"Romelu is bezeten door training"

Talent is er maar als het wordt gezien. Ontdekt. Ontwikkeld. Die ene topcoach of docent die uw (uitzonderlijk) talent ziet en stimuleert, maakt dikwijls het verschil. Vacature ging op zoek naar 3 leermeesters, die jong toptalent van heel nabij begeleiden op de grasmat, in het conservatorium en op de werkvloer.

Talentfluisteraar 1

Jean Kindermans, technisch directeur jeugdopleiding BIJ RSCA Anderlecht, aan tafel met pupil én Purple Talent Romelu Lukaku

Wintam, deelgemeente van Bornem, zes uur ’s morgens, enkele jaren terug. Huize Lukaku verwenst de wekker.  Het begin van een zoveelste lange dag voor Anderlechtspelers Romelu en Jordan Lukaku. Pas s’avonds om 21.30 uur, een schooldag en twee voetbaltrainingen later, zet het spelersbusje van RSCA beide raspaardjes weer thuis af. Romelu Lukaku: “Dan keken we naar buitenlands voetbal op een betaalzender, met mijn vader. We bespraken acties van spelers of spelsituaties. Rond 22.30 uur ging ik slapen.”

Het 17-jarige godenkind van Royal Sporting Club Anderlecht, Romelu Lukaku, ademt voetbal. “Toen ik vijf was,  had ik altijd pijn aan mijn voeten van tegen een veel te grote bal te stampen wanneer we naar de wedstijden van m’n vader in Oostende gingen kijken (Roger Lukaku was profvoetballer in de Belgische eerste klasse, nvdr). Op mijn zesde zei ik tegen papa: ‘breng me naar een voetbalclub, ik verveel me thuis.’ Maniakaal ben ik er mee bezig. Ik heb er nog geen moment spijt van gehad dat ik weinig vrije tijd heb.” Als hij al vrije tijd heeft … sjot Romelu Lukaku. “Op pleintjes. Met m’n vrienden. Dikwijls als ik in Anderlecht de kleedkamer binnenkom, vraag ik de anderen of ze die actie van die ene speler ook gezien hebben op tv de avond voordien. ‘Maar allez, Romelu’, reageren ze dan.”

Amper 13 jaar oud is Romelu Lukaku wanneer de club van zijn dromen hem samen met zijn één jaar jongere broer Jordan wegplukt bij de jeugd van eersteklasseclub Lierse. Jean Kindermans, technisch directeur van de Anderlechtse jeugdopleiding: “Ons gespecialiseerd team van vijftien scouts volgt de jeugd van alle eerste-, tweede- en derde klasseploegen op de voet. Om de vier à zes weken wisselen die scouts hun spelersrapporten uit. Romelu was destijds in de spits bij Lierse met zijn kracht, snelheid en scorend vermogen naam aan het maken. Maar tegelijk was er nog heel veel werk aan de winkel. Heel wat mensen onderschatten dat.”

Studeren, trainen, rusten

Jean Kindermans weet waarover hij spreekt. Hij speelde zelf op het allerhoogste niveau bij RC Jet en Lierse, en vertoefde zelfs één seizoen in de A-kern van RSCA. “Het seizoen 1985-1986, tussen Belgische internationals als Frank Vercauteren en René Vandereycken, en de Deense international Morten Olsen.” Vijf jaar geleden coachte Kindermans de U17, de spelers onder 17 jaar. “Een heel belangrijke groep, die aanleunt bij de beloften en de eerste ploeg. Maar ik had de spelers amper ter beschikking. Van de vier collectieve trainingen per week namen de fysieke coach en de snelheids- en coördinatietrainer er al twee voor hun rekening. Bij wijze van spreken had ik de jongens maar twee trainingen bij mij om echt aan voetballen toe te komen.” Toen de club Jean Kindermans vroeg verantwoordelijke te worden van het jeugdopleidingscentrum, wilde Kindermans een en ander aanpassen. “Ik kwam tot de vaststelling dat ik die jonge spelers maximum 300 minuten per week en één wedstrijdmoment onder mijn hoede had. Op die manier slaag je er nooit in talent af te leveren, tenzij een toptalent dat zichzelf bij wijze van spreken ontwikkelt. Een van de oplossingen die ik zag, was meer trainingsarbeid. Maar het grote probleem in België is dat de jeugd tussen 8.30 en 16 uur op een schoolbank moet zitten.”

