NMBS: "Wij hebben als werkgever zeker geen imagoprobleem"

Vier weken lang houden we halt bij vier overheidsbedrijven in onze provincies voor dubbelinterviews. De hoofdrolspelers? Een werknemer die van de privé naar de overheid overstapte, en een werknemer die reeds zijn hele carrière gepokt en gemazeld is bij de overheid.

Met goed 38.000 medewerkers is de NMBS-groep zonder concurrentie een van de grootste werkgevers van ons land. Geen wonder dus dat de honger naar vooral technische profielen er vandaag bijzonder groot is. En ondanks het soms weinig positieve imago bij het grote publiek, blijken de spoorwegen bij ingenieurs of technici niet slecht te scoren als potentiële werkgever. Ook bij hen die daarvoor in de privésector aan de slag waren.

Lange dagen

“De voorbije weken hebben we hier vaak dagen geklopt van 7 uur ’s morgens tot 10 uur ’s avonds. Hoezo niet hard werken bij de spoorwegen?” Industrieel ingenieur Jo Spreutels (30) moet er zelf even om lachen, en maakt tegelijk resoluut komaf met een van de hardnekkige clichés rond ‘werken bij het spoor’.

“Ik heb enkele jaren bij Imec gewerkt, toch een droom voor vele ingenieurs. Uiteindelijk ben ik zelf op zoek gegaan naar iets anders, omdat ik het werk daar niet voldoende uitdagend vond. Ik ging toen zeker niet specifiek op zoek naar een baan bij de overheid, maar de jobinhoud hier heeft me finaal wel over de streep getrokken. Of beter: mijn huidige chef heeft dat gedaan, in een gesprek waarin hij me enthousiast de mogelijkheden en ontplooiingskansen hier schetste. Kwam daar nog bij dat ik ook financieel zeker geen stap achteruit heb gezet: vandaag verdien ik maandelijks enkele honderden euro’s meer dan wat ik bij Imec raapte.”

Jo is vandaag ook een van de zogenaamde ‘ambassadeurs’ van de NMBS-groep, enthousiaste werknemers die ook anderen warm moeten maken voor een baan bij de spoorwegen. Daar hoort hier en daar uiteraard wat promotalk bij, maar voor technische profielen – laag- én hooggeschoold – bieden de modernisering en groei van de spoorwegen effectief flink wat potentieel.

“De uitstroom van werknemers op pensioengerechtigde leeftijd zorgt er voor dat wij nu al enkele jaren lang 1.500 nieuwe medewerkers per jaar moeten aanwerven”, stipt hr-directeur Jan De Geijselaer aan. “Het merendeel daarvan zijn mensen met een technische achtergrond, die bij ons aan de slag kunnen als technici, treinbestuurders, ingenieurs op de meest uiteenlopende diensten, noem maar op. Elk jaar opnieuw zoveel mensen rekruteren is geen eenvoudige klus, al heeft dat weinig te maken met het feit dat wij een overheidsbedrijf zijn. We vissen gewoonweg in een vijver die al flink leeggevist is, en ondervinden daarbij concurrentie van zowel andere overheidsbedrijven als van de privésector."

"Ik zal niet ontkennen dat wij sommige extralegale voordelen die in de privésector wel ingeburgerd zijn niet kunnen bieden, maar wij hebben als werkgever zeker geen imagoprobleem. Integendeel, ons imago is de voorbije jaren sterk verbeterd en daarbovenop kunnen we onze mensen ook een grote werkzekerheid aanbieden, wat zeker een extra troef is. Onderschat daarnaast ook het inhoudelijke aspect niet: als spoorwegmaatschappij staan wij voor enorme uitdagingen, zowel qua groei als qua modernisering en nieuwe projecten. Ook dat spreekt wel wat jongeren aan.”

Hoge barema’s

De dienst waar Jo vandaag aan de slag is – informatiemanagement - moest twee jaar terug nog worden uitgevonden. Vandaag werken er vijftig mensen, allen tussen 25 en 35. “We beheren de volledige informatiestroom naar de reizigers, van de website www.railtime.be over de displays tot de nieuwe interactieve zuilen in de stations. Dat is een heel complex project, maar voor mij is het een echte droom om daar als jonge ingenieur aan mee te kunnen werken."

"Wie graag verantwoordelijkheid opneemt, krijgt bij de NMBS-groep echt wel die kans, zelfs op relatief jonge leeftijd, en dat is toch niet zo evident. Daarnaast speelde het feit dat je hier echt wel een mooi evenwicht kan vinden tussen werk en privéleven zeker ook een rol in mijn beslissing om over te stappen. En nee, over het aantal vakantiedagen hoor je mij hier ook niet klagen.”

Sinds 2009 kan de NMBS de nuttige ervaring van mensen die de overstap willen maken vanuit de privésector ook valideren bij hun aanwerving. In bepaalde gevallen kan daarbij zelfs twaalf jaar ervaring in de privé of als zelfstandige mee in rekening worden gebracht. “We bekijken dat natuurlijk geval per geval, maar wel op basis van een strikte regelgeving die we daarvoor ontwikkeld hebben”, vertelt Jan De Geijselaer.  “En dat dit geen onbelangrijke troef is, mag blijken uit het feit dat we vandaag al ruim 300 medewerkers tellen die we zo hebben kunnen binnenhalen. Ook niet onbelangrijk in deze: de barema’s bij de spoorwegen liggen sowieso ook al een stukje hoger dan die bij een aantal andere overheidsdiensten.”

Traditioneel zocht de NMBS-groep in het verleden vooral mensen voor tewerkstelling in grote steden als Antwerpen of Brussel. Paradoxaal genoeg werken er tot vandaag nochtans relatief weinig Brusselaars voor de spoorwegen.

“Dat heeft veel te maken met de taalvereisten en de onderwijsproblematiek hier in de hoofdstad. En ook al zoeken we vandaag eigenlijk zowat overal mensen, toch proberen we nu een extra inspanning te doen om Brusselaars aan te werven. Niet enkel omdat hier nog een relatief groot potentieel zit, maar al evenzeer omdat we dan zeker zijn dat ze niet meteen een overplaatsing naar een andere regio zullen aanvragen.”

Niet vergelijken met Nederland

Uit een pas gepubliceerde VBO-studie zou intussen moeten blijken dat de NMBS niet meer maar net veel minder mensen nodig heeft. “Mocht de NMBS even productief zijn als de Nederlandse spoorwegen, dan zouden ze evenveel reizigers en goederen kunnen vervoeren met zomaar eventjes 7.400 medewerkers minder,” concludeert het VBO.

“Dit is grote onzin,” reageert woordvoerster Leen Uyterhoeven bijzonder gepikeerd. “Onze productiviteit heeft nog nooit zo hoog gelegen als vandaag. Op tien jaar tijd hebben we ons aantal reizigers met zomaar eventjes 50 procent kunnen opkrikken, terwijl het personeelsbestand identiek is gebleven. Nu, het VBO vergelijkt ons met landen als Zwitserland en Nederland, maar dat slaat nergens op. Qua reizigersvervoer is bij ons haast alles op het pendelverkeer naar Brussel gericht, en dat is een bijzonder dure vorm van mobiliteit, omdat we buiten de piekuren dan eigenlijk te veel mensen en middelen overhouden. Daar komt ook de heel specifieke Belgische ruimtelijke ordening bovenop: iedereen woont hier overal. Dat is een heel ander verhaal dan in een land zoals pakweg Nederland.”

Op zoek naar een job bij de NMBS? Bekijk onze vacatures!