Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

Rechter: het jongste knelpuntberoep?

Opmerkelijk toch, het voorstel dat minister van Justitie Stefaan De Clerck vorige week lanceerde: gepensioneerde rechters moeten opnieuw aan de slag om de gerechtelijke achterstand te helpen wegwerken. Is het personeelstekort in de rechtbanken dan zo acuut? En zijn er geen betere oplossingen te bedenken om dat euvel te verhelpen?  

De eerstvolgende tien jaar zal men tot de helft van het magistratenkorps moeten vervangen. Maar omdat de instroom ontoereikend is, zullen rechters in de toekomst vooral efficiënter moeten ingezet worden.

“We kunnen het met minder rechters doen, op voorwaarde dat die worden ondersteund door gerechtelijk personeel met de juiste kwalificaties.”
Geert Vervaeke, voorzitter van de Hoge Raad voor de Justitie.

Minister van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V) liet vorige week weten dat hij zo veel mogelijk gepensioneerde rechters weer in de rechtbanken wil krijgen. Een maatregel die moet helpen om het tekort aan magistraten op te vangen en de ondertussen legendarische gerechtelijke achterstand terug te dringen.

Jan Van den Berghe, lid van de Hoge Raad voor de Justitie en ondervoorzitter in de rechtbank van eerste aanleg in Gent, vindt het voorstel 'hoogst merkwaardig'. “Enerzijds worden magistraten op 67 jaar verplicht met pensioen gestuurd, terwijl sommigen op hun blote knieën zouden smeken om te mogen blijven. Anderzijds gaan heel wat magistraten vervroegd met pensioen zodra ze dat wettelijk kunnen, op zestig jaar. Wie daar bewust voor kiest, heeft daar een goede reden voor. Hoeveel van die mensen zullen ingaan op de uitnodiging van de minister, denk je?”

Van den Berghe vindt het een beter idee om werkwillige rechters langer te laten blijven en het vervroegd uittreden van magistraten tegen te gaan. “Niet iedereen kan het hoge tempo volhouden tot zijn 67ste. In Nederland krijgen rechters de kans om vanaf hun 55ste minder te werken, in ruil voor een beperkt loonverlies. Bij ons is deeltijds werken als magistraat onmogelijk. Terwijl een dergelijke regeling misschien heel wat rechters langer in de rechtszalen kan houden.”

Massale pensioneringsgolf

Ook Pierre Lefranc, voorzitter van de magistratenvereniging Magistratuur en Maatschappij, verbaast zich over de recente démarche van De Clerck. “Vreemd, als je weet dat diezelfde minister in het voorjaar de periodieke bekendmaking van vacante magistratenposten invoerde, als besparingsmaatregel. Door vacatures gegroepeerd – en dus later – te publiceren, duurt het langer voor de vacante posities opnieuw worden ingevuld. En nu wil hij gepensioneerden optrommelen? Begrijpe wie begrijpen kan.”

In plaats van de zoveelste losse flodder te lanceren, zou de minister dus beter op zoek gaan naar structurele oplossingen voor de eindeloopbaanproblematiek. Zeker omdat er een massale pensioneringsgolf aankomt. Uit cijfers van de FOD Justitie blijkt dat 34 procent van de magistraten op dit moment 55 jaar of ouder is en dus binnen de twaalf jaar zeker met pensioen gaat. Maar omdat steeds meer magistraten vanaf zestig jaar vertrekken, kan je gerust stellen dat men in de eerstvolgende tien jaar tot de helft van het magistratenkorps zal moeten vervangen.

De vraag is waar men al die mensen gaat halen? De instroom kan niet zomaar verhoogd worden. Om magistraat te kunnen worden, moeten juristen slagen voor het toegangsexamen dat jaarlijks georganiseerd wordt. Cijfers voor dit jaar zijn nog niet voorhanden, omdat de inschrijvingsperiode nog loopt tot 30 oktober, maar de voorbije jaren bleef het aantal kandidaten ongeveer stabiel. Even stabiel zijn de slaagcijfers, die schommelen tussen 10 en 12 procent. Hoe zijn die lage cijfers te verklaren? Is de rechtenopleiding onvoldoende  afgestemd op de (rechterlijke) praktijk? Wordt er té streng geselecteerd? “Niet elke goede jurist is ook een goede magistraat”, stelt Geert Vervaeke, voorzitter van de Hoge Raad voor de Justitie. “We testen trouwens niet enkel de juridisch-technische kennis. Aan de hand van psychotechnische proeven screenen we een deel van de kandidaten ook op vaardigheden en persoonlijkheid. De lat lager leggen is geen optie, de beslissingen van een rechter hebben tenslotte een grote impact op het leven van de burgers.”

Rechters efficiënter inzetten?

