Sociale fraude, de lucratieve bijverdienste van tienduizenden Belgen

Peter heeft al betere tijden gekend. Toen de zaken nog echt floreerden, stak hij maandelijks vlotjes 1.500 euro op zak. Bovenop zijn werkloosheidsuitkering van 900 euro als alleenstaande met gezinslast welteverstaan. “Voor die 1.500 euro moest ik ook niet meer dan twee dagen per week werken. Ik haalde de vuile was op voor een wasserij en leverde enkele dagen later het propere wasgoed ook netjes terug af aan huis. Maar goed, intussen zijn we ruim zeventien jaar en drie wasserijen verder, en lopen de zaken toch iets minder goed. Vandaag verdien ik zowat 1.000 euro per maand extra, naast mijn RVA-uitkering. Daar kan ik behoorlijk van leven, maar met de huishuur en het onderhoudsgeld voor drie kinderen heb ik het toch ook niet overdreven breed.”

Zestig is hij intussen en de kans is reëel dat hij binnenkort zijn twintigjarig jubileum als frauderende werkloze kan vieren. “Nee, veel schrik om tegen de lamp te lopen heb ik nooit gehad. Ik ben altijd onderweg, en bij een zeldzame politiecontrole heb ik nooit vragen gekregen over de linnenmand in mijn koffer. En ook voor de wasserij zelf is het risico quasi nihil: ik ben daar nooit. Als er controle komt, kan ik dus ook moeilijk betrapt worden.” Ooit had Peter een eigen bedrijf, maar toen de zaken begonnen te slabakken, kon hij al snel aan de slag als werknemer. “Na een grote herstructurering ben ik daar aan de deur gezet, maar gelukkig had ik toen al lang genoeg gewerkt om aanspraak te kunnen maken op een werkloosheidsuitkering. Nu, met 900 euro stempelgeld spring je niet ver als je drie kinderen moet onderhouden, en dus ben ik al snel op zoek gegaan naar een bijverdienste. In al die jaren heb ik me welgeteld één keer moeten aanbieden bij de VDAB, om een sollicitatiecursus te volgen. Nooit heb ik één concrete werkaanbieding ontvangen. De voorbije jaren is het activeringsbeleid wel strenger geworden, maar vermoedelijk was ik telkens net iets te oud om in het vizier te komen. En geloof me, ik ben geen alleenstaand geval. Ik ken leeftijdsgenoten die na hun schooltijd haast meteen gaan stempelen zijn en die daarnaast hun hele carrière lang in het zwart gewerkt hebben voor een koppelbaas.”

Veelkoppig monster

Stellen dat het Belgische sociale zekerheidssysteem anno 2011 een van de gulste ter wereld is, is een open deur intrappen. Om het iets concreter te maken: vorig jaar spendeerde de federale staatskas een slordige 13 miljard euro aan de meest uiteenlopende uitkeringen en vervangingsinkomens voor mensen tussen 18 en 65 die werkloos of arbeidsongeschikt waren. Dit in de vorm van leeflonen, werkloosheidsuitkeringen en uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid. Sociale uitkeringsfraude is dan ook een veelkoppig monster. Gaande van zwartwerk en andere fraude met werkloosheidsuitkeringen over mensen die onterecht een uitkering ontvangen omwille van arbeidsongeschiktheid of twee sociale uitkeringen cumuleren tot fraude met het OCMW-leefloon, ja zelfs pensioenfraude. Of wat dacht u van Belgen die in het buitenland verbleven, daar al enkele jaren geleden overleden zijn, maar waarvan de erfgenamen intussen vrolijk het maandelijks pensioen blijven opstrijken? Lijkt onwaarschijnlijk, maar in 2010 werd voor ruim 1 miljoen euro aan onterecht uitgekeerde pensioenen in het buitenland opgespoord. Hoeveel vadertje staat jaarlijks globaal inschiet bij de echte uitkeringsfraude valt bijzonder lastig te becijferen. Toch kan uit gecumuleerde cijfers van de RVA, het RIZIV, de POD Maatschappelijke Integratie (waaronder de OCMW’s vallen) en de SIOD (Sociale inlichtingen- en opsporingsdienst voor de strijd tegen sociale fraude en illegale arbeid) worden afgeleid dat dit bedrag jaarlijks in de tientallen en misschien zelfs honderden miljoenen loopt. Bovendien worden de fraudeurs almaar vindingrijker en hebben ook criminele netwerken in het oplichten van de Belgische sociale zekerheid een lucratieve nieuwe bron van inkomsten ontdekt.

