Nederland begrenst toplonen bij de overheid

Minister Paul Magnette (PS) wil de managers van Belgische overheidsbedrijven minder betalen. In Nederland woedt die discussie al tien jaar. Eindresultaat: binnenkort zullen de hoogste ambtenaren bij onze noorderburen niet meer dan 30 procent meer dan de premier mogen verdienen.

Minister Paul Magnette wil de lonen van de topmanagers van overheidsbedrijven aan banden leggen. Onze minister van Overheidsbedrijven belooft tegen mei een voorstel. Hij bestelde al een studie over hoe onze buurlanden met deze hete aardappel omgaan. Wij staken ons licht op in Nederland, waar de onvrede over de topsalarissen bij de overheid al tien jaar de krantenkoppen haalt.

‘Balkenende-norm’

In 2002 kreeg de commissie-Dijkstal de opdracht de beloningsstructuur van politici en topfunctionarissen te onderzoeken. Drie jaar later adviseerde die commissie in haar eindrapport om de topsalarissen in de publieke sector niet boven 130 procent van het gemiddelde belastbaar jaarloon van een minister te laten opklimmen. Dat komt vandaag neer op 190.000 euro per jaar (onkosten en pensioenbijdragen niet meegerekend). Die som werd als ‘norm’ naar voren geschoven. En werd al gauw ‘de Balkenende-norm’ genoemd, naar de toenmalige minister-president van Nederland. De verschillende regeringen Balkenende (2002 – 2010) hoopten dat de publieke organisaties zichzelf zouden ‘reguleren’. Daarom schoven ze enkel een norm naar voren. Wel moesten de openbare instellingen de topsalarissen publiceren.

Uit de geregelde publicaties van die salarissen bleek al snel dat de Balkenendenorm een slag in het water was. De Nederlandse kranten bulkten de afgelopen jaren van de berichten over overheidsmanagers, politiechefs en bestuurders van universiteiten en hogescholen die flink meer verdienen. Officieel heet het dat meer dan tweeduizend topambtenaren boven de Balkenende-norm zitten met een jaarsalaris van gemiddeld ongeveer 220.000 euro per jaar. De zelfregulering bleek dus niet te werken. “Daarom heeft minister van Binnenlandse Zaken Piet Hein Donner begin 2011 een echt wetsvoorstel naar de Tweede Kamer (de Kamer in het Nederlandse parlement, nvdr) gestuurd”, aldus een woordvoerder van de Partij van de Arbeid. “Dat werd er flink aangescherpt door onze amendementen.” Op sinterklaasdag vorig jaar stemde de Tweede Kamer de wet, binnen enkele maanden is het de beurt aan de Eerste Kamer.

Ger Koopmans, Tweede Kamer-lid voor het christen-democratische CDA, gelooft dat de wet er komt: “Bij de stemmingsronde in de Tweede Kamer was er een breed draagvlak voor. Dat geldt eveneens in de Eerste Kamer. De regering-Rutte geeft misschien de indruk te wankelen, maar ze houdt het nog wel even. Ze opereert al maanden op het scherpst van de snee.”

Bij de bespreking in de Tweede Kamer werd er hevig gediscussieerd. “Niet verwonderlijk”, aldus Koopmans. “De nieuwe wet is ingrijpend, omdat de overheid salarissen vastlegt. Ze is pijnlijk, omdat de toezichthouders op vele plaatsen gefaald hebben in de toepassing van de Balkenende-norm. De wet is ook noodzakelijk: het werd hoog tijd dat de wetgever dit regelde. Headhunters en salarisspecialisten hadden de voorbije jaren de neiging de salarissen in een opwaartse spiraal omhoog te drijven. Dat was bijzonder lucratief voor hen, omdat zij vaak meedelen in de winst in de vorm van een rekruteringshonorarium.”

