Spanje werkt zonder toekomst (deel 1)

Ze zijn 25 tot 35 jaar, hoogopgeleid en kunnen al flink wat werkervaring voorleggen. Toch moeten ze het stellen met een loon van zowat duizend euro per maand. Welkom bij de Spaanse ‘mileuristas’, een generatie zonder geld, huis of toekomstperspectief.

Haar loon? Dat schommelt tussen 950 en 1000 euro. Toegegeven, niet meteen om over naar huis te schrijven, maar het kon nog veel slechter. “Heel wat vrienden moeten het immers zonder vaste baan stellen.” Judith Ferrer (35) is van het eerder optimistische type. Twee kinderen, gehuwd, en als telefoonoperator aan de slag bij een onderaannemer van Siemens. Ergens in een anoniem industriegebouw in een troosteloos ogend industriepark in Getafe, een al even troosteloze slaapstad even buiten Madrid. “Mijn man verdient gelukkig relatief goed, meer dan ik in ieder geval. Dat laat ons toe een relatief onbezorgd leven te leiden.”

Van opleiding is Judith kunsthistorica, en ooit kon ze zich professioneel volledig uitleven in een keten van kunstwinkels die over het gehele land 60 vestigingen telde. Maar toen kwam de crisis, en die maakte korte metten met het succesverhaal. “In 2006 belandde ik op straat. Vandaag schieten er in heel Spanje nog welgeteld drie van die kunstwinkels over. Sindsdien werkte ik onder meer als kassierster in een supermarktketen, was ik een tijdlang werkloos en kon ik aan de slag in een bibliotheek. Dat was een fijne baan, maar toen ik zwanger werd van mijn tweede kindje weigerden ze mijn contract daar nog te verlengen. Na de bevalling heb ik ook nog even als receptioniste gewerkt, en nu zit ik al ruim een jaar hier. Mijn taak? Telefoontjes beantwoorden van ziekenhuizen waar de medische apparatuur het begeven heeft, en hen in contact brengen met de juiste technici. Niet bepaald op maat gesneden van mijn universitair diploma, dat klopt (wrang lachje). En nee, voor het geld hoef ik het al helemaal niet te doen. Ik woon namelijk in een dorp enkele tientallen kilometers verderop, waardoor ik maandelijks ook nog eens ruim honderd euro aan benzine moet uitgeven. Ik verdien dus amper m’n brood, maar veel keuze had ik niet. Het was dit of helemaal niets, en bij dit soort jobs wordt er vandaag in Spanje zelfs niet meer over het loon onderhandeld. Er zijn duizenden gegadigden na mij, weet je wel. Ik had het geluk dat een vriendin van mij hier op de personeelsdienst werkt, anders was ik nu wellicht nog altijd werkloos. Nu ja, je hoort me niet echt klagen hoor: de sfeer onder de collega’s is opperbest, en ik word hier tenminste niet als een stuk vuil behandeld omdat ik ‘maar’ een telefoonoperator ben.”

Mileuristas

Een licentiate in de kunstgeschiedenis die acht uur per dag telefoontjes van ziekenhuizen moet doorschakelen, nog geen duizend euro per maand raapt en die van zichzelf vindt dat ze het eigenlijk nog best getroffen heeft. Het klinkt nogal surrealistisch, maar het is in het Spanje van vandaag haast meer regel dan uitzondering. Meer nog: in al hun ellende bedachten de Spanjaarden er zelfs nog een vlot bekkend neologisme voor: ‘los mileuristas’. Letterlijk ‘zij die duizend euro verdienen’, maar in praktijk net zo goed een allesomvattend synoniem voor sociale onzekerheid, een baan ver beneden het te verwachten niveau en een totaal gebrek aan professionele toekomstperspectieven. Volgens de meest recente cijfers zou intussen al ruim de helft van de Spaanse werknemers in die situatie zitten. Bovendien gaat die precaire financiële situatie vaak ook hand in hand met stagecontracten, tijdelijke contracten of andere eerder twijfelachtige statuten. “Dat klopt ook helaas in mijn geval,” bevestigt Judith. “Op mijn afdeling zitten we met 17, waarvan er welgeteld vier een vast contract hebben. De rest kan in theorie van de ene dag op de andere op straat belanden.”

