Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

Nadia El-Sakkaf, vrijgevochten Yemen Times- hoofdredacteur

Een kritische krant leiden in een streng islamitisch land als Jemen? Het is allesbehalve evident. Zeker niet als je een vrijgevochten vrouw bent, en het land ook nog eens in brand staat.

Nadia El-Sakkaf, de 35-jarige hoofdredacteur van de Yemen Times: “Toen ik begon, waren er op de redactie weddenschappen over hoe lang ik het zou uithouden.” De tijden veranderen, haar land ook. “De opstand heeft geholpen, maar er is nog werk aan de winkel.”

El-Sakkaf slaakt een zucht. Ze klinkt een beetje moedeloos. De 35-jarige hoofdredacteur van Yemen Times heeft een annus horribilis achter de rug, waarbij alleen al de herinnering eraan zwaar weegt. “Je moet je voorstellen hoe moeilijk het was om te werken in Jemen. Je wordt wakker en vraagt je af of je op je werk gaat geraken. Kan mijn dochter naar school? Zal er elektriciteit zijn? Zal ik een artikel kunnen schrijven? Ik ben blij dat Jemen veranderingen doormaakt, maar de prijs die we moeten betalen is heel hoog. Egypte en Tunesië kregen hun revolutie in minder dan een maand, in Jemen duurde de opstand veel langer. Bijna een jaar zelfs, want we zijn er vandaag nog helemaal niet. President Ali Abdullah Saleh is wel het land uit, maar daarmee zijn we er nog niet (de verkiezing van nieuw president Abd Rabu Mansour Hadi vond pas plaats na het interview, nvdr). Voor de krant was de opstand zwaar: de advertentie-inkomsten vielen weg en de expats – een belangrijk deel van onze lezers – verlieten het land. We hadden het financieel heel moeilijk. Het aantal pagina’s viel terug en we moesten mensen ontslaan.”

Loodzware erfenis

Al moet gezegd dat El-Sakkaf het intussen een beetje gewoon moet zijn om in moeilijke omstandigheden te werken. Toen ze in 2005 hoofdredacteur werd van Yemen Times – ze was toen 29 – kreeg ze af te rekenen met een hoop weerstand. Van de buitenwereld, maar in de eerste plaats van mannen van haar eigen redactie. “Er werden weddenschappen afgesloten over hoe lang ik het zou uitzingen. Twee weken volgens sommigen, anderen gokten op twee maanden. Er waren dus heel veel twijfels of ik het zou kunnen. Dat mijn vader – Abdulaziz El-Sakkaf, een internationaal gerespecteerde mensenrechtenactivist, economist en journalist, nvdr – de krant gestart was, was een bijkomend struikelblok. Dat was een loodzware erfenis. Mijn vader was een heel belangrijke man, en ik werd zeker in het begin met hem vergeleken. Daarna was mijn broer Wadil in zijn voetstappen getreden. Dat betekende dat de schaduw van twee mannen over mij hing. Ik moest dat overwinnen. En tonen dat ik het kon. Het eerste jaar was om al die redenen heel zwaar. Het tweede jaar liep het veel beter. Dat was het jaar van de erkenning. De Yemen Times en ik ontvingen in dat jaar, 2006, drie internationale prijzen. Toen dacht ik: ‘In your face, kijk, ik heb het gedaan’.”

Op dat moment had Nadia El-Sakkaf maar liefst de helft van de redactie van Yemen Times op straat gezet. “O, heb je dat gehoord? (lacht) Niet dat ik als een feministe wil klinken, maar het waren allemaal mannen die ik ontsloeg. De oudere mannen konden niet aanvaarden dat een jonge vrouw de baas was. Ze kwamen niet opdagen bij vergaderingen, ze wilden sommige opdrachten niet uitvoeren, … . Ik heb ze vervangen door jonge mensen. Vrouwen vooral. We hadden geen enkele vrouwelijke journalist, moet je weten. Nu zijn er meer vrouwen dan mannen en ben ik de enige die ouder is dan 30 jaar. Het is een veel gezondere omgeving. Iedereen zit op dezelfde golflengte. Iedereen wil bijleren, nieuwe dingen doen.”

Geen stereotype

Al was het maar omdat amper 20 procent van de Jemenitische arbeidsmarkt uit vrouwen bestaat, volgens de statistieken. “En de meeste onder hen werken dan nog in de landbouw, publieke sector, gezondheid en onderwijs. De arbeidsmarkt is heel rigide: vrouwen kunnen amper of niet promoveren in hun job. Journalistiek is ook nog eens iets nieuws voor vrouwen. Met alle gevolgen van dien. Sommige families staan niet toe dat een vrouw het beroep uitoefent, anderen bekijken hen als makkelijke vrouwen, omdat ze met veel mensen in contact komen. Ik heb het geluk gehad dat mijn vader de krant gesticht had, anders zou ik wellicht nooit op deze positie beland zijn. Ik ben niet in een doorsnee familie opgegroeid en ik ben al helemaal geen stereotiepe Jemenitische vrouw. Anders was ik wellicht al op mijn achttiende getrouwd en had je nooit iets van mij gehoord.”

