Maakt internet kinderen dommer?

“De aandachtsboog van de Google-generatie (geboren na 1993) is veel kleiner dan die van vorige generaties. De horizontale manier van informatie verzamelen, het snelle klikken van internetlink naar internetlink, heeft de vroegere verticale methode, zich focussen op één bron zoals een volledig boek, verdrongen.” De Brit David Nicholas, verbonden aan het departement ‘information studies’ aan het University College Londen, voert samen met de BBC baanbrekend onderzoek naar surfgedrag. Opvallend in de voorlopige resultaten: oudere surfers voeren dubbel zoveel zoekopdrachten uit, doen er twee keer zo lang over om het antwoord op een vraag te vinden en bezoeken dubbel zoveel webpagina’s, maar de aalvlugge Google-generatie is wel veel minder zeker over haar antwoord. David Nicholas: “Jongeren besteden weinig aandacht aan het evalueren van virtuele informatie, het checken op relevantie of accuraatheid. Ze gebruiken bijna uitsluitend Google of Yahoo als zoekmotor, kiezen amper voor virtuele bibliotheken.”

Blind vooruitgangsgeloof

David Nicholas toont zich erg scherp voor een al te blind vooruitgangsgeloof in de virtuele revolutie. “We mogen grote activiteit op het web en snelle toegang tot info niet verwarren met intellectuele progressie. Het is niet omdat iemand sneller surft dan ik, dat hij of zij betere informatie beet heeft en er meer uit puurt. Onze generatie is opgegroeid met normen als kwaliteit, met een besef van autoriteit, en begrippen als encyclopedieën of bibliotheken.  Vandaag is het web het Wilde Westen van allerhande info. We zijn allemaal commentatoren, journalisten en bibliothecarissen geworden.

“Ouders en scholen verzaken aan hun verantwoordelijkheid om kinderen goed te leren omgaan met het internet. Het enige wat voor overheden dan weer telt, is de bandbreedte van het internet vergroten. Onze nieuwe premier David Cameron sluit voor miljarden euro’s handelscontracten af met India en China. Allemaal goed en wel. Maar als hij ‘informatie-geletterdheid’, het meer leren halen uit het internet, vanaf de leeftijd van zes jaar in het curriculum van het Britse onderwijs zou laten opnemen, zouden we op termijn tien keer meer verdienen uit die ‘big fat information pipe’.”

Effect op de werkvloer?

David Nicholas werpt een prangende vraag op. “Wij zijn opgegroeid als lezers, de Google-generatie als kijkers. Hoe moet de werkvloer zich aan die Google-generatie aanpassen?” De virtuele gedragsobservaties van David Nicholas stemmen alvast overeen met de harde wetenschappelijke bewijzen waar auteur Nicholas Carr naar verwijst in zijn laatste boek ‘The Shallows – What The Internet Is Doing To Our Brains’. Kort gezegd: Carr gelooft dat het internet ons denken vluchtiger en oppervlakkiger maakt. Hij verwijst onder andere naar de Amerikaanse Nobelprijswinnaar en neurowetenschapper Eric Kandel, die aangeeft dat we nieuwe informatie uitsluitend op een betekenisvolle manier kunnen linken aan diep opgeslagen kennis in ons geheugen als we er de nodige aandacht en concentratie voor opbrengen. De gerenommeerde Amerikaanse ontwikkelingspsychologe Patricia Greenfield vatte de voor- en nadelen van televisie, videospelen en het internet eerder als volgt samen in het Amerikaanse blad Science: ons visueel-ruimtelijk intellect gaat erop vooruit, onze kritische zin, probleemoplossend denken en verbeelding gaan erop achteruit.

Aan jou de keuze. Een mens kan niet alles hebben.

Meer info hierover vind je hier.