Loont een doctoraat voor uw carrière?

Jaar na jaar stijgt het aantal doctors, zowel in België als in de rest van de wereld. Hoe groot is de vraag naar die universitaire elite op de arbeidsmarkt? 
Loont een doctoraat als u carrière wil maken?
Met andere woorden: wat is de meerwaarde van doctoraten?

Jobmarkt

'The PHD factory', zo luidde de niet mis te verstane titel van een artikel in Nature in april: wereldwijd zijn er meer doctoraatsstudenten dan ooit. In China, vandaag de grootste 'producent' van doctoraten, steeg het aantal tussen 1998 en 2006 elk jaar met 40%, in India met 8,5% en in het VK met 5,2%. In Vlaanderen is het niet anders, geven cijfers van het Vlaamse exeprtisecentrum voor Onderzoek en Ontwikkeling ECOOM aan: tussen 1999 en 2009 steeg het aantal doctoraten zelfs van 595 naar 1.228, ruim een verdubbeling. Indrukwekkende cijfers, maar dé vraag is wat een doctoraat oplevert voor het verdere carrièreverloop.

VUB-sociologe Lucia Smit kent het antwoord: zij boog zich over de carrières van doctors toen ze in 2006 deel uitmaakte van een internationale OESO-werkgroep die de internationale mobiliteit van doctors onder de loep nam. Uit het Belgische luik van dat onderzoek bleek dat circa 30 procent van de doctors werk vindt in de bedrijfswereld.
Nog eens 30 procent van de doctors belandt in de publieke sector, de rest zet zijn carrière verder in de academische wereld. "Slechts een kwart van de doctors die in een bedrijf aan de slag gaan, komt terecht in typische onderzoeksfuncties, zoals we die kennen van de labo's in de industrie. De overige driekwart komt in de dienstverlenende sector terecht, waar ze systemen optimaliseren, nieuwe producten ontwikkelen, processen verbeteren. Ze worden daar dus aangesproken op hun vaardigheid om nieuwe kennis te creëren, minder op de specifieke kennis van hun doctoraat."

Laurence Theunis van de vzw Focus Research, een vereniging die doctoraatsstudenten begeleidt bij het vinden van een job: "Hoe makkelijk je werk vindt, hangt vooral af in welke discipline je zit. In het algemeen vinden doctors in de (toegepaste) wetenschappen makkelijker een job dan hun collega's uit de menswetenschappen, omdat ze in bedrijven terechtkomen waar onderzoek en ontwikkeling een belangrijke rol speelt. Al moet gezegd dat dat soort bedrijven in België minder talrijk zijn dan in het buitenland."
Dat bevestigen ook de resultaten van een onderzoek van het Centre for Social Theory (CST) van de Universiteit Gent dat vorig jaar verscheen: "De ondernemingssector blijkt een interessante sector voor gedoctoreerde exacte en toegepaste wetenschappers. Binnen alle wetenschapsgebieden staat de overheid in de top-3 van de meest attractieve sectoren. Doctoraatshouders komen er vooral terecht in studiediensten, maar ook in andere expertenfuncties en in de administratie." Laurence Theunis: "Er gaan vaak interessante carrièredeuren open voor doctoraathouders, als ze het goed aanpakken. En ik heb de indruk dat er een positieve lijn in zit: bedrijven hebben in ons land steeds meer oog voor wat doctors hen kunnen bijbrengen."

Doctoraten cruciaal in kenniseconomie

Vraag is of die indruk ook overeenstemt met de werkelijkheid. Want met amper 30 procent die in de bedrijfswereld aan de slag gaat, lijkt de liefde tussen doctors en bedrijven voorlopig niet bijzonder groot. Het onderzoek van het Centre for Social Theory van de Universiteit Gent spreekt zelfs over 25 procent. "Door de bank genomen blijft een doctorstitel in de bedrijfswereld onderkend", beaamt Lucia Smit. "Dat komt omdat heel wat hr-managers niet vertrouwd zijn met de specifieke vaardigheden van doctoraatshouders. Ze vragen zich bij aanwervingen af of iemand snel geld kan opbrengen, of diens vaardigheden onmiddellijk inzetbaar zijn. Er is een cultuurkloof: lijnmanagers laten zich leiden door kortetermijnresultaten, terwijl specialisten zich bezig houden met nieuwe inzichten en zich concentreren op een breder kader en een langetermijnperspectief."

