Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

Op stap met Artsen Zonder Vakantie in Burundi

1 arts voor een heel ziekenhuis, 2 psychiaters voor 9 miljoen zielen: de gezondheidszorg in Burundi is een lege doos. Gelukkig zijn er 600 Vlaamse artsen en verpleegkundigen die hun vakantie opofferen om in de bres te springen.

Met ruim 600 zijn ze intussen al, Belgische artsen en verpleegkundigen die jaarlijks enkele weken vakantie opofferen om in Afrika vrijwilligerswerk te verrichten. Dat hun engagement in de praktijk vaak het verschil maakt tussen leven dood konden we in het straatarme Burundi met eigen ogen vaststellen.

En toen waren ze nog met twee

Twee psychiaters voor negen miljoen (!) zielen. In een land waar de sluimerende burgeroorlog nog dagelijks voor nieuwe emotionele littekens zorgt. Zelfs de even minzame als gedreven frère Hippolyte, die al enkele jaren aan het hoofd staat van het ‘Centre Neuro-Psychiatrique de Kamenge’, wordt er stilaan moedeloos van. Het psychiatrisch ziekenhuis in een buitenwijk van de Burundese hoofdstad Bujumbura biedt onderdak aan zowat 120 patiënten, en daarmee is alles gezegd. Vrouwen en mannen zitten er opgesloten in twee aparte vleugels. Al is dat wellicht iets te veel eer voor een grote binnenplaats met enkele slaapzalen, een sanitair blok en een gore isoleercel er omheen gebouwd. “Sommige patiënten verkommeren hier al jarenlang, achtergelaten en definitief opgegeven door hun familie. We hebben amper nog medicatie en nu ook de laatste psychiater er hier de brui aan heeft gegeven om een lucratievere privépraktijk op te starten, kunnen we enkel nog trachten te redden wat nog te redden valt,” klinkt het.

“Welkom in het enige psychiatrische ziekenhuis van Burundi”, grijnst Herwig Colaert (57), een Vlaamse psychiater die in het dagdagelijkse leven op de psychiatrische afdeling van een Oost-Vlaams ziekenhuis aan de slag is. Twee weken per jaar offert hij een deel van zijn vakantie op om binnen het kader van ‘Artsen zonder Vakantie’ belangeloos zijn ervaring en kennis te delen met Afrikaanse collega’s. In Kamenge is hij vergezeld van Veronique Coppin, een psychiatrisch verpleegkundige die in Burundi ook niet aan haar proefstuk toe is. In een beperkt opleidingsprogramma trachten ze er lokale artsen en verpleegkundigen de nodige kennis en expertise bij te brengen.

“Dat loopt op zich niet slecht, zeker omdat we hier nu al enkele jaren terugkomen en stilaan toch wat vooruitgang merken. Het blijft natuurlijk een druppel op een hete plaat, maar toch merk ik dat we ergens wel vooruitgang boeken. Tegelijk moeten we ook niet té idealistisch uit de hoek willen komen: onze expertise wordt sterk geapprecieerd, maar het feit dat ze dankzij de lessen en de bijscholing die wij aan hun personeel aanbieden hier en daar ook wat extra subsidies kunnen lospeuteren is ook niet onbelangrijk. Als buitenstaander mag je de Afrikaanse context nooit uit het oog verliezen: alle artsen en verpleegkundigen verdienen hier zo belachelijk weinig (60 tot 90 euro per maand voor een arts, nvdr) dat ze er allemaal een tweede of zelfs derde job op nahouden. Met andere woorden: we kunnen niet verwachten dat ze zich tien uur per dag uitsloven voor ons. Hier op de mannenafdeling zitten nu 90 patiënten, terwijl er welgeteld 30 bedden zijn. Voor die 90 doorgaans gevaarlijk psychotische mannen zijn er ’s avonds twee verpleegsters beschikbaar. Wie zijn wij dan om onrealistisch  hoge eisen te stellen? Omgekeerd is dit ook voor ons om heel wat redenen een unieke ervaring. Ik werk hier nu bijvoorbeeld met medicatie die ik in België als arts nooit meer gekend heb, terwijl ik intussen toch al op een carrière van ruim 25 jaar kan terugblikken. Dit is al mijn achtste missie, na eerdere ervaringen in Kongo, Rwanda en Tanzania. Mijn eerste kennismaking met Artsen zonder Vakantie kwam er via een collega-radioloog. Ik had eerlijk gezegd nooit verwacht dat men in Afrika ook nood had aan buitenlandse psychiaters, maar na mijn eerste missie in Kigali was ik meteen verkocht.”

