Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

Regiodossier - Leuven, waar spin-offs en hooggeschoolden thuis zijn

De snelle groei van de universiteit en zijn spin-offs bezorgt Leuven een luxeprobleem. Er is dringend extra ruimte nodig en een nieuw structuurplan. Burgemeester Louis Tobback ontvouwt zijn plannen.

Vanonder de nieuwe stationskoepel loop ik over het nieuwe plein, de trappen op via de Esplanade naar het nieuwe Stadskantoor. Het Leuvense stadhuis is een glazen kantorenblok, naast gelijkaardige blokken netjes in de rij naast de spoorlijn. Leuven oogt bijzonder modern. Burgemeester Louis Tobback ontvangt me in de vergaderzaal die aan zijn bureau grenst. In de avondzon glimmen de daken van de universiteitsstad.
Louis Tobback: “Iets na 2000 hebben we een toekomstvisie uitgeschreven voor Leuven. Die ideeën zijn nu in volle ontwikkeling. Dat zie je niet alleen hier aan het station, maar ook aan de Vaartkom en op vele andere plaatsen in de stad.”

“We kampen met een groot luxeprobleem: de bevolking van de stad groeit sneller dan voorzien in ons structuurplan. Ook neemt het aantal studenten sneller toe dan gepland. Zo zorgt de verandering in de masterprogramma’s dat we in 2015 5.000 studenten meer krijgen. Enerzijds neemt het aantal beginnende studenten toe, anderzijds tellen we nu al 5.000 buitenlandse doctorandi en onderzoekers. Vandaag zijn er 40.000 studenten in Leuven, binnen vier jaar zijn dat er 50.000. Samen met de universiteit zullen we tegen 2015 3.700 nieuwe studentenkoten bouwen. Dat zijn niet meer de kamertjes zoals vroeger. Onze planning voorziet 600 nieuwe huisvestingen per jaar.”

Dringend nieuw plan nodig

Het gaat dus snel. Louis Tobback schetst andere groeipunten: “Het wetenschapspark van Arenberg geraakt snel vol door de vele spin-offs van de universiteit en Imec. Het elektronica-onderzoekscentrum Imec met zijn 1.870 medewerkers is vandaag een grotere werkgever dan Inbev met zijn 1.600 wernemers. Daarnaast breidt het medische complex van Gasthuisberg zich volop uit.” Met als gevolg dat de stad elk jaar 1.000 inwoners meer telt, waaronder de buitenlandse onderzoekers. “Op 97.000 inwoners tellen we 14.000 niet-Belgen. De duizend Chinezen vormen hiervan de grootste groep, direct gevolgd door de Nederlanders. Met 150 verschillende nationaliteiten zijn we bijna de Verenigde Naties.”

Het structuurplan was bedoeld om maximaal 100.000 inwoners comfortabel onder te brengen binnen de grenzen van de stad.
“We zullen moeten starten met een tweede structuurplan”, beseft Louis Tobback. “Daarom heb ik tijdens de nieuwjaarsreceptie van Voka opgeroepen om met de omliggende steden Aarschot, Tienen en Diest een regionaal overleg te starten. We moeten rekening houden met de nabijheid van de luchthaven van Zaventem en met de internationale instellingen in Brussel om tot een gecoördineerd ontwikkelingsplan voor de hele streek te komen. Ook moet de universiteit hierbij betrokken worden. Zoals de universiteit van Cambridge aan de basis ligt van de ontwikkeling van de streek boven Londen, zo is de K.U.Leuven de dominante ontwikkelingspool van onze streek, zeker sinds de associaties met de vele hogescholen.”

Burgemeester Tobback ontkent dat er op dit vlak kansen gemist zijn: “Jarenlang werd de universiteit beschouwd als iets van Leuven. Dat beeld verandert. De K.U.Leuven ontwikkelt onder meer een onderzoekspark rond voeding en gezondheid in Tienen. Was in 1968 de universiteit niet gesplitst, dan waren we nu op weg naar 80.000 studenten. Dan waren ze sowieso in Waver aan het bouwen.”
Hij heeft ook geen schrik dat die snelle groei zal stilvallen: “Neen, ik vrees eerder dat we uit onze voegen barsten en de kwaliteit van het leven zal verminderen. Daarom ben ik volop bezig met die regiovorming. Vandaag werken de steden naast elkaar en doen de provincie, Resoc, de Intercommunale Leuven, de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij, enzovoort,… allen hun ding. En niemand beschikt over de middelen om iets serieus te doen. We kunnen beter tot een overeenkomst komen.”

Geen voorstad van Brussel

Leuven werkt al samen met het Nederlandse Eindhoven en het Duitse Aken binnen de ELAt-driehoek, waarbij de ‘t’ staat voor ‘triangle’, driehoek. “Via Philips en Imec en onder impuls van de drie universiteiten waren er al wat samenwerkingsverbanden tussen de drie steden. De burgemeesters hebben die bekrachtigd. Philips en Imec vinden elkaar in een gemeenschappelijke interesse rond gezondheidszorg. In combinatie met Gasthuisberg loopt dat uitstekend. Ik reken hier op bijkomende werkgelegenheid.”

Burgemeester Louis Tobback is ook nooit te beschaamd om te zeggen wat hij zeker niet wil: “Grote industriële bedrijven die een groot arbeidsreservoir nodig hebben. Als die spin-offs te groot worden, hebben we voor hen geen plaats in Leuven.”

