovatie is onomstotelijk een stevige derde. “Innoveren gaat sneller in kmo’s dan in multinationals. Je bent niet afhankelijk van pakweg een Amerikaanse hoofdzetel, waar een beslissing eerst een aantal raden van bestuur moet doorlopen.” Een eerste innovatie-mijlpaal volgde in 1992. “We voelden aan dat het ouderlijk bedrijf te klein werd. Mijn oudste dochter Ann en haar echtgenoot stapten in het bedrijf. Samen hebben we als leidinggevenden beslist om de ouderlijke schuur volledig om te bouwen tot een  modern schilbedrijf. Op Europees vlak de meest moderne. De bewaartijden verlengden, we werkten sneller, efficiënter en hygiënischer. De productie vertienvoudigde, waardoor we minder vaak moesten uitrijden.”

In 2000 greep Jozef Van Remoortel de kans om vanonder de kerktoren in Verrebroek te verhuizen naar de kmo-zone Aven Ackers. Naast de Waaslandhaven, aan de Expressweg E34. Dochter Els en haar echtgenoot kwamen mee aan boord. “De druk van de milieu-inspectie was erg groot. Binnen de drie jaar moesten we loskoppelen van de openbare waterzuivering. We hebben uiteindelijk een eigen waterzuiveringsinstallatie gezet.”
Van Remoortels hart kleurt naar eigen zeggen van nature groen. “Al ben ik geen ‘groene’, dat milieubewustzijn zit in mijn bloed. Ik gebruikte als landbouwer al milieuvriendelijke producten, bemestte op een verantwoorde manier. De dioxinecrisis van 1999 maakte duidelijk dat er iets moest gebeuren met de veevoeding, de oorzaak van die crisis. We raakten onze restproducten niet meer kwijt aan de veevoederindustrie.” Iedereen verklaarde hem goed gek, maar Jozef Van Remoortel wou en zou zijn aardappelresten vergisten. “We hebben toen zwaar geïnvesteerd om als allereerste in België een biogasinstallatie te bouwen, die de schillen kon omzetten naar bio-gas. We waren de wetgever voor, er bestonden nog geen warmte- of groenestroomcertificaten. Een serieuze investering met alle risico’s vandien. Maar ik heb er hoegenaamd geen spijt van. We recycleren vandaag niet alleen ons afval, maar gebruiken ook de warmte en het gezuiverde afvalwater.” Vele concullega’s die dergelijke investering niet deden of niet konden bekostigen, moesten noodgedwongen stoppen. “We hebben een vierde van de Belgische markt in handen, een 100-tal kleine tot middelgrote collega’s verdelen de rest. België verwerkt 3 miljoen ton aardappelen per jaar, twintig jaar geleden was dat nog geen miljoen. Er zijn heel wat fabrieken bijgekomen, vooral in de diepvriessector in West-Vlaanderen. Farm Frites verkoopt bijvoorbeeld onze aardappelen.”

Scherpe milieuwetgeving als bondgenoot

Van Remoortel geeft toe dat de veranderende tijdsgeest Remo-Frit mee de wind in de zeilen gaf. “Uit gezondheidsoverwegingen is de Belg gaandeweg voor minder vet, calorieën en suikers gaan kiezen. De friet die we vandaag afleveren, is meer dan de helft beter dan die van twintig jaar geleden.” De scherpere milieuwetgeving zette heel wat OCMW’s en ziekenhuizen er medio jaren negentig toe aan niet langer zelf hun aardappelen te schillen. Koren op de molen van Remo-Frit. “Wij liepen altijd voor. We mochten geen patatten schillen zonder waterzuiveringsinstallatie. Ik vind het dan ook logisch dat grootkeukens niet zomaar hun afval in de riool lozen. In de gevangenissen en de psychiatrie hebben ze nog het langst van al zelf geschild. Om de mensen bezig te houden.” Bijkomend pluspunt: de Belg eet weer meer aardappelen. “Tien jaar geleden zag je stilaan rijst opduiken in grootkeukens. Maar rijst is er niet goedkoper op geworden. India sloot vorig jaar op een zeker moment haar grenzen voor de export van rijst om de voedselzekerheid van haar eigen bevolking te garanderen. Dat jaagt de prijs natuurlijk de hoogte in.” De Weight Watchers en heel wat diëtisten sloegen de aardappel lange tijd in de ban. Vandaag is dat anders, aldus Van Remoortel. “Nu beseffen ze dat we die vezels nodig hebben in ons dieet.”

Kwaliteit boven alles, dat durft al eens zijn tijd te duren. Lang heeft Jozef Van Remoortel gewacht om zich ook op de markt van de geschilde kookaardappelen te bewegen. “Tot we eindelijk een machine vonden die de vereiste kwaliteit kon garanderen.” Meteen zwaaiden de deuren van Delhaize en vele grote cateraars open. “Remo-Frit was geboren, in 1996. ‘Van Remoortel aardappelverwerking’: daarmee kan je niet naar buiten komen.” Vandaag bestrijkt Remo-Frit 70% van de grootkeukens. Rusthuizen, bedrijfsrestaurants, gevangenissen, legerbasissen, noem maar op. “Kookaardappelen halen vandaag zelfs de overhand in onze omzet. Omdat de bewaartijden langer zijn, kunnen we internationaal gezien verder mikken. Frankrijk is vandaag heel belangrijk, omdat we daar heel veel leveren aan industriële maaltijd- en soepbereiders.”

Komen we bij de internationalisering van Remo-Frit. Die volgt grosso modo hetzelfde scenario in België, Frankrijk en Nederland. Remo-Frit koopt her en der schilbedrijven. Die geven het schillen op en fungeren als distributieplatform voor de lokale markt. “In Noord-Frankrijk, de streek rond Rijsel en de kust, wemelt het van de frietkoten. Net als in heel Nederland. De reputatie van de Belgische friet opent deuren.” Remo-Frit is allerminst van plan het bij dat landentrio te laten. Vorig jaar voegde Remo-Frit de gepasteuriseerde aardappel toe aan haar assortiment. Die blijft drie maanden houdbaar, waardoor verder gelegen markten nu ook in het vizier komen. “We mikken niet op China of Rusland, er zijn nog genoeg Europese markten waar aardappelen moeten ingevoerd worden. Zoals Polen, Kroatië, Bulgarije, maar ook Italië en Spanje. Maar we zullen niets forceren.”
  
Van elke vrachtwagen aardappelen die Remo-Frit binnenrijdt, bakken ze een staal frieten. Twijfelt de kwaliteitscontroleur, dan krijgt Jozef Van Remoortel er een paar onder zijn neus. “Maar als ik écht goesting heb in een smakelijk pak frieten, ga ik naar ‘t frietkot hier in Verrebroek.”

Tekst Nico Schoofs – foto  Griet Dekoninck