“Wat we hier doen is echt basiswerk, maar net daardoor is de voldoening vaak ook heel groot”, vervolgt Veronique. “Twee weken per jaar is natuurlijk echt wel het minimum, maar voor de meeste artsen of verpleegkundigen die in België een drukke baan hebben is dat ook het hoogst haalbare. Tegelijk kennen we ook enkele collega’s die al met pensioen zijn of die dankzij hun specifieke werksituatie meer vrije tijd hebben en die dus vier of vijf weken naar Afrika trekken. Bedoeling is wel dat er een soort van engagement op langere termijn komt, waardoor we in de verschillende programma’s ook een zekere continuïteit kunnen steken. Wat me nog het meest opvalt, is dat een mensenleven in Afrika niets waard is.”

Bedside teaching

Artsen Zonder Vakantie klinkt heel wat mensen relatief onbekend in de oren. Het feit dat de organisatie, in tegenstelling tot de meeste andere ngo’s, geen noodhulp bij rampen aanbiedt, is daar wellicht niet vreemd aan. “De focus ligt volledig op opleiding en bijscholing, in samenspraak met lokale partners die zelf eerst bij ons komen aankloppen met een concrete vraag”, vertelt Erwin Reynaert, hoofd fondsenwerving. “In eerste instantie sturen we dan een prospectiemissie onder leiding van een projectverantwoordelijke ter plaatse, die een soort inventaris opmaakt en de lokale noden beoordeelt. Bij een positief advies stippelen we, in nauwe samenspraak met de lokale partner, een opleidingsparcours uit voor een aantal jaren. We mikken heel uitdrukkelijk niet op losse en kortstondige projecten en doen ook nooit aan pure noodhulp. Het klinkt hard, maar in een ziekenhuis waar sowieso geen artsen beschikbaar zijn, kunnen we niets komen doen omdat er dan ook niemand op te leiden valt. Daar staat tegenover dat lokale artsen in één van de ziekenhuizen in Burkina Faso waar we al jarenlang mee samenwerken tien jaar terug een zestigtal operaties per jaar uitvoerden, terwijl ze vandaag aan 600 zitten. Vaak ook patiënten met heel complexe ziektebeelden. Dus ja, we maken wel degelijk het verschil.”

Artsen zonder Vakantie is een volledig Belgisch initiatief, dat begin jaren tachtig uit de startblokken schoot. Anno 2011 is de organisatie officieel erkend als ngo en lopen er projecten in zeven Afrikaanse landen. “Vorig jaar zaten we aan ruim 150 missies, dit jaar zullen dat er wellicht meer dan 180 zijn. Per missie vertrekt er telkens een volledig medisch team, bijvoorbeeld een chirurg, een anesthesist en een verpleegkundige. In totaal kunnen we daarvoor putten uit een pool van goed 600 vrijwilligers, die telkens twee of drie weken vakantie opofferen om kennis en expertise te gaan overdragen. Artsen in Afrika hebben natuurlijk wel een basisopleiding genoten, maar worden zonder enige vorm van stage of praktijkervaring in een ziekenhuis gedropt. Vaak zijn ze ook niet op de hoogte van de nieuwste technieken of medicatie. Zelfs een keizersnede is in Afrika doorgaans al een hachelijke operatie. Via ‘bedside teaching’ slaan onze specialisten twee vliegen in één klap: enerzijds leiden ze lokale artsen verder op, anderzijds behandelen ze patiënten die anders wellicht nooit behandeld zouden worden.”