Sociale kit

“Wanneer het over individuele uitkeringsfraude gaat, dan blijft zwartwerk in combinatie met een werkloosheidsuitkering of een uitkering omwille van arbeidsongeschiktheid een echte klassieker,” weet Jean-Claude Heirman, directeur-generaal van de overkoepelende inspectiedienst SIOD. “Daarnaast hebben we de voorbije jaren vooral een sterke toename van crimineel georganiseerde fraude vastgesteld, de zogenaamde C4-fraude. Met het oog hierop worden nepbedrijven opgericht die fraudeurs een heel pakket aanbieden – de zogenaamde sociale kit – dat hen moet toelaten om in aanmerking te komen voor een werkloosheidsuitkering. In concreto: bewijzen van voldoende gepresteerde arbeidsdagen, bijhorende loonfiches én een C4. Op basis hiervan kan iemand zich dan gaan aanbieden bij de RVA en een uitkering aanvragen. De nepbedrijven zijn legaal volledig in orde, beschikken over een RSZ-nummer maar hebben in praktijk nul activiteit. Vaak gaat het om een ondoorzichtig kluwen van nepbedrijfjes die in handen zijn van één criminele organisatie en die vele honderden mensen ‘tewerkstellen’. Doorgaans werken ze ook met dezelfde boekhouders en notarissen. Daarbij betalen ze natuurlijk geen cent sociale bijdragen. Na negen maanden, maximaal een jaar, wordt het bedrijfje opgedoekt of laat het zich failliet verklaren en wordt er onder een ander naam een nieuw bedrijf opgestart. De criminelen maken daarbij handig gebruik van de Belgische sociale wetgeving: om recht te hebben op een sociale uitkering moet je via je werkgever wel ingeschreven zijn bij de RSZ, maar die werkgever moet niet noodzakelijk ook sociale bijdragen betalen. We hebben intussen een speciale cel opgericht om deze vorm van fraude op te sporen, maar ik hoef u niet te vertellen dat dit een bijzonder tijdrovende klus is.”

In 2009 liep de omvang van dit soort fraude alleen al op tot een bedrag van 8 miljoen euro. Vorig jaar werd er voor zowat 4,5 miljoen aan uitkeringsfraude via sociale kits blootgelegd, waarbij 133 nepbedrijven werden opgedoekt. De fraudeurs die van hun diensten gebruik maken, hoesten minimaal 2.000 euro voor deze twijfelachtige vorm van sociale dienstverlening. “Hierbij gaat het voornamelijk om buitenlanders die in het kader van de gezinshereniging naar ons land komen. Niet toevallig zijn we in Molenbeek voor het eerst op deze vorm van georganiseerde fraude gebotst, maar intussen heeft het fenomeen ook uitbreiding genomen naar andere grote steden,” klinkt het. “De nepbedrijven zelf worden doorgaans gerund door Belgen die het sociale vangnet op hun duimpje kennen. En ik garandeer je: het bestaan van deze ‘diensten’ doet heel snel de ronde, in een mum van tijd is een volledige stad op de hoogte. Omdat we onze inspanningen om dit soort fraude bloot te leggen de voorbije jaren zwaar hebben opgedreven, zijn de netwerken ook van tactiek veranderd: wie op hun diensten beroep doet, moet nu enkele uren per week echt werken. Er is dan sprake van enige economische activiteit, wat het nog veel lastiger maakt om hen te ontmaskeren als echte nepbedrijven.”
Georganiseerde sociale fraude mag dan al stevig in de lift zitten, toch bezorgt de individuele ‘kleine’ uitkeringsfraude de RVA en het Riziv nog altijd een pak meer hoofdbrekens. In 2010 liep het totale kostenplaatje voor deze ‘kleinschalige’ fraude immers op tot ruim 34 miljoen euro. In 2009 was dat nog maar 26 miljoen euro. “Toch wil ik daar geen voorbarige conclusies uit trekken,” benadrukt Jean-Claude Heirman. “We hebben immers onze inspanningen op dat vlak stevig opgevoerd, voornamelijk via de zogenaamde crosscontroles. Hierdoor zijn sinds alle grote overheidsdatabanken sinds 2008 aan elkaar gekoppeld. Wie ingeschreven staat als werkzoekende, en daarvoor een RVA-uitkering ontvangt, kan zo bijvoorbeeld niet langer ook nog een vergoeding van het Riziv wegens werkonbekwaamheid ontvangen.”