Als de uitstroom toeneemt terwijl de instroom niet zomaar verhoogd kan worden, dan moeten de  beschikbare rechters in ieder geval zo efficiënt mogelijk moeten worden ingezet. En precies daar wringt het schoentje. “Sommige rechtbanken verdrinken in het werk, terwijl andere overbemand zijn,” klinkt het bij zowel Van den Berghe als Lefranc. Alleen blijkt het meten van de werklast van rechters niet eenvoudig. “Je kan niet zomaar het aantal zaken of het aantal vonnisen tellen en vergelijken”, benadrukt Van den Berghe. “Een gecompliceerde milieuzaak is nu eenmaal arbeidsintensiever dan een winkeldiefstal.”

Alleen een grondige werklastmeting kan objectieve cijfers opleveren. Momenteel lopen er proefprojecten, onder meer in Kortrijk en Bergen, maar die stuiten op veel verzet. De rechters in Bergen zouden zelfs alle medewerking aan de werklastmeting weigeren. Pierre Lefranc kan enig begrip opbrengen voor die terughoudendheid. “De bedoeling van een werklastmeting is om de werklast van ieder rechtscollege in kaart te brengen. Alleen zijn sommigen bang dat men de gegevens gaat gebruiken om de individuele magistraten te evalueren.”

Ook Vervaeke toont enig begrip: “Het is menselijk om je te verzetten tegen een systeem dat je een stuk comfort kan kosten. En vergeet niet dat ook de verdeling van de middelen er voor een stuk aan vasthangt. Dat ligt altijd gevoelig.” Toch vindt Lefranc dat de minister van Justitie zich niet mag verschuilen achter het gebrek aan consensus over de methode onder de magistraten. Het is aan hem om te zeggen: zo gaan we het doen, punt.” 

Weten waar de grootste noden zitten, is één ding, maar daarmee is die nood nog niet gelenigd. Er zijn ook wettelijke maatregelen nodig om een grotere mobiliteit van rechters mogelijk te maken. Nu is het immers zo dat een rechter verbonden aan één rechtbank geen bevoegdheid heeft om recht te spreken in een andere. “Die ‘onverplaatsbaarheid’ van rechters is een voorbijgestreefd concept, vindt Vervaeke. “Magistraten moeten kunnen worden verschoven in functie van de noden. Dat is niet meer dan modern management, toch?”

Verder werd ooit geopperd om de rechtbanken van eerste aanleg, de arbeidsrechtbanken, de vredegerechten en de rechtbanken van koophandel in één enkele structuur onder te brengen. Per specialisatie zou dan worden voorzien in een minimaal aantal vaste magistraten, terwijl andere rechters flexibel zouden worden ingezet, in functie van de noden. “Over een dergelijke hervorming bestond al in 2008 een brede consensus binnen de magistratuur, maar door een ministerwissel bij Justitie en het uitblijven van een nieuwe regering is dit op de lange baan terecht gekomen”, aldus nog Vervaeke.

Als men rechters efficiënter wil inzetten, dan is het volgens Van den Berghe ook noodzakelijk om de gerechtelijke arrondissementen te hervormen. “Schaalvergroting is een must. Nu moeten kleine rechtbanken, met slechts een handvol rechters, dezelfde variëteit aan rechtszaken behandelen als een grote rechtbank. Maar die rechters krijgen daar niet de kans zich te specialiseren, waardoor het veel tijd vraagt als zij zich moeten inwerken in een materie die ze niet kennen. Het zou daarom beter zijn om één grote rechtbank per provincie te installeren. Zoals in Nederland, waar men de zeventien gerechtelijke arrondissementen heeft herleid tot tien. Die oefening zouden we hier ook moeten doen. Alleen komen onze politici te veel op voor hun eigen regio.”

Minder rechters, meer ondersteuning

Volgens de Hoge Raad voor de Justitie is grote uitstroom van rechters die eraan komt, ook  een opportuniteit. Vervaeke: “We krijgen nu de kans om strategisch na te denken over de toekomstige werkverdeling binnen de hoven en rechtbanken. De vraag is of we überhaupt zo’n groot magistratenkorps nodig hebben. Volgens mij kunnen we het met minder rechters doen, op voorwaarde dat die worden ondersteund door gerechtelijk personeel met de juiste kwalificaties.

“Zo zijn er nu de mensen die rondrijden met karretjes met dossiers. Eens de procedure grotendeels is gedigitaliseerd, worden die jobs overbodig. Maar er zijn wel andere jobs nodig. Zo kunnen we ons afvragen of het niet beter is om onze magistraten te betalen voor datgene waar ze echt goed in zijn, namelijk het nemen van beslissingen. Is het echt noodzakelijk dat zij zelf de vonnissen van naadje tot draadje uitschrijven? Kunnen we die taak niet overlaten aan andere hooggekwalificeerde juristen? In Spanje bijvoorbeeld, doen rechters méér zittingen dan bij ons, maar ze beperken zich tot het aangeven in welke richting de beslissing moet gaan. De vonnissen zelf worden door andere juristen verder uitgewerkt. In Nederland worden rechters ondersteund door ‘schrijfjuristen’, die heel wat voorbereidend werk doen. Zoiets moet bij ons ook mogelijk zijn.”

Tekst Karin Eeckhout