Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

Spanje werkt zonder toekomst (deel 2)

Loterij

Avond in Madrid. Net om de hoek van mijn hotel bots ik op een gigantische rij wachtende mensen, jong en oud kriskras door elkaar, die zich om de hoek van de straat nog minstens tweehonderd meter verder slingert. Nieuwsgierig besluit ik op zoek te gaan naar de bron van zoveel oeverloos geduld. Dat blijkt een piepklein kantoortje te zijn van de ‘Loteria y Apuestas del Estado’. De staatsloterij, zeg maar, die in de kerstperiode in Spanje altijd al populair was, maar die in deze crisistijden door velen blijkbaar als de snelste en enige uitweg uit de ellende wordt beschouwd.

In een wat volkse bar twee metrostations verderop, vlakbij de Plaza de España, hebben we om acht uur afgesproken met Juan (33), die niet met zijn echte naam in de media wil. Strak in het pak, even intelligent als gedreven, en nu op weg naar huis na een lange werkdag. Hij werkt intussen ruim anderhalf jaar als it-consultant voor een  multinational die wereldwijd tienduizend werknemers telt, en verdient daar maandelijks welgeteld 1040 euro. Met maaltijdcheques en een soort ziekteverzekering er als toetje bovenop. Niks hippe smartphone van het bedrijf, en al helemaal geen bedrijfswagen of nog gekkere toestanden. Toch toont Juan zich redelijk tevreden over zijn werksituatie. “De voorbije jaren werkte ik in eerder technische functies, onder meer vier jaar voor Bosch. Tot op de dag dat ik het zat was om daar keer op keer een tijdelijk contract voorgeschoteld te krijgen. Almaar meer bedrijven in Spanje bedienen zich vandaag van die techniek. Je krijgt een tijdelijk contract aangeboden voor één jaar, waarna je opnieuw afgedankt wordt. Na een half jaar werkloosheid – of in het beste geval een tijdelijk contract bij een onderaannemer van je echte werkgever - neemt datzelfde bedrijf je opnieuw in dienst, met een identiek tijdelijk contract. En zo kan dat jaren aan een stuk doorgaan, zonder enig perspectief op een vast contract en een stabiele toekomst. Bedrijven omzeilen zo handig de wet, die hen verplicht om iemand na één jaar een vast contract aan te bieden. Niet dat de overheid zoveel beter is hoor. Mijn vriendin is 32, werkt als kleuterjuf in een gemeenteschool hier in Madrid, en ziet op het einde van de maand welgeteld 700 euro op haar rekening bijgeschreven.”

Juan is niet bepaald het type om bij de pakken te blijven zitten, en besloot het over een andere boeg te gooien. “Ik had een meer dan gemiddelde interesse in informatica, en terwijl ik afwisselend werkte en werkloos was, schreef ik me nu zowat vier jaar geleden in voor een soort graduaat informatica. Na afloop daarvan moest ik ook drie maanden stage lopen – onbezoldigd weliswaar – en zo ben ik bij mijn huidige werkgever beland. Na afloop van mijn stage kreeg ik hier een vast contract aangeboden. De voorbije maanden deed ik vooral consultancy voor grote overheidsdiensten en ministeries, waar ik dan vaak maandenlang aan de slag blijf.”

