Slechts 1 begeleider per 400 Waalse werklozen

Je bent jong en je wil wat. Een job, om maar iets te zeggen. Niet makkelijk in crisistijd. Maar de Luikse Charlotte Billard (24) heeft er goeie hoop op.  Ondertussen probeert Forem, de Waalse tegenhanger van de VDAB, de werklozen te activeren via een heel geïndividualiseerde aanpak.

Charlotte Billard woont in een flat die wellicht niet weinigen haar benijden: op het gelijkvloers van een imposant herenhuis in Luik, uitkijkend op de Maas. De woonkamer is studentikoos ingericht: rommelig, maar gezellig. Ze is sinds begin september werkloos, maar ze woont samen met haar vriend die werkt. Ze studeerde Communicatiewetenschappen aan de UCL in Louvain-la-Neuve, trok met een Erasmusbeurs voor vijf maanden naar Gent (“Ik ben verliefd geworden op die stad”) en werkte tot eind augustus bij Jeune & Citoyen, een vzw die zich richt op participatie van jongeren aan democratie.

“Ik ben in 2010 afgestudeerd, maar vooraleer ik wou gaan werken, ben ik naar Ierland getrokken, met een beurs die ik van Forem (de Waalse tegenhanger van de VDAB, nvdr) kreeg. Ik had in Gent wel Nederlands geleerd, maar ik vond het jammer dat ik geen Engels sprak. Of toch te weinig om het in een professionele context te gebruiken. Daarom ben ik naar Ierland getrokken, om een taalbad te nemen. Nederlands is niet zo heel veel gevraagd hier in Luik, ook al zijn Nederland en Limburg hier niet zo gek ver weg. Mocht ik in Brussel gaan werken, is dat natuurlijk weer helemaal anders. Het is sowieso wel een pluspunt, net zoals Engels dat is. Zeker in een communicatiejob is talenkennis belangrijk.”

Charlotte studeerde vorig jaar in september af. Maar ze zocht nog niet meteen werk. Ze twijfelde nog te veel welke richting ze wou uitgaan. “Ik wist dat ik geen verkoop wou doen en dat ook de reclamesector me niet interesseerde. Ik heb bij Forem een cursus Engels gevolgd, gekoppeld aan een taalbad van vier weken in Ierland, waar ik verbleef bij een gezin. Daarvoor kreeg ik van Forem, dat alles organiseerde, een beurs van 2.000 euro. Ik wou taal- of informaticacursussen volgen, omdat ik die twee dingen niet kreeg aan de universiteit. Om naar het buitenland te kunnen gaan, moet je een professioneel project voorstellen. Je moet uitleggen wat je als job wil doen, waarom je nood heb aan een cursus talen."

"Meteen nadat ik terugkwam uit Ierland vond ik een job, bij de vzw Jeune & Citoyen. Een contract van bepaalde duur, tot eind augustus. Jongeren krijgen bij Jeune & Citoyen opleiding om meer te participeren in school. Het was leuk. Een eerste werkervaring is altijd meegenomen, maar het was desondanks niet helemaal wat ik zocht: ik sprak alleen maar Frans, het had niets met communicatie te maken en ik zag bijna niemand. Ik verdiende 1.500 euro netto, maar mijn loon is voor mij niet enorm belangrijk. Ik zou het niet erg vinden om bij een volgende job minder te verdienen. Na die job ben ik op vakantie vertrokken. Ik ben pas vanaf oktober opnieuw beginnen solliciteren. Ik heb er goeie hoop op. Vorig jaar vond ik bijna meteen werk, nu hoop ik op hetzelfde.”

1 begeleider per 400 werklozen

Een goed zicht op de aanpak van werklozen in Wallonië heeft Charlotte Billard niet. Daarvoor kloppen we aan bij Laurent Duquenne, directeur bemiddeling bij Forem.  Hij legt uit hoe Forem werklozen anders begeleidt dan de VDAB. En vooral: waarom. “Ons werk is moeilijker dan dat van de VDAB: er zijn minder jobaanbiedingen in verhouding met het aantal werkzoekenden dan in Vlaanderen. Daardoor verschilt onze aanpak ook. Sinds januari 2010 hebben we in de praktijk een geïndividualiseerde begeleiding van werklozen ingevoerd, die nog moet geformaliseerd worden. Sommigen mensen begeleiden we meer dan anderen – sommigen contacteren we één keer per maand, andere minder. Dat gebeurt naargelang de troeven die ze al hebben om werk te vinden. Vroeger was het meer standaard voor iedereen.”

Forem heeft zo’n 620 begeleiders, voor een legertje werklozen van net geen 250.000. Ofwel zo’n 400 werklozen per begeleider. Is dat geen onmogelijke taak, alle goeie intenties ten spijt? “Er zouden natuurlijk altijd meer begeleiders mogen zijn, maar we proberen ook zo verantwoord mogelijk om te gaan met de gemeenschapsmiddelen die we ter beschikking krijgen. Met onze nieuwe aanpak willen we elk jaar 200.000 mensen bereiken en zo snel mogelijk begeleiden naar een job."

"Alle jongeren onder 25 jaar die net van de schoolbanken komen, begeleiden we meteen. Jongeren zijn voor ons een prioritaire doelgroep. Andere werklozen begeleiden we vanaf drie maanden na hun inschrijving. In theorie dan toch: op dit moment zitten we in een opstartfase waardoor het voor sommigen zes maanden duurt. Maar het doel is drie maanden. De aanpak is heel gericht: we bekijken welke troeven de werkzoekende heeft, maken een actieplan op en volgen hem een jaar lang op, via face-to-facegesprekken, telefonisch of per mail. We sturen jobaanbiedingen door, zetten aan tot vorming … Na die periode van twaalf maanden vallen ze binnen de regeling die voorzien is in het federale begeleidingsplan voor langdurig werklozen.”