Met de naambekendheid groeide de voorbije jaren ook de populariteit van AZV. En dat leidt al eens tot misverstanden. “We lokken tegenwoordig ook wel eens ‘toeristen’ aan, artsen die bijvoorbeeld een scheiding achter de rug hebben en hun trauma’s willen gaan verwerken in Afrika. Daarvoor zijn ze bij ons dan niet aan het juiste adres. We zoeken ook uitdrukkelijk mensen die al over stevig wat ervaring beschikken en die zich ook willen inschrijven in een langetermijnproject.

Niet dat we verwachten dat nieuwe kandidaten zich elk jaar twee tot vier weken kunnen vrijmaken, maar we hopen wel op een zeker engagement. Vrijwilliger zijn is allesbehalve vrijblijvend. Al onze artsen en verpleegkundigen samen hebben vorig jaar in totaal 42.500 uren gepresteerd in Afrika. Dat staat gelijk aan een loonmassa van 3,3 miljoen euro waar ze vrijwillig van hebben afgezien.”

Voor de financiering van al dat moois rekent AZV in eerste instantie op het grote publiek. “Als erkende ngo ontvangen wij overheidssubsidies, maar die zijn amper goed voor 20 procent van ons jaarbudget, dat nu rond 2,8 miljoen euro schommelt. De rest halen we uit giften van de bevolking. We investeren vandaag zwaar in die fondsenwerving, omdat we ons budget echt willen optrekken. We krijgen nog altijd veel te veel aanvragen die we moeten afwijzen bij gebrek aan centen.”  

Eén arts in ziekenhuis

Twee dagen na ons bezoek aan het psychiatrische ziekenhuis van Kamenge trekken we naar Ijenda, een stoffig gat in de bergen op anderhalf uur rijden van Bujumbura. Het plaatselijke ziekenhuis is in alle opzichten typisch Afrikaans: te weinig geld, te weinig plaats, bedenkelijke hygiënische omstandigheden en een schreeuwend tekort aan artsen. De scheidingslijn tussen leven en dood is er flinterdun: elke banale aandoening kan dodelijk zijn, tenzij je het geluk hebt dat er net een voldoende opgeleide arts én de nodige medicatie beschikbaar zijn. Met welgeteld één arts en een piepkleine ziekenhuisapotheek is die kans relatief klein. In het operatiekwartier maken we kennis met enkele vrouwen die in de hals een gezwel hebben ter grootte van een flinke sinaasappel en die angstig hun operatie afwachten.

“Ach, dat loopt wel los”, wuift Claude Desaive hun angst weg. “Hun schildklier is zwaar gezwollen door een combinatie van ijle lucht en een te eenzijdig voedingspatroon. Lokale artsen konden niets voor hen doen, maar deze aandoening valt met een relatief eenvoudige operatie perfect te genezen.” Desaive is een intussen gepensioneerde chirurg uit het Luikse. Het is zijn eerste missie in Burundi en hij verblijft nu al een tiental dagen in Ijenda, samen met een Belgische anesthesist en verpleegkundige. Acht tot tien weken per jaar stuurt AZV een chirurgisch team naar dit ziekenhuis. Hun missie: de aanwezig arts en verpleegkundigen de nodige praktijkervaring bijbrengen voor de behandeling van de meest uiteenlopende ziektebeelden. Dat ze in één adem ook nog eens enkele honderden patiënten uit de wijde omgeving kunnen behandelen, en vaak ook het leven redden is leuk meegenomen. Desaive: “Je mag je hier vooral niet te veel vragen stellen. De nadruk ligt op het opleidingsluik, maar als je weet dat er hier eigenlijk geen echte chirurgen zijn – hooguit enkele artsen die een soort van chirurgische opleiding genoten hebben – dan besef je dat we niet te hoog kunnen mikken. En uiteraard is twee weken relatief kort, maar toch vertrek je telkens met het gevoel dat je collega’s hier iets hebt bijgebracht. Hoe bescheiden ook, het blijft een mooie bijdrage.”

Foto: Tim Dirven