Voor een goed begrip: het bedrag van 34 miljoen euro slaat enkel op de blootgelegde fraudegevallen. Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid ligt de omvang van de reëel uitkeringsfraude nog een flink stuk hoger.

Liegen over sociale toestand

Fraudeurs die vrolijk van twee walletjes hopen te eten, mogen via de systematische crosscontroles dan al flink wat meer risico lopen, het probleem van het zwartwerk in combinatie met een werkloosheidsuitkering blijft natuurlijk wél bestaan. Meer nog, ze winden er bij de RVA geen doekjes om dat het gissen blijft naar de omvang van dit fenomeen. “We hebben er gewoonweg geen flauw idee van hoeveel mensen nu eigenlijk zwartwerken”, vertelt Mieke Jaenen van de centrale controledienst. “Hoe zouden we daar ook concrete cijfers moeten op kleven? Zwartwerk is natuurlijk nergens geregistreerd. Om die plaag aan te pakken, kunnen we niet zomaar eventjes de gegevens van verschillende databanken naast elkaar gaan leggen. De enige manier om zwartwerkers bij de lurven te vatten, is via controles en vaststellingen op het terrein, al dan niet op basis van tips. Cijfers daarover worden evenwel niet bijgehouden.”

Anno 2011 heeft de RVA zowat 300 controleurs in dienst om de strijd tegen het zwartwerk aan te binden. Naast de echte controles moeten zij zwartwerk ook preventief tegengaan. Of dat voldoende is, nu de financiering van de sociale zekerheid almaar zwaarder onder druk komt te staan? “Daar doen we liever geen uitspraken over, dat zijn nu eenmaal politieke keuzes”, klinkt het diplomatisch.

Afgeschrikt door de strengere – en vaak ook preventieve - controles door RVA én uitbetalingsinstellingen lijken almaar meer fraudeurs nu op een andere techniek over te stappen: ze liegen over hun sociale toestand en strijken daardoor een hogere uitkering op. Het klassieke voorbeeld is dat van de werkloze of arbeidsongeschikte die officieel alleenstaande is maar in praktijk samenwoont. “Het systeem dwingt me om te frauderen”, vertelt Tony (44) uit West-Vlaanderen. “Toen ik in 1996 een zwaar auto-ongeval kreeg, lag ik zes maanden in coma en ben ik tientallen keren geopereerd. Ik verdiende toen maandelijks tot 4.000 euro netto als vrachtwagenchauffeur, maar tijdens mijn maandenlange hospitalisatie heeft mijn ex-vrouw me financieel geplunderd. Toen ik uiteindelijk naar huis mocht, kreeg ik nog regelmatig epilepsieaanvallen en de huisarts verklaarde me invalide. Volgens de controlearts van het Riziv was ik nochtans maar 65 procent arbeidsongeschikt, waardoor ik aanspraak kon maken op een uitkering van toen maximaal 600 euro per maand. Als alleenstaande welteverstaan. Mijn gezondheidstoestand was toen zo labiel dat ik me onmogelijk zelfstandig kon beredderen, terwijl ik me met een inkomen van 600 euro uiteraard ook gen huishoudhulp kon veroorloven. Dus trok ik opnieuw in bij mijn ouders, die goed geboerd hebben als zelfstandige. Tegelijk diende ik een aanvraag in voor een sociale woning, waar ik me ook liet domiciliëren en niet meer dan 80 euro huurgeld per maand moet ophoesten. Ik vertoef quasi nooit in die woning, tenzij die ene dag per jaar dat de sociale huisvestingsmaatschappij op controlebezoek komt. Enkel zo kan ik aanspraak maken op mijn uitkering voor arbeidsongeschiktheid, waarvan ik maandelijks een groot deel aan mijn ouders schenk. De rest gaat naar het onderhoudsgeld voor mijn kinderen.”

