Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

Regiodossier Oost-Vlaanderen: Gentse vlieger goat weer omuuge

Gent was met zijn hoge werkloosheid en tanende textielindustrie lange tijd het lelijke eendje tussen de grote Vlaamse steden. Maar door doelgerichte stadsontwikkeling en nieuwe technologieën veranderde de stad in een mooie zwaan.

Ik ben amper het Sint-Pietersstation uit of daar zijn ze al: bouwkranen, containers, vrachtwagens die heen en weer rijden en bouwvakkers in werkplunje. Gent lijkt veranderd in één grote bouwwerf, van de stationsbuurt tot het Emile Braunplein in het historische centrum en van de Brugse Poort tot de Oude Dokken. Gent investeerde de voorbije jaren fors in stadsvernieuwing. Met resultaat. Onder meer in het buitenland zijn ze niet weinig onder de indruk van de Arteveldestad: de Britse krant The Independent riep Gent onlangs uit tot het best bewaarde geheim van Europa, volgens National Geographic Magazine is de stroppenstad één van de meest authentieke steden ter wereld en Lonely Planet noemde het ‘een te ontdekken stad’. Het toerisme boomt in de stad. In 2010 werden er meer dan 800.000 overnachtingen geteld en binnen de tien jaar wil de stad de kaap van 1 miljoen ronden.

Met de internationale aantrekkingskracht van de stad zit het dus wel snor. Maar wat met de economie, vraag ik aan burgemeester Daniël Termont. Gent was vroeger de textielstad bij uitstek, zag later hoe de havenindustrie het heft overnam, en moet zich - nu de industriële activiteit in ons land aan het afnemen is - opnieuw heruitvinden. “We zitten middenin die evolutie. De dienstensector is de sterkste groeipool in onze stad. Elk jaar komen er in de sector 1.300 jobs bij”, zegt Daniël Termont. “De vraag naar extra kantoorruimte is daardoor groot. We hebben hele sterke jaren acher de rug in de kantorenmarkt. In Gent is er maar 4,4 procent leegstand, wat heel laag is in vergelijking met andere Vlaamse steden. Op verschillende locaties plannen we voor de komende 15 jaar uitbreiding van 275.000 vierkante meter. Allemaal op vraag. De stad moét inzetten op de kantorenmarkt.” 

Aantal inwoners van stad Gent 243.155
Werkloosheidsgraad van stad Gent 11,25%
Investering stadsontwikkeling over 5 jaar 540 milj euro

Europa’s grootste biobrandstofcluster

Dé exponent van die groeiende kantorenmarkt is te vinden in het zuidwesten van de stad, in Sint-Denijs-Westrem. Daar, op de site van het oude vliegveld, bevindt zich de plek waar het nieuwe stadion van AA Gent verrijst, samen met een groot hotel, een outletcenter, verschillende kantoren en - de kers op de taart - het nieuwe Vlaamse hoofdkwartier van KBC, de hoogste toren van Gent. The Loop, zo luidt de naam van het project. “De MG-Tower (waar 1.200 werkplekken komen, nvdr) komt er tegen mei 2012. In totaal zorgt de ontwikkeling van het hele gebied voor 10.000 jobs. Heel gevarieerde jobs, daar hebben we van in het begin over gewaakt. In de kantoorruimtes komen vooral hoogopgeleide mensen, maar er is ook ruimte voor lager geschoolde mensen die een opleiding krijgen bij het bedrijf, zoals de verkopers in Ikea, waar nu al 480 mensen werken, of in het outletcenter.”

Het goeie nieuws is welgekomen voor de stad. Want de crisis heeft in Gent hard toegeslagen de voorbije jaren. “We hebben klappen gekregen, maar de remonte is ingezet”, zegt de Gentse burgemeester. “We lijden niet structureel onder de crisis. Het probleem is vooral dat we met de typische stadswerkloosheid zitten: er zijn veel werklozen maar ook veel jobs die niet ingevuld raken. Maar de recessie hebben we goed verteerd. De beste waardemeter daarvoor is de haven: die beleefde vorig jaar zijn beste jaar ooit, zowel naar tonnage als werkgelegenheid. Alleen Honda heeft het vandaag nog moeilijk.”Los van de crisis stelt zich de vraag welke

toekomst de industrie heeft in Gent. Hoe groot is de kans dat bedrijven als Volvo Cars, Volvo Trucks en Honda op termijn in Gent blijven? En in hoeverre is de stad voorbereid op een eventueel vertrek? “Ik ben er eerlijk gezegd heel gerust in dat zowel Volvo Cars, Volvo Trucks als Honda hier de komende tien jaar blijven”, aldus Termont. “Verder dan dat kan je sowieso niet kijken in de autosector. De performantie en flexibiliteit van Volvo Cars en Trucks geven ons de garantie dat ze niet zullen wegtrekken. Dat dat ook over Antwerpen gezegd werd? Dat kan, maar over de Antwerpse situatie kan ik niet oordelen. De kwaliteit van onze filialen kan in de lageloonlanden niet geëvenaard worden, daar ben ik zeker van. Er zit zelfs een stijging in op tewerkstellingsvlak in.”

