Singapore, het 8ste wereldwonder?

Mocht u er nog aan twijfelen dat een grootstad én leefbaar én economisch succesvol kan zijn, dan kunnen we u een trip richting Singapore van harte aanbevelen. Files zijn er nauwelijks, corruptie is onbestaand, én u kan er letterlijk van de grond eten. Welkom in ‘the garden city’.

Gouden zaken

Met een zorgvuldig bestudeerde nonchalance mikt de flink gezette dertiger een aardbei in zijn mond. Vrouwlief nipt intussen giechelend van een glaasje champagne, de blik op oneindig én op de futuristische skyline van het financiële district van Singapore gericht. Bij een gevoelstemperatuur van minstens veertig graden loopt het zweet ons in straaltjes van het lijf, maar daar heeft het koppel in het schitterende overloopzwembad aan onze voeten duidelijk geen last van. Met zijn 150 meter lengte en ligging op ruim 200 meter hoogte, bovenop de drie wolkenkrabbers van Marina Bay Sands, is dit fraaie stukje waterarchitectuur sinds kort ook een van de favoriete plekjes van Kong Wy Mun. Weergaloos uitzicht, en dus ook ideaal om buitenlandse gasten te imponeren. Kong is directeur van het regeringsagentschap Singapore Cooperation Entreprise, en zijn agenda wordt er elk jaar drukker op. Tegenwoordig krijgt hij maandelijks vijf tot tien buitenlandse delegaties over de vloer. Van burgemeesters over specialisten ruimtelijke ordening tot vervoerseconomen, stuk voor stuk komen ze zich vergapen aan het Singaporese wonder. En aan het overloopzwembad, of aan één van de pakweg 100 uitermate luxueuze shoppingcentra die Singapore rijk is. Cartier, Louis Vuitton en andere Gucci’s doen hier gouden zaken.

“Dertig jaar terug stroomde hier de zee”, vertelt Kong, alsof het de doodnormaalste zaak van de wereld is. “Omdat het toenmalige Central Business District letterlijk uit zijn voegen barstte, kwamen er  plannen op tafel om een nieuwe, futuristisch ogende zakenwijk te bouwen.” En zie, goed dertig jaar later oogt het opgespoten Marina Bay als een futuristisch mini-Manhattan. Zonder files of bijhorende luchtvervuiling weliswaar, en met meer groen dan de hele Brusselse binnenstad samen. Rondom, waar vijftig jaar geleden (toen Singapore zich losscheurde van Maleisië, nvdr) enkel mangroves en oude Chinese volkswijken lagen, verheft zich een ultramoderne stad. Niet alleen de meest efficiënt georganiseerde, maar zonder enige twijfel ook de properste en meest groene wereldstad die we ooit zagen. Een stad gerund als een bedrijf ook, waarin alle stakeholders aan eenzelfde zeel trekken. Hun evangelie? Een mix van strakke urbanistische planning en economische visie die in de wereld zijn gelijke niet kent.

“Toen we in 1965 onafhankelijk werden, stond zowat alles hier een normale economische ontwikkeling in de weg”, klinkt het. “We hadden te weinig land om grote bedrijven of industrieën te vestigen, er waren amper wegen die naam waardig, de toenmalige stad was overbevolkt en bestond uit één grote aaneenschakeling van volks- en krottenwijken. Op de koop toe hadden we ook geen water, en moesten we zowat al ons drinkwater invoeren uit Maleisië. Stadsplanning en duurzame ontwikkeling waren dus geen luxe, het was bittere noodzaak. Dat is meteen ook de voornaamste reden waarom we op dat vlak een zekere voorsprong en expertise hebben opgebouwd.”

