Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

Reeds 3 miljoen Roemenen naar het buitenland, war for talent in eigen land

Door de massale emigratie woedt er een hevige 'battle for talent' in Roemenië. Maar sommige bedrijven kunnen hun medewerkers toch houden. Dankzij een 'Vlaamse' aanpak blijven Roemeense werknemers soms hun werkgever trouw.

Teodorescu haalt zijn zwarte gitaar van achter zijn bureau. De hoogste snaar breekt als hij er een akkoord op slaat. Teodorescu Constantin (46) houdt van symfonische rock en organiseert af en toe concerten. Zijn werkgever Ovidiu Vladu gunt hem wat tijd om muziek te maken, want Teo is één van de trekpaarden van IQ Management, een softwarebedrijfje dat met twintig man zeven miljoen euro omzet draait.

Teo en zijn maten werken dan ook hard en kloppen lange dagen. Maar er is ruimte voor ontspanning: als de Roemeens nationale voetbalploeg speelt hangt de hele groep voor de televisie, werk of geen werk. "De volgende ochtend moest ik een offerte doorsturen”, getuigt een klant. “Maar voor het laatste fluitsignaal was er niemand bereikbaar, zelfs de baas niet.”

Het ploegje van IQ Management betrekt een villa in een rijke wijk aan de rand van Boekarest. Twee dames verzorgen er de maaltijden en de kuis. Een chauffeur haalt de eerste ploeg op in de ochtend, brengt hen rond 16 uur weer terug naar het stadscentrum om de volgende ploeg mee te brengen. Baas Vladu betaalt normale salarissen, maar door de relaxte werksfeer loopt er niemand weg. En dat is uitzonderlijk in een land waar een werknemer een habbekrats een andere baan neemt en dat jaarlijks tienduizenden talentvolle jongeren ziet emigreren.

Sterke emigratiegolf

Officieel emigreerden er in 2009 10.000 Roemenen. Maar Italië alleen al ontving dat jaar 90.000 Roemeense immigranten en Spanje 33.000. In die twee landen leven er 1,6 miljoen Roemenen. De situatie van Spanje, met zijn hoge werkloosheid, is zo dramatisch dat de Spaanse regering zopas uitzonderlijk de toestemming kreeg van de Europese Commissie om de toevloed van Roemeense arbeiders in te perken.

In totaal trokken de voorbije jaren drie miljoen inwoners weg uit Roemenië, ook naar ons land. Het voorbije jaar groeide het aantal Roemeense immigranten in Vlaanderen met 58 procent. Als EU-burgers kunnen zij hier vrij verblijven.

Veel arme boeren ontvluchtten hun uitzichtloze situatie. Bijna evenveel geschoolde Roemenen gingen op zoek naar de hogere salarissen in het Westen. Zo verlieten de voorbije vier jaar 8.000 ervaren artsen het land. Headhunters plaatsten hen vooral in Frankrijk en Ierland. Multinationale ondernemingen schuimen de universiteiten af om met jonge Roemeense ingenieurs, informatici en fysici hun onderzoekscentra te bemannen.

“Reeds begin 2004 wou iedereen weg uit het land”, getuigt Vlaams it-ondernemer Luc Van Gestel. “In 2007, toen Roemenië een EU-lid werd, klopten heel wat werknemers bij me aan met absurde looneisen: ze hadden gehoord van de 32 miljard euro Europese steun en ze wilden hun deel daarvan. De crisis van 2008-2009 heeft Roemenië sterk getroffen. Nu zijn er nog meer Roemenen geïnteresseerd in een baan in het buitenland.”

Hoewel de salarissen snel stegen, blijven ze relatief laag. De zware prijsinflatie heeft de Roemeense koopkracht zwaar ondergraven. Het gemiddelde loon schommelt rond 320 euro netto.  Een docent aan de universiteit moet rondkomen met 350 euro per maand. Eén van de bagagedragers van het Radisson Hotel heeft een diploma Rechten: “Ik kan hier meer verdienen dan met mijn diploma.” Het gemiddelde pensioen is een schamele 150 euro. Alleenstaanden kunnen daar wel de huur van een appartement mee betalen, maar voor verwarming of verlichting ’s winters is er geen geld.