Strenger tegen langdurig werklozen

Een opvallende vaststelling: Wallonië treedt strenger op tegen langdurig werklozen en is op dat vlak aan een inhaalbeweging bezig tegenover Vlaanderen. Uit een onderzoek van de Universiteit Gent en de Université Catholique van Louvain-la-Neuve blijkt dat in Wallonië meer langdurige werklozen uit de werkloosheid gehaald worden dan in Vlaanderen. “Het is ONEM die sancties neemt tegen langdurig werklozen”, zegt Laurent Duquenne. “Maar zij doen dat op basis van gegevens en de resultaten van de begeleiding die wij hen bezorgen. Dat er een inhaalbeweging tegenover Vlaanderen? Volgens mij zijn er in verhouding evenveel sancties in Vlaanderen als in Wallonië. Het probleem is dat er in Wallonië meer langdurig werklozen zijn dan in Vlaanderen. Vooral laaggeschoolden. Dat zorgt ervoor dat er ook meer sancties zijn. Maar op zich is de aanpak in beide landsdelen gelijklopend.”

Toch liet ook Jean-Pierre Méan, afscheidnemend topman bij Forem, zich onlangs ontvallen dat de efficiëntie van de opleidingen bij Forem naar omhoog moet. Net om die laaggeschoolden beter aan een baan te helpen. “Het spreekt voor zich dat die extra opleiding nodig hebben”, aldus Duquenne. “De begeleiding gebeurt niet alleen via een persoonlijke begeleider en een actieplan, maar ook via gerichte opleidingen. Een minimum aan taalkennis, zodat ze ook in een Vlaamse bedrijf kunnen functioneren, bijvoorbeeld.”

Intussen is het eind november en volgt Charlotte Billard nog cursussen informatica waarmee ze hoopt haar kansen op de arbeidsmarkt te verbeteren. “Het is beter dan thuiszitten en met mijn vingers zitten draaien. Ik heb hetzelfde probleem als veel jongeren: ik heb nog te weinig werkervaring. Voor veel bedrijven is dat een vereiste. Bovendien ben je na universitaire studies nog niet echt klaar voor de arbeidsmarkt, denk ik. Je mist heel wat praktische kennis. Daarom volg ik nu ook zo veel mogelijk cursussen. Ik word nog niet actief begeleid door Forem, maar dat lijkt me ook normaal. Ik had al vrij vlug een eerste job en het duurt sowieso altijd wel een tijdje voor je een nieuwe job vindt. Mijn vriend is negen maanden werkzoekend geweest; hij werd na drie maanden gecontacteerd. Hoe hoger je bent opgeleid, hoe minder vlug ze contact met je opnemen."

"Ze gaan ervan uit dat je als hoogopgeleide voldoende troeven in handen hebt om werk te vinden, vermoed ik. Of het moeilijk wordt? Ik weet het niet. Ik hoop supersnel iets te vinden. Ik ben nog maar sinds een paar weken echt hard aan het zoeken. Ik heb nu zeven sollicitatiebrieven verstuurd in twee dagen. Normaal is het aanbod niet zo groot dat ik zoveel brieven kan versturen. Ik zit sowieso nog in een fase waarin ik heel selectief ben in de aanbiedingen waar ik op in ga. Ik zoek altijd in een communicatiefunctie, in een sector die me aanspreekt. Ik neem heel veel tijd om mijn brieven te schrijven, ik wil laten merken dat ik echt geïnteresseerd ben. Wellicht daardoor krijg ik van elk bedrijf ook een reactie, ook als het negatief is.”

 

995

In 2010 werden in Wallonië 995 werklozen gestraft omdat ze een job weigerden. In Vlaanderen waren dat er 314. Dit jaar werden in Wallonië tot dusver 488 werklozen gestraft, in Vlaanderen 314. Deze sancties volgden op gegevens die verzameld werden door VDAB/FOREM.

245.534

Aantal werkzoekende werklozen in Wallonië, oktober 2011 (in Vlaanderen: 191.568)
(bron: Forem)

137.678

Aantal langdurig werklozen in Wallonië (meer dan één jaar), ofwel 56% van het totaal aantal werklozen. Tegenover oktober 2007 nam het aantal langdurig werklozen af met 15.005, ofwel net geen 10%.
(bron: Forem)

56.276

Aantal werkzoekende werklozen jonger dan 25
(bron: Forem)

55.282 

Aantal 50-plussers onder de werkzoekende werklozen
(dat is 22,2% van het totale aantal werkzoekende werklozen, tegenover 26,5% in Vlaanderen)
(bron: Forem)

10.248

De RVA moest in de eerste helft van dit jaar in Wallonië meer dan dubbel zoveel (5.224) werkonwilligen schorsen dan in Vlaanderen (2.196). Volgens de RVA komt dat doordat de Waalse kantoren nu korter op de bal spelen. Vorig jaar werden in Wallonië 10.248 werklozen geschorst, in Vlaanderen 4.180. Een deel van de schorsingen zijn defintief. De schorsingen gebeurden op basis van controle van het zoekgedrag van werklozen.
(Bron: RVA)

Tekst Dominique Soenens
Foto Christophe Smets