De beste jeugdspelers van RSCA naar één van de vele topsportscholen sturen, bleek geen optie. “Je hebt geen topsportschool in het Brusselse. Altijd heen en weer rijden naar onze velden vanuit die topsportscholen zou veel te belastend zijn voor de spelers. Bovendien zit je in die scholen met spelers uit tweede en derde klasse. RSCA is toch elitair, mikt erop de allerbesten samen te zetten. We vinden het belangrijk dat onze jongens gewoon 32 uren school lopen per week, zoals alle kinderen. Op de topsportschool knippen ze in het lesaanbod, hebben topsporters maar 20 lesuren per week.” Toen het huidige hoofd van de sociale cel, Peter Smeets, met ruime onderwijservaring in de rugzak, bij RSCA aan boord kwam, raakte het project in een stroomversnelling.
“Manager Herman Van Holsbeek en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest stonden er meteen volledig achter. Intussen hebben we samenwerkingsakkoorden met drie Nederlandstalige en één Franstalige school in Anderlecht.” De Purple Talents, ofwel de allerbeste jeugdspelers van RSCA tussen 12 en 18 jaar, krijgen sindsdien dubbel zoveel training. Kindermans: “Tijdens het vierde lesuur en de speeltijd krijgen die Purple Talents individuele en groepstraining van onze jeugdtrainers. Ex-profvoetballers als Charly Musonda, Johan Walem of Geert Emmerechts. RSCA maakt een jaarbudget van ongeveer 125.000 euro vrij voor die Purple Talents, zodat onder meer die jeugdtrainers, die in principe enkel ‘s avonds aanwezig zijn, overdag training kunnen geven op school. In een achtste lesuur onder begeleiding volgen die jongens bijles, studeren ze of maken ze huistaken. Op die manier missen ze niets. Eigenlijk leiden ze al op jonge leeftijd het bestaan van een profvoetballer: studeren, twee trainingen per dag, en rusten.” 

Romelu Lukaku en zijn jongere broer Jordan behoorden tot de allereerste lichting van 17 Purple Talents. Vandaag, vier jaar later, zit het project al aan 60 voetballers. In totaal telt RSCA zo’n 500 jeugdspelers. Wie schopt het tot Purple Talent? Kindermans: “Je moet uiteraard talent hebben. De speler moet deel uitmaken van de nationale jeugdploegen van RSCA. En hij moet het studieniveau intellectueel aankunnen. Want de planning zit eivol, dikwijls spelen ze nog voor de Belgische nationale jeugdteams en zitten ze veel in het buitenland.” Romelu Lukaku haalde intussen als eerste Purple Talent de A-ploeg van RSCA. Kindermans: “De Purple Talents-formule was absoluut één van de troeven om de familie Lukaku ervan te overtuigen voor Anderlecht te blijven kiezen. Romelu was toen al één jaar bij ons. En hij had in die tijd al heel wat interessante aanbiedingen uit het buitenland gekregen. Lukaku had nood aan dat soort extra trainingen. Duizenden uren heeft hij dezelfde oefeningen herhaald: de fijne baltechnieken, de balaanname en trappen met de rechtse voet. Vandaag is hij een compleet andere voetballer.”

Trainen & omgaan met tegenslagen

Romelu Lukaku: “Uren aan een stuk deden we dezelfde oefening. Ik controleerde een lange bal op mijn borst en liep dan alleen op doel af. Mijn scoringsinstinct is op die manier echt verbeterd. Zonder te liegen: in de jeugdwedstrijden scoorde ik daardoor op de duur met de ogen dicht. Die extra trainingen mis ik nu soms bij de eerste ploeg. Ik heb er niet altijd de tijd voor.” Kindermans: “Romelu is bezeten door training. Hij vraagt niet liever dan bijkomende individuele trainingen. Bij de Purple Talents word je omringd door spelers die je elke keer tot het uiterste drijven. Speel je niet op niveau in Anderlecht, dan sollen ze met je in de kleedkamer.” Lukaku: “Ik heb met fantastische jeugdspelers gespeeld. Werd de bal door je benen gespeeld, dan moest je twee weken niet in de vestiaire komen... Zelfs als ik heel goed had gespeeld, wezen de trainers me altijd op mijn werkpunten. Dat ik soms dacht: ‘allez, jong’ (lacht). Bij de min-19 scoorde ik als 14-jarige aan de lopende band. Na elke match passeerde ik bij mijnheer Kindermans: ‘Dat was toch goed, he?’. Altijd hadden hij ofwel mijn trainer wel iets aan te merken.” Kindermans: “Als we te braaf zijn tegen de toptalenten, wordt het helemaal niks. We zullen ons nooit boos maken op de talenten van een minder kaliber. Die doen er alles aan en kunnen niet beter.”