Minpunten

Het probleem situeert zich volgens Lucia Smit ook bij de pers. "In de vulgariserende pers wordt vaak een negatief beeld geschapen van doctoraten. Een journalist duikelt dan een scheikundige op die geen job gevonden heeft, met een heel verhaal er rond: wat doen we met al die doctoren die maar geen job vinden? En wat is de maatschappelijke relevantie er van? Wel, ik ben er zeker van: oog hebben voor kennisontwikkelingsvaardigheden in een industriële context is essentieel om te overleven in de kenniseconomie. Alleen al daarom zijn doctoraten economisch belangrijk."
En niet alleen dat: doctors hebben bedrijven ook heel wat te bieden, zo meent onder meer Laurence Theunis van Focus Research. "Doctors hebben vaardigheden die in het bedrijfsleven zeer geschikt zijn: ze leren analytisch denken, problemen oplossen, ze verwerven communicatieve vaardigheden, zijn creatief, leren in een groep functioneren in een interdisciplinaire en internationale omgeving. Toegegeven, een master met vier jaar ervaring in een bedrijf heeft het voordeel dat hij de cultuur van het bedrijf al kent. Dat is ook hetgeen doctors het meest verweten wordt: dat ze geen affiniteit hebben met een bedrijfscultuur of ondernemingsomgeving. Dat is niet helemaal fout, maar ze hebben andere troeven."

Loskomen van onderzoeksonderwerp

Willy Verstraete is professor aan de Universiteit Gent, die zich in een werkgroep van het Comité van de Academie voor Wetenschappen en Techniek (CAWET) over ingenieurs-doctors en hun carrières boog. Als professor en peetvader van de Vlaamse milieutechnologie begeleidde hij talloze doctoraten: "Een doctoraat is, als het goed is, een bewijs van gedrevenheid, doorzettingsvermogen en talent. En het vermogen om in een bepaald tempo te werken. Dat zijn belangrijke troeven in de bedrijfswereld. Het onderwerp hoeft zelfs niet per se bij het bedrijfsleven aan te sluiten. Ik heb ooit een doctor in de musicologie ontmoet die in de Londense City een hoge positie bekleedde bij een bank. De gedrevenheid die hij etaleerde bij zijn doctoraat had hij ook in zijn job. De juiste instelling hebben: het is belangrijker dan de kennis op zich. Maar ik ben op zich absoluut overtuigd van de maatschappelijke waarde van doctoreren: zeker in een kenniseconomie als de onze is het levensbelangrijk dat je de allergrootste talenten de kans geeft om zich te ontplooien."
Vraag is: waar loopt het dan soms fout? Te weinig oog voor de specifieke vaardigheden van doctoraalhouders, dat gaf Lucia Smit al aan, maar het is niet de enige reden, geeft ze toe. Doctors moeten volgens haar ook de hand in eigen boezem steken. "Doctoren die hun carrière willen verderzetten in de bedrijfswereld, moeten leren communiceren over hun vaardigheden en loskomen van hun onderzoeksonderwerp. Ze hebben vaardigheden en competenties opgebouwd, maar moeten die nog plaatsen in een bedrijfsomgeving. Ze moeten dus werken aan hun persoonlijke ontwikkeling: Wat wil ik? Waar liggen mijn interesses? Hoe kan ik dat verpakken? Dat is een manco dat sommigen nog hebben."