Nadia Al-Sakkaf deed wel meer dingen die in het conservatieve Jemen ongewoon zijn. Ze volgde een opleiding it-ingenieur in India en behaalde een master in management information system. “Ja, en kijk waar ik nu beland ben”, lacht ze. “Ik heb een totaal andere achtergrond dan de meeste andere mensen in dit vak, maar ik heb veel cursussen gevolgd en on-the-job training gekregen. Mijn ongewone opleiding heeft me volgens mij geholpen om een betere journalist te zijn. Veel mensen die een opleiding journalistiek gekregen hebben, zijn vooringenomen. Ik was in de eerste plaats een lezer toen ik hier aankwam. Daardoor kon ik beter zeggen: dit is interessant en dit niet, dit artikel is te lang of te kort, … . Ik houd enorm van deze job. Ik kan een verschil maken, ook internationaal. Met de Yemen Times hebben we twee grote doelstellingen: een brug slaan tussen Jemen en de rest van de wereld. We hopen dat mensen in het Westen niet langer automatisch aan Al Qaeda en onderdrukte vrouwen denken als ze de naam Jemen horen. Tegelijk willen we wegen op de politiek en de beslissingnemers in ons land. We zijn een kritische waakhond voor het regime.”

In Jemen is dat allesbehalve evident. Er zijn heel weinig objectieve dagbladen in het land, en Yemen Times is dan ook nog eens het enige Engelstalige. “We hebben meermaals invloedrijke artikels gepubliceerd. Die aanleiding gaven tot parlementaire commissies en onderzoeken, of waarnaar internationale mensenrechtenrapporten verwezen. Niet dat het altijd makkelijk werken was. Van de ministeries kregen we vaak geen informatie. “Maak dat je wegkomt”, kregen onze journalisten meer dan eens te horen. We waren niet vriendelijk genoeg voor het regime. Maar we kregen onze informatie toch. Overigens werden journalisten van Arabischtalige kranten nog meer tegengewerkt. Zij werden lastig gevallen en aangevallen. Ik kreeg hoogstens een telefoontje waarin ze zeiden dat onze artikels hen niet bevielen, maar ik trok me daar niets van aan.”

El Sakkafs krant stond tijdens de opstand voor moeilijke keuzes. Hoe moest ze berichten over wat er gebeurde? En hoe houd je activisme en journalistiek van elkaar gescheiden? “Vooral dat laatste was een heikel punt”, zegt El-Sakkaf. “Wat doe je met je persoonlijke gevoelens? Hoe zorg je ervoor dat je niet aangevallen wordt, of je e-mail gehackt, als je een bepaald verhaal brengt? We hebben daar vaak over gediscussieerd op de redactie, ook omdat de overheid niet naar behoren functioneerde. Het was heel moeilijk om hen in beweging te krijgen, maar toch hebben we goede artikels gebracht. Makkelijk was het niet, omdat de opstand bij ons heel lang duurde. Het was bijna telkens voorpaginanieuws: de uitdaging was om andere verhalen te brengen, verhalen die mensen niet tot vervelens toe al gelezen hadden. We startten met een reeks over ‘het menselijke gezicht van de revolutie’, waarin we mensen aan het woord lieten over wat ze doen, wie ze zijn... Zo kreeg de wereld een zicht op hoe de omwenteling bij ons verliep.”

Geen olie zoals Libië

El-Sakkaf haalde het al aan: de revolutie verliep in Jemen bijlange na niet zo stormachtig als in Egypte en Tunesië. “In Jemen was het niet echt een revolutie, maar eerder een opstand. Het duurde allemaal wat langer, maar achteraf bekeken was de revolutie in Egypte niet zo volwassen als gedacht. Het bleek niet te zijn wat de Egyptenaren verwacht of gehoopt hadden. In Jemen hebben we een overeenkomst bereikt met het regime. De top vertrok en we kregen een regering die voor de helft uit oppositieleden bestaat. Geen volkomen succesverhaal, maar voor een tribale, laag opgeleide samenleving als de onze is het wellicht de beste oplossing. We hebben geen olie, zoals Libië: we moesten er dus niet op rekenen dat ze ons te hulp schoten.”

De krant heeft een bijzondere plaats in het land. De Yemen Times is een Engelstalige krant, in een land dat geplaagd wordt door analfabetisme. Hoe moeilijk is het om in die omstandigheden impact te hebben? “Tot vorig jaar zou ik je geantwoord hebben dat we enkel politici, diplomaten en expats bereiken, maar nu niet meer. Toen de buitenlanders vorig jaar vertrokken, zakte onze verkoop met een derde terug. Dat betekent dat twee derde van onze lezers Jemenieten zijn: zakenmensen, studenten, politici, … . Maar we hebben ook onze lessen getrokken uit vorig jaar. We mogen niet alles op één paard verwedden. We zijn in januari gestart met een Arabische versie van Yemen Times, die twee keer per maand verschijnt als bijlage. We willen nieuwe lezers bereiken en nieuwe markten polsen. Binnenkort starten we ook een radiozender, Yemenna (vertaald: ‘Ons Jemen’). Tegen maart willen we de eerste onafhankelijke FM-radio in Jemen zijn. Met dezelfde rol als de krant: een kritische waakhond zijn.”

Of ze nu gelukkiger is met het beeld dat het Westen heeft van haar land? “Ik denk dat het al verbeterd is, ja. Maar nog te vaak herkauwen westerse media de vooroordelen. Wij waren de eerste krant die het verhaal bracht over het 9-jarig meisje dat uitgehuwelijkt werd en daarna scheidde. In het Westen werd daar een film van gemaakt. Er werd een boek over uitgebracht dat in 14 talen vertaald werd, stel je voor. Ik kan je evengoed gruwelijke verhalen vertellen van meisjes in Frankrijk en Duitsland die verkracht werden door hun vader, maar daar is geen boek over gemaakt. Waarom? Omdat het niet inspeelt op vooroordelen. Maar goed: de opstand heeft geholpen. De perceptie is veranderd. Al is er nog werk aan de winkel.”

Tekst: Dominique Soenens

Lees ook de verhalen van andere baanbrekers