Te beperkt

De wet ‘normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector’, zoals de nieuwe wet gaat heten, legt vooral beperkingen op aan de sectoren die direct van de overheid afhangen. Dat omvat onder meer het onderwijs, de openbare drinkwaterbedrijven en de woningbouwcorporaties. De ziekenhuizen, de verzorgingstehuizen en de publieke energiebedrijven vormen uitzonderingen op de regel: hier moet de betrokken minister een maximum vastleggen op basis van de ‘geldende norm’ voor die sector. De wet dwingt de commerciële overheidsbedrijven zoals de NS-spoorwegen en ABN Amro (ex-Fortis) wel tot openbaarheid van de gegevens, maar niet om de Balkenendenorm te respecteren. Zo ontsnappen de financiële instellingen zoals De Nederlandsche Bank of het heel grote Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds volledig aan de normering, net als de zorgverzekeraars. “De nieuwe wet heeft een redelijk beperkte draagwijdte”, meent Barend Barentsen, hoogleraar arbeidsverhoudingen publieke sector aan de Universiteit Leiden. “De wet raakt wel de hoofden van de departementen en bijvoorbeeld, de leiding van een academisch ziekenhuis, maar niet de chirurgen die daar opereren”, zegt Barentsen, “wel de directie van de openbare omroep maar niet hun presentatoren.”
Mocht Didier Bellens, de gedelegeerd bestuurder van Belgacom die omwille van zijn torenhoge salaris de laatste weken fel bekritiseerd is, dus voor een Nederlandse tegenhanger werken, viel hij niet onder de nieuwe wet. Dat betekent dat, indien minister Magnette Bellens’ salaris wil bijschaven, hij veel drastischer moet ingrijpen dan onze noorderburen.

In Nederland zullen vanaf begin 2013 alle salarissen van nieuw aangestelde topfunctionarissen moeten voldoen aan de norm. Elke betrokken minister krijgt de bevoegdheid om deze afspraak te handhaven: wie te veel verdient ontvangt een dwangbevel om binnen de drie weken het teveel terug te betalen. Intussen blijven de bestaande arbeidscontracten wel geldig. Of: de ruim tweeduizend grootverdieners die met hun salaris momenteel riant boven de Balkenendenorm vertoeven, blijven buiten schot.

Exodus van goede mensen?

Tot voor kort kon de Nederlandse overheid vlot talent aantrekken omdat de overgang van een privé- naar een openbare werkgever er vlot geregeld is. Kenners vrezen dat dit zal veranderen. “De Balkenendenorm is schadelijk voor de overheid”, stelt Jan Franssen, commissaris van de koningin in Zuid-Holland (nvdr: vergelijkbaar met onze provinciegouverneur): “Zo kan de publieke sector niet concurreren met de marktsector. We raken de goede mensen kwijt.” “Dat wordt een probleem”, bevestigt een Nederlandse headhunter, anoniem. “Jong talent kiest nu resoluut voor de privé.”

Maar de politici die de wet schreven, geloven dat niet. “Met 130 procent van het salaris van de minister-president kan je al een huis, een tuin en een hond houden”, grinnikt Ger Koopmans (CDA). “Mensen die nog meer willen verdienen, moeten zich de vraag stellen of ze het publieke belang willen dienen. Ik maak me niet zoveel zorgen over de effecten van de wet.”

Karen Gerbrands, kamerlid van de rechtse Partij Voor de Vrijheid (PVV) van Geert Wilders, formuleert het krachtig: “Dat er graaiers en zakkenvullers onder de bestuurders zitten, is ons al jaren een doorn in het oog. Maar dat sommigen zulke grote broekzakken hebben, is ronduit schaamteloos. Ook toonde recent onderzoek in de Nederlandse zorgsector zelfs een negatief verband aan: een hogere beloning leidt tot slechtere prestaties.”

Ook neutrale waarnemers geloven niet in een negatief effect van de wet op de aantrekkelijkheid van de overheid als werkgever. Barend Barentsen (Universiteit Leiden) verwijst naar een schandaal waarbij een topman van een volkshuisvestingsmaatschappij zich een buitensporig salaris had toebedeeld, met als argument ‘dat hij dat in de privé ook gekregen zou hebben’. “Misschien bezat die man de capaciteiten niet om een privébedrijf te leiden. Eigenlijk zet de Balkenendenorm de hele salarisdiscussie op een verkeerd spoor. Het is jammer dat de discussie verengd wordt op die 190.000 euro. Waarom wordt dat salaris gemeten tegenover een politieke functie en niet tegenover het feit dat zo’n topmanager 10.000 ambtenaren moet aansturen?”

Jongeren laten zich niet door het salaris leiden dat zij later in hun carrière kunnen verdienen, meent Sandra Groeneveld. Zij is hoofddocent humanresources-management aan de Erasmus Universiteit (Rotterdam): “De topfuncties met de hoge salarissen worden ingevuld door personen met ervaring. We merken wel dat de overheid er steeds vaker voor kiest om voor de topbanen ook extern te werven. Dan kan de salarishoogte een rol gaan spelen. Wellicht niet nu, maar wel als de arbeidsmarkt op termijn krapper wordt.”