“We mikken op een ‘metropolitaans provincialisme’: Leuven moet het niveau van een metropool, maar de afmeting van een provinciestad behouden”, doceert Louis Tobback. “Ik hoef het boek van de Amerikaanse socioloog Richard Florida over de ‘creatieve klasse’ niet te lezen om te weten dat Leuven hiervoor een veilige, leefbare stad moet zijn met plaats voor cultuur en goede scholen. Dat geheel bepaalt de sfeer binnen de stad. Dat valt hier nogal mee. In elk ander land zou Leuven al lang een voorstad zijn van Brussel. Niet zo in België. Daarom is Leuven redelijk uniek: wij profiteren van de nabijheid van Brussel zonder er de problemen van te hebben. Het taalverschil houdt de Franstalige jeugdbendes weg.”

De industrieterreinen rond Zaventem liggen dichter bij Leuven dan bij het centrum van Brussel. “Daarom groeien onze hotels. In september starten we samen met de universiteit een MICE-cel (voor ‘meetings, incentives, congresses en events’) die het congrestoerisme moet stimuleren. Een congrescentrum bouwen we zeker niet want dat is voor de stad een blok aan het been. Maar we willen de bestaande zalen en infrastructuur zo goed mogelijk laten renderen. ’s Avonds is Leuven best een gezellige stad, terwijl er na 18 uur geen kat meer te zien is in vele Brusselse wijken.”

Leuven stiefmoederlijk behandeld

Het cultuuraanbod kan in zijn ogen beter: “We moeten af van het Ernest Claes-gehalte van onze stad. Het museum M moet nog op kruissnelheid komen. Dat lukt al redelijk. In de toekomst hebben we behoefte aan een volwaardige zaal voor podiumkunsten. De huidige schouwburg is te klein.”
Tobback schiet op het Vlaamse beleid: “De voorbije tien jaar heeft Vlaanderen in vier zalen in het centrum van Brussel telkens één miljard gepompt: de Beursschouwburg, de KVS, het Kaaitheater en de AB. Dat zijn vier Vlaamse cultuurhuizen in een stad waar de Vlaamse lijsten nog amper 50.000 stemmen halen. Intussen kunnen Leuven, Halle of Mechelen geen aanspraak maken op subsidies. Dat is een scheeftrekking. Deze en de vorige Vlaamse regeringen hebben geen enkele zin voor prioriteiten. Naargelang de ministers wisselen, krijgt iedereen wel wat. Dat gevecht tegen de bierkaai maakt mijn werk absoluut niet gemakkelijk.”

Opnieuw zegt de burgemeester heel duidelijk waar hij geen geld aan wil besteden: “Een 50-meter zwembad of een opera wil ik niet. Dat zijn putten zonder bodem.” Ook de promotie van voetbalploeg Oud-Heverlee Leuven naar eerste klasse is geen must voor supporter Tobback: “Westerlo speelt al jaren in eerste en is nog steeds geen metropool.”

“Iedere stad is anders. Daarom zou ik het op prijs stellen indien de Vlaamse overheid de steden wat meer bewegingsruimte zou geven en wat minder voor Keizer Koster zou spelen. Vlaanderen is een absolute catastrofe. Sinds acht jaar legt de administratie te veel regeltjes en onleesbare decreten op, waarvan de regering zelf amper besef heeft. Toen Google in België een vestigingsplaats zocht, had het internetbedrijf binnen de zes maanden een nieuw gebouw in Bergen. Moesten de Amerikanen bij minister-president Peeters aangeklopt hebben, stond dat er in zes jaar nog niet. Want iedere aardappelboer of restauranthouder in de buurt is in staat om om het even wat tegen te houden. Je houdt het niet voor mogelijk. Vlaanderen heeft dringend een revolutie nodig om alle regeltjes te vereenvoudigen.” Een voorbeeld? “Door de bevolkingsexplosie heeft Leuven een reusachtig probleem qua kinderopvang. Maar Vlaanderen zegt dat Leuven aan de zogenaamde ‘Barcelona-norm’ voldoet en dus voldoende opvang heeft. Maar dat is niet zo. Zelf mogen de stad en de universiteit niet beslissen om leegstaande gebouwen om te bouwen. Vlaanderen zet het licht op rood. Intussen gaan privécrèches dicht omdat ze in de verkeerde cao zitten!”

Immuun voor crisis

Steden als Antwerpen incasseerden flinke klappen door de economische crisis. Maar in Leuven werd de crisis amper gevoeld. “De werkloosheid bleef relatief laag. Ons OCMW kreeg wat meer leefloontrekkers over de vloer, maar niet dramatisch meer. De streek bleef gespaard van spectaculaire bedrijfssluitingen. De ontslagronde bij Inbev had met de crisis niets te maken, maar eerder met de besparingsdrang van de Brazilianen. Het elektronicabedrijf Option had pech dat de Chinezen met torpedoboten in zijn vaarwater kwam. Option is al meer door het oog van de naald gekropen. Dat hoort er bij. Niemand richt vandaag nog een bedrijf op voor de volgende drie eeuwen. Economisch kende de streek geen achteruitgang.”
Maar, de werkloosheidsgraad in de stad mag wel laag zijn, de laaggeschoolden vinden er niet vlot een baan. “Daarom was het belangrijk dat er een betere verbinding kwam met de luchthaven. Daar zijn vacatures voor laaggeschoolden, maar de mensen geraakten er niet. Eindelijk heeft De Lijn een buslijn ingelegd en die draait prima.”