Contact met het bedrijfsleven

UGent-professor Willy Verstraete: "De toets met de praktijk is enorm belangrijk. Ik ijver ervoor dat mijn doctoraatsstudenten zo veel mogelijk contact leggen met het bedrijfsleven. En ik moedig ze aan om na te denken bij wie ze aan de slag willen gaan. Ze moeten in het laatste jaar ook multitasken, zodat ze zich op een carrière voorbereiden."
Willy Verstraete ziet nog andere redenen waarom het spaak loopt. "Een doctoraat zou zoals de Olympische Spelen moeten zijn: het biedt de allerbesten de mogelijkheid om te excelleren. Vandaag is dat idee een beetje uitgehold. Niet alleen in België, maar over de hele wereld. Je hebt mensen die tot een doctoraat aangespoord worden omdat het de universiteiten prestige en centen oplevert. De weddes van de doctoraatsstudenten werden ook opgetrokken. In hun laatste twee jaar verdienen doctoraatsstudenten bij mij een kleine 2.000 euro netto. Ik heb daar geen probleem mee, maar het creëert wel een zekere gemakzucht. Er zijn geen deadlines, het wordt een soort voortgezette opleiding. Dat is jammer. Maar wees gerust: bedrijven weten heel goed bij welke vakgroepen en universiteiten een doctoraat écht waardevol is. Dat zien ze aan hun track record. Wie uit de juiste 'stal' komt, heeft een goeie kans om vlot een werkgever in de privésector te vinden. Carrièrebewuste doctoren doen er dus goed aan om heel goed na te gaan in welke groep ze terecht komen en welke reputatie die heeft."

Te hoge startlonen voor kmo’s

Professor Verstraete worstelt nog met een ander aspect: "Eén van de grote problemen is de doorstroming van doctoren naar kmo's, waar innovatie en ontwikkeling toch vaak een essentiële rol speelt. Die kleinere bedrijven schrikken als ze horen welke weddes doctoraatsstudenten krijgen. Die startlonen kunnen ze vaak niet aan. En dat is helaas niet het enige probleem. Vele doctoraatsstudenten zijn niet gewoon om tempo te maken en kampen soms met een 9 to 5-mentaliteit. Dat maakt hen niet aantrekkelijk op de kmo-arbeidsmarkt.  Daardoor stappen doctorandi ofwel naar de academische wereld of moeten ze bij een multinational aan de slag waar strategie belangrijker is dan presteren op korte termijn. De kmo-wereld in Vlaanderen riskeert aldus die kennisinstroom te missen."

Wat moet er gebeuren om het water tussen bedrijven en doctors minder diep te maken? Volgens Lucia Smit is er vooral een behoefte aan een platform tussen bedrijven en doctoren. In Frankrijk bestaat daar volgens haar een zeer mooi voorbeeld van: l'ABG - Intelli'Agence, een samenwerking tussen publieke en private sector, gericht op het selecteren en trainen van doctoren en het aanleggen van een databank van getrainde onderzoekers. "De trainingen bestaan uit seminaries waar ook vertegenwoordigers uit de private sector aan deelnemen. De associatie organiseert ook regelmatig lezingen en informele borrels waar partijen contacten kunnen leggen. We zijn nu aan het overleggen om elementen daarvan over te brengen naar de Belgische context. Binnen de VUB zijn we vorig jaar ook een cursus bedrijfsgericht communiceren gestart voor doctoraatsstudenten. En op korte termijn willen we een carrièrecentrum opstarten voor iedereen die aan onze universiteit afstudeert." Laurence Theunis: "Begeleiding is enorm belangrijk, daar houden wij ons ook mee bezig. Maar het is helaas ook een beetje een cultureel probleem. Iemand die dokter of advocaat is, wordt in onze samenleving hoog aangeschreven. Bij een doctoraat is dat minder het geval. 'Doctor' is iets wat je maar zelden op een visitekaartje ziet staan. In Duitsland doet iedereen het. Ook op dat vlak is er nog werk te verrichten."

Terug naar het coververhaal 'Loont een doctoraat voor uw carrière?'