40-jarenplan

De Singaporezen pakten de zaken meer dan grondig aan. Op basis van de verlanglijstjes die de vertegenwoordigers van alle belangrijke beleidsdomeinen op tafel legden, werd een eerste globaal conceptplan voor veertig jaar uitgetekend. In dat plan, dat het daglicht zag in 1971, werden alle belangrijke beleidsprioriteiten inzake stadsontwikkeling voor de volgende veertig jaar vastgelegd. Om de tien jaar werd het conceptplan aan een grondige evaluatie onderworpen en waar nodig bijgestuurd. Vandaag wordt de laatste hand gelegd aan een nieuw conceptplan, dat de stadsontwikkeling tot 2050 in goede banen moet leiden. Naast het algemene conceptplan tekent de Economic Development Board, in nauwe samenwerking met URA (Urban Redevelopment Agency) om de 15 jaar ook een nieuw economisch masterplan uit. Dit plan krijgt om de vijf jaar een update.
“De snelle, doorgaans ongecontroleerde verstedelijking zorgt vandaag niet enkel in derdewereldlanden maar ook in economisch sterk presterende groeilanden voor gigantisch veel socio-economische problemen. Dat gaat van luchtvervuiling over steden die volledig dichtslibben door het aanzwellende verkeer tot sloppenwijken die de massale instroom aan nieuwkomers totaal niet meer aankunnen. Zowat overal verschuift het economische zwaartepunt van het platteland naar de steden, maar wat als niemand – en dan zeker de hoger opgeleiden niet – nog in die steden kan of wil wonen, omdat de levenskwaliteit er beneden alle peil is? Wat de Wereldbank onlangs nog omschreef als de grootste uitdaging van de 21ste eeuw biedt tegelijk heel veel economisch potentieel voor die steden en bedrijven die over de nodige knowhow beschikken om grootsteden leefbaar te maken en te houden”, stelt Kong.

Singapore wordt door diverse internationale instellingen naar voor geschoven als een benchmark in verschillende beleidsdomeinen: e-governement en openbaar bestuur, havenmanagement, openbaar vervoer, sociale woningbouw en waterbeheer. Zelfs hun aanpak – lees nultolerantie – van corruptie wekt wereldwijd belangstelling op. Het lijstje met landen en steden die de voorbije jaren een afvaardiging stuurden om de ‘Singapore way’ ter plekke te komen bestuderen is dan ook even lang als indrukwekkend: gaande van golfstaten Abu Dhabi of Qatar over groeilanden als Brazilië, Vietnam en Rusland tot wereldsteden als Lagos, Mumbai en Shenzhen. Deze gewiekste vorm van citymarketing rendeert dubbel: het aantal multinationals dat de voorbije jaren besloot om zijn regionale hoofdkwartier van Hongkong naar Singapore te verhuizen neemt nog elk jaar toe, en de kleine stadstaat werpt zich almaar nadrukkelijker op als hét financiële centrum van Zuid-Azië. Tegelijk plukken ook lokale bedrijven de vruchten van de expertise die ze in hun thuisstad opdeden. Alleen al op vlak van waterbeheer – Singapore profileert zich nadrukkelijk als een ‘global hydrohub’ - haalden bedrijven als Sembcorp en Seghers-Keppel sinds 2006 ruim honderd buitenlandse projecten binnen, goed voor een totale waarde van meer dan vijf miljard dollar. De Singaporezen gaan er prat op dat er in de stad letterlijk geen druppel water verloren gaat: zelfs het afval- en toiletwater wordt volledig gezuiverd en hergebruikt als drinkwater. En als dat niet volstaat, wordt er desnoods ook zeewater ontzilt en als drinkwater gebruikt. Singaporese bedrijven ondertekenden onlangs overigens een contract om in Algerije de grootste ontziltingsinstallatie ter wereld te bouwen.