Daar staat ze dan: 35 jaar, universitair diploma ergens diep weggeborgen in een kast, noodgedwongen blij met een baan die haar geen enkele zekerheid en nog minder toekomstperspectieven biedt. “Ik heb geen perspectief, maar daar heb ik mee leren leven. Ik heb het geluk over een eigen huis te beschikken, omdat mijn ouders zelfstandig waren en me dus geholpen hebben bij de aankoop daarvan, nog vooraleer de vastgoedprijzen hier de pan begonnen uit te swingen. Wie vandaag in Spanje een baan heeft, moet vooral niet zeuren. Dat is de harde realiteit. Heel wat bedrijven maken misbruik van de crisis, maar ik acht de politici minstens even verantwoordelijk. Om verkozen te raken en om hun partijwerking te financieren, zijn ook zij flink afhankelijk van grote bedrijven. Dat is hier al jarenlang zo. Geen haar op hun hoofd dat er dus aan denkt om zich al te kritisch uit te laten over de loon- of contractvoorwaarden waarmee almaar meer bedrijven hier in Spanje zwaaien. Enkele weken terug waren het hier parlementsverkiezingen: voor links noch rechts was een fenomeen als de ‘mileuristas’ echt een prominent thema. Politici halen hun schouders op en weten het zelf ook niet echt meer, heb ik de indruk. Ruim veertig procent van de jongeren kwijnt nu al weg in de werkloosheid, en hun aantal blijft maar toenemen. Zelf zie ik ook geen uitweg, waar kan ik naartoe? Ik heb dit inkomen nodig om het hoofd boven water te kunnen houden, een andere baan vinden is quasi onmogelijk.”

Microscopen

Ook een carrière in het buitenland is voor de meeste Spanjaarden, zelfs met een universitair diploma, nauwelijks een optie. En dat beseft dringt stilaan door, weet Judith. “We spreken amper Engels, en de weinige vrienden die ik ken die toch de stap hebben gezet, vertellen me dat het niveau van de opleidingen hier meestal een stuk lager blijkt te liggen dan in het buitenland. Het wanbeleid en gebrek aan visie van tijdens de gouden jaren, toen het geld hier zomaar binnen leek te stromen, worden nu cash betaald.” Of het dan nog wel zin heeft om vier jaar of langer naar de universiteit te trekken, om zwaar te investeren in een goed diploma? “Niemand hier maakt nog plannen op lange termijn. En wie naar de universiteit trekt, is in die periode tenminste al niet werkloos. Al is daarmee vaak ook alles gezegd. Een van mijn zussen werkt als biochemicus op de universiteit. Zij moet zich daar behelpen met microscopen die bij wijze van spreken nog uit het Franco-tijdperk dateren. En van een nicht die op de universiteit van Tarragona werkt, hoor ik zo mogelijk nog minder vrolijke verhalen. De meeste universiteiten worden al jarenlang ondergefinancierd, waardoor niet enkel het onderwijsniveau maar ook de eventuele toegevoegde waarde voor de economie veel te laag ligt. Dit land is op vele vlakken al lang geen ontwikkeld land meer. We hebben jarenlang boven onze stand geleefd, met geleend geld en met centen die vlot bleven binnenstromen vanuit de vastgoedmarkt. Vandaag volgt de grote ontnuchtering, al vrees ik dat niet iedereen dat al begrepen heeft. Ik ken in mijn omgeving nog veel te veel mensen die dagelijks rijst met bonen eten, maar intussen graag met hun Mercedes blijven pronken.”

Hervorming

Hoe diep kan een land vallen? Eind oktober van dit jaar telde Spanje officieel 4.978.300 werklozen. Anders gesteld: 21,5 procent van de actieve bevolking is er vandaag werkloos. Voor wie jonger is dan 25 ziet de situatie er nog stukken dramatischer uit: 45 procent van hen zit vandaag zonder baan. In absolute cijfers: 418.898 Spaanse jongeren beneden de 25 moeten aanschuiven bij het ‘oficina de empleo’. Vier jaar terug, bij het begin van de crisis, waren dat er maar 220.000. En het gaat lang niet enkel over laaggeschoolden: ook tien procent van de ingenieurs, zowat overal in Europa toch gegeerd wild op de arbeidsmarkt, is vandaag op zoek naar een job.

In een poging de dramatische gevolgen van de instortende vastgoedmarkt enigszins te milderen en de economie opnieuw op de sporen te krijgen, besloot de toenmalige socialistische regering eind vorig jaar tot een drastische hervorming van de arbeidsmarkt. Daarbij werden niet enkel de ontslagtermijnen voor bedienden met een vast contract tussen 31 en 45 jaar een stuk ingekort – waardoor het voor bedrijven een stuk goedkoper werd om mensen aan de deur te zetten – ook de criteria voor het zogenaamde ‘ontslag om economische redenen’ werden sterk versoepeld. Bedrijven in moeilijkheden kunnen voortaan ook een jaar lang gedwongen werktijdverkorting invoeren, en werkgevers die 45-plussers aanwerven kunnen tot drie jaar lang op subsidies rekenen. Op de koop toe werd het principe van de collectieve loonsonderhandelingen flink uitgehold, waardoor werknemers minder sterk in hun schoenen staan wanneer ze over hun contract moeten onderhandelen.

Lees deel 2 van dit artikel

Terug naar het coververhaal 'Sombere toekomst voor de slimme Spanjaard'