De Purple Talents-formule blijkt alleszins een grote troef om jonge toppers te overhalen voor RSCA te spelen. Kindermans: “Heel wat ouders zijn er terecht om bekommerd wat er gebeurt als hun zoon geen profvoetballer wordt. We stomen hun kinderen tegelijk klaar voor de arbeidsmarkt, want we hebben niet de pretentie te beweren dat elke Purple Talent een profvoetballer wordt. Talent is enkel de basis. Arbeid, geduld en geluk zijn andere parameters. Je hebt spelers die het hier maken. En je hebt anderen die het net niet halen hier, maar wel elders in eerste klasse spelen of in het buitenland. Sommigen hebben te weinig geduld. Anderen hebben het geduld, maar niet het geluk. Neem de 19-jarige Badibanga, die steekt nadrukkelijk de neus aan het venster. Maar hij speelt op de positie van Gouden Schoen-winnaar Mbark Boussoufa, de ster van het elftal. Dat is ontzettend lastig voor hem. We praten veel op hem in. Jongens die het uiteindelijk niet halen, dat zie je veel meer dan het omgekeerde. Die op 10, 11-jarige leeftijd Europese klasse hebben, overal de titel ‘beste speler van het tornooi’ wegkapen. Plots stagneert hun ontwikkeling, zijn ze bijvoorbeeld gekwetst. Precies omdat ze te snel opgehemeld werden tot vedette door hun entourage, zijn ze het niet gewoon om met tegenslagen om te gaan.”

Topschutter in de Belgische competitie op zijn zestiende, geselecteerd als Rode Duivel en Europees voetbal spelen met z’n club: Romelu Lukaku is na zijn boerenjaar 2009 allerminst een modale jeugdspeler, aldus Jean Kindermans. “Zijn superdrukke agenda vereist maatwerk.” Elke week weer puzzelen voor gevorderden. Romelu Lukaku gaat ondertussen zijn zesde en laatste jaar onthaal en pr in. “(fier) Nog nooit ben ik blijven zitten.” Wanneer Lukaku ‘s morgens aankomt in het stadion, vertelt Peter Smeets van de sociale cel wat er die dag op het programma staat. “Soms heb ik ergens wel eens geen zin in, maar je moet wel. Na school pikt mijn chauffeur me op. Mijn ‘personal coach’, een leerkracht,  krijgt mijn huiswerk en zegt me wat ik wanneer moet doen. Soms maak ik twee, drie dagen huiswerk op één avond. Dan heb ik volgende avonden vrij. Het eerste jaar als Purple Talent had ik moeite op school. Maar ik heb toen een déclic gemaakt: je moet gewoon volhouden. Wat ze je op school vertellen, moet je onthouden. Net zoals de tactische richtlijnen van de trainer.” Kindermans: “Ik zeg al eens tegen de leerkrachten: ‘die kerels zitten hier niet omdat ze aardrijkskunde zo leuk vinden.’ Ze hebben stuk voor stuk maar één droom. Al de rest is in hun ogen noodzakelijk kwaad.” Ondanks de propvolle agenda, wil geen enkel Purple Talent uit het project stappen. Kindermans: “Vorig jaar hebben we ze allemaal bevraagd. De planning vinden ze heel druk, maar tegelijk beseffen ze dat ze opofferingen moeten brengen.” Lukaku: “Als je hard werkt, wordt dat beloond.”

