Me inc.: word baas over uw eigen carrière

Wij voelen ons verantwoordelijk voor onze eigen carrière. Dat blijkt uit het nieuwe onderzoek van de Vlerick School en Vacature. Maar slechts weinigen sleutelen echt aan hun loopbaan. En ook de werkgevers zetten loopbaanbegeleiding niet hoog op de agenda.

80 procent van de Belgen gelooft dat ze zelf instaan voor de ontwikkeling van hun carrière. Ze willen de vrijheid om hun loopbaanpad uit te stippelen. Maar weinigen ondernemen echt acties om hun loopbaan verder uit te bouwen. Dat is de hoofdconclusie van het onderzoek 'Hoe sterk is uw merk?' van Vacature en de Vlerick Leuven Gent Management School.  “Bedrijven verwachten dat hun mensen de eigen loopbaan in het oog houden”, stelt professor Ans De Vos vast. “Maar als het erop aankomt, ondernemen de werknemers hiervoor weinig concrete acties. Gedeeltelijk omdat ze niet weten hoe ze dat moeten doen.”


Ans De Vos leidde de groep van de Vlerick Leuven Gent Management School die het onderzoek voor Vacature verzorgde. “Belgen veranderen niet snel van baan, tenzij in de eerste jaren van hun carrière. Ze denken dan ook veel minder na over wat hun competenties zijn en hoe ze die best ontwikkelen. Als ze tijdens het functioneringsgesprek hun baas vertellen welke richting ze uit willen- wat 78% zegt te doen - geloven ze dat de bal in het kamp van de werkgever ligt.”

Die werkgevers zetten loopbaanbegeleiding niet hoog op de agenda.

Ans De Vos: “De bedrijven leiden hun managers niet op om een echt loopbaangesprek te houden met hun werknemers. Die werknemers worden ook niet ondersteund in de voorbereiding van zo’n gesprek. Geregeld hoor ik die werknemers lacherig doen over de functioneringsgesprekken: het is weer het moment om te zeggen wat ik in ons bedrijf wil doen, maar we beseffen best dat daar later niemand nog iets mee aanvangt’.”

Amper een derde van de werknemers die uitkijken naar een andere job, gaat verder dan het lezen van advertenties en het actualiseren van hun cv, aldus het onderzoek. “Je moet niet elke dag aan uw loopbaan denken. Een bedrijf kan niet draaien op alleen overambitieuze jongeren van de Generatie Y. Dat is niet te managen", weet Ans De Vos. "Maar de Vlaming zou zich wel af en toe moeten afvragen of hij wel goed bezig is. Of hij zich geëngageerd voelt om naar het werk te gaan. Wie jarenlang niet geïnvesteerd heeft in zijn eigen carrière, krijgt het dubbel moeilijk in deze crisissituatie, vervolgt professor De Vos: "Deze werknemers hebben hun competenties niet verder ontwikkeld. Ze keken ook niet rond. Ze zullen een zware inhaalbeweging moeten maken als ze door ontslag worden getroffen.”

Minder generalisten, meer specialisten

Traditioneel wordt een loopbaan voorgesteld als een piramide: na enkele jaren goede dienst krijgt u een hogere functie en zo klimt u gestaag de piramide op. En met die hogere functie breidt uw takenpakket uit. Bij elke promotie ruilt u een stukje van uw specialiteit in voor een bredere functie.

Dat carrièrepad staat vandaag op losse schroeven, meent Reginald De Lannoy, directeur Loopbaanbegeleiding bij Hudson: “Wie vandaag nog kiest voor het beklimmen van de loopbaanladder richting een algemene managementpositie - in het jargon een ‘generalist' met een brede inzetbaarheid -  denkt vandaag best tweemaal na. De grote ondernemingen en social profit-organisaties (zoals ziekenhuizen) hebben steeds minder generalisten nodig. Dat is het gevolg van de schaalvergroting van die organisaties  en van de wisselende behoeften aan specifieke kennis. Ook verschuiven de beslissingscentra van onze bedrijven naar andere landen. Met als gevolg dat de Belgische filialen van buitenlandse groepen steeds meer bemand worden door specialisten en door uitvoerende functies.

Daarnaast vullen de echte Belgische groepen hun topkader steeds meer in met buitenlandse managers, wat nodig is om meer internationale uitstraling te hebben. Wie grote carrièreplannen heeft in de oude zin van het woord kijkt dus beter goed uit voor hij zich in zo’n bedrijf engageert.”

De Lannoy is niet verrast door de resultaten van de Vacature-enquête: “Te weinig werknemers nemen ten volle hun verantwoordelijkheid op voor hun carrière. Wie stelt zich op regelmatige tijdstippen de vraag: ben ik goed bezig? Vele bedrijven vinden het vandaag ook niet erg dat werknemers afwachtend reageren, omdat het aantal horizontale groeiperspectieven beperkt is."

Country manager bedreigde diersoort

In de ogen van Reginald De Lannoy is de ‘country manager’ in België de meest bedreigde diersoort: “De voorbije vijf jaar is die trend nog versterkt. Ofwel is de country manager steeds meer een representatieve functie, met nog weinig greep op het beleid. Ofwel verdwijnt de functie in grotere Europese eenheden die vanuit elders geleid worden. Dat zien we in de energie- en de dienstensector, bijvoorbeeld bij de grote advocatenkantoren, de auditfirma's en de internationale callcenters en financiële instellingen. Zo volstond het tien jaar geleden bij de Big Four-audit ondernemingen nog om een omzet van één miljoen euro te genereren om als mede-eigenaar (in hun jargon 'partner') in aanmerking te komen. Vandaag mag u dat cijfer met vier vermenigvuldigen. In deze organisaties zitten veel medewerkers die zich verder bekwaamd hebben in personeelsbeheer, in het beheer van de kosten, enzovoort. Intussen maakten ze steeds moeilijker promotie omdat ze hun doelen niet meer halen. Hun carrière zit vast. Dat is niet fijn maar het betekent ook niet het einde van de wereld."

Maar bij startende technologiebedrijven of bij kmo’s is een ouderwetse carrière nog wel enkele jaren mogelijk. De Lannoy: "Daar kunnen kernmedewerkers hun bredere managementcompetenties wel inzetten om de volgende levensfase van het bedrijf bereiken. U kan er samen groeien met de organisatie.”

“We stellen een grotere onzekerheid vast. Velen zitten met vragen maar durven die intern niet meer stellen uit vrees dat hun baas zou denken dat ze niet meer gemotiveerd zijn. 'Should I stay or should I go' is een veel gespeeld plaatje in ons bureau. De identificatie met de werkgever verslapt. Werknemers trekken de handrem op, net op het moment dat onze bedrijven in een meer competitieve omgeving terecht komen.

Onze bedrijven voelen ook niet goed aan dat hun medewerkers hen zullen beoordelen eenmaal de crisis voorbij is: ‘Heeft mijn bedrijf goed gecommuniceerd met het personeel, of niet?’ Veel sleutelmedewerkers wachten vandaag af of ze bij het komende economisch herstel bij dezelfde organisatie blijven of weggaan."

Tekst Erik Verreet

Gepubliceerd in het Vacature Magazine van 6 maart 2010

Bekijk de resultaten van ons onderzoek