Ondanks de nadrukkelijke aanwezigheid van de staal- en autoindustrie wil de haven zich in de toekomst steeds meer profileren als een groene haven, waar een stevige waaier aan activiteiten ontplooid worden. “ArcelorMittal was vroeger goed voor één derde van de tewerkstelling in de haven, nu is dat fel verminderd. En dat is een goeie zaak. We hebben meer export van afgewerkte producten, ook een heel belangrijk gegeven. Door de komst van het nieuwe Kluizendok kunnen we nieuwe bedrijven aantrekken die nieuwe toegevoegde waarde creëren en nieuwe activiteiten ontwikkelen. Daar zetten we in op logistiek en distributie.” Eén van de andere nieuwe activiteiten is de ontwikkeling van de biobrandstofsector, indertijd een ideetje van UG-professor Wim Soetaert, waar Termont enthousiast zijn schouders onder zette. “Door onze samenwerking met Terneuzen zijn we op dit moment de grootste biobrandstofcluster in Europa. Er wordt volop gewerkt aan de ontwikkeling van de tweede generatie biobrandstof, met afval van voedingsproducten. Ook daar zijn er in de toekomst heel wat mogelijkheden op tewerkstellingsvlak, al durf ik daar geen cijfer op plakken.”

Braziliaanse stad als voorbeeld

Samenhangend daarmee boomt ook de biotech in Zwijnaarde, de tweede pijler van Ghent Bio-Energy Valley. Die groei mag geen verbazing heten: aan de Universiteit Gent werken wetenschappers van internationaal niveau zoals Marc Van Montagu en Wim Soetaert. Maar toch: is het aantal spin-offs niet gering in vergelijking met degene die zich – weliswaar in een ander domein – ontplooien rond de universiteit van Leuven? Termont aarzelt even en knikt dan. “Het klopt dat we te laat het economische potentieel ingeschat hebben van de universitaire knowhow die hier aanwezig is. Leuven is daar al veel langer mee bezig en heeft daar een voorsprong in uitgebouwd. Maar we zijn aan een forse inhaalbeweging bezig.”

Nieuwe ontwikkelingen genoeg dus, maar één dossier torent met kop en schouders boven alle andere uit: de bouw van een tweede zeesluis in Terneuzen. “Als je me vraagt wat het belangrijkste economische dossier is voor de toekomstige ontwikkeling van de stad, dan is het dat. Een studie geeft aan dat er 20.000 à 25.000 jobs verloren gaan als we tussen nu en 20 jaar niets ondernemen. De huidige situatie zorgt voor heel wat problemen. Vorige week kwam hier nog een schip met 70.000 ton zeezout toe. 20.000 ton ervan moest eerst overgeladen worden omdat het schip anders niet voorbij de huidige sluis kon. En ArcelorMittal moet dat constant doen, met grote kolenschepen. De kostprijs ervan is enorm. Als de tweede sluis er komt, dan krijgen we op zijn minst een behoud van de huidige werkgelegenheid, maar vooral ArcelorMittal, de graansector en de biobrandstoffensector zouden er enorm van profiteren. Er is nu een akkoord tussen Vlaanderen en Nederland, de verwachting is dat de sluis er tegen 2020 is.”

Hoe schat Daniël Termont zijn stad op internationaal niveau in? En zijn er lichtende voorbeelden? “Ik vind het enorm moeilijk om steden met elkaar te vergelijken. De geschiedenis, mentaliteit en de context van elke stad is anders en bij elke stad heb je een ander lijstje van punten waarin ze beter en slechter zijn dan Gent. Maar als er één stad ter wereld is die ik als voorbeeld zou willen nemen voor Gent, dan is het Curitiba, in het zuidoosten van Brazilië. De voormalige burgemeester van de stad, Jaime Lerner, is een architect-stedenbouwkundige met fantastische ideeën. Hij haalde vier, vijf grote autofabrikanten naar het zuiden van zijn stad en loste de torenhoge werkloosheid in zijn stad heel dynamisch op. De stad zag zijn bevolking de voorbije 20 jaar verdrievoudigen, maar hij slaagde er tegelijk in om het aantal auto’s met 30 procent terug te dringen. Dat heeft te maken met het revolutionaire vervoerssysteem dat hij op poten zetten: een soort bovengrondse metro, bestaand uit snelle en met hoge frequentie rijdende bussen die op een eigen baanvak rijden. Simpel en efficiënt. Gent kan daar veel van leren: creativiteit, durf en het besef dat goeie ideeën niet altijd duur hoeven te zijn.”

Foto: Griet De Koninck