Vijftien jaar na het verkeersongeval dat hem bijna het leven kostte, is de gezondheidstoestand van Tony er stevig op verbeterd. Bovendien is hij het naar eigen zeggen ook zat om met een dergelijk klein inkomen rond te moeten komen en slaat de verveling toe. En dus wil hij graag opnieuw aan de slag. Eén probleem daarbij: zijn arbeidsongeschiktheid en de bijhorende uitkering zijn hem voor het leven toegekend. Als hij opnieuw aan de slag zou gaan, dreigt hij die uitkering te verliezen, terwijl hij niet zeker is effectief opnieuw voltijds te kunnen werken. Bovendien is hij ook niet verzekerd als hij tegen het advies van het ziekenfonds opnieuw aan de slag gaat. “Met een inkomen van pakweg 2.000 euro per maand zou ik opnieuw zelfstandig kunnen gaan wonen en ook nog een huishoudhulp betalen. Ik wil het er graag op wagen, maar als het van het Riziv afhangt kan dit niet omdat ik levenslang arbeidsongeschikt ben. Eens die diagnose gesteld is er geen enkele nieuwe controle meer. Dat is ronduit absurd.”

Molenbeek

Dat dit soort fraude sterk in opmars is, wordt ons zowel bij het SIOD, bij de RVA als bij het Gentse OCMW bevestigd. “Alleenstaanden ontvangen sowieso hogere sociale uitkeringen. Met de logica daarachter lijkt me niets mis, maar de verleiding om het inkomen via dat achterpoortje wat aan te dikken is natuurlijk bijzonder groot,” stelt Heirman. “Strengere controles dringen zich dus op, maar hoe moet je dat in de praktijk aanpakken? Ik ken weinig onderzoekrechters die bereid zullen worden gevonden om hiervoor telkens opnieuw een huiszoekingsbevel af te leveren. De lokale politie kan eventueel controles uitvoeren, maar daar moet de burgemeester dan natuurlijk wel zijn fiat voor geven. En om heel eerlijk te zijn: ik ben niet zeker dat veel Brusselse burgemeesters – die ongetwijfeld met die problematiek geconfronteerd worden – daar meteen voor staat te springen. Bovendien zijn er massa’s huisjesmelkers die maar al te graag een officieel adres – vaak niet meer dan een zolderkamertje in een half vervallen pand – ‘verkopen’.”

Tot voor enkele jaren konden RVA-inspecteurs ook zelf nog huiscontroles uitvoeren, bijvoorbeeld om na te gaan of iemand wel degelijk alleen woonde. Op last van minister Onkelinx (PS) kan dat nu niet meer, tenzij er eerst dus een huiszoekingsbevel wordt aangevraagd. Erger nog: Hans Heyse, directeur van de Gentse sociale Huisvestingsmaatschappij Volkshaard, liet in een recent interview in Knack ook verstaan dat zelfs bewezen domiciliefraude in sociale woningen doorgaans zonder gevolg blijft. “Als wij dat melden, gebeurt daar verder niets mee,” klinkt het. “En dat terwijl een doorgedreven controle de overheid nochtans veel geld zou kunnen opleveren. Zodra een sociale huurder samenwoont met een partner wordt de huur immers opgetrokken en daalt de uitkering of het leefloon van de betrokkene.”
Jean-Claude Heirman zit op dezelfde lijn: “Er bestaat vanuit bepaalde politieke hoek veel weerstand tegen huiscontroles door de RVA. Waarom zouden we RVA of Riziv niet de mogelijkheid te bieden de water-, elektriciteits-of gasfactuur op te vragen, om zo de sociale toestand te controleren? In Nederland bijvoorbeeld is zoiets nu al perfect mogelijk.”

Terug naar het hoofdartikel 'Gesjoemel met sociale uitkeringen'