Gehaaide managers op de loer

Romelu en Jordan Lukaku beschikken nog over een serieuze troef: hun vader, ex-profvoetballer Roger Lukaku, kent het wereldje als geen ander. Erg belangrijk in een milieu waar gewiekste managers talent met bakken geld naar buitenlandse clubs willen lokken. Vader Lukaku kocht onlangs nog een appartement op een steenworp van het stadion van Anderlecht, waar Romelu Lukaku tijdens de weekdagen kan verblijven. Gedaan met de ellenlange dagen en verplaatsingen. Kindermans: “Ik heb in al die jaren het geluk gehad enkel over het voetbal te moeten spreken met Romelu. Zijn vader voert alle onderhandelingen.” En die gaan er hard aan toe. Kindermans: “We hebben al eens op het punt gestaan Romelu te verliezen.” Real Madrid, Juventus, Ajax: de lijst van internationale topclubs die al sinds zijn 14de op Romelu Lukaku azen is dan ook quasi eindeloos. Lukaku: “Mijn vader schermt me daar perfect van af. Wij wonnen quasi alles op buitenlandse tornooien. Manchester United, Real Madrid, Ajax: we maakten die af met 5-0. Wanneer ik na jeugdmatchen hier op Anderlecht met de anderen naar het spelersbusje stapte, tikte een manager me geregeld op de schouder. ‘Ik kan je naar club X brengen.’ ‘Ga weg’, antwoordde ik dan altijd. Het maakte me pas echt boos als ze me voor de match aanspraken. Mij storen tijdens mijn werk, dat haat ik. Telkens liep ik met de blik op de grond het veld op.”

Kindermans: “Het is echt heel ontmoedigend. We zitten ondertussen aan dertien jeugdvoetballers die de laatste zes jaar naar het buitenland zijn vertrokken. Naar Frankrijk, Nederland, Duitsland of Italië. Amper één van die dertien doet het niet zo slecht. Al de rest speelt al terug bij een Belgische club. Ze vertrekken te vroeg, denken dat ze al een stervoetballer zijn. Kijk: als je hier slaagt, verdien je veel geld. Daarom concentreer je je best op slagen, de rest komt later vanzelf. Maar om dat jongens van 14, 15 jaar te doen inzien die zot gemaakt worden door allerlei managers...Wanneer ze toevallig in een dipje zitten, op de bank zitten, of niet op hun beste positie spelen, zijn ze daar. ‘Dit zou nooit gebeuren in Spanje’. Het kost erg veel energie om onze spelers daar tegen te beschermen. Ik ben meer bezig met people management, met het inpraten op jongens, dan met voetballen zelf. Gelukkig kan ik de slechte ervaringen van die dertien al vertrokken spelers voorleggen: ‘waar staan ze nu? Zeker niet verder dan bij ons’. We kunnen spelers pas contractueel vastleggen in België vanaf zestien jaar. Maar we wachten liever tot ze zeventien, achtien jaar zijn. Om te zien of het talent zich daadwerkelijk ontbolstert. RSCA krijgt enkel een opleidingsvergoeding als zo’n jonge speler vertrekt, een bedrag dat niets voorstelt als het om jongens van het kaliber Lukaku gaat.” Het zal u dan ook niet verbazen dat Romelu Lukaku wél een profcontract onder de neus kreeg op zijn zestiende bij Anderlecht. Lukaku: “Ik ben altijd nuchter geweest. Bij het Londense Chelsea heb je gasten die er al van hun achtste spelen. Je hebt er in het eerste elftal topspelers als Didier Drobga of Nicolas Anelka. Zouden ze mij daar opstellen? Natuurlijk niet. Daarom kan ik veel beter eerst hier rijpen, mijn school afmaken en mijn familie elke dag zien.”

Ballonnetjes als ‘carrièreplan’ of ‘waar zie je jezelf binnen vijf jaar?’ keilt Romelu Lukaku keihard het Constant Vandenstockstadion uit. “Iedereen spreekt over ‘het jaar van de bevestiging’. Ik niet. Vorderingen maken. Dat is het enige wat telt.”

Wie is Jean Kindermans?

  • Voetbalde op het allerhoogste niveau bij RC Jet en Lierse, en vertoefde één seizoen in de A-kern van RSCA Anderlecht
  • Coachte vijf jaar geleden de U17 bij RSCA Anderlecht , de spelers onder 17 jaar
  • Stampte vier jaar geleden het ‘Purple Talents Project’ uit de grond, dat als doel heeft om de beste, jonge spelers op een ideale manier te laten trainen, rusten én studeren.  Leidt sindsdien ook het jeugdopleidingscentrum van RSCA Anderlecht.

Tekst Nico Schoofs – foto Isabel Pousset