Regiodossier Oost-Vlaanderen: “UGent was meteen heel dicht bij huis”

Drie jaar geleden stapte ict’er Johan Van Camp over van een job bij Dexia in Brussel naar de Universiteit Gent. Zijn drijfveer? In zijn eigen provincie aan de slag gaan. “Het gebeurt niet zo vaak dat we mensen van de privé tot bij ons krijgen”, zegt academisch beheerder Koen Goethals.

Ze hebben behoorlijk uiteenlopende carrières, Johan Van Camp (37) en academisch beheerder Koen Goethals (49). De eerste studeerde informatica in Antwerpen, trok door de liefde naar Gent en werkte tot voor kort in Brussel. De ander woont in Brugge, studeerde biologie in Gent en werkt al zijn hele loopbaan voor de Universiteit Gent. “Ik ben het levende bewijs van hoe gevarieerd een loopbaan aan de universiteit kan zijn. Ik ben begonnen als wetenschappelijk medewerker bij professor Van Montagu, en was daarna docent aan de vakgroep moleculaire biologie. Sommigen denken dat een overheidsinstelling heel rigide is qua organisatie en carrièremogelijkheden, maar dat is niet zo. Of het hoeft toch zeker niet zo te zijn”, vertelt Koen Goethals. Hij vertelt het met een vrij sappige West-Vlaamse tongval, en ook dat is geen toeval. West-Vlaanderen is belangrijk hinterland van de Gentse universiteit. Niet alleen voor studenten, ook voor werknemers. “Vroeger was het door de verzuiling evidenter om vanuit West-Vlaanderen naar Leuven te trekken dan naar Gent. Dat is nu verleden tijd. Veel van onze medewerkers werken bij ons omdat ze een werkgever in hun regio zoeken, maar dat belet niet dat de West-Vlaamse regio voor ons een belangrijk rekruteringsgebied is.”

Fietsen naar het werk

Het hoge woord is er uit: regionale tewerkstelling. Een breekpunt voor veel werknemers van de UGent, en ook voor Johan Van Camp. “Voor ik overstapte, werkte ik als afdelingshoofd it-infrastructuur in de verzekeringstak van Dexia. Ik woon in Gent, had een zoontje van toen twee jaar en het pendelen van en naar Brussel zorgde ervoor dat ik hem amper zag. Ik zag het al voor me dat ik hem jarenlang alleen zou zien als hij ‘s morgens sliep en ‘s avonds, wanneer hij terug in bed lag. Ik ben toen beginnen uitkijken naar een job dichter bij huis. UGent was voor mij meteen heel dicht bij huis: tien minuten met de fiets. Dat, samen met het feit dat de UGent een grote organisatie is, waar je in Gent niet naast kan kijken, heeft me overhaald.”

Koen Goethals: “Dat verhaal heb ik al ettelijke keren gehoord bij selectie-interviews. De afstand en vooral de files wegen op veel mensen. Ze geven mooie posities in Brussel op om in Gent te komen werken. Ze verdienen dan wel minder – we hangen vast aan barema’s, waar we hooguit een beetje mee kunnen spelen – maar ze zien ook wel de voordelen van bijvoorbeeld een statutaire benoeming, wat toch nog wel iets anders is dan werken in een bedrijf. Je hebt een staatspensioen als ATP’er, je kan gaan eten in een studentenrestaurant en gaan sporten tegen een schappelijke prijs en er is gratis parking in het stadscentrum in het weekend.” Ook Johan Van Camp moest inleveren. “Qua salaris is er niet echt een groot verschil, maar het zijn vooral de extralegale voordelen die het verschil maken. De bedrijfswagen op kop. Voor mij was dat iets dubbels: het is wel een leuke extra, maar aan de andere kant stond ik er ook dagelijks enkele uren mee in de file. Een zegen en een vloek, dus. Je moet er over nadenken: wat is het je waard om dichter bij huis te gaan werken?”

Onlangs liet een studie van Hudson in opdracht van Voka zien dat de overheid beter betaalt dan de privé. Koen Goethals kijkt vol ongeloof en laat een schamper lachje horen. “A ja? Dat hebben wij toch nog nooit gemerkt. We hebben te kampen met dezelfde knelpuntberoepen als privébedrijven en wij verliezen steevast het pleit als het over loon gaat. Hetzelfde geldt voor de hogere functies. Professoren uit het buitenland moeten soms heel zwaar inleveren om hier prof te worden. Als ze het doen, is het omdat ze in een onderzoeksomgeving terecht komen die hun carrière vooruit helpt. We hebben vorig jaar een personeelsdirecteur aangeworven die overkwam van Picanol, omdat hij het wel eens leuk vond om als hr-verantwoordelijke in de universiteit te komen werken en bij ons aan de kar te komen trekken. Maar het gebeurt niet zo vaak dat we mensen met zo’n profiel kunnen aanwerven. In eerste instantie kijken we ook naar onze interne pool om vacatures in te vullen, maar toch.”

Meer media-aandacht

Af en toe kan de universiteit dus mensen overhalen, net omdat het een bijzondere omgeving is om in te werken. Johan Van Camp: “Vooraf kende ik de universiteit niet zo goed, maar intussen heb ik gemerkt dat het voor een it’er heel interessant kan zijn om hier te werken. In de privé zijn de taken veel meer gecompartimenteerd. Mijn taken bij de universiteit zijn veel breder. Er werken hier ook 7.500 mensen: je moet al flink zoeken om een bedrijf van die omvang te vinden. Daarnaast zijn er ook nog ruim 30.000 studenten. Alles bij elkaar geeft dat een grote infrastructuur. Bovendien zijn de mensen die je helpt vaak met interessante zaken bezig. Dat is iets anders dan voor de zoveelste keer ondersteuning geven bij een verzekeringsapplicatie. We zijn nu ook bezig met de opbouw van supercomputers ten dienste van onderzoek. Er is maar één plaats waar je zoiets kan doen.”

Lovende woorden, maar toch wil de universiteit haar aanwervingspolitiek binnenkort grondig hervormen om vlotter mensen aan te werven. Op dat vlak valt er nog heel wat te verbeteren, zegt academisch beheerder Koen Goethals: “Onze personeelsdienst werkt administratief heel goed, maar we willen een actiever hr-beleid voeren. Op alle mogelijke domeinen. Kijken hoe we de vlakke loopbanen nog meer kunnen doorbreken. En ons profileren als employer of first choice. UGent moet een bekende naam worden. We komen nu veel meer in de media dan zeven à acht jaar geleden. We werken samen met de regionale televisie, werken samen met andere actoren in het Gentse – Gent Jazz en het Filmfestival, onder meer – waar we aanwezig willen zijn en ons willen profileren. We steken elk jaar veel geld in pr-campagnes. Maar we denken ook aan kleine, praktische details: het onthaal van medewerkers, bijvoorbeeld. Ook dat kan een stuk beter.” Tegelijk wil UGent zich wapenen voor de war for talent die er op termijn zit aan te komen. “We herbekijken ons wervingsbeleid. Dat gebeurt nu voor een heel groot stuk via een extern rekruteringsbureau. We willen dat nu opnieuw intern doen. We hebben de indruk dat we nu mensen laten schieten, terwijl ze wel bruikbaar zijn voor ons. Dat is zonde. Er is een potentieel aan mensen dat we nooit zien. Dat willen we meer naar ons toetrekken, zodat we de vijver aan potentieel talent kunnen vergroten.”