Angst

“Mijn huidige loon is belachelijk laag, daar ben ik me maar al te goed van bewust. Om je een idee te geven: ik kost mijn werkgever op jaarbasis een goede 18.000 euro. Tegelijk rekent mijn baas aan de klant, in dit geval een ministerie, jaarlijks 60.000 euro aan voor mijn diensten als consultant. Ergens voel ik me dus wel misbruikt, maar tegelijk was het mijn grote droom om ooit als it-consultant aan de slag te kunnen gaan en daarbij dan ook grote, belangrijke projecten te kunnen trekken. Die droom kan ik nu waarmaken, bij bedrijven zoals ING en Banco Santander of grote openbare instellingen. Zoiets staat uiteraard goed op mijn cv. Bovendien kan ik, als ik goed presteer, in theorie ook elk jaar aanspraak maken op een loonsverhoging van zowat 1500 euro bruto. Het is mijn ultieme droom om ooit in deze branche als zelfstandig consultant aan de slag te gaan. Mijn huidige baan is daarvoor de ideale springplank. Het grootste probleem vandaag hier in Spanje is dat iedereen met de daver op het lijf werkt. Haast niemand verandert van job, uit angst om van de regen in de drop te belanden. Als je 35 bent, wil je vooral je werk niet verliezen. In het huidige economische klimaat is zoiets een echte ramp. Werkgevers ontvangen bovendien subsidies als ze mensen jonger dan 30 of ouder dan 45 aantrekken. Voor wie daartussen valt en zijn job verliest ziet het er dus niet bepaald florissant uit. Bedrijven maken ook misbruik van de situatie. Ik heb vrienden die onlangs te horen kregen dat ze in een hogere ‘categorie’ zouden worden geplaatst - waar ze meer verantwoordelijkheden en dus ook meer werk krijgen – maar tegelijk minder zouden gaan verdienen volgend jaar. Hallucinant, maar weigeren is geen optie. Als mijn werkgever me vandaag aan de deur zou zetten, heb ik recht op welgeteld twee weken ontslagvergoeding. De ontslagregeling is vorig jaar sterk versoepeld, voor werkgevers én werknemers, maar in tijden zoals deze zijn het natuurlijk vooral de werkgevers die daarop hadden aangedrongen.”

Bureaucratie

Juan ziet de toekomst behoorlijk somber in. “Niet zozeer voor mezelf, wel voor dit land. We zijn vaak onvoldoende goed opgeleid, spreken amper vreemde talen en zijn daarnaast ook nog eens veel te weinig ondernemend. Dat ligt deels ook aan het systeem natuurlijk: wie een eigen bedrijf uit de grond wil stampen, moet zich eerst een weg banen doorheen een doolhof van bureaucratie en onwil. Terwijl het net jonge ondernemers zijn die onze verouderde en vastgeroeste economie uit het slop zouden moeten trekken en nieuwe werkgelegenheid scheppen. De allerbesten houden het hier voor bekeken en trekken naar Chili of Argentinië, waar de taalhandicap niet speelt.

Ik heb vrienden die met een woninghypotheek van 300.000 euro, af te betalen in veertig jaar, opgezadeld zitten. Sommigen onder hen werden intussen door de bank uit hun appartement gezet, omdat ze niet langer konden betalen. Vaak trekken ze dan opnieuw in bij hun ouders, maar welk leven is dat, als je 35 bent en al tien jaar samenwoont of getrouwd bent? Ik heb geluk gehad, omdat ik een appartement gekocht heb van mijn ouders, en dus maandelijks niet overdreven veel hoef af te lossen. Het verzet onder de jongeren groeit evenwel, en de protestbewegingen schoten hier de voorbije maanden als paddenstoelen uit de grond, maar ze krijgen voorlopig weinig politieke steun.”

Terwijl de eerste tapa’s op tafel verschijnen, is ook Montse (24), een vriendin met een diploma rechten op zak, erbij komen zitten. Zij heeft er net een stage in een Madrileens advocatenkantoor opzitten en krijgt daar nu ook een contract aangeboden. “Mijn maandloon zal rond 800 euro schommelen,” klinkt het. “Eigenlijk wilden ze me niet zoveel bieden, maar omdat het maar een klein kantoortje is, heb ik toch nog wat kunnen onderhandelen. Het blijft natuurlijk een habbekrats, maar ik woon gelukkig nog bij mijn moeder, die werkloos is. Een eigen appartement zit er uiteraard niet in met dit loon, maar ik beschouw dit dan ook als een eerste opstap naar meer. Als ik afga op de verhalen van vrienden mag ik me zelfs nog gelukkig prijzen. Zij krijgen zogenaamde stages aangeboden – lees een volwaardige baan met een stagecontract – waar ze dan maandenlang 400 euro per maand verdienen. Of erger nog: ze gaan ergens solliciteren en krijgen daar te horen dat ze met hun diploma zeker welkom zijn. Meer nog, ze mogen er zo lang blijven als ze maar willen. Op één kleine voorwaarde: ze moeten gratis willen werken. Geen erg als ze dat niet zien zitten: er zijn altijd wel mensen te vinden die zo wanhopig zijn dat ze zelfs dat aanvaarden.”

Lees deel 1 van dit artikel

Terug naar het coververhaal 'Sombere toekomst voor de slimme Spanjaard'