Lage levensstandaard

In het centrum van Boekarest zoeken we Valentin Petrof op. Hij is de lokale directeur van Manpower. Ook hij was verrast dat Roemenië als eerste Europees land uit de internationale studie van Manpower kwam die de 'talentoorlog' in kaart brengt: "Het is een paradox. Vele ondernemingen hebben de voorbije jaren werknemers aan de deur gezet. Toch blijft het moeilijk om vacatures op te vullen. Ik geef toe: de werkgevers werden veeleisender. Ze eisen een betere talenkennis omdat de Roemeense bedrijven nu meer in- en uitvoeren. Vroeger was kennis van Frans of Engels mooi meegenomen, nu is het een must."

De emigratie laat zich ook duidelijk voelen op de arbeidsmarkt. "Door de crisis liggen de prioriteiten van de huidige regering elders. Ze investeert weinig in de sociale zekerheid en de geneeskunde, zodat de levensstandaard niet stijgt. Spijtig, want dat weerhoudt geëmigreerde specialisten om terug te keren naar ons land." Valentin Petrof toont een recente enquête waarin 60 procent van de emigranten er niet aan denkt om terug te keren.

Voor een uitzendbureau als Manpower zijn de buitenlandse contracten nog beperkt. Petrof: "Het zijn vooral multinationals die specialisten zoeken voor functies in het buitenland. Voorlopig vertegenwoordigt dit slechts 5 procent van onze omzet, maar dit aandeel groeit. Het gaat vooral om ingenieurs, informatici en bouwspecialisten."

Dromen van buitenland

“Sectoren zoals de gezondheidszorg, de bouw, de informatica en de engineering lijden het ergst onder de emigratie van talent. Dat tekort zie ik niet snel wegsmelten, want de overheid heeft geen strategieën ontwikkeld om die sectoren te stimuleren", vult Laura Vlaicu aan. Zij is country manager voor het rekruteringsbureau Hudson."Ik ontmoet wel geregeld kandidaten die ons rechtstreeks vragen of we hen niet aan een baan in het buitenland kunnen helpen. Jonge mensen zoeken vooral stabiele vooruitzichten, die ze voorlopig niet krijgen vanuit politieke hoek. We geven geregeld hun cv door aan het filiaal in het land waar ze willen gaan werken.”

“Af en toe krijgen we een emigrant over de vloer die wil terugkeren naar Roemenië. Dat zijn dikwijls specialisten of ervaren managers. Maar wie lang weg is, vindt hier niet meer zo vlot een nieuwe baan. Dikwijls zijn hun loonverwachtingen overtrokken. Ook verkiezen bedrijven dikwijls iemand met kennis van de lokale markt.” In de bouw en de gezondheidszorg wordt het tekort aan arbeidskrachten dikwijls opgevuld door immigratie uit de buurlanden. Laura Vlaicu: "We kregen het voorbije jaar voor het eerst verschillende kandidaten op onze vacatures van ingenieurs en informatici uit Pakistan en India. Indien de ‘war on talent’ zich doorzet, kan dat een interessant spoor worden om specialisten te vinden."

“Het tekort aan werknemers stelt voorlopig geen zware problemen voor onze rekruteringsactiviteiten. We beschikken immers over een grote gegevensbank die we permanent bijwerken. We onderhouden ook goede relaties met onze kandidaten. Werkgevers zoals Procter & Gamble en Unilever bouwen een eigen vijver van specialisten via opleidingsprogramma’s voor afgestudeerden. Omdat ze carrières kunnen aanbieden in Roemenië en in het buitenland, blijven hun werknemers langer bij dit soort ondernemingen. Ze zijn dan ook niet zo gevoelig voor het tekort aan specialisten.” Ze schakelen ook ervaren managers in als mentors van de nieuwkomers. Laura Vlaicu: “Maar performante managers zijn niet altijd de beste mentors. Die concentreren zich op de groei van de omzet en ze nemen niet altijd tijd om nieuwelingen goed bij te staan. Een nieuwkomer moet fouten mogen maken. Dat ligt moeilijk in onze Roemeense cultuur. Tijdens interviews met sollicitanten durven die niet ingaan op onze vraag over welke fout ze ooit maakten."

