Rob Wijnberg (29), schrijver en hoofdredacteur Nederlandse krant nrc.next

Hij is een journalist, maar niet langer in de klassieke zin van het woord. En hij staat aan het hoofd van de succesvolle Nederlandse ochtendkrant nrc.next, maar het klassieke nieuwsmodel vindt hij hopeloos achterhaald. Hoofdredacteur Rob Wijnberg (29) over zwetsende journalisten, de krant van de toekomst en de Berlijnse muur.

Dit verhaal begint met een column. Met driehonderd columns om precies te zijn, neergepend door iemand die eigenlijk nooit journalist wilde worden, voor een krant die hij zelf nooit zou lezen. “Vier jaar lang heb ik geoefend, samen met mijn vader, die zelf ook geregeld columns schreef. Toen ik er driehonderd af had, heb ik mijn kans gewaagd. De beste drie heb ik opgestuurd naar de populaire krant De Telegraaf. Ik was amper 19, en tot mijn eigen stomme verbazing kreeg ik een column aangeboden op de jongerenpagina van die krant. Zo ben ik in de media beland, terwijl ik helemaal geen ambitie had om journalist te worden. Wel was ik op zoek naar een publiek, een forum, en dat kon die krant me dan wel bieden.”

Tot u spreekt Rob Wijnberg, filosoof, columnist en hoofdredacteur van nrc.next. Moet de kaap van de dertig nog ronden, maar is intussen al aardig op weg om bij onze noorderburen tot een journalistiek icoon uit te groeien. Hij ontvangt ons in een appartement in hartje Amsterdam, waar een verweerde houten tafel, een uit zijn voegen barstende boekenkast en een zwerm tijdschriften prominent de dienst uitmaken. Als 15-jarige trok Wijnberg naar de lokale kamer van Koophandel, om er zijn bedrijfje in wenskaarten in te schrijven. Toen hij daar, omwille van zijn leeftijd, nul op het rekest kreeg, stapte hij naar de rechtbank. “Daar kreeg ik finaal gelijk, maar ach, met dat bedrijfje is het nooit echt iets geworden. Net zomin overigens als met mijn studies bedrijfskunde – wat een verschrikkelijke tijd was dat – of met de toneelschool waar ik een tijdlang les volgde. Uiteindelijk opteerde ik voor een studie filosofie. Was me dat een openbaring, ik ben er door gevlogen! Al die tijd ben ik ook blijven schrijven, onder meer voor De Groene Amsterdammer, en toen nrc.next zes jaar geleden werd opgericht, heb ik daar ook meteen gesolliciteerd. Een nieuwe krant - zowat de jongerenversie van het prestigieuze NRC Handelsblad - die mikte op een hoger opgeleid publiek, dat was op maat gesneden voor mij.”

Geheel in lijn met zijn aangeboren lef en voortvarendheid, hoopte de jonge Wijnberg bij de nieuwe krant ook meteen als columnist aan de slag te kunnen. “ (grijnzend) Nou, ze vonden het best schattig dat ik zoiets durfde voor te stellen, maar dat behoorde dus niet echt tot de opties. Ze besloten me eerst zes maanden op de binnenlandredactie te posteren, maar dat was echt niets voor mij. Het zal je misschien verbazen van een hoofdredacteur, maar ik heb weinig met nieuws. Niet in het minst omdat heel wat nieuws dat kranten vandaag brengen eigenlijk oud nieuws is. Zeg nu zelf: al dat gezwets, pagina’s vol, over de Elfstedentocht, wat is daar zo nieuw aan? Het moet hier maar drie dagen vriezen en de kranten beginnen al te leuteren over die tocht. Veel relevanter en fundamenteler vandaag, nu we het echte nieuws 24 uur per dag hapklaar online voorgeschoteld krijgen, is de vraag: waarom is iets gebeurd, wat speelt hier op de achtergrond? Toen ik dat soort vragen iets te nadrukkelijk begon te stellen, ben ik op de opinieredactie beland, waar ik ook al snel een column kreeg. Zodat ik uiteindelijk toch op de plaats belandde die ik al van bij het begin ambieerde.”

Half mirakel

Wijnberg is een bezig baasje: hij publiceerde de voorbije jaren een handvol boeken, duikt met de regelmaat van de klok op in allerlei debatten en opinieprogramma’s en werd in september 2010 hoofdredacteur bij nrc.next. “Best jong, en puur theoretisch bekeken kan je dan niet veel meer hogerop bij een krant, maar zo zie ik dat niet. Binnen deze functie liggen de uitdagingen voor het rapen, en misschien ben ik dat binnen enkele jaren ook wel beu, en wil ik dan een andere richting uit. Ik kan ook een eigen blad oprichten, of een academische carrière uitbouwen. Ik beschouw dit dus helemaal niet als een eindstation, ook al omdat mijn leeftijd en ervaring bij een krant als nrc.next – die voornamelijk op een jonger publiek mikt – op termijn een soort handicap kunnen gaan vormen.”
Het succesverhaal dat Wijnberg de voorbije jaren schreef met nrc.next gaat regelrecht in tegen de opvattingen van doemdenkers die al jarenlang het einde van de papieren krant voorspellen. “Volgens hun logica is ons verhaal een half mirakel. De krant groeit nog altijd – onze huidige oplage schommelt rond 80.000 exemplaren, we bereiken elke dag 340.000 lezers –  en we maken jaarlijks 1 miljoen euro winst.” Opmerkelijk genoeg komt 80 procent van de inkomsten van nrc.next uit abonnementen en losse verkoop, terwijl advertenties maar goed zijn voor 20 procent van de koek. Nrc.next is ook te lezen op iPad, maar dat loopt voorlopig, met een goede drieduizend abonnees, nog niet echt storm. “Op termijn zie ik daar zeker brood in”, zegt Wijnberg, “maar vandaag is het gewoonweg nog te vroeg om daar zwaar op in te gaan zetten. Enerzijds omdat het aantal mensen met een iPad zwaar wordt overdreven, anderzijds omdat het nog even wachten is op een echt concurrentieel aanbod in die tablet-markt. Papier blijft voorlopig veruit het meest winstgevende medium.”

