Matthias De Clercq (26), pastoor en lid van een conservatieve broederschap

Op 9 juli 2011 belandde Matthias De Clercq (neen, niet de Gentse Open VLD-politicus, maar een kersvers pastoor van 26 uit buurgemeente Merelbeke) even in het oog van de storm, toen hij zijn eerste mis opdroeg. In de openlucht.

Een week eerder was hij gewijd in het Duitse Zaitzkofen, maar zijn wijding werd niet officieel erkend omdat ze gebeurde door Pius X, een conservatief broederschap dat door de Franse aartsbisschop Marcel Lefèbvre binnen de rooms-katholieke kerk werd opgericht in 1970, uit onvrede met de hervormingen van het Tweede Vaticaanse Concilie. Het broederschap – dat zo’n 700 priesters telt – beroept zich op de katholieke leer, maar zweert trouw aan de traditionele, Latijnse liturgie met de oude rituelen. Het broederschap kreeg van het bisdom Gent geen toelating de mis op te dragen in de hoofdkerk van Merelbeke. Priester De Clercq droeg zijn eerste mis dan maar op aan een noodaltaar, in de schaduw van de kerk. "De wijdingen zijn niet ongeldig of illegaal, hoogstens ongeoorloofd", zegt De Clercq overtuigd. “Ik heb intussen zelfs al missen in de Sint-Pietersbasiliek opgedragen.”

Matthias’ ouders zijn zeer gelovig. “Ze vonden al langer dat de eerbied voor Gods huis verdween”, vertelt hij. “Ze kwamen in contact met Pius X. Ik werd er snel misdienaar. De liturgie en symboliek spraken me enorm aan. Ondertussen ging ik gewoon naar school, volgde Economie-Moderne Talen aan Don Bosco in Zwijnaarde. Ik had tweeënhalf jaar een relatie met een meisje, maar ze wist dat ik er sterk over dacht om priester te worden.”

De Clercq begon met een opleiding management aan de Ehsal-hogeschool  in Brussel, maar hield het na een half jaar voor bekeken en stapte als 18-jarige zelf af op het priesterseminarie Herz Jesu in het Duitse Zaitzkofen. Hij studeerde er zes jaar, in het gezelschap van 25 andere seminaristen, twaalf broeders, drie zusters en zes permanente professoren. “Er waren ook drie zusters die onze soutanes naaiden als we die scheurden bij een partijtje voetbal tegen een ploegje uit het dorp. Veel mensen denken dat we in volledige afzondering leven, maar dat is niet zo.” Centraal stonden vakken als kerkgeschiedenis, filosofie, logica, bronnen bestuderen en het gebed aanleren. Behalve Duits leerde hij er ook Latijn, Grieks en Hebreeuws. “We hadden zelfs een professor voor stemvorming. Tussen 18 en 18.30 uur leerden we Gregoriaanse gezangen aan. (lacht) Het moeilijkste halfuurtje voor mij, ik ben geen begenadigd zanger.”

Momenteel verblijft Matthias De Clercq in de Antwerpse Hemelstraat. Samen met twee collega-priesters van Pius X, een broeder en een huishoudster. Hij draagt er missen op en neemt er de biecht af. “Als de mensen weer in het reine zijn met God, ben ik tevreden. De mensen hebben duizend zalfjes wanneer hun lichaam hapert, maar hun ziel laten ze links liggen.”

Waar hoopt hij binnen tien jaar te staan? “Misschien toch ergens waar de mensen ontvankelijker zijn dan in België. Ik krijg vaak aanmoediging, maar jammer genoeg ook haatdragende reacties. Mensen die je uitschelden voor pedofiel. Als mijn overste me morgen opdraagt om naar pakweg Nieuw-Zeeland te vertrekken, dan sta ik klaar. Of zoals Jezus zei tot zijn apostelen: ‘Ga en maak alle volkeren tot leerling.”