Nieuwkomers beter opvangen

"Onze afdelingshoofden krijgen de opdracht om de nieuwkomers beter te begeleiden. Talentmanagement is een echt aandachtspunt", vertelt Daniela Bichir, vicepresident human resources bij Siveco, een Roemeens softwarebedrijf met 1.050 werknemers. Ook daar moeten mentors beter hun best doen om nieuwelingen de weg te wijzen. "Het eerste jaar is cruciaal", heeft Daniela Bichir ondervonden. "Na drie jaar blijven ze." Het verloop bij Siveco ligt rond 15 procent.

Het hoofdkwartier van Siveco verschilt in niets van de grote, glazen blokken van de Belgische informaticaondernemingen. Het softwarebedrijf richt zich op grotere it-projecten en is sinds vijf jaar ook actief in Europa, Afrika en het Midden-Oosten.

Na enkele rustige jaren is de 'battle for talent' voor haar weer helemaal losgebarsten: "Dit jaar hebben we al 300 mensen gerekruteerd, onder meer omdat we ons nieuwe researchcentrum moeten bemannen. We zoeken allerlei soorten specialisten, maar met operationele informatici ondervinden we de meeste problemen. Zij stellen hoge eisen. Ons salaris ligt een vijfde boven het marktgemiddelde. Medewerkers ontvangen prestatiegerichte bonussen en om de drie jaar krijgen ze ook een getrouwheidspremie en een dinertje of een reisje met de partner. Er zijn shuttles, bedrijfswagens, medische voorzieningen, maaltijdcheques,…

Siveco is een rechtstreekse concurrent van de it-multinationals die in Roemenië veel jong talent wegsnoepen. Grote jongens als Microsoft, Oracle en HP geven Roemeense it’ers al een arbeidscontract een half jaar voor ze afstuderen. Kenners schatten dat ruim de helft van de 5.000 informatici die er jaarlijks afstuderen, het jaar daarop emigreert. Siveco trekt vele werkstudenten aan. "Dikwijls zien we die verdwijnen met een buitenlandse studiebeurs. Die keren niet weer."
Last van emigrerende informatici heeft Daniela Bichir niet. " Heel af en toe verdwijnt er eentje naar het buitenland. Waarom zou een senior programmeur die bij ons 3.000 euro netto verdient weggaan?"

Minder bits

Buiten de hoofdstad is de 'battle for talent' veel minder bits. Zo is er in de universiteitsstad Cluj-Napoca voldoende talent op de markt. Koen Vanvinckenroye heeft er voor ING een 'shared service center' opgebouwd: “Het werk is hier nog steeds 20 tot 30 procent goedkoper dan in Polen en Tsjechië en heel wat goedkoper dan in de Benelux. Een specialist betalen we 2.000 lei, zowat 450 euro, wat hier een heel mooi loon is. In Cluj lopen honderdduizend studenten rond. En ING is een van de favoriete bedrijven van de Roemeense jongeren. Ik had dus geen problemen om een tweehonderdtal goede werknemers aan te trekken voor het nieuwe dienstencentrum. Maar tijdens de voorbije crisis heeft de groep beslist om het centrum niet operationeel te laten worden. De verwachte besparingen werden niet gerealiseerd: de centralisering van het werk voor een zevental landen bleek enorm gecompliceerd en de voorziene groei in Centraal-Europa bleef uit.” Enkele medewerkers stroomden door naar ING-filialen in Boekarest, Tsjechië en Amsterdam, maar de meerderheid werd ontslagen.

In Boekarest ligt het salaris van een specialist dubbel zo hoog. “Onze informatici verdienen 800 tot 1.000 euro netto per maand”, getuigt Luc Van Gestel van Visionnear. “Als buitenlander kan je gemakkelijker werknemers vinden. Ze vertrouwen ons meer dan hun eigen Roemeense bedrijven. Daarom kunnen wij echte kwaliteit binnenhalen. De jonge Roemenen houden blijkbaar van onze manier van aanpakken. Ze zoeken vooral zekerheid.”