Metro rules

De spin in het Singaporese net, zowel qua stadsontwikkeling als voor de hieraan gelinkte economische groei, is de Economic Development Board. Dit bijzonder invloedrijke regeringsvehikel wordt bevolkt door de knapste koppen, die naar verluidt bijzonder goed betaald worden. Hun globale strategie is er al jarenlang op gericht om nieuwe investeerders met een hoge toegevoegde waarde naar Singapore te lokken en om zoveel mogelijk regionale beslissingscentra naar de stadsstaat te verhuizen. Gezien de bijzonder schaarse ruimte - de totale oppervlakte van de stadstaat is hooguit 700 km2 - waren arbeidsintensieve industrieën altijd al uit den boze. Vandaag maken vooral de financiële sector, dienstenbedrijven, biotechnologie en telecom er het mooie weer. Gelokt door een bijzonder lage vennootschapsbelasting van amper 17 procent, maar wellicht nog meer door het ruime aanbod aan nationaal en internationaal talent, de opmerkelijk groene en veilige werk- en woonomgeving en het door de overheid haast opgelegde internationale karakter van de stad.
“Getalenteerde werkkrachten en hippe bedrijven vestigen zich vandaag niet langer om het even waar,” aldus nog Kong. “Wilden we een hub worden en blijven voor talent en hooggeschoolden uit diverse sectoren en continenten dan moeten we die mensen ook een en ander te bieden hebben. Zij zijn niet langer bereid om naar de andere kant van de wereld te verhuizen om daar dan dagelijks urenlang in de file te staan. Ze hebben er ook mooi genoeg van om in een overbevolkte grootstad dagenlang in de smog te leven (een rechtstreekse sneer naar grote concurrent Hongkong, nvdr).  En bovendien eisen ze dat hun kinderen in alle veiligheid naar school kunnen gaan en zetten ze in het weekend graag een stapje in de wereld.”

Lijkt verdacht veel op goedkope marketingpraat, maar na vier dagen Singapore kunnen we enkel maar bevestigen dat ‘Europese hoofdstad’ Brussel op heel wat vlakken een derdewereldstad is in vergelijking met Singapore. Neem nu het mobiliteitsbeleid. Nooit eerder zagen we een dergelijk stipt, goed onderhouden en efficiënt metronetwerk, waar je letterlijk van de grond kan eten, mocht dat al toegelaten zijn. En voor wie ondanks alles toch bij het eigen karretje blijft zweren, heeft de overheid nog een verrassing achter de hand: een licentie om een nieuwe wagen in het verkeer te brengen kost 40.000 euro. Bovendien wordt het aantal nieuwe licenties dat jaarlijks wordt uitgereikt beperkt in functie van de bijgekomen wegencapaciteit. En een doordeweekse auto kost er gemiddeld dubbel zoveel als in België.

Geen corruptie

De stad omschrijft zichzelf graag als de ‘garden City’, en ook daar is geen letter van gelogen. Het achterlaten van vuilnis op de openbare weg of het roken op plaatsen waar dat niet toegelaten is, komt je gegarandeerd op een bijzonder fikse boete te staan. En zowat alle expats die we er spraken, bevestigden ons dat corruptie – een gigantisch probleem in alle groeilanden waar ook ter wereld – in Singapore nog moet worden uitgevonden. Met dank, alweer, aan de loodzware straffen die sjoemelende ambtenaren boven het hoofd hangen. Toch heeft al dat moois natuurlijk ook een prijs: kritiek op de regering kan in theorie wel maar wordt niet echt geapprecieerd. Ook persvrijheid is in Singapore een bijzonder relatief begrip en voor de gemiddelde westerling kan de overdaad aan regeltjes en overheidsbemoeienissen op termijn wellicht heel irritant overkomen. Bovendien is lang niet iedereen welkom in het Singaporese paradijs. Het zware werk wordt dan wel systematisch uitbesteed aan arbeiders uit omliggende landen, zij kunnen hoogstens aanspraak maken op een beperkte verblijfsvergunning. En wie uiteindelijk toch goed genoeg bevonden wordt om een permanente verblijfsverguning of zelfs de Singaporese nationaliteit te verwerven, krijgt het burgerschap en de lokale waarden er haast letterlijk ingedreund. Engels leren is een must, zich Singaporees voelen en navenant gedragen al evenzeer.

Tekst: Filip Michiels, Singapore - Foto: Tim Dirven

Lees ook:
- Op stap in Singapore: clean, cleaner, cleanst
- Getuigenis: Belgische ondernemer Johan Vrancken over de “Singapore way”
- Intussen op de bedrijfsvloer: Belgisch-Singaporese alliantie verkleint lokale afvalberg

En bekijk zeker ook onze fotoreportage!

Verschenen in Vacature Magazine van 9 oktober 2010.