Het geheim van dat succes? Een eigenzinnige en vernieuwende journalistieke aanpak. Wijnberg: “Ik heb veel pure nieuwsberichten uit de krant geflikkerd, en ben meer de nadruk gaan leggen op een ander soort journalistiek. We blijven een dagblad, maar anno 2012 moet je als krantenredactie niet langer gewoon het nieuws brengen. Je moet het nieuwsfeit gaan uitpluizen, de context duiden waarin dat nieuws zich heeft afgespeeld. Opiniërend durven schrijven ook – objectieve journalisten zijn pure fictie –, maar zonder in partijdige journalistiek te vervallen. Sommige kranten hebben een eigen agenda of zijn in al hun zogenaamde objectiviteit niets meer dan boodschappers van het dominante beeld, en net dat is heel problematisch. Het is als journalist niet meer dan je verdomde plicht om het dominante beeld constant in vraag te stellen.”

Muur

“Daarnaast brengen wij ook nieuws, maar ander nieuws dan wat de meeste journalisten daar doorgaans onder verstaan. Nieuws kan veel meer zijn dan incidenten, geweld of rampen, de afwijkingen van het normale patroon zeg maar. Want zo gaat dat vandaag: er moet een aanleiding zijn om iets te brengen. Belachelijk, in mijn ogen. Het is alsof je zou zeggen: als er nooit een muur was omgedonderd, dan was de val van het communisme nooit in het nieuws geweest. Ik vind de ontwikkelingen, langlopende evoluties en structuren achter het zogenaamde nieuws veel boeiender en relevanter. Willen we overleven dan moeten we in de kranten dringend af van de ‘haakjes-, aanleiding- en momentenjournalistiek’: we moeten breder kijken, net om het zogenaamde nieuws te begrijpen. Minstens eenmaal per week komen wij ook met een voorpagina die ogenschijnlijk niets met het nieuws te maken heeft, en proberen we echt zelf nieuws te maken. Waarom moeten kranten het nieuws herkauwen dat de vorige dag al op alle nieuwssites en televisiezenders te zien was? Zo blijf je als journalist toch altijd in hetzelfde cirkeltje ronddraaien? Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat wij het grote voordeel hebben een dochter van een klassieke krant te zijn, waar 200 journalisten voor ons het pad plaveien. We kunnen altijd op hun werk terugvallen, en daar zelf iets aan toevoegen. Dat is wat ons onderscheidt van de andere kranten.”

De filosoof in Rob Wijnberg leert hem nog elke dag de mythe te doorbreken. “Journalist zijn, was en is geen betrachting op zich voor mij. Wanneer ik aan de praat raak met stagiairs of met beginnende journalisten treft het me telkens opnieuw: heel wat van die journalisten in spe weten zelf niet waarom ze nu zo graag in de journalistiek willen belanden. Doorgaans komen ze niet veel verder dan ‘iets in de media doen’ of ‘graag voor televisie werken’. Alsof dat een goede reden zou zijn om journalist te willen worden. Dankzij mijn niet bepaald journalistieke opleiding heb ik geleerd om zowat alles in vraag te stellen, zelfs de vraag waarom iets zo nodig nieuws zou moeten zijn. Vele journalisten stellen zich die vraag nog amper, ze schikken zich onbewust naar de autoriteit van de macht. De woordvoerder van de premier zegt dit, volgens de VN of de Europese Commissie is dat. Ik vraag me dan af: klopt dat wel, moeten we dat zomaar geloven? Journalisten die voor populaire kranten werken doen vaak net het omgekeerde: zij leggen hun oor volledig te luister bij de straat, in de onderbuik van de samenleving. Als kritisch journalist moet je veel meer doen dan zomaar een botsende mening tegenover een heersende mening plaatsen, dat is veel te gemakkelijk. Je moet de mening zelf onderzoeken, en die desnoods onderuit halen.”

Columnist, filosoof, hoofdredacteur: waar ziet hij zichzelf binnen tien jaar staan? “Toeval bepaalt alles, één ontmoeting kan je hele leven omgooien. Ik heb er geen flauw idee van, maar kamperen ergens op de kruising tussen filosofie en journalistiek, dat lijkt me wel een mooi toekomstplan. Journalistiek is de mooiste job ter wereld, maar op de keper beschouwd wil ik er niet absoluut oud in worden.”