Vlaamse oplossingen

De Vlaamse ondernemers vertellen me allemaal dat hun medewerkers heel trouw zijn. Hoe creëren ze zulke trouwe werknemers? "Mits een goede leiding, zijn Roemenen goede medewerkers", zegt Koen Vanvinckenroye: “Je moet ze ‘opvoeden’. Hun scholing is iets te theoretisch, maar ze willen wel dag en nacht leren. Hun ouders hebben geen geld. Maar je moet hen met respect begeleiden: laat ze fouten maken en leren."

Luc Van Gestel zet dit binnen Visionnear om in de praktijk: "We betalen onze achttien informatici iets boven het marktgemiddelde. Daardoor verdienen ze netto ongeveer hetzelfde als hun collega's in België. Af en toe sturen we hen voor zes tot negen maanden naar Brussel voor projecten. Daar komt dan een dagvergoeding bij. Dat vinden ze heel tof, en het is een goede manier om hen te houden."

De Mechelaar Luc Vangansbeke (Pentamid Group) kwam veertien jaar geleden als consulent naar Roemenië. Hij heeft er elf informatici aan de slag voor Belgische klanten: "De klant geeft mijn mensen de technische instructies. Dus vliegen ze geregeld naar België. Ik betaal ook iets beter. Op het bedrijf vinden ze koffie, lectuur, schilderijtjes aan de muren, een massage om de week, ... Maar ik moet hen wel sterk sturen. Aanwezig zijn, veel praten, maar nooit afblaffen, dat is de kunst. Voorlopig is er nog niemand vertrokken", lacht Luc Vangansbeke.

Ook Guido Pauwels (GDM Electronic) belandde met zijn chip-assemblage uiteindelijk in het Roemeense Curtea de Arges. In dit stadje hadden twee elektrofabrieken net 5.000 mensen ontslagen. Dat leverde een enorm potentieel op. Zijn ‘Vlaamse’ aanpak? “We betalen een salaris dat 20 procent hoger ligt dan dat van bedrijven in de buurt.  Wie verder dan vijf kilometer van de fabriek woont, krijgt transport. De koffie is gratis en iedereen krijgt maaltijdcheques. En terwijl de meeste Roemeense werkgevers fouten echt bestraffen, doen wij dat niet.” Wat later in het gesprek verzucht Guido Pauwels dat hij enkele Belgen zoekt om de boel in ’t oog te houden. “Als de chef van huis is, gebeurt er te weinig. Het is al beter, maar de mentaliteit is nog niet ok. Ze vertrouwen me, maar ze tonen zelf geen initiatief. Als er iets mis loopt, zullen ze zelf niet optreden."

Lokroep van geld

Vele Roemenen zijn gedesillusioneerd in hun politici. Zo slaagt de Roemeense regering van premier Emil Boc er niet in om de miljoenen Europese hulpfondsen die klaarliggen, aan te snijden. “De politici kunnen die fondsen niet vlotjes doorschuiven naar hun neefjes en hun ooms. Het Europees geld vraagt om stevige dossiers. Daar hebben ze een broertje aan dood", fluistert een ondernemer me toe. Boc en zijn ploeg lopen vandaag ook aan de leiband van het Internationaal Monetair Fonds dat in 2009 Roemenië bijsprong. Er volgden zware saneringen en de aankondiging van een looninlevering van 25 procent voor de ambtenaren. Maar die is al grotendeels teruggedraaid. De Roemeense regering biedt de jonge gezinnen geen stabiliteit. Daarom verkiezen ze westerse landen met goed uitgebouwde sociale voorzieningen. Toch liet de regering niet alles betijen. Zo kregen jonge ingenieurs een vrijstelling op hun personenbelastingen. Maar dat is een druppel op een hete plaat. 

Nog steeds emigreren de Roemenen, hoofdzakelijk voor het geld. Ik hoorde keer op keer verhalen van bedrijven die goede medewerkers zagen vertrekken om enkele honderden euro meer te verdienen in het buitenland. Een Roemeen leeft onder het motto ‘beter een euro in de hand dan tien in de lucht’. Daarom blijven ze een slechte investering voor een bedrijf in België. Eenmaal ze genoeg geld hebben, keren ze gegarandeerd terug naar Roemenië.

Terug naar het coververhaal 'Roemenië loopt leeg'