Ook bij ons moet het allemaal flexibeler

Werken zonder toekomstperspectief, zonder volwaardige sociale zekerheid en zonder dito loon: in Spanje, Portugal, Italië en Griekenland zijn onzekere jobs voor goed opgeleide jongeren een ontstuitbaar fenomeen. Binnenkort ook in België?

Ze hebben het bijzonder lastig, de hoogopgeleiden in Zuid-Europa die een plaatsje op de arbeidsmarkt proberen te veroveren. De vraag is: gaat het ook bij ons die kant uit? Niet meteen, zo lijkt. Want België heeft enkele troeven die die evolutie op het eerste gezicht niet erg waarschijnlijk maken: een stevig sociaal vangnet, een goede regelgeving voor interim- en stagejobs, een dito ontslagregeling en acceptabele minimumlonen. Toch zijn er redenen voor ongerustheid. Zo werd werknemers van Concentra en Afga-Gevaert gevraagd een loonsverlaging te accepteren, besloot Euroclear om minstens 500 Belgische jobs voor hoogopgeleiden te verhuizen richting Polen en liet de intussen failliete waardetransporteur Brink’s Belgium vorig jaar zijn werknemers, die het bediendestatuut hadden een duidelijke keuze: het arbeidersstatuut accepteren of werkloos worden.

Duidelijke tekenen dat er ook bij ons iets aan het veranderen is? Maya Braeckman, sectormedewerker bij de algemene centrale van vakbond ABVV: “We zitten internationaal en nationaal in een context waarin de druk richting ‘precarisering’, zoals dat heet, enorm hoog is. Vanwege de economische crisis, al is dat niet de enige verklaring. Bedrijven, zeker die in België, zeggen: ‘De internationale druk is te groot, de loonkost is te hoog.’ De harde internationale concurrentie wordt vaak gebruikt door werkgevers om de sociale verworvenheden onderuit te halen. Multinationals gebruiken daarenboven het spook van delocalisatie als een stok achter de deur om werknemers impliciet te dwingen akkoord te gaan met nefaste arbeidsvoorwaarden. Dat trof in het begin laagopgeleiden, maar je ziet het nu ook vaker bij hoogopgeleiden. Op dit moment is de situatie nog lang niet zo ernstig als in pakweg Spanje, omdat de jeugdwerkloosheid daar een pak hoger is dan bij ons. Jongeren zijn daar al blij dat ze een job vinden, de arbeidsvoorwaarden zijn voor hen secundair. Dat kennen we hier totaal niet, maar ik ben er zeker van dat dat een groter probleem wordt in de toekomst.”

Flexibiliteit

Lieven Marien, werkgelegenheidsadviseur bij de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg: “Ik heb niet meteen de indruk dat de situatie bij ons op dat vlak erger aan het worden is. We hebben nog altijd een hele goeie sociale bescherming, die in het buitenland, en dan vooral het zuiden van Europa, vaak ontbreekt. Maar vanuit Europa en instellingen als OESO merk je wel dat de druk naar meer flexibiliteit vergroot. Die instellingen zien de Belgische arbeidsvoorwaarden als een rem op aanwerving van onder meer jongeren. Het is een beetje een keuze die je moet maken: zorg je ervoor dat de instroom groot genoeg is of bescherm je de mensen die aan een job raken zo goed mogelijk? Daarom moeten we volgens Europa meer evolueren naar soepele arbeidsvoorwaarden en ontslagregelingen. Dat vraagt een andere mentaliteit, zowel bij werkgevers als werknemers. Maar nogmaals: er is dan wel enige Europese druk, toch zijn er in het regeerakkoord nog niet zoveel concrete tekenen van te bespeuren. Werklozen worden rapper geactiveerd, en het recht op werkloosheidsuitkering hangt af van de inspanningen die de betrokkene levert om werk te vinden of zich bij te scholen. De geleidelijke afbouw van de werkloosheidsuitkeringen past ook in dat rijtje. Maar dat is nog iets anders dan evolueren naar totale onzekerheid. Het kan dat we in die toekomst die richting uitgaan, dat wel, maar ik vind dat op dit moment nog koffiedik kijken.”
Marien haalt cijfers boven om zijn standpunt kracht bij te zetten. “Jongeren hebben in België een acceptabel loon. Het aanvangsminimumloon is vrij hoog in België, zo’n 1.500 euro bruto. En het gemiddelde loon van iemand tussen 20 en 24 jaar ligt nog een pak hoger: 2.100 bruto per maand. Wie een job vindt, heeft het financieel dus niet zo slecht. De druk om een baan aan minderwaardige voorwaarden te aanvaarden is daardoor ook niet zo groot als elders: de jeugdwerkloosheid ligt in België onder het Europese gemiddelde. Ook het aantal jongeren dat onvrijwillig deeltijds gaat werken, ligt bij ons laag: zo’n 25 à 30 procent. Op Europees niveau is dat 40 procent, in Frankrijk en Duitsland gaat dat zelfs tot boven de helft. Er zijn bij ons ook strenge voorwaarden verbonden aan deeltijds werken, die je elders niet hebt. Als je dat allemaal bij elkaar optelt, dan moet je concluderen dat de situatie voor jongeren bij ons best meevalt.”

Werkzekerheid ten einde

Ook Ludo Struyven van het Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving (HIVA) aan de KULeuven ziet het nog niet meteen somber in voor de beter opgeleiden in België. Er is volgens hem amper geraakt aan de buffers die jongeren moeten beschermen tegen slecht betaalde, onzekere jobs. En net daar knelt het in het buitenland. “Het grote probleem bij ons ligt elders: het onderwijs dat niet praktijkgericht genoeg is. Hét voorbeeld is het systeem van leertijd zoals dat bestaat in Duitsland. Twee derde van de jongeren in Duitsland volgen het en worden met dit systeem twee tot vier jaar deeltijds tewerkgesteld. Eén op vier werkgevers voorziet in plaatsen en betaalt mee. Waarom nemen we dat systeem niet over?”

“Het nieuwe regeerakkoord wil jongeren nog sneller bijscholen in hun wachtperiode, het contact met de werkvloer zo vlug mogelijk aanzwengelen. Dat is een prima idee, al is het in de praktijk moelijk te realiseren. Je moet er sowieso rekening mee houden dat tijdelijk werk in de toekomst vaker zal voorkomen. Interimjobs hoeven geen slecht nieuws te zijn. Integendeel: in België is interimarbeid een goede springplank naar een volwaardige job. Op dat vlak scoren we heel goed in Europa. Want geen enkele job is nog voor onbepaalde tijd. De klassieke zekerheid op werkvlak, zoals we die al een tijdje kennen, verdwijnt. In plaats daarvan komt een andere zekerheid: de zekerheid dat waar je nu mee bezig bent, je wapent om een andere job te vinden in de toekomst. In België moeten we die jobmobiliteit nog makkelijker maken. Helaas bestaat daar nog enige weerstand tegen.”

Terug naar het coververhaal 'Sombere toekomst voor de slimme Spanjaard'